Je leest:

‘De steun voor multiculturalisme is stabiel’

‘De steun voor multiculturalisme is stabiel’

Crosscultureel psycholoog Fons van de Vijver

Auteur: | 1 juni 2010

Tilburgse onderzoekers nemen over de afgelopen tien jaar géén afnemende steun voor de multiculturele samenleving waar. Er is sprake van heel stabiele attitudes, aldus psycholoog Fons van de Vijver, die daarmee een contra-intuïtieve boodschap heeft.

Nederlanders zijn de afgelopen tien jaar nauwelijks veranderd in hun houding tegenover de multiculturele samenleving. In overgrote meerderheid hebben ze er geen problemen mee dat verschillende etnische groepen in ons land samenleven. Autochtonen vinden al die tijd wel dat allochtonen onvoldoende aangepast zijn. Maar tegelijk zijn ze ook sterk van mening dat je niet mag discrimineren. Zelfs ingrijpende gebeurtenissen als 9/11 en de moorden op Fortuyn en Van Gogh gaven niet meer dan een kleine en voorbijgaande rimpeling te zien in deze stabiele multiculturele steun.

Het is een moeilijk te geloven boodschap, maar toch is dat de uitkomst van onderzoek dat Tilburgse onderzoekers de afgelopen jaren een paar maal herhaalden onder grote en representatieve groepen Nederlanders. Fons van de Vijver, hoogleraar crossculturele psychologie aan de Universiteit van Tilburg, is minder verrast. ‘Volgens sommige perspectieven is dat misschien contra-intuïtief. Het contrast met het debat in de media is inderdaad groot. Maar uit de sociaal-psychologische literatuur weten we dat grondhoudingen moeilijk te veranderen zijn. Er zijn meer studies die erop wijzen dat ingrijpende gebeurtenissen de opvattingen van mensen wel heel even veranderen, maar dat die daarna weer op hun pootjes terechtkomen.’

Het meest uitgesproken positief zijn Nederlanders – allochtoon en autochtoon – als het gaat om gelijkberechtiging. Op de vraag of allochtonen dezelfde rechten moeten hebben als autochtonen, zeggen ze volmondig ja (1,63 als afwijking van het gemiddelde van 0, waarbij er vanaf 0,8 volgens de onderzoekers sprake is van een groot effect). Ze zijn daarnaast in hoge mate van mening dat immigranten en oude Nederlanders moeten samenwerken ‘om de problemen in Nederland op te lossen’. Ze reageren gemiddeld ‘neutraal’ op de vraag of er veel of weinig migranten in Nederland wonen en vertonen een licht negatieve reactie wanneer hun wordt gevraagd of ze een allochtoon als buurman willen hebben.

Antwoorden die duiden op de wens dat migranten zich aanpassen, gaan veelal over het behoud van taal en cultuur. Autochtone Nederlanders vinden kort gezegd dat allochtonen Nederlands moeten spreken – op het werk en het liefste ook thuis. Nederlands op straat spreken hoeft weer niet, dat vindt men niet cruciaal voor integratie, en men voelt zich er ook niet ongemakkelijk bij. Hoofddoekjes kunnen ook op weinig waardering rekenen. Verbluffend hoog is de score (2,07 als afwijking van het gemiddelde) van mensen die zeggen dat ze in een winkel liever niet worden bediend door een immigrant. Dat laatste is volgens Van de Vijver evenwel te verklaren uit het feit dat de geïnterviewden gemiddeld ook zeggen weinig contact met migranten te hebben. Bovendien wordt dit gegeven gecompenseerd door andere, meer positieve antwoorden.

Fons van de Vijver

Fons van de Vijver (1952) is hoogleraar crossculturele psychologie aan de Universiteit van Tilburg. Daarnaast is hij buitengewoon hoogleraar aan de North-West University in Zuid-Afrika. In de crossculturele psychologie wordt gezocht naar verbanden en verschillen tussen bepaalde culturen. Van de Vijver publiceerde honderden artikelen over onder meer multiculturalisme en cognitieve processen, en is een van de meest geciteerde crossculturele psychologen in Europa. Het onderzoek naar de Nederlandse attitudes onder bewoners is na te lezen in het International Social Science Journal.

Waarop denkt u nu dat mensen die stabiele houding tegenover multiculturaliteit baseren?

Van de Vijver: ‘Het zijn attitudes die diep gaan en al vroeg in het leven worden gevormd, en daarna niet veel meer veranderen. Het is net als wanneer mensen in God geloven, dat verander je ook niet op aan achternamiddag. De attitudes van mensen die tijdens de puberteit worden gevormd, veranderen zelden ingrijpend. Je ziet het ook bij de persoonlijkheid van mensen, die is ook vaak heel stabiel. Iemand die extravert is, zal niet snel introvert worden.’

‘Daar komt bij dat mensen de neiging hebben consistent te willen zijn, en dat niet alleen tegenstanders maar ook voorstanders van de multiculturele samenleving argumenten aan de discussie kunnen ontlenen om hun eigen gelijk te onderbouwen. Van brainwashing door het heftige publieke debat is volgens ons bepaald geen sprake.’

Hoe verklaart u dan de steun voor Wilders?

