Je leest:

‘De verplichting om vrij te zijn’

‘De verplichting om vrij te zijn’

Trudy Dehue over depressies en stoute vrouwen

Auteur: | 1 september 2010

Hebben depressies altijd al bestaan? Of zorgt de neoliberale samenleving voor onze Prozac verslaving? Een gesprek met Trudy Dehue over de oorzaken van de depressie-epidemie die Nederland teistert.

De meeste mensen kennen Trudy Dehue van haar prijswinnende en geruchtmakende boek over de depressie-epidemie. Of van haar optreden in het programma zomergasten vorig jaar hierover. Ze is hoogleraar wetenschapstheorie en wetenschapsgeschiedenis van de psychologie aan de Rijksuniversiteit Groningen en onderzoekt hoe mensen denken over psychische gezondheid en welke maatstaven voor een succesvol (en gelukkig?) leven we hanteren. De bevlogen onderzoekster werpt een kritisch licht op de grondbeginselen waarop de (psychologische) wetenschap en de farmaceutische industrie zich baseert. In De depressie-epidemie, over de plicht het lot in eigen hand te nemen, maakt Dehue inzichtelijk welke implicaties de verschuiving van het ideaal van de maakbare samenleving naar dat van het maakbare individu heeft.

In uw boek gaat u op zoek naar een antwoord op de vraag hoe het kan dat zo ontzettend veel mensen in Nederland lijden aan een depressie. Afgaand op het aantal mensen dat zich tot allerlei uiteenlopende remedies wendt, is er sprake van een epidemie. En dat terwijl de welvaart en vrede ervoor zorgen dat in alle primaire levensbehoeften wordt voorzien. Uw zoektocht naar een verklaring begint met een beschrijving van de geschiedenis van het begrip depressie. Waarom doet u dat?

“Laten we vooropstellen dat er mensen zijn die ernstig en diep lijden door depressiviteit. Ik ken ze van heel nabij. Maar depressie in deze betekenis van het woord kan niet zo enorm zijn toegenomen. Een van de veel gehoorde verklaringen voor de grote groei van depressiebestrijding in de welvarende landen is dat depressie een biologisch verankerde stoornis is die altijd al heeft bestaan en die we nu, in de rijkere landen, beter kunnen herkennen en behandelen. Ook de lichtere vormen kunnen nu tijdig worden aangepakt. Zo verklaren zowel de farmaceutische industrie als de leerboeken van de geestelijke gezondheidszorg de groei van het gebruik van uiteenlopende depressieremedies.

Ik ging in De depressie-epidemie na of deze verklaring wel klopt. Mijn conclusie is dat neerslachtigheid, lusteloosheid en onnodige schuldgevoelens waarschijnlijk wel altijd hebben bestaan, maar dat men er geen ziektelabel zoals ‘depressie’ voor gebruikte. Dat kwam pas begin twintigste eeuw. Voor die tijd was gebrek aan levenslust eerder iets waarmee men gewoon moest leven. We waren immers niet op aarde om gelukkig te zijn. Wie zegt dat depressie altijd al bestond, doet dus net alsof het niets heeft uitgemaakt dat die problemen pas vanaf een bepaalde tijd iets voor de dokter werden. Dat heeft echter enorm veel uitgemaakt in onze beleving en behandeling van gevoelens van lusteloosheid.

Een woord zoals ‘depressie’ verwijst niet alleen naar symptomen maar ook naar manieren om daarmee om te gaan. Wie zegt dat depressie altijd al heeft bestaan, doet bovendien alsof de betekenis van het woord ‘depressie’ door de tijd heen altijd hetzelfde bleef. Ik laat zien dat dat niet het geval is. Met de verschuivende betekenissen van het begrip veranderde ook de omgang ermee. Dit inzicht is fundamenteel voor het hele boek. We kunnen de vraag naar de toename van ‘depressie’ dan ook nooit snappen als we blijven denken dat het woord een vaste betekenis heeft.

Een aantal keer maakt u een vergelijking met de manier waarop homoseksualiteit ook heel lang als een aandoening in het diagnostisch handboek DSM beschreven stond en hoe deze ‘stoornis’ uiteindelijk uit dit handboek verdween. Wat leert die vergelijking ons over (het ontstaan van) de huidige depressie-epidemie?

