Je leest:

De natuur als kapitaal: Levend en dood kapitaal

De natuur als kapitaal: Levend en dood kapitaal

Auteur: | 3 november 2018
iStockphoto

Vrijwel alle planeten, sterren en andere ruimtebrokken die we kennen of nieuw ontdekken zijn compleet ongeschikt om op te leven. De wet van de grote getallen laat zien dat er ongetwijfeld op meerdere plaatsen in het heelal leven kan zijn ontstaan, maar de zoektocht daarnaar heeft nog niets concreets opgeleverd. Dat op aarde leven is ontstaan is dus waarschijnlijk niet uniek, maar wel speciaal. Dat wij, mensen konden ontstaat is helemaal te danken aan de rest van de natuur.

De mens is, geologisch gezien, pas recent geëvolueerd, maar heeft zich snel verspreid over vrijwel alle gebieden op aarde. We bepalen inmiddels grotendeels het aanzien en deels het klimaat van de planeet. Toch is ons voortbestaan op aarde nog steeds volledig afhankelijk van andere organismen die de randvoorwaarden creëren voor ons bestaan.

Planten nemen kooldioxide op en geven zuurstof af, ze zetten zonlicht om in biomassa. Schimmels breken biomassa af tot nieuwe grondstoffen. Insecten eten planten of andere insecten op en bestuiven bloemen waardoor onze planeet groen blijft, maar niet overwoekerd wordt door planten. Andere dieren eten planten, insecten of elkaar en alles tezamen vormt een complex web van interacties dat we biodiversiteit of natuur noemen. Terwijl we de gewoonte hebben om alle problemen met technologie op te lossen en ons zo onafhankelijker te maken van onze omgeving, is het goed ons te realiseren dat de hightech waar we tot in de verre toekomst van afhankelijk zullen blijven de natuur is.

Het belang van de natuur zit hem niet alleen in het besef dat andere organismen recht van bestaan en bescherming hebben, maar ook in ons eigen belang bij natuur. Om dit duidelijk te maken wordt tegenwoordig vaak de term natuurlijk kapitaal gebruikt. Natuurlijk kapitaal zou je kunnen definiëren als: ‘De voorraad van alle hernieuwbare en niet-hernieuwbare natuurlijke hulpbronnen (zoals lucht, mineralen, planten en dieren) die samen in een toevoer van diensten voorzien die de welvaart en het welzijn van mensen ondersteunt.’

De Veluwe is een van de weinige natuurgebieden in Nederland die wild leveren aan consumenten.
Vidiphoto / ANP Photo, Den Haag

Natuurlijk kapitaal bestaat uit twee componenten. De eerste component is het abiotisch natuurlijk kapitaal dat bestaat uit de voorraden grondstoffen die niet-hernieuwbaar en eindig zijn (bijvoorbeeld fossiele brandstoffen, mineralen en metalen) en energiestromen die hernieuwbaar en (vrijwel) onuitputtelijk zijn (bijvoorbeeld wind en zonne-energie).

De tweede component van natuurlijk kapitaal is het biotisch natuurlijk kapitaal, ofwel de levende natuur. Dit bestaat uit de soorten, interacties en ecosystemen die een breed spectrum aan waardevolle diensten leveren die essentieel zijn voor menselijk welzijn. Denk hierbij aan schoon water, vruchtbare bodem en voedsel, maar ook gewasbestuiving en landschappelijke schoonheid. Dit kapitaal is in principe hernieuwbaar, maar kan ook uitgeput worden.

De economische waarde van natuur wordt in toenemende mate berekend en meegewogen.

Neem nu de Veluwe. Deze streek is zeer geliefd bij toeristen, de bossen leveren hout op, maar ook wild om te eten. Bovendien filtert de zandgrond oppervlaktewater, dat na filtratie het lekkerste drinkwater van Nederland oplevert. Dit alles bovenop de eigenlijke functie van de grote natuurgebieden: bescherming van kwetsbare soorten en habitats. 

