Je leest:

De verbeelding van het lichaam in kunst

De verbeelding van het lichaam in kunst

Auteurs: en | 5 april 2013

Het intieme karakter van lichaam en huid hebben een aansprekende symboliek. Daardoor staan huid en lichaam vaak centraal in modeverschijnselen als make-up en piercing, in schilderkunst, beeldende kunst, film, toneel, dans en niet te vergeten literatuur, lectuur en poëzie.

De huid is niet zelden een metafoor voor het leven zelf. Al deze kunstzinnige verbeeldingen benadrukken én bepalen de reputatie van de huid. Een reputatie die zo groot is, dat men ideaalbeelden koppelt aan de huid, waarbij cosmetica bij uitstek het hulpmiddel vormen bij pogingen te voldoen aan die ideaalbeelden. Een korte verkenning langs nog enkele kunstvormen.

Lichamen in verval geschilderd

Lucian Freud was 17 jaar oud toen hij in Londen het lichaam bekeek van zijn zojuist aan kanker overleden grootvader Sigmund. Hij herinnert zich ‘a sort of hole in his cheek like a brown apple. That was why there was no death mask made, I imagine’. Achteraf is elke duiding even eenvoudig als misleidend, maar in deze confrontatie ligt de kiem besloten van het latere kunstenaarschap van Lucian Freud. Alles wat werkelijk is, rot weg. Sterker nog: het verval is het bewijs dat wij leven.

Freud is de chroniqueur van dat verval. Dat valt af te lezen aan de dodenmaskers die hij steeds is blijven maken en zijn schilderijen die hem wereldroem verschaften. Zijn werk staat bol van vleselijke lust, maar het zijn zonder uitzondering aangetaste lijven: lillend vlees, vol groeven, rimpels, vlekken en littekens. Huid die ouder wordt, huid in het voorstadium van het rottingsproces. Het is soms moeilijk zijn werk mooi te vinden, maar het is onmogelijk dit werk niet te bewonderen.

Benefits Supervisor Sleeping, Lucian Freud.

Het beschreven lijf

De in 2012 overleden auteur J. Bernlef liet zich in de novelle Het model uit de bundel Cellojaren inspireren door Lucian Freud, Hij laat een naamloze vrouw aan het woord die haar hele leven poseerde voor een schilder, van wie wij alleen de voornaam vernemen: Lucian. Zij blikt terug op de dertig jaren dat zij voor hem model stond. Als 25-jarige poseerde zij voor het eerst, aanvankelijk aarzelend, een beetje meisjesachtig. Tien jaar later portretteert hij haar met rode vlekken in haar gezicht en op haar knieschijven. Alsof zij eczeem heeft. Het lichaam is aangetast. Lichtjes maar onmiskenbaar.

Acht jaar later – de vrouw is inmiddels getrouwd en moeder – kijkt Lucian goedkeurend naar de striae op haar heupen: ‘Een lichaam zonder littekens heeft voor mij geen schoonheid’. Tijdens de meest recente sessie maakte hij zelfs drie doeken van haar, snel geschilderd, binnen tien dagen. Haar huid bestaat nu uit grove penseelstreken, en zij denkt: ‘mijn vlees is verf geworden’. Er klinkt tevredenheid in haar stem en dat is niet vreemd. Haar huid is bestendigd in een soort biografie van huidbeelden, met de kunstenaar als auteur. ‘Er is immers geen man die de geschiedenis van mijn lichaam beter kent dan hij.’ Haar levensgeschiedenis hangt voortaan in musea.

Naspel met slang in beeld

In het Musée d’Orsay in Parijs staat – of ligt, zo men wil – een beeld van een wit marmeren vrouw op een rococobed van gebeeldhouwde bloemen, Femme piquée par un serpent, van de Franse beeldhouwer Auguste Clésinger (1814-1883). De kronkelende vrouw in een extatische dwangstand was een beeldschone courtisane die er warmpjes bij zat. Officieel was zij gebeten door een slang maar iedereen die de sculptuur aanzag, voelde hoe zij nagenoot van seksuele opwinding.

Femme piguée par un serpent, Auguste Clésinger.