Het voorbeeld van homoseksualiteit is behulpzaam omdat het duidelijk maakt dat het rangschikken van bepaalde persoonskenmerken en gevoelens onder ziekten en stoornissen altijd een beslissing is. De term homoseksualiteit is een negentiende-eeuwse uitvinding die aangaf dat het bijbehorende gedrag niet zondig maar ziek was. Voor wat depressie betreft gaat de vergelijking echter niet helemaal op. Je kunt bij depressie in de oorspronkelijke ernstige betekenis van het woord, immers niet zeggen “laat die mensen gewoon met rust”.

Maar de vergelijking met homoseksualiteit kan ons wel leren dat er negatieve kanten aan zitten om gevoelens van ongeluk automatisch toe te schrijven aan een ziekte of stoornis die zich als het ware in het individu bevindt. Gevoelens van neerslachtigheid, ongeluk en lusteloosheid kunnen immers ook door maatschappelijk onrecht veroorzaakt worden, zoals door sociale ongelijkheid en te stressvol werk. Dan zijn eerder de omstandigheden ‘ziek’ en hebben vooral die omstandigheden ‘behandeling’ nodig, al was het maar omdat de geestelijke gezondheidszorg anders blijft dweilen met de kraan open. Het is ook heel leerzaam om het proces te volgen van de totstandkoming van de volgende (vijfde) versie van de DSM. De internationale psychiatrische gemeenschap ligt overhoop over de vraag welk gedrag en welke emoties nu wel of niet tot de ziekten moeten worden gerekend. De voorzitter van de commissie die de vorige DSM maakte, Allen Frances, betoogt dat die versie tot veel te veel diagnosen heeft geleid. Zijn vrees is dat dit met de DSM-V nog een stuk erger gaat worden.

U bespreekt in uw boek reclames uit de jaren ‘50 waarin huisvrouwen een stemmingsverbeterend middel nodig hebben om het huishouden aan te kunnen. Daartegenover zet u hedendaagse advertenties voor antidepressiva die zangeressen, ballerina’s of sporters tonen. Wat wilt u met deze vergelijking laten zien?

De oudere advertenties lieten nog omstandigheden zien als oorzaak van problemen. Dat is al één verschil. Maar er is nog een belangrijker verschil. Dergelijke advertenties laten zien hoe mensen toen graag wilden zijn. Dan blijkt dat mensen, toen en nu, willen dat een medicijn hen helpt beter te functioneren. Maar de definitie van goed functioneren is door de tijd heen veranderd en daarmee ook de definitie van depressie. Vroeger was je depressief als je je onvoldoende neerlegde bij je lot, zoals bij het huisvrouwenbestaan. Nu ben je depressief als je dat te véél doet. Mensen van nu hebben geleerd dat ze zichzelf kunnen overtreffen, dat ze hun lot in eigen hand hebben, zelfs hun biologische lot. En dat ze dus succesvolle zangeressen, ballerina’s en sporters kunnen worden.

Trudy Dehue.

In dit boek keer ik mij dus ook tegen het idee dat de depressie-epidemie te wijten is aan de verzorgingsmaatschappij die de mens tot een kleinzerig wezen gemaakt heeft die niet meer zonder het gemakkelijke geluk van een leger hulpverleners en farmaceutische industrie kan. Ik zeg dat het heel anders zit. De oorzaak ligt namelijk niet bij de verzorgingsstaat, maar bij haar opvolger, de neoliberale maatschappij. Zij houdt mensen voor dat succes, het nieuwe woord voor geluk, een eigen keuze is en mislukking dus ook. De neoliberale samenleving heeft mensen met zichzelf aan het werk gezet. Met het alom tegenwoordige adagium van het vrij kiezende individu gaf zij ons inderdaad meer vrijheid om wat van onszelf te maken, om ondernemend te zijn. Maar het is geen absolute vrijheid, want we hebben niet de vrijheid om te weigeren eraan mee te doen. Vandaar de ondertitel van het boek (“Over de plicht het lot in eigen hand te nemen”, red.). Er zit een interne strijdigheid in de combinatie van ‘plicht’ en ‘in eigen hand nemen’ of in ‘de verplichting om vrij te zijn’. Mijn verklaring voor de depressie-epidemie is dat in het neoliberale tijdperk ‘depressief’ de extra betekenis van ‘niet succesvol, ondernemend en krachtdadig genoeg’ kreeg, naast de oude betekenissen zoals het onvermogen tot leven.

Hoe past Stout, het spraakmakende boek van Heleen van Royen en Marlies Dekkers, in uw analyse?

