Je leest:

De superbus: hoe staat hij ervoor?

De superbus: hoe staat hij ervoor?

Auteur: | 14 april 2011

In 2006 schreven we over de Superbus van Wubbo Ockels, Nederlands eerst man in de ruimte en nu professor aan de TU Delft. De langgerekte sportwagen zou met hoge snelheid (150 tot 250 km/u) op een eigen ‘Superbaan’ rijden en deur-tot-deur vervoer verzorgen. Zover is het nog niet, maar het schiet al wel op…

Wubbo Ockels staat inmiddels bekend om zijn grote dromen en bijzondere uitvindingen. Zo is hij de man achter de Ecolution – een high-tech zeilschip dat stroom kan opwekken en opslaan – en adviseert hij bij studentenprojecten, zoals de zonnewagens van de TU Delft. Daarnaast werkt hij al jaren aan de Superbus. Deze gestroomlijnde wagen – aangedreven op een elektromotor – moet met 250 km/u over speciale superbanen razen en duurzaam vervoer van deur tot deur gaan bieden.

De Superbus ziet er niet bepaalt uit als een gewone bus en dat is ook precies de bedoeling: Ockels gaat voor een comfortabele rit met luxueuze uitstraling.

Voor de Superbus worden lucht- en ruimtevaarttechnieken gecombineerd met Formule 1-technologie. Samen zorgen die voor lichtgewicht constructies en een aërodynamische vormgeving met extreem lage weerstand, en stabiel en controleerbaar rijgedrag bij hoge snelheid. Ockels werkt hiertoe samen met projectmanager ir. Joris Melkert en dr. Antonia Terzi. Die laatste was voorheen Chief Aerodynamics bij BMW Williams F-1 en is nu bij de TU Delft aangesteld als hoofd van het voertuigontwerp bij de leerstoel ASSET (AeroSpace for Sustainable Engineering and Technology). Inmiddels is het team al zo’n zes jaar met het project bezig. Wat is er in die tijd gebeurd en hoe staat de Superbus er nu voor?

Terug in de tijd

Het idee voor de Superbus ontstond al in 2004, maar sinds 2005 wordt actief aan het project gewerkt. Een overzicht:

In 2005 komt het plan op gang wanneer de overheid een startsubsidie van 300.000 euro verleent. Vervolgens wordt de Superbus in december van dat jaar als volwaardige onderzoeksvariant gezien in de Structuurvisie Zuiderzeelijn. Het plan voor een Zuiderzeelijn sneuvelt echter, omdat alle projectalternatieven “vanuit het oogpunt van nationale welvaart negatief scoren”. Hierbij wordt wel aangegeven dat van de onderzochte alternatieven “het alternatief Superbus de meest gunstige, of minst ongunstige, verhouding geeft tussen kosten en baten”. Ook het innovatieve karakter komt goed naar voren. Ockels: “Het is duidelijk dat de Superbus kan gelden als duurzaam alternatief van tal van openbaar vervoer oplossingen, wereldwijd.”

h4. De Zuiderzeelijn De Zuiderzeelijn moest een snelle verbinding worden tussen de Randstad en Noord-Nederland. Op deze kaart zie je de route die de Superbus zou rijden, waarbij hij dus een stad of dorp in gaat om mensen op te pikken.

Het Superbus-project gaat dan ook gewoon door en in juni 2006 besluit de overheid de TU Delft 7 miljoen euro subsidie te geven voor het bouwen van een experimenteel demonstratiemodel. Dat model moet vooral aantonen dat 250 km/uur op een zeer veilige manier bereikbaar is. De minister geeft aan zeer blij te zijn met Superbus als innovatie: “Superbus is een van de weinige echte innovaties die ik ken in het openbaar vervoer.” Niet veel later sluiten ook marktpartijen aan (waaronder Connexxion) en in 2007 wordt hard gewerkt om het demonstratiemodel af te krijgen voor de Olympische Spelen van 2008 in Beijing. Daar zal de Superbus voor het eerst al rijdend aan het publiek worden getoond.

Het loopt echter anders. In aanloop naar de Olympische Spelen komt de Chinese regering met steeds meer regels en de TU Delft besluit af te zien van de Olympische presentatie. Ockels spreekt tegen dat de Superbus nog niet klaar zou zijn: “Het is een regeringsprobleem,” zegt hij. Een demonstratie in eigen land gaat dat jaar ook niet door, ditmaal wegens problemen met de leveranciers.

Het Superbus-team besluit daarop de ontwikkeling van het voertuig te splitsen. De techniek voor besturing, hydraulica, pneumatiek en aandrijving wordt op een metalen platform gemonteerd (de ‘mule’) en het chassis, en daarmee de carrosserie, wordt apart verder ontwikkeld. Met de mule worden vast proefritten gehouden op de RDW testbaan nabij Lelystad, waarbij snelheden van meer dan 100 km/u worden bereikt.

