Je leest:

De politicus houdt niet meer van de politiek

De politicus houdt niet meer van de politiek

Auteur: | 25 mei 2010

Het is geen nieuws dat er een kloof gaapt tussen politiek en burger. Maar wel dat, in een poging die kloof te overbruggen, er een tweede kloof is ontstaan: die tussen de politiek en de politicus. Met de Tweede Kamerverkiezingen in aantocht vraagt cultuursocioloog Dick Houtman zich af: wie houdt er nog van de politiek?

Die klassieke kloof tussen burger en politiek. Hoe ziet die er eigenlijk uit? “Die komt tot uitdrukking in weinig vertrouwen in de politiek. Het onderscheid tussen regering en parlement maakt mensen helemaal niet uit. Het is voor hen één grote kluwen van politiek. Mensen voelen zich er veel minder mee verbonden dan in de jaren vijftig.”

Prof.dr. Dick Houtman (Utrecht, 1963) studeerde sociologie aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam en promoveerde daar in 1994 op het proefschrift ‘Werkloosheid en sociale rechtvaardigheid’. Hij verrichtte sindsdien voornamelijk onderzoek naar postchristelijke spiritualiteit en naar de opkomst van een nieuwe politieke cultuur, waarin sociaaleconomische kwesties steeds meer zijn overvleugeld door culturele. Momenteel doet hij met collega’s Liesbet van Zoonen en Peter Achterberg onderzoek naar personalisering en popularisering in de Nederlandse politiek, gefinancierd in het kader van het NWO-programma Omstreden Democratie.
Ronald van den Heerik

Een arbeider voelde zich toen wel verbonden met Drees? “Hij voelde zich verbonden met de sociaaldemocratische zuil; wist zich vertegenwoordigd. En dat gold voor de andere groepen ook. Bij de katholieken kwam meneer pastoor langs: ‘er zijn weer verkiezingen en netjes KVP stemmen allemaal, geen gesodemieter’. Met het wegvallen van de levensbeschouwelijke organisatie van de Nederlandse samenleving zijn de burgers enerzijds bevrijd van de verstikkende structuren van die zuilen, anderzijds groeit het ongemak en onbehagen en voelen burgers zich niet langer verbonden met wat in de politiek gebeurt.”

Wanneer is die kloof voor het eerst gedefinieerd? “Het speelt al langer, maar het is sinds de opkomst van Fortuyn op scherp gesteld. Steeds meer is de verhouding tussen burger en politiek zelf een thema geworden; daar gaat het populisme over. Velen denken dat het alleen maar gaat over hoe we omgaan met culturele verschillen, immigratie en islam. Maar het gaat ook over ‘het volk’ en dat de politiek een afspiegeling moet zijn van de wil van dat volk, maar tegelijkertijd is de politiek steeds meer losgezongen van dat volk.”

Wat of wie is ‘het volk’ eigenlijk? “Het is een mythische categorie. Het volk, dat zijn die gouwe jongens en meisjes die hard werken, hun verantwoordelijkheden kennen en verder niemand tot last zijn. Er leeft een notie dat het volk een ondeelbare eenheid is met een bepaalde wil en identiteit die tot uitdrukking moet worden gebracht in de politiek. ‘De samenleving’ is ook zo’n begrip geworden, net als ‘de gewone man’ en ‘de mensen in de oude wijken’. Er wordt een categorie gemaakt die niet bestaat en die kan alleen bestaan door ander groepen uit te sluiten.”

Wie horen daar niet bij? “Vreemde elementen van buiten; immigranten. De asocialen die zich niet aan de wet houden, te lui zijn om te werken, misbruik van voorzieningen maken en de politieke en bureaucratische elite die losgezongen is van de samenleving. De elite die niet geïnteresseerd is in de belangen van het volk, maar alleen in de eigen carrière.”

Is dat een terechte constatering over die elite? “Weet ik niet. Feit is dat politici ook andere verantwoordelijkheden hebben dan een soort doorgeefluik zijn van wat in de onderbuik van de samenleving opborrelt. Dat was ten tijde van de verzuiling zo en dat is nog steeds zo. Het kan niet zo zijn dat wat je roept, ook uitgevoerd wordt. Het is onontkoombaar dat je als politicus dingen doet, die in de samenleving niet begrepen worden.”

Dan krijg je een kloof “Ja, zeker als de mondige burger vindt dat het wel zo zou moeten werken. ‘Want we zijn toch een democratie!’.”

Dus die kloof is inherent aan ons systeem? “Het wordt versterkt als de politiek complexer wordt, groter en bureaucratischer en meer gejuridiseerd. Waardoor mensen het niet meer snappen. Het is een interessante paradox: de overheid wil rechtvaardig zijn, dat leidt tot het uitdijen van wetgeving waar steeds fijnere onderscheiding wordt gemaakt tussen burgers. Maar op een gegeven moment snappen mensen niet waarom de buurvrouw wel een uitkering krijgt en zij niet. Het streven is gelijke groepen gelijk behandelen, maar wat zijn gelijke groepen? Kleine vormen van onrecht ontstaan toch als je onderscheid maakt tussen deze groep en die groep. Dat leidt tot cynisme en gebrek aan vertrouwen. Politici zijn zich zeer bewust van die kloof. Ze gaan rare termen gebruiken: ‘we moeten dit communiceren naar de mensen in de samenleving’. Waarbij ze eigenlijk zeggen: je hebt de politiek en de samenleving. De politiek is dan geen onderdeel van de samenleving en ze bevestigt daarmee het beeld van burgers.”

