Je leest:

‘De stad als de bovenkant van de ondergrond’

‘De stad als de bovenkant van de ondergrond’

Interview met Jeroen Schokker en Ignace van Campenhout over de ondergrond van de stad

Marlies ter Voorde, NEMO Kennislink

De ondergrond van grote steden verdient meer aandacht, zeggen Jeroen Schokker van de Geologische Dienst Nederland van TNO en Ignace van Campenhout van de Gemeente Rotterdam.

Uitzichtrotterdam%28marlies%29 %282%29
Het kantoor van Van Campenhout bevindt zich op de 32ste verdieping van de toren De Rotterdam. De ramen rondom bieden een indrukwekkend overzicht over de stad. Van wat er onder zit is (vanzelfsprekend) niks te zien. Dit zorgt ervoor dat maar weinig mensen – dus ook maar weinig stadsontwikkelaars – zich bewust zijn van de ondergrond. Dat moet anders, vinden Schokker en Van Campenhout.
Marlies ter Voorde, NEMO Kennislink

De snelste manier om van Rotterdam Centraal bij de Kop van Zuid te komen, is door de grond. De metro gaat onder de Maas door en is in zes minuten op de plaats van bestemming. Vandaag is het tevens de meest toepasselijke manier: het doel van de reis is een interview over het belang van kennis van de ondergrond in stedelijk gebied. Jeroen Schokker, geoloog en onderzoeker bij de Geologische Dienst Nederland van TNO en Ignace van Campenhout, adviseur stadsontwikkeling bij de Gemeente Rotterdam, staan me te woord.

Een uitgebreidere versie van dit artikel verscheen eerder in Geo.brief, de nieuwsbrief van het KNGMG en NWO-ALW.

Waarom is er meer kennis nodig van de ondergrond? Als steden iets willen bouwen, zoeken ze toch wel uit met wat voor ondergrond ze te maken hebben?

Van Campenhout: “Waar het om gaat is dat de ondergrond een meer vanzelfsprekende factor wordt om rekening mee te houden. Neem het nieuwe stadion, dat De Kuip moet gaan vervangen. Waar gaan we dat neerzetten? Stedenbouwkundigen kijken al gauw naar de infrastructuur en naar mooie plekken – boven het maaiveld dus. Pas als op die gronden een besluit genomen is, gaat men kijken of de bodem wel geschikt is voor zo’n enorm gebouw. Dat kan je beter andersom doen, of op zijn minst gelijktijdig.”

“Momenteel gaat er regelmatig iets mis, omdat men te weinig kennis heeft van de ondergrond. Het Nederlands Architectuur Instituut zit sinds 1993 bijvoorbeeld in een markant gebouw aan de rand van het Museumpark. Prachtige plek, maar toen het er eenmaal stond kwam de vloer van de kelder omhoog zetten. Het kwam door grondwaterstroming onder het gebouw, waar de planners geen weet van hadden. Dat zijn dingen waar je van tevoren over na moet denken.”

“Bovendien wordt het ondergronds steeds drukker. Veel functies zijn naar beneden verplaatst, om het boven het maaiveld plezierig te houden. Denk aan parkeergarages, de metro, kabels en leidingen. De ondergrondse koude-warmteopslag neemt de laatste jaren fors toe, en er wordt gekeken naar de mogelijkheden voor ondergrondse waterberging. Het wordt dus steeds belangrijker om de ondergrond bewust mee te nemen in de planning van de stad. Dat gebeurt nog te weinig.”

2d v1
Voxels zijn pixels, maar dan in drie dimensies. Voor de visualisatie van de ondergrond van de stad worden fijnere voxels gebruikt dan erbuiten.
J. Schokker, TNO – Geologische Dienst Nederland

Wat doen jullie om de kennis van de ondergrond bij beleidsmakers te verbeteren?

Schokker: “Bij TNO hebben we goede modellen van de ondergrond van Nederland – een soort drie dimensionale kaarten die laten zien hoe ons land er onder het aardoppervlak uitziet, en waar welke sedimentpakketten zitten. Om hier als beleidsmaker in de bebouwde omgeving iets aan te hebben, moeten deze modellen verfijnd worden. We werken in de bovenste vijftig meter nu met voxels (dat is de driedimensionale variant van een pixel) van een halve meter dik, die elk een oppervlak van honderd bij honderd meter beslaan. Voor de bebouwde omgeving willen we die voxels kleiner maken. Dat kan, want omdat er regelmatig in de ondergrond gewerkt wordt is er juist in steden redelijk veel ondergrondinformatie beschikbaar.”

