Je leest:

De meerwaarde van de waterecho

De meerwaarde van de waterecho

Auteur: | 29 november 2002

Om te zien of er poliepen of vleesbomen in de baarmoeder zitten, is een kijkoperatie oftewel hysteroscopie meestal niet nodig. Een watercontrastechografie is in veel gevallen voldoende. Bovendien is de waterecho goedkoper en vriendelijker voor de patiënt, stelde arts-onderzoeker en gynaecoloog in opleiding Cor de Kroon vast.

Patiënten op de polikliniek gynaecologie die menstruatiestoornissen hebben, krijgen in eerste instantie een ‘gewone echo’. Dat gaat met behulp van een staafje in de vagina, waarmee vastgesteld kan worden of er een afwijking zit aan de binnenkant van de baarmoeder. Zo’n afwijking is bijvoorbeeld een poliep of een vleesboom (groeisel in het spierweefsel van de baarmoeder). Als er zoiets te zien is volgt een watercontrastechografie, kortweg waterecho, en dat is nieuw.

Gouden standaard

“De techniek van de waterecho bestaat al een tijdje maar was in de vergetelheid geraakt”, zegt gynaecoloog Frank Willem Jansen, die het onderzoek begeleidt. “We gaven lange tijd de voorkeur aan hysteroscopie: met een kijkbuisje via de baarmoedermond naar binnen gaan en opnamen maken van de binnenkant van de baarmoeder. Hysteroscopie is de gouden standaard in de hele wereld, maar heeft ook nadelen. Het is een relatief dure methode en niet bepaald prettig voor de patiënt. Je moet je standaardwerkwijze af en toe ter discussie stellen.” Dat heeft Cor de Kroon gedaan. Zijn doelmatigheidsonderzoek naar de voor- en nadelen van de waterecho wijst uit dat het een goedkopere en minder invasieve methode is. Hysteroscopie is in de meeste gevallen niet meer nodig. Als het aan Jansen en De Kroon ligt gaat de gouden standaard dus veranderen.

Simpele techniek

De Kroon onderzocht bij 214 patiënten of het voordelen biedt om een watercontrastecho te maken in plaats van een hysteroscopie. Hij staat op het punt om de resultaten te publiceren. De techniek is vrij simpel. “De patiënt ligt in de gynaecologische stoel. Met behulp van een speculum breng je een slangetje van één à twee millimeter in de baarmoederholte en daarna spuit je een klein beetje water – eigenlijk fysiologisch zout – op lichaamstemperatuur in de baarmoeder. Het doet veel minder pijn dan een hysteroscopie en je hoeft dus geen pijnstillers te geven. De holte in de baarmoeder wordt met het water gevuld, op de echo ziet dat er zwart uit en zo kan het baarmoederslijmvlies goed worden beoordeeld.” De Kroon wijst op een videoscherm aan hoe je op die manier de contouren van het baarmoederslijmvlies kunt zien. Eventuele vleesbomen of poliepen zijn goed te onderscheiden. “Als een vleesboom in de baarmoederwand is gegroeid en ook aan de buitenkant zit, kun je dat met een waterecho wel zien, maar met een hysteroscopie niet. Dat is ook een groot voordeel.”

Zendingswerk

Het blijkt dat bij verreweg de meeste patiënten een waterecho voldoende is. De Kroon: “Uit de waterecho blijkt dat de helft van de patiënten niets heeft. Bij de andere helft vinden we bijvoorbeeld een poliep of een vleesboom. Die opereren we dan door middel van hysteroscopie. De patiënt krijgt op die manier maar één operatie. Tot nu toe waren dat er twee: één om te kijken en één om het groeisel weg te nemen.” Van de patiënten bij wie een afwijking geconstateerd wordt, geeft de waterecho in 15 procent van de gevallen niet voldoende duidelijkheid en is een hysteroscopie alsnog nodig. Gemiddeld ben je een stuk goedkoper uit door deze werkwijze, heeft De Kroon berekend. Jansen: “De waterecho is bewezen doelmatiger, dus we zijn er hier nu helemaal op overgeschakeld.” Er is echter nog veel zendingswerk te verrichten: de resultaten moeten gepubliceerd worden en de Leidse gynaecologen zijn begonnen met het geven van landelijke cursussen en trainingen.

3-D is niet nodig

Het onderzoek van De Kroon is een doelmatigheidsonderzoek. Daarbij worden kosten, effect, ongemak voor de patiënt en andere aspecten van verschillende behandelingen vergeleken. “Het is belangrijk dat we dat doen”, vindt Jansen. “De industrie biedt steeds mooiere en duurdere technologie aan, en je moet je constant afvragen of het ook meerwaarde heeft.” Ook de waterecho kent al een luxe-variant: de driedimensionale echo. Daarover hield De Kroon in november een voordracht op het congres van de International Society of Ultrasound in Obstetrics and Gynaecology in New York. Zijn conclusie: het voegt niets toe. Als je hebt leren werken met een tweedimensionale echo, waarbij je zelf ‘rondkijkt’ in de baarmoederholte, werkt dat even goed.

De Kroon won met zijn voordracht de Young Investigators Award van de genoemde vereniging. Bovendien presenteerde hij de Leidse ervaringen met de waterecho, al had dat geen aardverschuivingen tot gevolg. “Ik kon ze nog niet meekrijgen”, zegt hij. “Het komt wel”, bemoedigt Jansen hem. “De vastgeroeste collega’s willen natuurlijk alles bij het oude houden en wij schoppen iets omver. Maar ze raken nog wel eens overtuigd.”

Dit artikel is een publicatie van Cicero (LUMC).
© Cicero (LUMC), alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 29 november 2002

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.