Je leest:

De killer moet een duwtje krijgen

De killer moet een duwtje krijgen

Auteur: | 11 juni 2005

Een grote ruimtekei botst in 2036 heel misschien met de aarde. Oud-astronaut Russell Schweickart wil er een sonde heen sturen om het rotsblok aan een nader onderzoek te onderwerpen. Niet alleen híj is bezorgd over ruimtekeien.

Gelegenheidsastronaut Harry S. Stamper offerde zijn eigen leven voor het redden van de mensheid. In de Hollywood-rampenfilm Armageddon (1998) blies Stamper, gespeeld door Bruce Willis, een aanstormende komeet op. Hij overleefde het niet, maar redde er wel de aarde mee. Zo ver wil ex-Apollo-astronaut Russell Schweickart niet gaan. Maar dat er iets moet gebeuren aan de dreiging van kosmische projectielen staat voor de 69-jarige maanlanderpiloot als een paal boven water. Liever vandaag dan morgen.

Schweickart maakt zich zorgen om een driehonderd meter grote ruimtekei die héél misschien in april 2036 met de aarde in botsing komt. Als het gevaarte in de Stille Oceaan plonst, wordt de westkust van Noord-Amerika weggevaagd door een reuzentsunami. Een inslag op land verwoest een gebied zo groot als Noordwest-Europa. Volgens Schweickart wordt het hoog tijd om eens na te denken over mogelijke voorzorgsmaatregelen.

De baan van rotsblok 2004 MN4 langs de aarde in april 2029.

Naar schatting zwerven er ruim duizend steenklompen van minstens een kilometer groot door de binnendelen van het zonnestelsel. Kleinere ‘aardscheerders’ zijn nog veel talrijker. Ze zijn nog lang niet allemaal ontdekt, en in principe kan er morgen een inslaan, met catastrofale gevolgen. Een rotsblok van een kilometer legt een continent in de as; een ‘kleintje’ van honderd meter veegt Nederland van de kaart.

Niet zo gek dus dat er rond Kerst 2004 opschudding was onder planetoïdenjagers. Metingen aan de baan van ruimtekei 2004 MN4 wezen uit dat er een kans van één op zestig was dat het 300 meter grote gevaarte met de aarde in botsing zou komen, op vrijdag 13 april 2029.

De paniek duurde gelukkig maar kort: een paar dagen later werden oude foto’s van de planetoïde gevonden, en kon de baan nauwkeuriger worden bepaald. Het staat nu vast dat er in 2029 geen gevaar is, hoewel 2004 MN4 akelig dichtbij komt, op niet meer dan dertigduizend kilometer afstand.

Maar er zit een addertje onder het gras. De passeerafstand van het rotsblok is niet tot op de meter nauwkeurig bekend. De afbuiging van de baan (door de zwaartekracht van de aarde) dus ook niet. En met een beetje pech wordt 2004 MN4 zó afgebogen dat hij zeven jaar later, in april 2036, wél op de aarde knalt. Met alle gevolgen van dien.

In een presentatie voor het Amerikaanse Congres en voor de National Space Society gaf Schweickart eind mei toe dat de kans op een Armageddon weliswaar heel klein is (één op tienduizend), maar, zei hij, dat is dezelfde kans dat een Amerikaan op een bepaalde dag een auto-ongeluk krijgt. ‘We rijden onverzekerd rond door het zonnestelsel’, aldus Schweickart.

Ongelukkig genoeg verschuilt het potentiële projectiel zich tot en met 2012 achter de zon, en tussen 2014 en 2020 gebeurt dat opnieuw. Nieuwe waarnemingen zijn de komende jaren dus niet mogelijk. Pas in 2013 kan de baan nauwkeuriger worden vastgesteld, onder andere met behulp van radarmetingen, maar het is niet zeker dat daarmee alle zorgen weggenomen zullen worden.

Schweickart pleit daarom voor een onbemande ruimtevlucht naar 2004 MN4. Die zou een radiozender op het rotsblok kunnen plaatsen, zodat de baan veel preciezer kan worden bepaald. Ook kan zo’n ruimtesonde onderzoek doen aan de samenstelling en de structuur van de planetoïde – belangrijke informatie als het ooit nodig zal blijken om hem uit zijn koers te duwen.

Want dat is waar het de ex-astronaut uiteindelijk om gaat. Hij is lid van de B612 Foundation, die zich ten doel stelt om uiterlijk in 2015 te demonstreren dat het mogelijk is om een planetoïde van baan te laten veranderen. De stichting (genoemd naar de planetoïde uit ‘De kleine prins’ van Antoine de Saint-Exupéry) werd drie jaar geleden opgericht, en is naarstig op zoek naar een geschikt slachtoffer.

Ondanks alle commotie rond 2004 MN4 krijgt Schweickart de handen nog niet echt op elkaar voor een ruimtevlucht naar het rotsblok, die naar schatting 300 miljoen dollar gaat kosten. Volgens Don Yeomans, de leider van NASA’s Near Earth Object-programma, moeten we eerst 2013 maar even afwachten. De kans is zeer groot dat het probleem dan vanzelf verdwijnt, zegt Yeomans, en anders is er dan nog tijd genoeg om in actie te komen.

Wat natuurlijk niet betekent dat het onderwerp geen aandacht behoeft vanuit de politiek. ‘NASA richt zich nu op het opsporen en volgen van dit soort risico-objecten’, aldus Yeomans in een interview in Wired News, ‘maar wie bellen we als we echt wat vinden?’ De Republikeinse senator Dana Rohrabacher wil dan ook dat een overheidsinstantie als NASA of het Pentagon zich bezig gaat houden met de bescherming van de planeet.

Dat bureau krijgt dan de verantwoordelijkheid om ‘killer asteroids’ onschadelijk te maken – niet door ze op te blazen, zoals in de film Armageddon gebeurde, maar door ze met behulp van een raketmotor een klein zetje te geven. Verder wil Rohrabacher dat NASA de komende jaren twintig miljoen extra krijgt voor het opsporen van objecten tot honderd meter in middellijn.

Uiteindelijk zal Schweickarts B612 Foundation zijn doel wel een keer gerealiseerd zien, maar waarschijnlijk niet in 2015 al. Tegen die tijd is het rumoer rond 2004 MN4 ongetwijfeld verstomd, en lijkt Armageddon weer ver weg. Behalve natuurlijk wanneer er volgende maand een nieuw projectiel wordt ontdekt. Want één ding is zeker: ooit is het raak, en zijn we aangewezen op kosmische zelfverdediging.

Dit artikel is eerder verschenen in de Volkskrant

Meer weten?

Dit artikel is een publicatie van Allesoversterrenkunde.nl.
© Allesoversterrenkunde.nl, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 11 juni 2005

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.