Je leest:

De ondergang van de koraalriffen

De ondergang van de koraalriffen

Auteur: | 30 juli 2001

De koraalriffen staan op uitsterven. Steven Weinberg, bioloog en duiker, slaakt een noodkreet. Is de mens debet aan deze natuurramp?

In 1975 bezocht ik voor het eerst een tropisch koraalrif. Dat was in Curaçao. Met masker en snorkel sprong ik het water in en verkende het rif. Overal wiegden reuzengorgonen in het kristalheldere water, veelkleurige visjes schoten her en der weg, zwarte zee-egels zaten in trossen op de rotsen en de elandsgeweikoralen vormden een indrukwekkend struweel. Twintig jaar later kom ik terug op Curaçao met mijn zoon van twaalf. Ik wil hem de wonderlijke koraaltuin tonen. Het water is melkachtig, de gorgonen zien er verkommerd uit, er is geen Diadema meer te bekennen en daar waar ooit de Acropora’s stonden, ligt nu alleen nog maar stoffig puin…

Curaçao is niet alleen. Duikers komen terug van Bali, de Malediven en de Seychellen met verhalen over troosteloze, afgestorven koraalriffen. De afgelopen twintig jaar zijn er vijftien miljoen hectare rif voor de kusten van drieënnegentig landen verdwenen. Wat is er gebeurd?

Koraalriffen (rood) komen voor in heldere kustwateren. De temperatuur mag nooit onder de 20ûC komen. De conditie van het koraal verslechtert in rap tempo. Deze kaart toont overigens in groen de plaats van mangrovebossen. Duikers rapporteren via internet over de toestand van de koraalriffen. Op sommige plekken is slechts tien procent van het koraal in leven. Andere koraalriffen blaken nog van gezondheid.

Een jonge snorkelaar bewondert een hersenkoraal. Hoe lang nog?

Noodkreten

Koraalriffen herbergen meer dan een kwart van alle mariene soorten maar vormen tegelijkertijd het meest kwetsbare en meest bedreigde ecosysteem op Aarde. De doornkroonzeester (Acanthaster planci) is een van de vijanden die voor de ondergang van koraal zorgt. In 1969 hoorde ik dat een soort epidemie de riffen voor de kust van Australië teisterde: een horde zeesterren kroop over de riffen en vrat alle koralen op. Sinds de epidemie in 1960 op het Groot Barrièrerif was uitgebarsten, hadden de stekelhuidigen vijfhonderd kilometer Australisch rif vernield en waren ze inmiddels vierduizend kilometer naar het noordwesten en negenduizend kilometer naar het oosten gevorderd. De riffen van Maleisië en Borneo tot Tahiti en de Tuamotu-archipel werden bedreigd. De rapporten die ik las, leken rechtstreeks uit een geallieerd oorlogsverslag uit 1944 te komen: Guam was gevallen, gevolgd door Palau, Truk…

Vóór de bevolkingsexplosie was deze zeester een bescheiden rifbewoner. Overdag hielden de dieren zich schuil in spleten en holen en alleen ’s nachts vraten ze wat van het koraal. Plots trok het vraatzuchtige leger dag en nacht over de riffen, dood en verderf zaaiend. Eenmaal dood raken koraalskeletten met wieren en sponzen bedekt, waarna erosie het rif snel sloopt. Over een afstand van duizenden kilometers dreigden nu de broedkamers van visjes te verdwijnen en daarmee de voedselbron voor de meeste Polynesiërs – om maar te zwijgen van de beschermende rol die een rif voor een Zuidzee-eiland speelt.

Hoe kon die doornkroonzeester zo’n ramp veroorzaken? Allerlei theorieën deden de ronde. Voor sommigen was het niets anders dan een periodiek optredend verschijnsel dat tot dusver door gebrek aan duikers onopgemerkt was gebleven. Volgens een andere theorie was de plaatselijke vernieling van de koraalriffen door de mens de hoofdoorzaak. Koraalpoliepen eten immers de larven van de doornkroonzeester en houden zo het natuurlijk evenwicht in stand. Wanneer plaatselijk het koraal wordt vernield, slaat de balans door in het voordeel van de zeester; het begin van een vicieuze cirkel.