Is het niet erg om natuur als kapitaal te zien? Niet als je het ziet als een aanvulling op de intrinsieke waarde van natuur die deels vervat is in de (inter)nationale regelgeving en doelstellingen voor natuur. Het voordeel is dat de term natuurlijk kapitaal een ingang geeft tot gesprek buiten de natuurbescherming. In de economie is reeds sprake van drie typen kapitaal: (1) Het economisch kapitaal (geld, gebouwen en machines) is het vermogen van een bedrijf dat het mogelijk maakt producten te maken of diensten te leveren. (2) Het sociaal kapitaal (governance, regelgeving, maar ook werknemers met hun vaardigheden) levert de maatschappelijke randvoorwaarden voor economische activiteit. (3) Het natuurlijk kapitaal levert de grondstoffen en natuurlijke processen die nodig zijn voor de productie. Alleen als het natuurlijk kapitaal de hulpbronnen levert en het sociaal kapitaal de randvoorwaarden en vaardige medewerkers kan er geld verdiend worden met behulp van de inzet van economisch kapitaal.

Ecosysteemdiensten en hun waarde

Alle diensten die de natuur ons levert vatten we tegenwoordig samen onder de term ecosysteemdiensten. Deze diensten zijn op verschillende manieren te categoriseren, maar kan je bijvoorbeeld samenvatten als productiediensten, ondersteunende diensten, regulerende diensten en culturele diensten.

Productiediensten zijn diensten die direct producten opleveren. Denk hierbij aan voedsel, hout en vezels, zoet water, biochemische stoffen geproduceerd door organismen, genetische materialen en brandstof. Bij ondersteunende diensten kan je denken aan kringlopen van nutriënten, de productie van vruchtbare bodems door micro-organismen, de primaire productie als resultaat van bijvoorbeeld fotosynthese en de ecosystemen en habitats op aarde.

Kortom diensten die indirect van groot belang zijn voor de mens. De derde categorie zijn de regulerende diensten. Hieronder vallen de grote kringlopen op aarde zoals de klimaatregulatie, watercirculatie, maar ook waterzuivering. Daarnaast zijn er kleinschalige regulerende diensten zoals bestuiving en plaagregulatie. Tenslotte zijn er de culturele diensten, waaronder recreatie en toerisme, inspiratie en schoonheid, spiritualiteit en zingeving en ook culturele identiteit gerekend worden. Dus eigenlijk de natuur als hulpbron, als facilitator, als regelaar en als inspirator.

Men heeft de laatste decennia geprobeerd om de bijdrage van deze diensten aan onze maatschappij in kaart te brengen en om de waarden die ermee samenhangen ook mee te laten spelen in de economie. Robert Costanza en zijn team waren de eersten die elk van de diensten op wereldschaal op waarde probeerden te schatten. Op basis van alle kennis die in 1997 beschikbaar was kwam hij uit op een schatting van ongeveer 33 biljoen dollar per jaar wereldwijd.

De ruwe schatting van de economische waarde van ecosysteemdiensten door Costanza uit 1997.
Jos van den Broek, Leiden

Een nieuwe schatting in 2014 leverde een bedrag op van 145 biljoen dollar per jaar. We weten inmiddels veel meer over de processen die leiden tot de ecosysteemdiensten, vandaar de betere schattingen en ook hogere bedragen. Deze bedragen zijn overigens veel groter dan alle bruto nationale producten ter wereld bij elkaar. De natuur draagt dus meer bij aan onze economie, dan onze eigen economische activiteiten.

Enkele ecosysteemdiensten met de grootste bijdragen op aarde zijn voorziening en zuivering van zoet water, regulatie van klimaat en gassen (zuurstof, koolstofdioxide en stikstof), maar ook het leveren van voedsel, genetische bronnen en geschikte habitats. We kunnen ook bepalen wat de waarde van een hectare habitat is. Gemiddeld over de gehele planeet (dus inclusief de oceanen, polen etc.) is dit iets meer dan 4.000 dollar. Als we de waarde van habitats met elkaar vergelijken, zien we dat koraalriffen veruit de hoogste waarde hebben van alle biomen op aarde, namelijk meer dan 350 duizend dollar per hectare per jaar. Ze hebben hun hoge waarde te danken aan hun rol in kustbescherming en het tegengaan van erosie en daarnaast nog vanwege hun grote recreatieve waarde.

