Je leest:

De verleiding van vlees

De verleiding van vlees

Auteur: | 3 oktober 2009

Vlees is populair, maar de groeiende vraag naar vlees baart zorgen. Vooral de milieueffecten zijn alarmerend. Hoog tijd dat we wat gaan minderen, aldus experts.

Ruim 95 procent van de Nederlanders eet vlees. Uit cijfers van het Centraal Bureau van Statistiek blijkt dat we per persoon jaarlijks bijna 85 kilo vlees verorberen. De helft daarvan is varken, de rest met name kip en rund. Daarmee bevat het Nederlandse dieet dubbel zoveel vlees als het gemiddelde in de wereld; Amerika gaat met 121 kilo per persoon aan kop. Vlees is nu eenmaal geliefd bij veel mensen en is onderdeel van vrijwel elke maaltijd. Daarnaast bevat vlees veel essentiële voedingsstoffen.

De verwachting is dat de wereldwijde vraag naar vlees verder zal stijgen door de groeiende wereldbevolking en toenemende welvaart. Met name in Aziatische landen als China en India is een enorme groei te verwachten. Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) voorspelt een toename in wereldwijde vleesconsumptie met 50 procent tot het jaar 2030.

Die groei baart veel mensen zorgen; zo ook levensmiddelentechnoloog Johan Vereijken van Wageningen Universiteit en Research Centrum. Hij was betrokken bij het onderzoeksprogramma Profetas, waarbij men keek naar de vervanging van vlees door vleesvervangers op basis van erwteiwit. Dat resulteerde in het boek Sustainable protein production and consumption: pigs or peas? ‘Er moet als de bliksem iets gebeuren’, zegt Vereijken. ‘De vraag naar vlees gaat hand in hand met de vraag naar land, voedsel en water. Maar deze drie dingen worden nu al volop benut. Er is een grens aan hoeveel je kunt produceren.’

Omzetting

Niet alleen deze grens, maar ook de milieudruk is een probleem. Die is nu al groot, maar zal nog verder toenemen, voorspelt Vereijken. Die milieudruk heeft drie centrale componenten: gebruik van land en water, uitstoot van broeikasgassen en verlies aan biodiversiteit.

‘De omzetting van plantaardige eiwitten in dierlijke is het grootste probleem: die is heel inefficiënt’, vertelt Vereijken. Voor een kilo rundvlees is 4 tot 7 kilo graan nodig; voor varkensvlees is dat 3 tot 5 kilo en voor kip 2 tot 4 kilo. De Milieubalans 2009 van het PBL laat zien dat in 2002 ruim 670 miljoen ton graan als veevoer werd gebruikt; ruim 35 procent van de wereldwijde graanoogst. In Europa wordt 60 procent van de graanoogst verwerkt tot veevoer. Daarnaast is er voor de productie van vlees ook veel water nodig. Wereldwijd verbruiken de vleesketens 8 procent van de beschikbare hoeveelheid water, aldus het rapport Livestock’s Long Shadow van de voedsel- en landbouworganisatie FAO.

De veehouderij is daarnaast verantwoordelijk voor 30 procent van het verlies aan biodiversiteit op het land, staat in de milieubalans 2009. Dat komt met name door de omzetting van natuur naar landbouw- en weidegrond. Wereldwijd wordt circa 4 miljard hectare gebruikt voor de veehouderij, grotendeels voor begrazing. Dat is een oppervlakte van bijna vier keer Europa. Van de landbouwgronden wordt een derde gebruikt voor veevoer. ‘Doordat je zoveel meer land nodig hebt om een kilo dierlijk eiwit te maken in vergelijking met plantaardig eiwit, is de milieu-impact ook veel groter’, zegt Vereijken.

NIBI-peiling

Opvallend veel biologen zijn vegetariër, vergeleken met niet-biologen. Dat leert een kleine peiling onder NIBI- leden. Ruim 11 procent van de biologen eet geen vlees, tegen een Nederlands gemiddelde van ongeveer 5 procent. Met name vanwege het dierenleed (42 procent), maar ook voor het milieu (25 procent) of omdat ze het niet lekker vinden (4 procent). Een groot deel (bijna 30 procent) eet vegetarisch om andere redenen, zoals ‘respect voor alle leven’ of ‘een minder vol gevoel na de maaltijd’. Het leeuwendeel eet dus gewoon vlees, liefst dagelijks (35 procent) of een paar keer per week (42 procent). Veel biologisch vlees komt daar niet aan te pas. Bijna de helft van de respondenten eet nooit biologisch vlees; 13 procent altijd. De belangrijkste reden om vlees te eten, is dat het lekker is (64 procent). Ook de voedingsstoffen spelen een rol (20 procent) en het hoort bij de maaltijd, vindt 11 procent. Sommigen houden er hun eigen redenen op na, zoals ‘alleseter is onze natuur’, ‘het staat in de Bijbel’ of ‘ik houd niet van kaas’.

