Je leest:

De Perseïden komen er weer aan!

De Perseïden komen er weer aan!

Auteur: | 4 augustus 2004

Ieder jaar is hij er opnieuw rond twaalf en dertien augustus: de Perseïden-meteorenzwerm. De Perseïden zijn jaarlijks actief in augustus. Dan kruist de aarde de baan van de periodieke komeet Swift-Tuttle en botst op kleine brokstukjes die deze komeet tijdens zijn omlopen rond de zon heeft losgelaten.

De komeetbrokjes, meteoroïden genoemd, variëren in grootte van nietige stofjes die kleiner zijn dan zandkorrels, tot gruis met een diameter van enkele millimeters. Zolang zij verspreid langs de komeetbaan door de ruimte bewegen, gebeurt er niets. Er is immers niets dat hun beweging belemmert. Maar als zij op de aarde botsen en in onze atmosfeer terechtkomen, ondergaan zij wrijving en worden ze sterk verhit.

Een perseïde meteor, foto genomen in Vulkaneifel 12 augustus 1993. Foto: S. Kohle & B. Koch, Bonn University, © AlltheSky.com

De luchtweerstand van de aardse dampkring wordt al merkbaar op 200 kilometer hoogte. Tegen de tijd dat de meteoroïde tot op ongeveer 110 kilometer hoogte is gevallen, wordt hij door botsingen met luchtmoleculen zo heet dat hij begint te verdampen. Tenzij het gaat om een relatief groot rotsblokje van minstens een halve centimeter in doorsnede, zal de verdamping volledig zijn op ongeveer 80 kilometer hoogte. In de tussentijd doet zich een lichtverschijnsel voor dat meestal slechts een gedeelte van een seconde duurt. Hierdoor wordt de indruk gewekt van een snel verschietende lichtstreep langs de hemel. Deze lichtflits, ofwel meteoor, wordt in de volksmond ook wel een ‘vallende ster’ genoemd.

De Perseïden, die vanaf de grond gezien allemaal lijken weg te schieten vanuit een vluchtpunt in het sterrenbeeld Perseus, vormen slechts één van de jaarlijks terugkerende meteorenzwermen. In januari zijn bijvoorbeeld de Boötiden actief. In april zijn er de Lyriden, in oktober de Draconiden en Orioniden, in november de Leoniden en in december de Geminiden. De Perseïden zijn echter de rijkste zwerm. Tijdens het maximum, rond 13 augustus, kunnen gewoonlijk wel honderd meteoren per uur worden waargenomen.

Zo ziet de noordoostelijke sterrenhemel er op 12 augustus tegen het aanbreken van de dageraad. De PerseÏden schieten weg vanuit een vluchtpunt tussen de sterrenbeelden Perseus en Cassiopeia. Dit vluchtpunt, de zogenaamde ‘radiant’ van de meteorenzwerm, is met een rode stip aangegeven. bron: Kennislink

Als de Perseïden elk jaar te zien zijn, waarom dan zoveel ophef? De afgelopen jaren werd een verandering in het activiteitsprofiel van de Perseïen ontdekt. In 1989 combineerde de International Meteor Organization tienduizenden amateurwaarnemingen van de Perseïdenzwerm. Daaruit bleek dat het maximum rond 12 augustus niet bestond uit één, maar uit twee pieken. Die waren ongeveer even scherp begrensd en waren opgebouwd uit even veel en even heldere meteoren. In 1990 kon vanwege Volle Maan niet goed worden waargenomen. Maar in 1991 en 1992 deed de nieuwe piek zich opnieuw en telkens een paar uur eerder voor. Daarbij rees hij ook sterk boven de oude uit. in 1992 waren wel twee- tot driehonderd, vaak zeer heldere meteoren binnen een tijdsbestek van een uur te zien. Alles leek erop te wijzen dat de aarde zich dicht in de buurt van de komeet zelf bevond! En inderdaad: nog geen zes weken na het Perseïdenspektakel van 1992 vond de Japanner Tsuruhiko Kiuchi komeet Swift-Tuttle terug.

Hoe moet de nieuwe, scherpe piek van de Perseïden worden verklaard? Klaarblijkelijk is zij nog niet zo lang geleden gevormd en volgt de baan die de komeet momenteel door het zonnestelsel volgt. Kometen worden immers voortdurend in hun baanbeweging gestoord door de aantrekkingskrachten van de planeten. De oude piek, die veel minder scherp is begrensd, bestaat uit veel meer in de breedte verspreide deeltjes. Zij werd vermoedelijk al eeuwen geleden gevormd langs vroegere trajecten van de komeet. De omlooptijd van Swift-Tuttle, die in 1862 werd ontdekt, bedraagt ongeveer 130 jaar. Naar nu bekend is geworden, is deze komeet ook gezien in 68 v.Chr en in de jaren 188 en 1737. De eerstvolgende verschijningen doen zich voor in 2126 en 2261.

In 1863, het jaar na de verschijning van Swift-Tuttle in 1862, vertoonden de Perseïden zich als een echte ‘sterrenregen’. Per minuut kon wel een tiental heldere meteoren worden gezien. Van 1989 tot 1999 werd weliswaar een streke toename in het aantal meteoren te zien, maar een echte sterrenregen deed zich helaas niet voor. De laatste jaren zijn de Perseïden weer tot hun normale niveau gedaald. Maar daar lijkt nu verandering in te komen.

Dit artikel is een publicatie van Astronet.
© Astronet, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 04 augustus 2004

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.