Théophile Gautier schreef in La Presse van 10 april 1847: ‘Deze vrouw is niet van marmer, ze is van vlees, zij is niet gehouwen, ze leeft, ze draait. Is dat illusie? Wie de hand op dit geaderde, kronkelende lijf weet te leggen, voelt niet de kou van steen, maar de lauwe warmte van vlees. Ze ligt op rozen en op bloemen die nauwelijks waarneembaar rood en blauw gekleurd zijn, in al haar onstuimigheid en ongedwongenheid van een heftig wulpse pose, een holle rug, het hoofd naar achteren gedraaid, het bovenlichaam omhoog gekeerd, waarbij haar trotse borsten de hemel torsen.’ Het lichaam toont de beeldhouwer hier vol trots, met een paradoxale boodschap: overgeleverd aan lust of stuiptrekkend door het gif van een slang? Of vallen die twee dingen samen in die blanke, onbeschreven huid…?

Lijf als geheugensteuntje in de film

Een huid is nooit blanco. De huid is in zichzelf al een soort dagboek, waarop de geschiedenis zijn sporen nalaat. Hoewel dat elke dag gebeurt, zijn deze aantekeningen van het verouderingsproces vrijwel uitsluitend over langere tussenpozen te lezen, in het handschrift van vlekken, rimpels, plooien of verschrompeling. Littekens zijn daarnaast een voortdurende herinnering aan heel concrete levensgebeurtenissen. Christopher Nolan presenteert in de film Memento een fascinerend voorbeeld.

Memento, Christopher Nolan (regie)

De jonge verzekeringsagent Leonard liep door de moord op zijn vrouw een ernstig trauma op. Zijn kortetermijngeheugen is beschadigd, maar hij is vastbesloten de dader te vinden. Het enige dat hij echter nog weet, is dat zijn vrouw is vermoord plus wie hijzelf is. De rest ontglipt hem voortdurend. De personen die hij ontmoet bijvoorbeeld, herkent hij de volgende dag al niet meer.

Als geheugensteuntje heeft Leonard altijd een polaroidcamera bij de hand, waarmee hij foto’s maakt van iedereen die hij spreekt. Maar foto’s en onderschriften zijn onvoldoende. Voor de meest belangrijke mededelingen gebruikt Leonard zijn lichaam. Alle belangrijke feiten en meningen laat hij op zijn huid tatoeëren. Zodoende staan op zijn armen en benen ‘de feiten’, zoals geslacht (man), bezigheid (drugsdealer) en de naam van de moordenaar van zijn vrouw. Breed staat – in spiegelbeeld – op zijn borstkas ‘John G heeft mijn vrouw verkracht en vermoord’, met daaronder ‘Vind hem en dood hem’. De foto’s en de tatoeages vormen het ‘systeem’, waarmee Leonard zijn leven documenteert. Het ultieme houvast zoekt hij via zijn lichaam.

Het lichaam als kunstwerk

Het menselijk lichaam kan in zichzelf een kunstwerk zijn. Dat kan door het presenteren van het eigen lichaam als kunstwerk, zoals de levende standbeelden in alle grote wereldsteden, met voorop Las Ramblas in Barcelona. Het kan ook binnen het kader van een kunstwerk als ballet en moderne dans. De kunstenares Orlan kiest voor het etaleren van het lichaam, terwijl fotografe Carla van de Puttelaar kiest voor het vastleggen van andermans of ‘andervrouws’ lichaam.

Bezielde dans

Dansers zijn als geen ander in staat het eigen lichaam in te zetten als kunstwerk, binnen het raamwerk van een choreografie. Daarbij gaat het om de afstemming van muzikaliteit, motoriek en artistieke expressie. Die elementen moeten tot in de perfectie op elkaar afgestemd raken. Dansers zijn afhankelijk van de choreografie, maar omgekeerd is de choreograaf ook afhankelijk van zijn dansers. Rudi van Dantzig heeft altijd flink aan de dansers van het Nationale Ballet lopen sjorren en duwen, zoals te zien is in documentaires. Als een bezetene joeg hij ze door de studio, niet omdat hij absolute perfectie nastreefde – daar heeft hij nooit zo aan gehecht – maar omdat kwaliteit en houdbaarheid van zijn werk afhankelijk zijn van een bezielde uitvoering. Persoonlijkheid, intentie, overtuiging, dat wilde Van Dantzig zien.

Salomé kreeg voor haar heupwiegerij het hoofd van Johannes de Doper van haar stiefvader Herodes.

