Je leest:

De schaduwkant van de VOC-mentaliteit

De schaduwkant van de VOC-mentaliteit

Auteur:

Het koninkrijk Arakan op het grensgebied van Bangladesh en Birma was de grootste slavenleverancier van de VOC. De behoefte aan arbeidskrachten voor de specerijenplantages op de Banda-eilanden transformeerde de slavenmarkt van een aanbodgestuurde naar een vraaggestuurde.

Machtige staat

Aan de hand van grotendeels Nederlands bronnenmateriaal onderzocht historicus Stephan van Galen de opkomst en ondergang van het Mrauk U koninkrijk in Arakan. Vanaf de vijftiende eeuw groeide het van een agrarisch koninkrijkje uit tot een machtige staat, die een gebied controleerde van de kuststroken van Dhaka (Bangladesh) tot Rangoon (Birma). De bloeiperiode was echter van korte duur. Aan het einde van de zeventiende eeuw stortte het rijk net zo snel in als het opgekomen was.

Kaart van Arakan omstreeks 1595 door Pieter van den Keere. Uit: Jan Huyghen van Linschoten, Itinerario, voyage ofte schipvaert, van Ian Huygen van Linschoten naer de Oost ofte Portugaels Indien, inhoudende een corte beschrijvinghe der selver landen ende zeecusten… (Amsterdam 1595-96)

Niemandsland

Lange tijd bleef Arakan onontgonnen terrein voor historici. ‘Dat heeft te maken met de ligging’, zegt Van Galen. ‘Het lag op de grens van de academische onderzoeksgebieden Zuidoost-Azië en Zuid-Azië. Wetenschappelijk niemandsland dus. Belangrijker nog is dat Arakan nooit is uitgegroeid tot een nationale staat, lange tijd het uitgangspunt van historisch onderzoek. In de jaren negentig van de vorige eeuw groeide echter de wetenschappelijke aandacht voor de Golf van Bengalen, en daarmee voor de rol van Arakan in de geschiedenis van de regio.’

Handelspost

De VOC had van 1608 tot 1682 een belangrijke handelspost in Arakan. Het bronnenmateriaal dat deze handelscontacten opleverden, is van onschatbare waarde voor de geschiedschrijving van het koninkrijk. Van Galen: ‘De niet eerder geraadpleegde dagboeken, journaals en intensieve briefwisselingen tussen Batavia, Nederland en Mrauk U zijn waardevol, omdat er bijna geen contemporaine Birmese bronnen voorhanden zijn. Aan de hand van VOC-archieven, en in mindere mate Perzische en Portugese bronnen, heb ik toch de geschiedenis van Arakan kunnen schrijven.’

De Letsekanpoort in Mrauk U, Birma

Explosieve groei

Van Galen was met name geïnteresseerd in de snelle opkomst en ondergang van het rijk. De snelle expansie die Arakan doormaakte, schrijft hij toe aan de relatie met het naburige Bengalen. ‘Vanaf de vijftiende eeuw groeide de Bengaalse economie explosief. De koningen van Arakan sloten allianties met Portugese vrijbuiters en handelaren en kregen op die manier een groot deel van de Bengaalse rijkdommen in handen. En wat blijkt nu? De zestiende- en zeventiende-eeuwse koningen van Mrauk U controleerden een veel groter gebied van Bengalen dan altijd werd aangenomen.’

Belastinginkomsten

Dat maakt Van Galen op uit bronnen die de belastingopbrengsten beschrijven. Grote delen van Bengalen, waarvan gedacht werd dat ze gecontroleerd werden door de Indiase Mogols, betaalden belasting aan het Arakanese hof. Deze belastinginkomsten waren aanzienlijk groter dan de inkomsten uit handel en droegen bij aan de bloei van Arakan. Met dit geld lieten Arakanese koningen talloze Boeddhistische tempels bouwen. De ruïnes van de stad Mrauk U, een haast onontdekte stad in de jungle van Birma, zijn het bewijs van de macht en rijkdom van het koninkrijk.

Arakanese vrouw die Boedha eerbiedigt in de centrale binnenkamer van de Dukhanthein tempel in Mrauk U.

Bloeiperiode

De bloeiperiode zou echter van korte duur zijn. Terwijl Arakan zich in de zestiende eeuw uitbreidde naar Oost-Bengalen, rukte het Indiase Mogol-keizerrijk op naar West-Bengalen. Op deze confrontatie volgde een oorlog die uiteindelijk negentig jaar zou duren. Daarbij delfden de Boeddhistische koningen van Arakan het onderspit. Met het verlies van Bengalen kwam ook een eind aan de bloeiperiode van het rijk, dat in de loop van de zeventiende eeuw verder instortte.

Slaven

‘De oorlog bracht wel een opmerkelijk nevenproduct voort’, zegt Van Galen. ’Grote aantallen krijgsgevangenen werden buitgemaakt die later verhandeld zouden worden als slaven. Belangrijkste afnemer van deze slaven was de VOC. Om controle te krijgen over de waardevolle specerijenplantages op de Banda-eilanden had gouverneur-generaal Jan-Pieterszoon Coen in 1621 naar schatting 15.000 mensen uitgemoord. Door deze massale slachting had Nederland weliswaar ’s werelds enige bron van nootmuskaat en foelie in handen, maar waren er geen arbeiders meer om op de plantages te werken. Slaven uit Arakan boden uitkomst.

Willekeurig

Van Galen stelt dat de aanvoer van slaven in Indië tot 1624 vrij willekeurig en ongestructureerd geschiedde. Dat veranderde toen Arakan vanaf 1623 met een structurele stroom de grootste slavenleverancier van de VOC werd. Samen met de koningen van Arakan kon de VOC zodoende uitgroeien tot de grootste slavenhandelaar van de zeventiende eeuw. Door de grote vraag van de VOC naar slaven, transformeerde het karakter van de Arakanese slavenmarkt bovendien van een aanbodgestuurde naar een vraaggestuurde.

Slavenmarkt in Pipli: Lusu Arakanese slavenhandelaren verkopen slaven aan de VOC. Uit: Wouter Schouten, Oost-Indische Voyagie.

Rijst

Het belang van Arakan voor de VOC bleek behalve uit de slavenhandel, ook uit de handel in rijst. ‘De rijst van de vruchtbare velden in Bengalen en Arakan was een belangrijke voedingsbron voor de hongerige bevolking in Batavia’, zegt Van Galen. ‘Deze zou Batavia zelfs van een hongersnood hebben gered. Duidelijk is dat beide rijken profiteerden van de intensieve handelscontacten. Het is niet ondenkbaar dat de Arakanese koningen dankzij de handel met de VOC de ondergang van hun rijk nog enigszins hebben kunnen uitstellen.’

Dit artikel is een publicatie van Universiteit Leiden.
© Universiteit Leiden, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 11 maart 2008

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

LEES EN DRAAG BIJ AAN DE DISCUSSIE