“Daarnaast willen we meer eigenschappen in kaart brengen. In de modellen van nu zie je de geologische context, en de gesteente- of grondsoort. Maar bouwkundigen willen weten hoe stevig de bodem is, en of ze er een tunnel in kunnen boren. We moeten dus meer vanuit de gebruiker gaan denken. En in bebouwd gebied hebben we een extra laag gedefinieerd: de antropogene laag, dus de laag die door de mens zelf geproduceerd of veranderd is.”

Rotterdam en TNO zijn onderdeel van het Europese kennisnetwerk COST (European Cooperation in Science and Technology) Sub-Urban, waarin kennisinstellingen en gemeenten uit dertig landen samenwerken aan onderwerpen als stadsplanning, grondwater, geothermische energie, cultureel erfgoed (archeologie), geotechniek en geochemie, met als doel de ruimte onder de steden beter te benutten.

Dsc02551 new
Schokker en Van Campenhout, bij de ingang van de ‘koopgoot’ in Rotterdam
Peter Dorsman

“Dat klinkt misschien logisch, maar het is allemaal nieuw, hè? Op veel geologische kaarten zijn steden letterlijk witte vlekken op de kaart, of ze worden zelfs helemaal niet weergegeven. Uiteindelijk willen we al deze kennis combineren met informatie over het huidige en geplande gebruik van de ondergrond, en dat bij elkaar brengen in een geïntegreerd driedimensionaal model.”

Van Campenhout: “Dat is de technische kant van de zaak. Minstens zo belangrijk is het bewustwordingsproces. We moeten voorkomen dat dit een leuk project is dat ons van de straat houdt en waarvan het rapport straks in een la verdwijnt. Ons doel is dat de beleidsmakers en bouwkundigen de stad gaan zien als de bovenkant van de ondergrond. Mensen moeten in de gaten krijgen dat het kosten kan besparen en nieuwe mogelijkheden biedt als je niet alleen boven het oppervlak kijkt, maar ook weet hoe de boel er bij ligt onder je stad.”

Tot op welke diepte kijken jullie?

Van Campenhout: “Momenteel tot ongeveer vijftig meter, maar dat is een wat geforceerde grens. In Nederland is de verantwoordelijkheid voor de ondergrond verdeeld over het rijk, de provincies, de gemeenten en de waterschappen. Het rijk heeft de diepe ondergrond onder zijn hoede – dan heb je het over vijfhonderd meter en dieper, waar het gas en de olie zit, waar je aardwarmte uit kan winnen en waar je CO2 zou kunnen opslaan. De provincie gaat over de laag daarboven, tot een diepte rond de vijftig meter. Daar zit het drinkwater, daar kan je aan warmte-koudeopslag doen. De gemeente en de waterschappen houden zich bezig met de bovenste laag. Dan gaat het over zaken als bodem, grondwater, funderingen, tunnels en kabels. Maar het is natuurlijk een wat kunstmatige verdeling. In de praktijk zijn die lagen met elkaar verbonden, vormen één driedimensionale structuur. Bovendien zit er overlap in de gebruiksmogelijkheden op verschillende dieptes.”

Figuur hooghart 13hb blokdiagram gebruik ondergrond %281%29
Hans Hooghart, TNO – Geologische Dienst Nederland

Wat heb je aan het Europese kennisnetwerk?

Van Campenhout: “In alle grote steden in Europa neemt de druk op de ondergrond toe. Veel problemen die we tegenkomen zijn vergelijkbaar, dus we kunnen veel van elkaar leren. Over technische zaken, maar ook over de manier waarop we het publiek en de beleidsmakers erbij willen betrekken. Wij denken bijvoorbeeld aan serious games, en een virtuele ondergrondse stadswandeling.”

Schokker: “Maar natuurlijk zijn er ook verschillen, bijvoorbeeld wat de samenstelling van de ondergrond betreft. Wij zitten in een delta, onze ondergrond bestaat uit veen en klei. Dat geldt voor veel andere steden niet.”

Lukt het al een beetje, om mensen enthousiast en bewust te krijgen?

Van Campenhout: “Soms wel, soms niet. Binnen de Gemeente Rotterdam zijn we met een klein team actief op dit gebied. Ik zie dit deel van mijn werk een beetje als guerrilla-activiteit. Bij sommige collega’s zie ik de belangstelling toenemen, stedenbouwers krijgen we incidenteel mee. De bewustwording sijpelt de organisatie in.”

Schokker: “Ja, het gaat langzaam maar zeker de goede kant op. Ik zag laatst een personeelsadvertentie van de Finse Geologische Dienst, die een urbaan geoloog in dienst wilde nemen. Een stadsgeoloog! Daar had ik nog nooit eerder een advertentie voor gezien. Dat zegt toch wel iets, lijkt me.”

Dit artikel is een publicatie van Geo.brief.
© Geo.brief, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 14 juli 2017

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

LEES EN DRAAG BIJ AAN DE DISCUSSIE