Je leest:

De Koningsgraven van Paphos

De Koningsgraven van Paphos

Dodenstad van ‘Egyptisch’ Cyprus

Auteur: | 29 april 2010

De ‘Koningsgraven’ van Paphos in het zuidwesten van Cyprus herinneren aan een bijzondere periode in de geschiedenis van dit eiland op de grens van Avondland en Oriënt. Ze stammen uit de tijd dat Cyprus behoorde tot het Egyptische rijk van de Ptolemaeën, de dynastie van Cleopatra.

Paphos bevindt zich in de legendarische geboortestreek van de godin Afrodite; ten oosten van de plaats wijst men ten behoeve van de toeristen een uit zee omhoogstekende rots (de Petra tou Romiou of ‘rots der Romeinen’) aan, waar zij uit het schuim van de golven verrees. De stad zelf zou zijn gesticht door koning Agapenor, die hier op de terugweg van Troje schipbreuk leed in de twaalfde eeuw voor Christus. Paphos werd één van de eerste Cypriotische koninkrijken, met het huidige dorp Kouklia als centrum. De plaats groeide uit tot een belangrijke havenstad, mede wegens de nabijheid van Alexandrië en een bosrijk achterland, waardoor de scheepsbouw kon bloeien. De grootste bloei volgde in de Romeinse tijd, gedurende de eerste eeuwen van onze jaartelling.

Ook nu is Paphos, ooit het ‘kruispunt van drie werelddelen’, de hoofdstad van Cyprus’ westelijke regio. Het hele stadsgebied staat sinds 1980 op de Werelderfgoedlijst van UNESCO. Het wemelt hier dan ook van grootschalige archeologische monumenten en erfgoedinstellingen: een archeologisch, Byzantijns en etnografisch museum, een uitgestrekt archeologisch park met onder meer het ‘huis van Dionysos’ met schitterende mozaïeken en het kasteel van Paphos, een mooi ontsloten Myceense site (bronstijd) bij Coral Bay, ten noorden van Paphos. Uittorenend boven de haven van Paphos zelf verrijst een massief Turks fort uit de zestiende eeuw, gebouwd op de restanten van een Venetiaanse voorganger.

‘Frankisch bad’ in de nabijheid van de zuil van Sint-Paulus. Het badhuis dateert uit de tijd van de Franse kruisvaardersdynastie der Lusignans (1192-1489); de Osmaanse koepels zijn toegevoegd in het begin van de Turkse heerschappij (1570/71-1878).
Heleen M.D. Dekker

Het stadsgebied valt uiteen in verschillende delen: Boven-Paphos (Pano Paphos), Beneden-Paphos (Kato Paphos), Nieuw-Paphos (Nea Paphos) en Ktima Paphos. Oud-Paphos, met ruïnes van de oudste stad, ligt bij het huidige dorp Kouklia en is mogelijk al in de bronstijd gesticht door Mycenen van het Griekse vasteland (het verhaal van Agapenors schipbreuk verwijst hiernaar) of de Foeniciërs.

Vanuit de klassieke beschaving loopt het verhaal van Paphos naadloos door in de christelijke cultuurhistorie: volgens het bijbelboek Handelingen hebben Paulus en Barnabas de stad bezocht. Paulus zou er zelfs de Romeinse proconsul hebben bekeerd. Aan zijn aanwezigheid herinnert een witte marmeren zuil op het terrein van de Ayia Kyriaki-kerk in het zuidwesten van Paphos.

De legendarische zuil van Sint-Paulus op het terrein van Ayia Kyriaki in Paphos.
Heleen M.D. Dekker
Deze is na 1571 gebouwd op de plaats van een christelijke basilica uit de vierde eeuw. Volgens de niet door de bijbel bevestigde legende is dit de plaats waar Paulus door de Romeinen werd gegeseld.

Deel van Egypte

Het optreden van Alexander de Grote bracht het einde van Cyprus’ onderhorigheid aan het Perzische rijk. Na Alexanders vroege dood in 323 voor Christus brak er door de twisten onder diens opvolgers een verwarrende tijd aan voor het eiland, die eindigde toen Cyprus definitief bij het Egyptische rijk gevoegd werd onder de laatste dynastie daarvan. Die was genoemd naar de stichter, Alexanders veldheer Ptolemaeus. Cyprus kwam onder een Egyptische gouverneur, de ‘strategos’. Een van hen, die ook Ptolemaios of Ptolemaeus heette, noemde zich in 58 voor Christus ‘Koning van Cyprus’. Misschien bevat de naam Koningsgraven dus toch een tikje historische realiteit. Ptolemaios werd echter afgezet door de Romeinen. De laatste Egyptische vorst die het bewind over Cyprus voerde was de tot vandaag de dag wereldberoemde Cleopatra, de laatste van de dynastie der Ptolemaeën. Na haar dood werd Cyprus in 30 voor Chr. ingelijfd bij het Romeinse rijk. Overigens is Cyprus niet het enige eiland in de Helleense wereld dat al of niet legendarische herinneringen bewaart aan de dynastie der Ptolemaeën. Zo zou Cleopatra haar schatten op Kos hebben begraven, en is aan de oostkust van Rhodos óók een ‘Ptolemaeëngraf’ bekend.