Cyaankali

De doorkroonzeester is niet de enige schuldige aan het verloren gaan van de koraalriffen. Oceanen zijn overbevist en de wereldbevolking is steeds talrijker en hongeriger. De riffen aan de westkust van Sulawesi veranderen in snel tempo in een serie kraters vanwege het vissen met dynamiet. In de Filippijnen, in Sri Lanka en in Vietnam gaan arme, magere jongetjes te water met zelfgemaakte duikbrilletjes. Met knijpflessen spuiten ze cyaankali over de koralen. Dat verdooft de kleine rifvisjes, die verzameld worden en in bakken vers zeewater bijkomen… áls ze bijkomen! Aquariumliefhebbers uit de rijke landen willen graag in hun huiskamer bij hun ‘tropische bak’ wegdromen. De arme sloebers uit de Derde Wereld willen eten. Cyaankali doodt echter alles wat op het rif leeft. Alleen al op de Filippijnen wordt er jaarlijks tweehonderd ton van gebruikt. Van de plaatselijke riffen, ooit de soortenrijkste ter wereld, is nog slechts tien procent intact… Om bij alle verdoofde visjes te komen, gaan de jonge vissertjes het koraal met koevoeten te lijf. Schelpenverzamelaars doen hetzelfde. Ze kiepen koraalkolonies om en laten deze zieltogend achter. Ze verwoesten in enkele minuten eeuwenoude stukken rif.

Er zijn nog meer bedreigende factoren. Door sedimentatie (veroorzaakt door bouwwerkzaamheden of ontbossing) spoelen grote hoeveelheden modder de zee in. Troebel water houdt het levenbrengende licht tegen en kan de koralen rechtstreeks verstikken. Vervuiling (riolen, landbouwgiffen, industrieel afval en aardolie) bedreigt de riffen wereldwijd. Tankers die aan de grond lopen en ontploffende booreilanden zijn voorpaginanieuws. De optelsom van talloze kleine vervuilinkjes is echter veel en veel erger: de riffen zijn hierdoor permanent aan stress blootgesteld.

Hoe het ook zij, door de zeester-epidemie is wel aangetoond hoe kwetsbaar riffen zijn. Tropische koraalriffen vormen een van de meest indrukwekkende levensgemeenschappen op Aarde. Ze bestaan voornamelijk uit steenkoralen, kalkroodwieren, brandkoralen, sommige mollusken en kokerwormen. Een grote verscheidenheid aan organismen (onder andere sponzen, zachte koralen en zakpijpen) komt zich hierop vestigen en weer andere zoeken er toevlucht en voedsel (weekdieren, wormen, stekelhuidigen, kreeftachtigen en vissen). Koraalriffen treft men aan in heldere kustwateren waar de watertemperatuur nooit onder de 20°C komt, grofweg een gebied van zeshonderdduizend vierkante kilometer, gelegen tussen de keerkringen.

Geheimzinnig

Een hertshoornkoraal (Acropora cervicornis) met een begin van coral bleaching.

Alsof de zeester-epidemie niet genoeg is, teisteren allerlei merkwaardige kwaaltjes de riffen van Polynesië tot de Antillen, via Indonesië, de Malediven en de Seychellen. Het meest waargenomen verschijnsel is het bleken van het koraal, coral bleaching, dat waarschijnlijk samenhangt met abnormaal hoge watertemperaturen. De koraaltjes stoten dan de eencellige wiertjes uit die in hun weefsels leven. Deze wiertjes verschaffen aan de koralen niet alleen hun kleur, maar ook voedsel en zuurstof. Indien deze eencelligen niet na korte tijd terugkeren, is het koraal gedoemd te sterven. Fatalisten zeggen dat El Niño de warmtepieken veroorzaakt. Het is natuurlijk makkelijker een zeestroom voor de kust van Peru de schuld te geven dan onze eigen uitlaatgassen en spuitbussen.

Men heeft berekend dat als de opwarming van de Aarde (0,5°C per tien jaar) en de afname van de ozonlaag (4 à 5% per tien jaar) in het huidige tempo voortschrijden, er tegen het jaar 2050 geen koraalriffen meer zullen zijn. Terug naar Curaçao. In 1983 tastte een geheimzinnig virus de zee-egelsoort Diadema aan. Van de Bahama’s tot Venezuela verdwenen ze plotsklaps. Vroeger zaten er zoveel op het ondiepe rif dat je op luchtfoto’s de zwarte gordel die de Antillen-eilanden omzoomde gemakkelijk kon herkennen. Op sommige plekken was te water gaan een hachelijke zaak. Tegenwoordig zijn ze zeldzaam geworden. Aangezien Diadema een planteneter is, kunnen nu de wieren zich naar hartelust ontwikkelen en verstik-ken ze de koralen. Een waar domino-effect.

Is de zee-egel wel de grootste boosdoener? Of is het de schuld van de virussen, bacteriën en schimmels die de koralen rechtstreeks aantasten? De veroorzaakte ziekten dragen namen die zo uit de judo-wereld lijken af te stammen: ‘witte-bandziekte’, ‘gele-bandziekte’, ‘rode-bandziekte’, ‘zwarte-bandziekte’ of de ‘donkere-stippenziekte’, de ‘witte pest’ en de meest gevreesde van allemaal, de ‘snelle vernieler’, die in twee weken tijd een eeuwenoude koraalkolonie verpulvert alsof er een bak zoutzuur over is uitgestort.