De biodiversiteit wordt ook aangetast door de emissies van ammoniak, stikstof en fosfaat. ‘In welke mate de veehouderij daaraan bijdraagt, verschilt erg per diersoort’, legt Vereijken uit. De variatie is meer dan een factor twintig. De broeikasbijdrage van een kilo kip – van graan tot schap – is het equivalent van 2,6 kilo koolstofdioxide; van een kilo rundvlees is dat bijna 60 kilo. Varkensvlees zit ertussen in, net als kaas en zuivel. Al met al is de veehouderij wereldwijd verantwoordelijk voor 18 procent van het broeikaseffect, zo meldt het rapport Milieueffecten Nederlandse consumptie van eiwitrijke producten van Blonk Milieu Advies.

Vervangers

Toch pleit Vereijken zeker niet voor een vleesloos bestaan. ‘Vlees is lekker’, vindt hij. ‘Sommige dieren leven van afval van de levensmiddelenindustrie, andere grazen op stukken land waar we toch niets mee zouden doen. Dus het is zeker niet nodig dat we vlees volledig uit ons dieet bannen.’ Vereijken vindt wel dat we minder vlees moeten eten. Het Instituut voor Milieuvraagstukken (IVM) van de VU berekende in het scenario Meat the Truth dat als iedereen in Nederland één dag per week minder vlees zou eten, dat dezelfde besparing zou opleveren als een miljoen auto’s van de weg halen, en tweemaal de besparing van het vervangen van alle gloeilampen door spaarlampen. Vereijken: ‘Als alleen Nederland dat doet, zet het nog geen zoden aan de dijk. Maar we kunnen wel het goede voorbeeld geven.’

Daarnaast zouden we volgens hem meer onderzoek moeten doen naar lekkere vleesvervangers. ‘De huidige vleesvervangers komen onvoldoende tegemoet aan de wensen van de consument, zowel qua kwaliteit als qua prijs. Ze zijn niet vezelachtig genoeg.’ Een ander nadeel van de huidige vleesvangers is hun milieu-impact. ‘Sommige vleesvervangers zijn vrijwel volledig gebaseerd op dierlijke eiwitten zoals melkeiwit of kippeneieren.’ Valess en producten met kaas doen wat betreft broeikasuitstoot niet onder voor kalfs- of varkensvlees, aldus Milieueffecten Nederlandse consumptie van eiwitrijke producten. Alleen vleesvervangers op basis van plantaardige eiwitbronnen, zoals soja of tahoe, zijn relatief milieuvriendelijk.

Vereijken ziet ook een oplossing in het verschuiven van de consumptie. ‘Als mensen vaker kiezen voor kip in plaats van rund, is de milieu-impact al veel lager. Ook minder vlees eten is een optie. Maar als men kiest voor een vleesvervanger op basis van zuivel, verplaats je slechts het probleem. Daar moeten we de consument bewust van maken.’

Daarnaast zouden we de vleesketen verder kunnen optimaliseren. Vereijken: ‘De intensieve veehouderij, zoals de bio-industrie, is veel efficiënter dan de extensieve. Voor het milieu is dat beter, hoewel dat wel ten koste gaat van het dierenwelzijn.’

Vleeszucht

Landbouweconoom Niek Koning ziet de vraag naar vlees nu al toenemen. ‘De mens heeft een ingebakken vleeszucht. Zodra hij meer te besteden heeft, gaat hij meer vlees eten. Dat zien we nu al in Thailand en Brazilië. Ik denk dat de vleesconsumptie zal verdubbelen tussen nu en het midden van deze eeuw’, zegt Koning. Daarnaast verwacht hij ook een grotere vraag naar biobrandstof, als de olie- en energieprijzen hoger worden. ‘We hebben dus meer biomassa nodig, zowel voor veevoer als voor energie. Dat wordt een probleem’, zegt Koning. Zowel voor het milieu, als voor de economie en de beschikbare hoeveelheid voedsel in de wereld.

Vlees ongezond?

De boodschap in de media was duidelijk: vlees vergroot de kans op hart- en vaatziekten en kanker. Een Brits onderzoek onder 21 duizend mensen, onder wie achtduizend vegetariërs, toonde inderdaad aan dat de voortijdige sterfte onder vegetariërs aanzienlijk lager is dan onder vleeseters (Public Health Nutrition, 2001).