Hierna volgen mangroven en getijdegebieden met een waarde van meer dan 140 duizend dollar. Deze systemen leveren een enorm grote bijdrage aan kustbescherming, zuivering van afvalwater en het tegengaan van erosie. Een hectare koraalrif of mangrovebos is voor de mens overigens veel meer waard dan een hectare landbouwgrond (5.500 dollar per hectare per jaar), die naast voedsel niet veel extra diensten levert.

Waarde toekennen aan natuur is één ding, maar wordt deze waarde ook meegenomen in economische afwegingen? Nog lang niet altijd, maar wel in toenemende mate. Een voorbeeld daarvan is de drinkwatervoorziening van New York City. Deze metropool is volledig gemaakt door mensen, maar is voor haar drinkwater afhankelijk van groene infrastructuur en het natuurlijk kapitaal in de wijde omgeving, onder andere in de heuvels van de Catskills. Het beboste gebied van meer dan duizend vierkante kilometer is doorspekt met landbouwgrond en levert schoon drinkwater voor de meer dan negen miljoen inwoners van New York City tientallen kilometers verderop.

Dat gaat niet vanzelf en de stad heeft meer dan 1 miljard dollar geïnvesteerd in waterbeschermingsmaatregelen in zowel landbouw als bosbouw. De meerderheid van de 2000 landeigenaren doet hier aan mee en New York City heeft nog steeds natuurlijk gefilterd drinkwater. De reden dat de 1 miljard dollar hierin geïnvesteerd werd was puur economisch. Het bouwen van een waterzuiverings-installatie zou 6-8 miljard dollar gekost hebben met jaarlijks 500 miljoen onderhoudskosten. Het zou de drinkwaterrekening van New Yorkers bovendien verdubbeld hebben. De inzet van het natuurlijk kapitaal kostte ‘slechts’ 1 miljard dollar en leverde een kleine stijging in waterschapslasten op. Bovendien is de natuur en het landschap van de Catskills langdurig beschermd en blijft het een favoriete recreatiebestemming voor de stadsmensen.

Van biodiversiteit naar ecosysteemdienst: bestuiving als voorbeeld

Het is lang niet altijd eenvoudig om een ecosysteemdienst direct te verbinden aan de biodiversiteit. In het geval van de Catskills is eigenlijk het gehele landschap verantwoordelijk voor de waterzuivering, net als bij ons de waterleidingduinen bijvoorbeeld. Of de samenstelling van het bos of de diversiteit aan soorten een invloed heeft op de kwaliteit van het drinkwater is niet goed bekend. Er zijn een paar ecosysteemdiensten waar die relatie wel duidelijk is, bijvoorbeeld bij gewasbestuiving.

Bij gebrek aan voldoende wilde insecten is de amandelteelt in Californië helemaal afhankelijk geworden van duurbetaalde imkers.
Imageselect, Wassenaar

Voor meer dan 75% van de gewassen die we verbouwen zijn bestuivers (voornamelijk insecten en heel vaak bijen) verantwoordelijk voor tenminste een deel van de oogst. Sommige gewassen hebben geen zelf- of windbestuiving en zijn vrijwel geheel afhankelijk van bestuivende insecten (bijvoorbeeld meloenen, vanille en kiwi). Bij amandelen, koffie, appels, peren, aardbeien zouden we meer dan de helft van onze oogst verliezen als er geen insecten zouden bestuiven, terwijl de meeste granen, maar ook aardappelen en bananen geen bestuivers nodig hebben. De totale waarde van gewasbestuiving in de wereld ligt tussen de 230 en 570 miljard euro per jaar en is in Nederland meer dan 1 miljard euro. Dit is dus slechts de bijdrage van bestuivers aan de productie, niet de totale waarde van de oogst.