Tempelfaçades boven een grafnis (loculus).
Heleen M.D. Dekker

Er is nooit een ‘echte’ koning of Ptolemaeïsche farao in Paphos bijgezet. Sinds de derde eeuw voor Christus vond hier wél de bestuurlijke en religieuze elite van Egyptisch Cyprus een laatste rustplaats. Dit wordt bevestigd door de nog vrij recente vondst van een paar kalkstenen (Ptolemaeïsche) adelaars in een van de graven. Later werden de notabelen uit de Romeinse periode in het complex bijgezet. Het gebied van de Koningsgraven is ongeveer een half millennium als necropool benut, tot in de derde eeuw na Christus. De functie raakte daarna langzamerhand in vergetelheid; het complex werd nu aangeduid als Paleokastra (oude kastelen). Vóórdat het Romeinse rijk in de vierde eeuw overging tot het christendom, gebruikten christenen de Koningsgraven als schuilplaats. Eeuwen later werden graven ‘gekraakt’ en als woonhuizen ingericht, waarbij in sommige gevallen aanpassingen zijn aangebracht die het oorspronkelijke karakter verstoorden. In recente eeuwen dienden ze als onderkomen voor zigeuners.

Onderaardse wereld

De Koningsgraven liggen bijna twee kilometer noordwestelijk van de haven van Paphos (waar zich de Romeinse nederzetting Nieuw-Paphos bevond). Op toeristische websites vind je tegenwoordig commentaren van bezoekers die vinden dat het complex ‘wat tegenvalt’.

Bovengronds lijken de Koningsgraven veelal op eenvoudige grafheuvels.
Heleen M.D. Dekker
Deze klagers zijn kennelijk niet echt doorgedrongen in dit zeer bijzondere archeologische monument. Toegegeven: wie het terrein betreedt ziet in eerste instantie een zongeblakerd gebied tegen de achtergrond van een azuurblauwe zee; een gebied met dorre vegetatie, hier en daar onderbroken door grafheuvels en lage stenen muren en puinhopen. Maar zodra je een van de vele toegankelijke tombes inkijkt of betreedt bevind je je letterlijk in een andere, ‘onderaardse’ wereld: niet alleen de wereld van lang vergeten doden, maar ook die van een fascinerende cultuurperiode in de geschiedenis van Cyprus, gevormd door zowel Grieks-Hellenistische als Egyptische kenmerken. Invloed van de godsdienst van Egypte had Cyprus al ondergaan van de achtste tot de vijfde eeuw voor Christus, de ‘archaïsche periode’ toen het pantheon behalve door inheemse gedaanten ook bevolkt raakte door Griekse, Fenicische en Egyptische goden.

Enkele tientallen graven zijn toegankelijk. De meest indrukwekkende die in recente decennia zijn opgegraven (en deels gerestaureerd) zijn die met een peristylium. Dit is een door zuilen omgeven binnenhof, een Hellenistisch element dat, toegepast in de grafarchitectuur, tegelijk de oud-Egyptische notie weerspiegelde dat graven met dezelfde elementen moesten worden ingericht als de huizen van levende mensen.

Gerestaureerd perystiliumgraf met Dorische zuilen en erboven het bijbehorende fries, verdeeld in metopen (de gladde vlakken) en trigliefen (reliëfs met twee verticale gleuven).
Heleen M.D. Dekker
Zo hebben grotere graven ook een uitgehakte welput en zijn er huisaltaren of tempeltjes aangebracht. Het was een uiting van de idee die de beschaving van het oude Egypte deelde met veel preklassieke culturen, namelijk dat het leven na de dood min of meer een voortzetting was van het leven op Aarde, met dezelfde activiteiten en behoeften. De fraaiste peristyliumgraven vinden we dan ook in de Egyptische metropool Alexandrië (Mustafa Pasha-complex), waar de voor de Ptolemaeïsche periode kenmerkende versmelting van Hellenistische vormen met oud-Egyptisch gedachtengoed eveneens tot uitdrukking kwam. Ook in Paphos zelf waren de huizen van de levenden, althans van de welgestelden, voorbeeld voor de dodenstad, getuige het al genoemde ‘huis van Dionysos’ in het archeologisch park.