Salomé’s Bijbelse dans had waarschijnlijk weinig meer om het lijf dan de glimp van een opbollende navel. Dat was toen waarschijnlijk niet anders dan nu: een meisje van wie het lichaam ontluikt, kan als zij wulps met haar buik, billen en borsten draait, een man helemaal van zijn stuk brengen. Dat gebeurde toen Salomé danste tijdens een feestmaal voor haar stiefvader Herodes en zijn hoge gasten. Herodes was ondersteboven van haar heupwiegerij en deed haar een belofte waar hij vrijwel meteen spijt van had. Zij mocht hem vragen wat ze wilde. Hij zou elke wens van haar inwilligen. Salomé ging te rade bij haar moeder Herodias – en die wist wel wat zij wilde: het hoofd van Johannes de Doper, de strenge profeet die overal had verkondigd dat haar (tweede) huwelijk met haar zwager Herodes onwettig was.

Mager beeld

Een extreem geval van lichaamspresentatie vertegenwoordigt de tweeling Liesbeth en Angelique Raeven (1971). In 2000 verscheen een advertentie op de vacaturepagina van Het Parool. De firma L.A. Raeven Analyse & Research Service ging in die annonce op zoek naar iemand met een heel specifiek profiel:

Lengte > 170 cm; borstomvang < 82 cm; geen volledige borstontwikkeling; ruglengte = 40 cm; taille = 43 cm; heupen < 82 cm; lange en dunne armen van > 60 cm; lange dunne benen van > 100 cm, en lange dunne vingers/tenen. Tot aanbeveling strekt daarnaast: leeftijd < 28 jaar; onderontwikkelde secundaire geslachtskenmerken; afwezigheid okselhaar; verlies van hoofdhaar; spieren zichtbaar onder de huid, en kinderlijke uitstraling.

Aanbevolen karaktereigenschappen: Ongebruikelijke eet- en drinkgewoonten; een gecontroleerd dagschema; ten minste één praktische handicap; niet in staat om te gaan met stressvolle situaties, en moeite om beslissingen te nemen.

De advertentie omschrijft nauwgezet het profiel van een anorexia patiënt. Het Parool trapte daarmee in een zogenaamde advertentie van een niet bestaande firma. Het was een verzinsel van kunstenaarscollectief ‘L.A. Raeven’. Zij presenteren vooral video-installaties met henzelf in de hoofdrol. Zo zitten de zusjes in Wild Zone I op de grond, delen af en toe een crackertje, of drinken op hetzelfde moment een slokje water of wijn. Af en toe valt een woord, de meeste tijd zwijgen ze. De galerie waar de video wordt vertoond, moet op hun verzoek bovendien zorgen voor een penetrante lichaamsgeur. Hun werk is indringend en confronterend. Zij tonen het leven van een anorexia patiënt in alle elementaire naaktheid, overtuigd van de zin van een dergelijk leven. In hun beginwerken is nauwelijks distantie tot het onderwerp van hun kunstwerken; zij zíjn de kunstwerken. Ironie, dat zo vaak ademruimte verschaft, ontbreekt geheel. Pas in latere uitingen lijkt ironie binnen te sijpelen, want de titels van hun manifestatie zijn niet zonder grijns te lezen, zoals Thinspiration en The less calories, the longer you live.

Operatieve kunst

De Franse kunstenaar Orlan (1947) gaat ver, heel ver met haar lichaam. Ze liet haar lichaam trans­formeren via plastisch-chirurgische operaties. De operaties zijn als publieke gebeurtenissen uitgevoerd en gingen vergezeld van een filosofisch getinte, psychoanalytische of literaire tekst, die Orlan voorlas vanaf de operatietafel. Beroemde modeontwerpers verzorgden de kleding van haar medewerkers en de chirurgen, het decor was fantasierijk. Alles is gefilmd en als kunstwerk geëxposeerd in musea.

Plastische chirurgie als ‘kunst’ op je eigen lichaam: Orlan.

De plastisch chirurgen stonden aanvankelijk nogal sceptisch tegenover het geheel. De roep om een dergelijke ingreep komt normaliter voort uit mismaaktheid – bijvoorbeeld na een ongeval – of een gevoel van onvolmaaktheid over bepaalde delen van het lichaam. De wens van elke patiënt is daarbij vooral esthetisch gericht: fraaier, mooier maken van het origineel. De drijfveer van Orlan is een heel andere. Zij streeft niet naar verfraaiing, zij stelt haar lichaam doelbewust ter beschikking voor eigen experimenten. Een mens kan in hoge mate beslissen wat er met zijn lijf gebeurt, maar er zijn grenzen waarbij de chirurg de professionele standaard in acht moet nemen. Zo zal hij niet snel zijn medewerking verlenen aan moedwillige verminking. Zie daar het dilemma van de e(s)th(et)icus: is hier sprake van verminking of van een kunstwerk?