Welke biodiversiteit is nodig voor bestuiving? Ten eerste zien we dat niet alle soorten even goed bestuiven. Bijen zijn uitstekende bestuivers, mede omdat ze zowel stuifmeel als nectar nodig hebben voor hun voortbestaan. De meeste vliegen drinken wel nectar, maar hebben geen grote behoefte aan stuifmeel, terwijl vlinders nectar drinken, maar zelden stuifmeel overbrengen van bloem naar bloem. Er is ook verschil tussen bijen. De honingbij is een prima bestuiver van heel veel gewassen, maar de hommel is beter in het bestuiven van tomaten en paprika, de metselbij beter in het bestuiven van appels en peren en de prachtbij beter in het bestuiven van vanille.

Om alle gewassen te bestuiven zijn meerdere soorten insecten nodig. Recent is ook ontdekt dat een diverse bestuiversgemeenschap stabielere en betere bestuiving en oogst opleveren dan een enkele bijensoort. Zelfs grootschalige inzet van de honingbij levert slechtere resultaten dan een diverse bijengemeenschap. Het blijkt ook dat het stimuleren van natuurlijke bestuivers rond het gewas het beste is dat telers van bestuiver-afhankelijke gewassen kunnen doen om hun oogst te verbeteren. Beheer voor bestuivers voegt netto meer waarde toe dan beter zaaigoed, betere machines of intensievere teelt. Kortom, diversiteit in natuurlijk kapitaal heeft direct invloed om de ecosysteemdienst: gewasbestuiving.

Koraal is ‘het duurste bioom’ op aarde; het levert 350 duizend dollar per hectare op.
Doug Perrine / Naturepl / Nature in Stock

Natuur als partner voor onze toekomst

Het besef dat natuurlijk kapitaal voor veel van onze activiteiten en uitdagingen een betrouwbare, duurzame en vaak goedkopere partner is, begint langzamerhand door te dringen in zowel de politiek als het bedrijfsleven. Een invloedrijke leidraad voor onze toekomst zijn de recent geformuleerde Sustainable Development Goals van de Verenigde Naties. Onder deze 17 doelen vinden we sociale doelen, zoals het uitbannen van armoede, goed onderwijs en meer gelijkheid, en economische doelen, zoals werkgelegenheid, innovatie en infrastructuur en verantwoorde consumptie en productie.

Daarnaast zijn er specifieke doelen om het natuurlijk kapitaal in stand te houden, namelijk beschermen van leven op land en in het water, schoon water en actie voor een goed klimaat. Het Stockholm Resilience Institute laat de rol van het natuurlijk kapitaal duidelijk zien in hun bruidstaart model van de VN doelen. De brede onderste laag is het natuurlijk kapitaal (de vier doelen die zojuist genoemd zijn). Stabiel natuurlijk kapitaal is een randvoorwaarde om de sociale doelen te kunnen bereiken. Pas als ook die doelen grotendeels bereikt zijn kan aan de bovenste laag, de economische doelen gewerkt worden.

Aan de milleniumdoelen van de VN kan pas worden gewerkt als de vier basisvoorwaarden van natuurlijk kapitaal op orde zijn.
Azote Images for Stockholm Resilience Centre, bewerking Sittrop Grafisch Realisatie Bureau, Nijmegen

Ook grote bedrijven zien in toenemende mate de noodzaak om klimaatverandering en instandhouding van natuurlijk kapitaal te integreren in hun businessmodellen. Bij de olie- en gasindustrie gaat dat heel langzaam, maar in de landbouw- en productiesector is er veel meer beweging. Het idee is eenvoudig: grondstoffen zijn moeilijker te vinden en klanten vragen naast prijs ook om kwaliteit, waarbij effecten op het milieu meegenomen worden. Daarom zullen in de toekomst in zowel (internationale) concurrentie als regelgeving rond de CO2-emissies en de duurzaamheid een rol spelen. Om hierop voor te bereiden zijn nieuwe allianties nodig die de invloed van de hele keten op het natuurlijk kapitaal beschouwen en het productieproces daar op aanpassen: natuurlijk kapitaal begint langzamerhand big business te worden.

Lees het volgende artikel van het thema ‘Natuur in Nederland’

De natuur als kapitaal: Bouwen met de natuur

Tjeerd Bouma
Dit artikel is een publicatie van Stichting Biowetenschappen en Maatschappij.
© Stichting Biowetenschappen en Maatschappij, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 03 november 2018

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.