Dus gaan politici proberen die kloof van cynisme te overbruggen door zich als hele gewone mensen voor te doen. “Politici gaan steeds positiever over de samenleving praten; ze gaan steeds meer benadrukken dat ‘het uiteindelijk gaat om de échte problemen van échte mensen’. De samenleving is op een voetstuk geplaatst. Dat lijkt dan verdacht veel op ‘het volk’ van de populisten. En politici praten steeds negatiever over de politiek zelf: ‘dit is alleen maar Haags gedoe, hier gaat het niet om’. Termen als ‘de Haagse kaasstolp’ worden steeds vaker gebezigd op de wijze waarop ontevreden burgers dat ook doen. Politici proberen daarom steeds meer – in ieder geval symbolisch – afstand te nemen van die Haagse kaasstolp. Door zichzelf nadrukkelijk naast, of liever achter, de burger te plaatsen. ‘We zijn heus geen vergadertijgers die kniediep in de dossiers zitten, maar gewone, hele leuke authentieke mensen met hobby’s, gezinnen en leuke favoriete recepten…’”

Voorbeelden graag. “De excessen zijn het grappigst, omdat ze onder vergrootglas laten zien waar over gaat. Denk aan de honderddaagse veldtocht bij de start van het huidige kabinet, waarin ze gingen praten met de mensen in de samenleving. Of bijvoorbeeld Job Cohen als gasthoofdredacteur van Margriet en al die Hyves-pagina’s van politici. Politiek is acteren geworden, waarin je maar van één rol afstand moet houden: die van politicus die onder de Haagse kaasstolp zit. Misschien dat Bas van der Vlies van de SGP bij zijn leest blijft; voor hem zijn de marsorders helder. Verder snijdt het redelijk door alle partijen heen. Denk aan de glossy Gerda van minister Gerda Verburg van Landbouw. Of bijvoorbeeld zo’n website www.150volksvertegenwoordigers.nl waar van de parlementsleden staat wat hun voorkeuren en hobby’s zijn. Dat is smullen. ‘Ik wil stemmen op iemand die ook aan korfbal doet! Hé, Lutz Jacobi van de PvdA houdt ook van korfbal!’ Ik heb inmiddels een behoorlijk dossier van foto’s van politici die doen alsof ze geen politici zijn. En zichzelf daarmee, in de ogen van velen, volstrekt belachelijk maken.”

Het is toch goed om te weten wat er op een boerderij leeft, als je minister van Landbouw bent en het is best leuk om te zien dat Balkenende van raceauto’s houdt? “Het gaat er om dat niet alleen burgers mopperen, maar dat ook politici het opportuun achten om zich nadrukkelijk te identificeren met de gewone Nederlandse burger om daarmee afstand te nemen van het Haagse gedoe. Zo is – in hun poging de kloof tussen burger en politiek te overbruggen – een nieuwe kloof ontstaan, namelijk die tussen politicus en politiek.”

Voelen mensen zich meer verwant met een politicus als hij weer herkenbaar is, zoals in de jaren vijftig? “Katholiek of sociaaldemocraat zijn, was toen de kern van iemands identiteit. Het definieerde hoe men zich op alle levensterreinen diende te gedragen. Bij dat soort fundamentele identiteiten werkte dat wel. Natuurlijk had je in de jaren ’70 ook verhalen over Den Uyl die kampeerde en Van Agt met zijn racefiets. Maar er zat toen nog een koppeling met de levensbeschouwing; het past bij een sociaaldemocraat om gewoon te kamperen en het niet breed te laten hangen. Nu is het veel grootschaliger en zie je pogingen van politici om heel gewone mensen te lijken, maar dat staat los van hun levensbeschouwing of kernidentiteit. Ik noem het niet goed of slecht, wel grappig.”

Wordt die eerste kloof hierdoor kleiner? “Geen idee. Dat zijn we aan het onderzoeken. Er zijn groepen die dit soort communicatiestrategieën van politici positief vinden en er zijn er die het belachelijk vinden. Zeker in een klimaat van wantrouwen hebben velen snel iets van ‘ja, daar heb je hem weer met zijn racewagen, ga eens aan het werk’. Je kunt niet vooraf weten hoe zoiets uitpakt. Het is maar de vraag welke kiezersgroep daar op welke manier op reageert.”

De politiek echter maakt zichzelf niet geloofwaardiger door afstand te nemen van zichzelf. “Je kunt je inderdaad afvragen of het een goede ontwikkeling is in een tijd waarin steeds meer burgers niet van de politiek houden, dat steeds meer politici ook de indruk wekken andere dingen belangrijker te vinden dan de politiek. Want wie houdt er dan nog van de politiek?”

Zie ook:

Oeps: Onbekende tag `feed’ met attributen {"url"=>"https://www.nemokennislink.nl/kernwoorden/verkiezingen/democratie/politiek/index.atom?m=of", “max”=>"10", “detail”=>"minder"}

Dit artikel is een publicatie van Erasmus Universiteit Rotterdam.
© Erasmus Universiteit Rotterdam, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 25 mei 2010

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.