Gefotografeerd

De in Amsterdam werkende fotograaf Carla van de Puttelaar zit haar modellen heel dicht op de huid. Letterlijk. De huid, het naakte lichaam, is haar onderzoeksterrein. Zij wordt ‘de onbetwiste grootmeester van de blanke huid’ genoemd. Niet het perfecte lichaam of een knap gezicht interesseren haar, maar iemands houding of lichaamstaal, die ene moedervlak, de met sproeten bespikkelde huid, bloedvaten die door de huid schemeren, het specifieke karakter van het model of de onnavolgbare manier waarop het innerlijk door het lichaam heen schijnt.

Carla van de Puttelaar toont het lichaam inclusief de bijbehorende oneffenheden.

‘Moedervlekjes en ook tijdelijke kenmerken zoals schrammen in de huid laat ik graag zien. Ze geven het beeld spanning, schoonheid en kwetsbaarheid. Het is een open, proefondervindelijk proces. Soms raak je gefascineerd door aderen die door de huid heen schemeren of je bent geraakt door een afdruk van kleren of een blauwe plek. Zulke dingen beschouw ik echt als cadeautjes’, aldus Van de Puttelaar.

Wie een van haar mooiste foto’s ziet kan niet anders dan die stelling beamen. Blauwe plekken zweven vlak onder het huidoppervlak, en de afdruk van een kanten slip siert nog de heup. Vooral het laatste toont het voorbijgaan van de tijd. Want hoe lang nog zal de afdruk van kant op de huid zichtbaar zijn? Niet lang.

Schepper

De vraag rijst: draait het bij lichamen in de kunst en kunst op een lichaam uiteindelijk allemaal gewoon om de platte biologie – pronken – of zit er toch meer achter? Wie biologie en evolutie op zichzelf als een kunstwerkje ziet, komt al snel uit bij God als kunstenaar. Een God die in al wat hij schept, een wezen creëert dat zijn oneindige creatie tracht te doorgronden; die hij een vernuft meegeeft dat zich gaandeweg steeds verder ontplooit met de bedoeling er achter te komen waarom de schepper dit alles heeft geschapen. Dat is de kunst met hoofdletter K: de schepping van een schepsel dat zijn schepper naar de kroon steekt. De mens die zijn ‘zijn’ ontleent aan zijn hebben (en houden).

Daarnaast is een meer concreet antwoord denkbaar: het lichaam is in de kunst een dankbaar subject én object. Het lichaam is dan zowel middel – om te experimenteren bijvoorbeeld – als doel: het lichaam als ‘doek’ voor de verbeelding. Voor kunstenaars is het lichaam mede zo fascinerend omdat het hier om een levend iets gaat. Een organisme dat ploetert, ademt, zucht, kreunt en wat al niet meer. Het lichaam is daarmee een symbool voor het leven zelf. Uiteindelijk draait het in het leven, in verhalen, in kunst om ‘betekenis’. Dat maakt de studie van het lichaam in de kunst even boeiend als complex. Want scheppen en herscheppen gaan hand in hand met betekenis geven, daarop commentaar te geven en te krijgen, en vervolgens commentaar op commentaar…

Van de Puttelaar toont de kijker de gewone huid van het gewone lichaam van de gewone mens, nooit puntgaaf. Dan blijkt het gewone lichaam, in al zijn oneffenheden, juist dankzij zijn oneffenheden, een natuurlijk kunstwerk. Al is het een kunstwerk dat altijd ‘in ontwikkeling’ is. Net als mode en smaak, is het menselijk lichaam aan de seizoensinvloeden overgeleverd. Schoonheid komt, schoonheid verdwijnt, in een voortdurende wisselwerking.

‘Alles wat mooi is, vind ik zo mooi’ ‘Alles wat mooi is, kan ook heel lelijk zijn’ ‘En alles wat geweest is, kwam dat?’ ‘Dat kwam’ ‘Maar het komt niet meer’ ‘Nee, het komt niet meer’

Herenleed

Dit artikel is een publicatie van Stichting Biowetenschappen en Maatschappij.
© Stichting Biowetenschappen en Maatschappij, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 05 april 2013

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.