Paphos, Pompeii, Efese

Er zijn ook graven van het atriumtype. Het atrium kennen we als middelpunt van de Romeinse woning. Het was een vertrek met een grote opening in de zoldering waardoor de regen in een spaarbekken (impluvium) kon vallen. Dit systeem beviel zodanig dat het vele eeuwen standhield; je ziet het bijvoorbeeld ook in laatmiddeleeuwse Florentijnse stadspaleizen. In een latere fase van de Romeinse architectuurgeschiedenis werden alom peristylia aan de kern van de behuizing toegevoegd; voorbeelden van deze op grote welstand en hang naar een plezierige levensstijl duidende woningen zijn onder meer te bewonderen in Pompeii (Italië); ook in Efese (Turkije) is in 1969 een peristyle-atriumhuis, daterend uit de eerste eeuw na Christus, opgegraven en gerestaureerd.

Graf, bekend als ‘Palioeklisha’ ofwel ‘Oude kerk’. De toegang is een ‘dromos’ met zeven treden en vervolgens een hellende baan.
Heleen M.D. Dekker
Sommige Koningsgraven zijn voorzien van een ‘dromos’, meestal in de vorm van een trap. Een Egyptische dromos was een lange toegangsweg naar een tempel, geflankeerd door sfinxen. De meer algemene betekenis, die ook van toepassing is in Paphos, is die van ‘nauwe toegangsweg’. Dit element kennen we in de Griekse cultuurhistorie al uit de Myceense graven. Vele grafkamers in Paphos zijn voorzien van enkele of vele loculi; een loculus is een rechthoekig uit de rots gehakte nis, bestemd voor een enkele bijzetting. Oorspronkelijk werden ze gesloten met platte stenen, versierd met beschilderd pleisterwerk als imitatie van tempelfaçades of houten deuren; deze gewoonte is ook bekend uit Macedonië en Alexandrië, hetgeen weer de Hellenistisch-Ptolemaeïsche invloed verraadt. Overigens is uit de opgravingen gebleken dat bijna alle graven waren gepleisterd en voorzien van fresco’s.

Opgravingen en vondsten

Een van de eerste figuren die ‘opgravingen’ verrichtte in de Koningsgraven en elders op Cyprus was Louis P. di Cesnola (1832-1904), een Italiaans-Amerikaanse soldaat en amateur-archeoloog. Cesnola leidde een zeer avontuurlijk leven. Hij vocht in de Krimoorlog en de Amerikaanse Burgeroorlog, doceerde Italiaans en Frans in New York en werd in 1865 benoemd tot consul in Larnaca op Cyprus. Cesnola schreef het oudheidkundige reisboek Cyprus, its ancient Cities, Tombs and Temples (1877) en werd lid van tal van wetenschappelijke verenigingen in Europa en Amerika. Als archeoloog behoorde hij tot het aanzienlijke legioen van negentiende-eeuwse, rücksichtslose schatgravers. In Cyprus wordt hij dan ook eerder als plunderaar dan als oudheidkundige gezien. Een recent Engelstalig gidsje van de Koningsgraven spreekt van ‘severe looting’ door Cesnola en zijn opvolgers. Behalve hen waren er ook veel anonieme grafrovers actief, die tunnels groeven tussen verschillende graven. Veel archeologische en kunsthistorische schatten, ook uit de Koningsgraven, zijn afgevoerd door de Britten, die tussen 1878 en 1960 de baas waren op Cyprus.

Imponerende toegangspoort van één van de Koningsgraven.
Heleen M.D. Dekker

In de jaren 1915/16 en 1937-1951 vonden opgravingen plaats door Cypriotische geleerden en dilettanten. Pas in 1977 begonnen systematische opgravingscampagnes onder supervisie van het Cypriotische Departement van Oudheden. Tien campagnes ontsloten drie grote grafcomplexen en vele kleinere tomben. Losse vondsten omvatten amforen en ander vaatwerk, ivoren toiletartikelen, aardewerklampjes en enkele gouden mirtekransen. Sommige skeletten bleken te zijn ‘herbegraven’ in amforen, vermoedelijk om ruimte vrij te maken voor nieuwe begravingen. Ook zijn restanten van voedseloffers geborgen; een gewoonte die op Cyprus alle overheersers en culturele injecties heeft doorstaan. Bij het familiegraf gebruikte men sinds Hellenistische tijden de begrafenismaaltijd. Hierbij werd wijn geplengd voor de goden en deponeerden de nabestaanden de resten van de maaltijd bij het graf. Dit ritueel werd kennelijk jaarlijks herhaald. In een enkel dorp op Cyprus vindt het nog steeds plaats, weliswaar in aangepaste vorm. Tegenwoordig gebruikt men de maaltijd in een restaurant.

Dit artikel is een publicatie van Archeologie Magazine.
© Archeologie Magazine, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 29 april 2010

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.