‘Er is ander onderzoek gedaan in Nijmegen en Utrecht naar hoe autochtone Nederlanders tegen andere etnische groepen aan kijken. Dan zie je dat de houding tegenover Antillianen en Surinamers de afgelopen tien jaar nauwelijks is veranderd. Men is echter wel veel kritischer geworden over Turken en Marokkanen. Dat beeld krijg je als je de vragen specifieker maakt, en meer naar de dagelijkse actualiteit vraagt. Als je bijvoorbeeld vraagt: “Vertrouwt u Marokkanen?” dan wordt dat ingekleurd door specifieke incidenten. Het zijn meer dagkoersen. Bij de vraag naar gelijke rechten, ons soort vragen dus, en minder specifiek, zie je veel minder verschuiving.’

‘Die stabiliteit zie je dus niet alleen voor de steun aan multiculturalisme, maar ook voor de opvatting dat migranten zich moeten aanpassen. Daar zijn Nederlanders al twintig jaar onveranderlijk in. Als bevolkingsgroepen assimileren, zijn er weinig problemen – dat zie je bij de Antillianen en Surinamers.’ ‘Je kunt het vergelijken met mode. Die verandert van jaar tot jaar. Maar dát men mode belangrijk vindt en in hoeverre men volgens de laatste mode gekleed gaat, verandert niet.’

Wat verandert de dieper liggende opvattingen van mensen wel?

‘Op de langere termijn zullen opvattingen worden bepaald door het feit dat Nederland duurzaam multicultureel is geworden. Op talloze plekken in de samenleving zijn er heel veel allochtonen bij gekomen. In mijn onderzoeksgroep aan de Universiteit van Tilburg ben ik nu zo ongeveer nog de enige autochtone Nederlander. Dat betekent op de lange termijn dat steeds meer mensen met andere groepen te maken krijgen. Daar moeten ze mee dealen.’

Geen moskeeën, hoofddoekjes af en assimilatiecontracten afsluiten – voor deze punten van de PVV is veel steun onder Nederlanders volgens uw onderzoek, want men wil graag dat migranten zich aanpassen. Is die interpretatie juist?

‘Ten dele, want ons onderzoek toont ook iets heel anders aan. Voor de discriminatie waar Wilders op aanstuurt, is namelijk heel weinig support. Er is een diep doorleefde steun dat iedereen gelijke rechten moet hebben. Hij kapitaliseert maar op één stukje van de Nederlandse opvattingen.’

Die steun voor gelijke rechten, het sterke Nederlandse verlangen naar egaliteit, is geen voedingsbodem voor positieve discriminatie.

‘Inderdaad, positieve discriminatie is aan Nederlanders niet besteed. Mensen die met hulp van positieve discriminatie worden aangenomen voor een baan, worden met scheve ogen aangekeken, ze worden ervan verdacht dat ze niet de competenties voor die baan hebben.’

Dus de politie zou geen allochtonen meer moeten werven?

‘Het probleem daar en bij andere organisaties is dat ze natuurlijk wel een afspiegeling van de samenleving moeten zijn, maar dat ze heel weinig flexibel zijn in het veranderen van de bedrijfscultuur. Om die cultuur te veranderen, moet je structuren creëren die de opname van allochtonen faciliteert. In Tilburg is er bij de politie gewerkt met een buddy-systeem, waarbij allochtoon-autochtone duo’s onderling en in vertrouwen problemen bespraken. Dat werkte heel goed.’

U ziet lokaal meer mogelijkheden om polarisatie tussen bevolkingsgroepen tegen te gaan dan met nationaal beleid.

‘Ja, de nationale wetgeving kan kaders stellen tegen discriminatie, maar als het aankomt op het oplossen van problemen dan is het opvallend dat er lokaal veel meer kan. Als je iets aan de samenstelling van de voetbalclub doet, is dat veel efficiënter. Je kunt ook een stage voor Ahmed bij een staalbedrijf regelen, dat is niet iets waar Den Haag over gaat. Voor zulke initiatieven is volgens ons onderzoek ook veel steun in de samenleving.’

U bent ook hoogleraar in Zuid-Afrika. Wat is het opvallende verschil met de multiculturele samenleving daar?

‘Er is daar in aantal geen dominante groep. De grootste groep vormen de Zoeloes, zij maken 22 procent van de bevolking uit, terwijl de grootste groep in Nederland, de autochtonen, zo’n 80 procent van de bevolking vormt. In Nederland is het debat over multiculturalisme dan ook in sterke mate een discussie over aanpassing aan de meerderheidsgroep. In Zuid-Afrika ligt dat genuanceerder. In het zakenleven overheerst de Engelse cultuur, maar in andere sectoren van de samenleving, zoals het onderwijs, is Engels enkel belangrijk als lingua franca en niet als dominante cultuur. Verder is voor veel Zuid-Afrikanen erg duidelijk dat segregatie, zoals ten tijde van Apartheid, geen optie is en dat multiculturalisme een vanzelfsprekende keuze is om groepen in harmonie te laten samenleven, ook al gaat de ontwikkeling van Zuid-Afrika als multiculturele samenleving niet snel en zie je nog regelmatig raciale spanningen opduiken.’

Zie ook:

Oeps: Onbekende tag `feed’ met attributen {"url"=>"https://www.nemokennislink.nl/kernwoorden/multiculturele-samenleving/integratie/discriminatie/index.atom?m=of", “max”=>"10", “detail”=>"minder"}

Dit artikel is een publicatie van TSS - Tijdschrift voor Sociale Vraagstukken.
© TSS - Tijdschrift voor Sociale Vraagstukken, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 01 juni 2010

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.