De opkomst en ondergang van de stemcomputer

Nadat de stemcomputer in Nederland werd ingevoerd waren er grote controverses over de betrouwbaarheid ervan. Journalist Herbert Blankesteijn schreef er een uitstekend boek over. Daarin maakt hij duidelijk waarom het beter is dat we nu weer met potlood en papier stemmen.

door

Verkiezingen2

In 2004 werd deze stemcomputer, gemaakt door Nedap, nog ingezet. In Nederland werd ook de NewVote gebruikt. Gerard M, wikimedia commons, CC BY-SA 3.0

We schieten raketten met grote precisie de ruimte in, bouwen supersnelle computers en de hele wereld is via internet met elkaar verbonden. Bestaande technologie wordt nog steeds uitgebreid en vernieuwd. Maar bij de Tweede Kamerverkiezingen op 15 maart zijn computers taboe en moeten we met een potlood een vakje rood kleuren. Is dat niet vreemd?

Op het eerste gezicht misschien wel. Maar wie zich in de vele controverses van de afgelopen jaren rond de stemcomputers verdiept, komt al snel tot de conclusie dat het uitermate verstandig is dat ze in de ban zijn gedaan. Een belangrijk bezwaar is dat je bij een elektronische stem niet zeker weet dat deze goed is verwerkt. Controleer nadat je op een knopje hebt gedrukt maar eens of je op de juiste partij en persoon hebt gestemd. Dat lukt niet en dus is er geen transparantie.

Daarnaast lieten hackers en wetenschappers al veelvuldig zien dat stemcomputers te manipuleren zijn. Zodra je ze hebt gehackt, kun je de verkiezingen op grote schaal beïnvloeden. Nee, eenvoudig is dat niet. Maar alles is te hacken en de belangen zijn groot.

Pijnlijk

Uiteraard kun je ook een stembureau waar met papier wordt gestemd manipuleren, maar dat heeft een veel minder grote invloed. Dat is in een notendop waardoor de stemcomputer heeft afgedaan in Nederland. Voor een groot deel is dit gebeurd dankzij de inzet van de actiegroep Wij vertrouwen stemcomputers niet, die sinds 2006 bestaat.

Stembiljet 2006

Toch maar met potlood en papier stemmen dan? J.M. Luijt via Wikimedia Commons CC BY 2.5 NL

De vele bezwaren tegen stemcomputers vind je terug in ‘Vertrouw ons nou maar’ van journalist Herbert Blankesteijn. Hij schreef een toegankelijk en overzichtelijk boek waarin hij de vele schandalen van de afgelopen jaren benoemt en analyseert. Blankesteijn interviewde de hoofdrolspelers, waaronder de makers van de stemcomputers die soms met tegenzin meewerkten omdat het voor hen een pijnlijk onderwerp is. Het levert een uitstekend en compleet boek op.

Het is tamelijk bizar wat er de afgelopen jaren misging. Zo bleken stemcomputers nooit getest op fraudegevoeligheid, terwijl ze al wel ingezet waren tijdens de verkiezingen. De overheid wist bovendien niet hoe het allemaal werkte, gaf bevoegdheden weg en liet ook nog eens de mogelijkheid van een hertelling vervallen, zo laat Blankesteijn zien.

Zombie

De overheid had alle vertrouwen in de techniek gesteld, maar had tegelijkertijd geen flauw benul van hoe alles werkte. Het waren de mensen die wel verstand hadden van de techniek, waaronder wetenschappers en IT-specialisten, die voortdurend op terechte gevaren wezen. Maar zij werden flink tegengewerkt en door veel politici niet serieus genomen.

Standardvotingmachine

Deze stemmachine bedacht Alfred Gillespie eind negentiende eeuw in de Verenigde Staten. Publiek domein

Ondanks dat de stemcomputer inmiddels in de ban is gedaan in Nederlad is de roep om de inzet van digitale hulpmiddelen nog niet verstomd. “Stemcomputer, de zombie die maar niet dood wil”, zo omschreef Arjen Kamphuis de controverses rond de stemcomputers treffend in Webwereld. Meerdere commissies met voor- en tegenstanders bogen zich al over de vraag of we niet tóch stemcomputers kunnen inzetten bij de verkiezingen. Of bijvoorbeeld een stemmenprinter en -teller, zodat de uitslag sneller en eenvoudiger kan worden vastgesteld. Een groot nadeel van stemmen op papier is namelijk dat het zo lang duurt voor de uitslag bekend is. Maar weegt dit nadeel op tegen de kans dat verkiezingen op grote schaal gemanipuleerd worden?

De discussie is overigens niet helemaal nieuw. Blankesteijn beschrijft dat in de negentiende eeuw al stemmachines werden ontwikkeld. Onder meer een apparaat waarbij je met koperen balletjes moest stemmen, maar waarbij een hertelling niet mogelijk was waardoor de machine geen succes had. De auteur kijkt ook naar nieuwe manieren om te kiezen, bijvoorbeeld via internet. Estland maakt daar al gebruik van. Maar ook dat is te hacken, zo liet de Amerikaanse hoogleraar Alex Halderman (Universiteit van Michigan) zien. Daarnaast bespreekt Blankesteijn de situatie in het buitenland, waar digitale hulpmiddelen een rol spelen. Onder meer België, de Verenigde Staten en India komen aan bod.

Bij iedere vorm van digitaal stemmen is wel kritiek. Is het muggenzifterij? Nee, meent Blankesteijn. Het gaat immers wel om belangrijke verkiezingen. “De belangen zijn te groot, de invloed die door een gat in de beveiliging verkregen kan worden is dat ook, en als de deur openstaat, is het niet de vraag óf er een inbreker naar binnen loopt maar wanneer.”

Herbert Blankesteijn, ‘Vertrouw ons nou maar’, Boom (Amsterdam 2016), 232 p., 19,90 euro.