Ellen Kampman, hoogleraar voeding en kanker bij Wageningen Universiteit, zet daar echter vraagtekens bij. ‘Vegetariërs zijn over het algemeen hoog opgeleid, ze leven gezonder en ze bewegen meer. Ze zijn daardoor moeilijk met de rest van de bevolking te vergelijken.’ Een recent Brits onderzoek in het American Journal of Clinical Nutrition (2009) dat aantoont dat vleeseters een grotere kans hebben op vrijwel alle soorten kanker, wuift ze dan ook weg. ‘Voor die conclusie is veel meer onderzoek nodig. We weten dat obesitas een belangrijke risicofactor is voor kanker. Doordat vegetariërs over het algemeen lichter zijn, is het goed mogelijk dat zij daardoor een kleinere kans hebben op het krijgen van verschillende soorten kanker.’

Voor een specifieke vorm van kanker is er wel een duidelijk verband aangetoond. ‘Het eten van rood vlees verhoogt de kans op dikkedarmkanker’, vertelt Kampman. Ze baseert zich daarbij op een rapport waarin de resultaten van meer dan zevenduizend internationale studies zijn samengenomen. Dit rapport van het Wereld Kanker Onderzoek Fonds meldt dat het eten van 100 gram rood vlees per dag het risico met 30 procent verhoogt. Onder rood vlees valt rund, maar ook varken, paard en lam. Verwerkt voedsel, zoals vleeswaren en frikadellen, bevat ook vaak rood vlees. ‘Rood vlees is rijk aan de natuurlijke kleurstof heem. Dit heemijzer speelt waarschijnlijk een rol bij het verhoogde risico’, zegt Kampman. ‘Een verhoogde heemconcentratie beschadigt de darmwand en werkt tumorvorming in de hand.’

‘De prijzen van graan worden in Europa kunstmatig laag gehouden met toeslag van de overheid, zodat de boeren hun graan kunnen verkopen op het niveau van de wereldmarkt’, legt Koning uit. Graan is daardoor een goedkope bron voor veevoer, waardoor de prijs van het vlees kunstmatig laag is. ‘De graanprijs moet wereldwijd omhoog. Nu worden Afrikaanse landen zwaar door de EU onder druk gezet om goedkoop graan te importeren, waardoor Afrikaanse boeren worden weggeconcurreerd.’

Maar door de stijgende vraag naar graan zullen de prijzen waarschijnlijk te hoog worden. ‘De prijs van vlees zal daardoor stijgen, maar ook die van brood. Voor Nederlanders is dat wel te betalen, maar voor mensen in ontwikkelingslanden niet.’ Ook zal er een tekort aan graan ontstaan. Koning vindt daarom dat er een maximumprijs op graan moet komen. Komt de prijs daarboven, dan moet er volgens hem een verbod komen op biobrandstof en vlees van dieren die graan eten. ‘Het is prachtig dat we schone brandstof hebben, maar als er te weinig voedsel is, dan gaat de mens voor het vliegreisje en de biefstuk’, zegt Koning stellig.

Massaal vegetariër worden is echter niet wenselijk, betoogt Koning. ‘De vraag naar graan wordt dan zo laag dat de landbouwprijzen volledig instorten. Ontwikkelingslanden kunnen dan helemaal geen geld meer verdienen.’ Hij denkt ook niet dat mensen ooit volledig vegetarisch zullen eten. ‘Een mens van zijn vlees halen, is nog moeilijker dan een bankier van zijn bonus halen’, lacht de econoom.

Koning voorziet dezelfde oplossing als Vereijken: enerzijds onderzoek doen naar vleesvervangers en anderzijds de keuze voor het soort vlees beïnvloeden. In voorlichting alleen ziet hij echter geen heil. ‘Je kunt wel roepen: “Mensen, neem je verantwoordelijkheid”, maar dat gaat niet gebeuren’, voorspelt Koning.

Een vleestax kan daarbij wel helpen, denkt hij. ‘Als de meest belastende producten duurder worden, zoals rundvlees, dan zal de consumptie automatisch verschuiven. Willen we het echt goed doen, dan moeten we mopanerupsen en sprinkhanen gaan eten, maar dat is voor veel mensen een stapje te ver.’ Koning waarschuwt dat de vleesproductie in heel Europa belast moet worden, niet alleen in Nederland. Anders zou de maatregel ongunstig zijn voor de Nederlandse economie.

Vanuit het oogpunt van dierenwelzijn en het wereldvoedselprobleem pleit Koning echter vooral voor meer onderzoek naar vleesvervangers. ‘Door onze neiging tot vlees eten zijn we goed in staat echt vlees van nep te onderscheiden op basis van smaak. Die smaakpapillen moeten we bedotten met aantrekkelijke vleesvervangers.’

Dit artikel is een publicatie van Bionieuws.
© Bionieuws, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 03 oktober 2009

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.