Sahel

Niemand kan zeggen waar die ziekten plotsklaps vandaan komen. Vervuiling, oké. Maar waarom slaan ze dan soms toe rond afgelegen eilanden zonder bevolking of industrie? Een Amerikaanse onderzoeker, Gene Shinn, heeft opgemerkt dat in het Caribisch gebied elke epidemie volgde op hevige zandstormen in de Sahel, die rood, ijzerhoudend (en ziekteverwekkers meevoerend?) stof de Atlantische Oceaan over kunnen blazen. Sceptici zeggen dat er altijd al zulke zandstormen zijn geweest, maar iedereen weet dat de woestijnen in Afrika met de dag verder oprukken. Zoals gezegd, door alle kleine vervuilingen en verstoringen is het koraal dermate gestressed dat het gevoeliger is voor ziekten. Wie durft er nog te beweren dat het grote koraalsterven onze eigen schuld niet is?

Koralen: de basis

De verspreiding van de koralen is niet alleen horizontaal bepaald, door de watertemperatuur, maar ook verticaal, door de hoeveelheid ingestraald licht. Dit kan men verklaren door de symbiose tussen de koraalpoliepen en eencellige algjes, de zoöxanthellen. Deze microscopisch kleine wiertjes bezorgen de van zichzelf kleurloze poliepen meestal een bruine of groene kleur. De zoöxanthellen vormen de voornaamste voedselbron voor de dierlijke partner, die als het ware zijn moestuin binnenin zijn lijf heeft liggen. Naast voedselleverancier zijn de wiertjes tevens zuurstofbron en helpen ze bij de afzetting van kalk, waaruit het koraalskelet bestaat. De wiertjes gebruiken de afvalstoffen die het levende koraal produceert als meststoffen. Aangezien de algjes zonlicht nodig hebben voor de fotosynthese, groeien koraalriffen in helder water doorgaans niet dieper dan ongeveer honderd meter, terwijl ze in de troebele kustwateren van lagunes of bij riviermondingen al na enkele meters kunnen verdwijnen.

Koralen bestaan in een grote vormenrijkdom: bolvormige, vertakte, afgeplatte. De afmetingen lopen uiteen van enkele centimeters tot vele meters. Elk koraal bestaat uit een hard, levenloos gedeelte, het kalkskelet, dat wordt uitgescheiden door een dunne levende laag. Deze bestaat op haar beurt weer uit een groot aantal bloemachtige individuën, de poliepen, waarvan de ‘bloemblaadjes’ in werkelijkheid vangarmen zijn. Deze tentakels zijn bezet met netelcellen, die kleine prooien uit het plankton verlammen.

Koraalpoliepen planten zich ongeslachtelijk voort. Op de ‘moederpoliep’ ontstaat door knopvorming een nieuwe poliep, die niet los laat, hetgeen leidt tot een soort Siamese tweeling. Dit proces herhaalt zich vele malen, waardoor een kolonie met honderden of duizenden onderling verbonden individuen ontstaat.

De orgie van één nacht

Naast de aseksuele voortplanting bestaat er ook nog een geslachtelijke voortplanting. De meeste koralen van het Groot Barrièrerif van Australië zijn tweeslachtig. Gedurende maanden rijpen de zaadcellen en de eicellen in de poliepenkolonies. Op een bepaalde dag in november, precies één week na de laatste voorjaarsvollemaan van het zuidelijk halfrond en circa één uur na zonsondergang, stoten de eerste kolonies hun geslachtscellen in het water uit. De andere volgen spoedig en de synchronisatie is dermate perfect dat over meer dan tweeduizend kilometer de hele zee in een dikke soep van sperma en roze eitjes verandert. Walvishaaien, manta’s en andere hongerige vissen eten het merendeel van de eieren en de hieruit ontstane larven op, maar er blijven er nog voldoende over om de riffen in stand te houden.

Na een korte fase, waarin de larven deel uitmaken van het plankton, zakken deze naar de bodem, waar ze zich vasthechten. Door de reeds genoemde aseksuele voortplanting zal de kolonie nu groeien en zijn kalkskelet afzetten. De snelheid van dit proces hangt af van vele factoren, zoals de soort, maar ook temperatuur en lichtintensiteit. Een grote soort, zoals het Caribische elandsgeweikoraal (Acropora palmata), kan per jaar tot honderd kilogram kalk per vierkante meter afzetten. Met dergelijke groeisnelheden neemt de betrouwbaarheid van de zeekaarten in sommige streken snel af! Het geschatte volume kalk dat de koraalpoliepjes hebben uitgescheiden op het Groot Barrièrerif bedraagt circa twintigduizend kubieke kilometer.

Dit artikel is een publicatie van Natuurwetenschap & Techniek.
© Natuurwetenschap & Techniek, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 30 juli 2001

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.