Je leest:

De mens in het dier

De mens in het dier

Auteur: | 30 januari 2004

Dierlijke foetussen injecteren met menselijke stamcellen roept vele vragen op. Navraag leert dat het onderzoek in Nederland praktisch ongehinderd zou kunnen starten.

Hoe hard zijn de grenzen tussen diersoorten nu eigenlijk? Het is iets dat wellicht iedere levenswetenschapper zich wel eens heeft afgevraagd – is het niet hardop, dan wel in gedachten. De Nederlander Herman Marie Bernelot Moens ging in 1908 wellicht verder dan ieder ander sindsdien ooit nog heeft voorgesteld. Hij publiceerde een brochure ‘Waarheid. Proefondervindelijke onderzoekingen omtrent de afstamming van den mensch’. Daarin stelde hij voor dat de afstamming van de mens onverklaard was. De schakel tussen mens en aap – de missing link – wilde hij creëren door wilde apen te insemineren met het sperma van negers.

Moens deed verwoede pogingen geld op te halen om in Congo zijn experimenten uit te voeren. Toch zorgde het voorstel voor meer opschudding dan fondsen, en Moens liet zijn plan varen. Tachtig jaar later werd de fantasie over soortgrenzen opnieuw geprikkeld met de geboorte van de scheit. Het dier was ontstaan door een schapen en geitenembryo te mengen. De scheit zag eruit als een lapjesdier, met afwisselend stukken geitenhaar en schapenwol.

Stamceltherapie

Spectaculairdere experimenten zijn van recenter datum. De Amerikaan Alan Flake injecteerde vier jaar geleden stamcellen uit menselijk beenmerg in schapenfoetussen, ongeveer halverwege de dracht. De dieren hebben dan nog geen werkend immuunsysteem, zodat de cellen niet worden afgestoten. Maar ze hebben wel een volledig gevormde lichaamsbouw, zodat ze bij geboorte uiterlijk niet van hun soortgenoten te onderscheiden zijn. De menselijke stamcellen verspreidden zich wel door de schapenfoetus en dragen bij aan de vorming van huis, bot, bloed en spier. Doel van de experimenten is het maken van een onderzoeksmodel voor menselijke foetale stamceltherapie. Menselijk foetussen waarvan vaststaat dat ze aan een ernstige erfelijke afwijking lijden, zoals immuundeficiëntie of spierdystrofie, zouden door injectie van stamcellen in utero genezen kunnen worden. Toch was het percentage cellen in de diverse schapenweefsels erg laag.

Beladen

Maar de belangrijkste vragen liggen wellicht niet op het cellulaire vlak, maar meer op het gebied van ethische grenzen en de publieke opinie. Wat als straks een schaap voor een derde uit menselijke cellen bestaat? Of het tijdstip van injectie vroeger wordt en er wel uiterlijke verschijnselen optreden? Wat als een deel van de hersenen of de geslachtsorganen van menselijke oorsprong blijkt te zijn? Nog meer dan bij kloneren, wandelt de biotechnologie haast ongemerkt een moreel mijnenveld binnen.

Er zijn volgens stamcelonderzoekster Christine Mummery van het Hubrecht Laboratorium in Utrecht wel nuttige doelen denkbaar, zoals transplantatieonderzoek. Door bij dierlijke foetussen menselijke stamcellen te injecteren, kunnen ze immuun-tolerant gemaakt worden voor transplantatie-experimenten met gekweekte weefsels. ‘Er zijn geen grote diermodellen voorhanden om transplantatie-onderzoek te doen.’ Mummery onderkent de yuk-factor in Zanjani’s experimenten. ‘Het is een type onderzoek waarvan het publiek nauwelijks zal begrijpen waarom wetenschappers het doen. Ik weet overigens dat in Nederland nog niemand dergelijke experimenten uitvoert, misschien wel juist om die reden.’

Verboden

De Nederlandse wetgeving lijkt experimenten met humane stamcellen in dierlijke embryo’s niet voorzien te hebben. Ongeveer alles op het gebied van genetische modificatie, kloneren of handelingen met embryonale stamcellen is in Nederland in principe verboden, of aan ethische toetsing en vergunningen gebonden.

Toch kan de Centrale Commissie Mensgebonden Onderzoek (CCMO), die experimenten met humane embryonale stamcellen toetst aan de embryowet, geen duidelijkheid verschaffen of Zanjani’s experimenten in Nederland zouden zijn toegestaan. ‘Slaat u er zelf de tekst van de Embryowet er nog eens op na’, adviseert CCMO-woordvoerder Kenter na twee weken aandringen. Hij heeft het te druk. ‘Of leg de vraag voor aan het ministerie van VWS.’ De ministerievoorlichter moet na overleg met de beleidsambtenaar het antwoord schuldig blijven, buiten een opsomming van alle wetten die betrekking hebben op experimenten met mensen, dieren, stamcellen en genetische modificatie. ‘Dat is dus best ingewikkeld.’ De Embryowet rept alleen over een verbod op chimeren die ontstaan uit een combinatie van dierlijke én humane embryonale stamcellen.

Injectie van humane stamcellen – embryonaal of van een volwassene – in een dierlijke foetus is niet verboden of vergunningplichtig volgens de Embryowet. Daarnaast heeft ook de Commissie Biotechnologie bij Dieren (CBD) hoogstwaarschijnlijk geen zeggenschap over het experiment – bij het ter perse gaan van dit artikel moest de commissie zich nog hierover buigen. De wet die de CBD uitvoert spreekt zich alleen uit over biotechnologische handelingen met embryo’s, kloneren en genetische modificatie. Maar bij humanisatie met stamcellen wordt de dierlijke foetus niet gemodificeerd, de eigenschappen worden ook niet aan de nakomelingen doorgegeven. Dus rest slechts toestemming in het kader van de Wet op de Dierproeven. Dat betekent minimale regelgeving voor een potentieel beladen en publiek gevoelig liggend experiment. Het is dan ook de vraag wie eerder zal zijn: de onderzoeker die schapen gaat humaniseren of de wetswijziging die zo’n experiment verbiedt.

Zie ook:

Bionieuws wordt uitgegeven door het Nederlands Instituut voor de Biologie (NIBI)

Meer weten over biotechnologie?

Dit artikel is een publicatie van Bionieuws.
© Bionieuws, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 30 januari 2004

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.