Met een zogenaamde ‘mule’ worden op 8 december 2008 proefritten gehouden op een testbaan bij Lelystad.

In het najaar van 2010 is het dan zo ver. Op 18 september rijdt het nu complete prototype van de Superbus een aantal proefrondjes op de baan in Lelystad. Omdat het de eerste keer is, rijdt Ockels nu slechts 80 km/u in plaats van 250. Het team spreekt van een succes. In de daaropvolgende week wordt de wagen gepresenteerd op de Internationale Automobil Ausstellung in het Duitse Hannover. Vervolgens gaat het onderzoek weer verder om de Superbus te perfectioneren. Met de zakelijke partners wordt daarnaast gekeken naar de mogelijkheden voor een nieuw vervoersconcept, zodat de bus daadwerkelijk ingezet kan worden.

En nu?

Wellicht zal de Superbus haar eerst ‘echte’ ritjes gaan maken in de woestijn. Vorig weekend toog Ockels naar Dubai om het prototype tijdens een congres over openbaar vervoer aan de emir van het Arabische rijk te tonen. Sjeik Mohammed bin Rashid Al Maktoum had daar speciaal om gevraagd. “De Emiraten zouden een prachtige springplank zijn voor de Nederlandse markt. Procedures gaan er veel sneller. Als de superbus daar gaat rijden, is de weg naar de Nederlandse markt een stuk korter”, hoopt Ockels. Voorafgaand werd er in eigen land een demonstratie gegeven op het voormalige vliegveld in Valkenburg:

Het huidige prototype

Het prototype is even lang en even breed als een gewone bus: vijftien bij tweeënhalve meter. De wagen heeft een ruim en comfortabel interieur met zeer luxe stoelen. Met zestien vleugeldeuren kan er worden in- en uitgestapt zonder medepassagiers te storen. Het voertuig wordt aangedreven door een 530 pk sterke elektromotor; chassis en carrosserie zijn vervaardigd van koolstofvezel. De Nederlandse bandenproducent Vredestein ontwikkelde speciaal voor de Superbus een band die bestand is tegen zowel hoge snelheden als een hoog gewicht.

In de gedemonstreerde Superbus is plaats voor maximaal 23 passagiers en een bestuurder. De actieradius is vooralsnog beperkt tot maximaal 210 kilometer. “Maar met een korte pitstop zijn de lege accupakketten razendsnel om te wisselen voor volledig opgeladen accu’s,” zegt Ockels.

De emir van Dubai neemt plaats in de Superbus.

“Het is vooral de hoge snelheid die ons rendabel maakt”, aldus Joris Melkert. Hij doelt hiermee op de 250 km/u die de auto inmiddels kan rijden. “Door de hoge snelheid kunnen wij meer passagiers per kilometer per uur vervoeren.”

De BOVAG-krant meldt dat het Superbus-team momenteel werkt aan een voorstel voor het noorden van het land. Er zijn volgens de krant plannen om de Superbus te laten rijden tussen Drachten, Groningen en Hoogeveen. Ook de provincie Zeeland heeft interesse getoond. Commissaris van de Koningin Carla Peijs zegt dat de Superbus op termijn over de middenberm van de N61 in Zeeuws-Vlaanderen zou moeten rijden. Maar voorlopig staat de wagen in Dubai, waar men waarschijnlijk minder moeite heeft met het prijskaartje van één miljoen euro.

Superbus-lespakket

In de klas leren over Superbus? Dat kan! Met een speciaal lespakket voor 5 HAVO en 5 VWO bestuderen de leerlingen in teamverband verschillende aspecten van de Superbus en na het afronden van het lesmateriaal kunnen ze zelfs een aangepaste versie van de Superbus ontwerpen. Bij het lespakket is ook een antwoordmodel en docentenhandleiding geschreven. Deze zijn op aanvraag verkrijgbaar.

En ook leuk: er is een competitie uitgeschreven voor scholen die het lesmateriaal willen toepassen op hun school. Deelnemende scholen kunnen een verslag van hun aangepaste ontwerp opsturen naar het ontwerpteam van de Superbus. De school met het beste ontwerp wint een bezoek van de echte Superbus!

Zie ook:

Lees meer over autotechniek op Kennislink:

Oeps: Onbekende tag `feed’ met attributen {"url"=>"https://www.nemokennislink.nl/kernwoorden/autotechniek/index.atom?m=of", “max”=>"7", “detail”=>"minder"}

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 14 april 2011

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.