‘Stout’ staat niet alleen voor mooi en sexy, maar vooral voor ‘krachtdadig, ondernemend, succesvol, manipulatief, ongenaakbaar’ en nog meer van dat soort termen. Precies de tegenpool dus van ‘depressief’ dat staat voor lusteloos, slap en ‘down’. Het boek was enorm populair. De auteurs voelden de tijdgeest goed aan. Het illustreert ook dat veel vrouwen zowel hun uiterlijk als hun innerlijk in orde willen hebben. Geen rimpels in huid en geen rimpels in de geest, geen hangende oogleden en geen hangende schouders meer.

Elsevier kwam overigens met hetzelfde thema in het afgelopen meinummer. Op de omslag stond een gespierde hardloopster en de tekst “hoe fitter u bent, hoe gelukkiger u wordt” om een artikel aan te kondigen met “11 pagina’s nieuwste wetenschappelijke inzichten om lichaam en geest op te peppen”. Het kan leuk zijn om zo aan jezelf te werken, zeker als het goed lukt. Maar deze standaarden confronteren velen met een onoplosbaar tekort. Je voldoet eigenlijk nooit. De vrouw van tegenwoordig moet niet enkel meer voldoen aan het klassieke beeld van de ideale vrouw maar ook nog eens de eigenschappen van het klassieke beeld van de ideale man bezitten. Geen wonder dat veel vrouwen elk hulpmiddel aangrijpen om dat te bewerkstelligen.

U heeft wel eens in interviews gezegd dat u mensen die lijden aan depressie, niet de boodschap wil geven “U bent helemaal niet echt ziek”. Hoe bedoelt u dat?

Een ziektelabel kan ook veel goeds brengen. Het houdt in dat mensen hulp krijgen van anderen. In het geval van depressie in de ernstige zin van het woord is dat maar goed ook, zeker als het alternatief is dat er moraliserend op mensen wordt ingepraat of dat ze het maar in hun eentje moeten opknappen. Mensen die depressief zijn in de betekenis van ‘onvoldoende weerbaar, ondernemend of succesvol’ en die daaraan werken, wil ik niet nog eens met het schuldgevoel opzadelen dat ze alweer tekort schieten juist doordat ze aan zichzelf werken. Ik heb een grote hekel aan minachtend gepraat over ‘het slikken van pilletjes’. Dat verwijst volkomen onterecht naar gemakzuchtigheid. In zijn algemeenheid analyseer ik ook liever samenlevingen dan dat ik individuen een of andere norm voorhoud.

U werkt aan een nieuw boek. Kunt u alvast een tipje van de sluier oplichten?

De werktitel van het nieuwe boek is ‘Biologisch burgerschap. Leven in het tijdperk van het brein’. Het wordt opnieuw een analyse van het neurobiologische denken als onderdeel van de hedendaagse samenleving. Neem een label als ADHD. Ook als daar met zekerheid een neurobiologische oorzaak voor gevonden zou zijn, blijft het uiteindelijk gaan om een gedragsnorm. Want wat biologisch is, is niet automatisch ook een stoornis. Het hebben van blauwe ogen heeft immers ook een biologische oorzaak. Maar dat kenmerk vinden we aanvaardbaar en niet iets dat behandeling behoeft. ADHD blijft dus voornamelijk de gedragsnorm “te druk en/of te weinig geconcentreerd”. Dat roept de vraag op hoe het komt dat die norm zo belangrijk is geworden in onze samenleving.

Ook zijn er met labels zoals ADHD of ODD (Oppositioneel-opstandige gedragsstoornis) andere thema’s verbonden, zoals het risico op criminaliteit. Gezaghebbende wetenschappers en farmaceutische bedrijven zeggen dat de kans op crimineel gedrag relatief groot is bij onder andere ADHD’ers en dat er dus behandeling nodig is ter preventie daarvan. Dat roept interessante maatschappelijke vraagstukken op. Terwijl het preventief behandelen van potentiële misdadigers lange tijd taboe was, lijkt dit nu aanvaardbaar te worden via de verplicht-vrijwillige behandeling van kinderen en volwassenen met sommige labels uit de DSM. Dat leert ons veel over de samenleving van nu."

Zie ook:

Oeps: Onbekende tag `feed’ met attributen {"url"=>"https://www.nemokennislink.nl/kernwoorden/depressie.atom?m=of", “max”=>"10", “detail”=>"minder"}

Dit artikel is een publicatie van LOVER.
© LOVER, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 01 september 2010

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.