Je leest:

De grote vriend van de kleine nazi’s

De grote vriend van de kleine nazi’s

Auteur: | 12 september 2006

Door de geschiedenis heen zijn politieke machtswisselingen een terugkerend fenomeen. Hoewel deze van elkaar verschillen in plaats, tijd en spelers, zijn er mechanismen die elke keer weer opduiken zoals de omgang met de oude tegenstanders. Wat doe je ermee – onderdrukken of integreren? De Oost-Duitse communisten kozen na 1945 voor beiden.

Stel je voor: in een denkbeeldig land komt een dictator ten val. Een deel van de bevolking is trouw aanhanger van de man, een ander deel is hem liever kwijt dan rijk. De rest van de bevolking bemoeit zich eigenlijk niet met politiek, maar houdt niet van grote veranderingen. Vervolgens komt er een nieuwe regering aan de macht. Hoe slagen de nieuwe machthebbers erin deze verdeelde samenleving ‘bij elkaar te houden’ en zo een burgeroorlog te voorkomen? Ze hebben in ieder geval een goed verhaal nodig waarin de meerderheid van de mensen zich kan vinden.

Sadam Hussein nadat hij gevangen is genomen op 13 december 2003.

Wie bovenstaande inleiding leest, legt waarschijnlijk meteen een link met de situatie in Irak. De Amerikanen vielen Irak binnen, zetten Saddam Hoessein af en zorgden voor een nieuwe regering. In Irak leven drie grote bevolkingsgroepen: de Koerden, de soennieten en de sjiieten. Onder Saddams bewind hadden de soennieten een bevoorrechte positie, terwijl de Koerden en de sjiieten als tweederangs burgers werden beschouwd. Nu is eigenlijk geen van drie tevreden met de situatie: de soennieten niet omdat ze hun machtspositie kwijt zijn, de Koerden en sjiieten niet omdat ze naar meer autonomie of zelfs onafhankelijkheid streven en alledrie omdat het land bezet wordt door buitenlandse troepen. Hun woede richten ze tegen elkaar, tegen de buitenlandse troepen en tegen de Irakese regering, die machteloos lijkt te staan.

Dit is niks nieuws in de geschiedenis. Eigenlijk zie je bij elke radicale machtswisseling, zeker na grootschalig geweld, dezelfde vragen terugkomen: hoe gaan nieuwe machthebbers met hun oude tegenstanders – en met name met de grote groep van meelopers – om? Ze kunnen besluiten ze totaal te onderdrukken met als gevolg een explosief mengsel van groepen die pal tegenover elkaar blijven staan. Ze kunnen ook besluiten om in ieder geval de passieve aanhangers van het vorige regime een kans te bieden op maatschappelijke integratie. Dit zal een stabiliserende invloed op de samenleving hebben en stabiliteit is iets waarnaar politici in een overgangsperiode streven. Maar hoe verkoop je dit? Zowel de mensen die in hun hart nog steeds loyaal zijn aan de vorige machthebber als de mensen die misschien wel hun leven gewaagd hebben om van hem af te komen, zullen hun wenkbrauwen optrekken wanneer de nieuwe regering zegt: “Zand erover, vanaf nu is alles vergeven en vergeten!”

Oost-Duitsland na 1945

Een voorbeeld uit de geschiedenis van zo’n machtswisseling is het einde van de Tweede Wereldoorlog in Duitsland. Nadat Duitsland zich had overgegeven, werd het na 1945 bezet door de Geallieerde Mogendheden. In het oostelijke deel van Duitsland vestigde het Russische leger zich. In feite nam een Russisch militair bestuur in deze ‘zone’ alle belangrijke beslissingen – een buitenlandse bezettingsmacht dus. In de rest van Duitsland deden de Westelijke Geallieerden hetzelfde.

Bij het uitvoeren van deze taak kregen de Russen hulp van de Duitse communisten. De communisten waren altijd de grote tegenstander van Hitler geweest en om die reden waren velen van hen tussen 1933 en 1945 (het bewind van Hitler) gearresteerd, gemarteld en in een concentratiekamp beland. Anderen waren naar de Sovjet-Unie gevlucht, die tenslotte een communistische staat was. Nu de Russen het oosten van Duitsland bezet hadden, kregen de communisten hier opeens heel veel invloed en macht. Veel mensen waren het hier niet mee eens, maar toch ontstond er geen grote opstand in die eerste jaren na de Tweede Wereldoorlog. Dit kwam onder meer omdat de communisten de meelopers van Hitler een kans boden om mee te helpen aan de opbouw van een ‘antifascistisch-democratisch Duitsland’, zoals zij het noemden, in plaats van ze uit te sluiten. Op die manier voelden deze mensen zich verbonden met de nieuwe staat.

Propagandafoto van Hitler

Van vervolging naar integratie

Hoe ging dat in zijn werk? De Duitse communisten hadden altijd gezegd dat ze definitief wilden afrekenen met alles wat met het Nazi-verleden te maken had. In de eerste jaren waren ze er dan ook druk mee om iedereen te bestraffen die betrokken was bij het regime van Hitler, bijvoorbeeld door lid te zijn geweest van zijn partij (de NSDAP). Hierbij gingen ze niet zo kieskeurig te werk: veel mensen belandden zonder een eerlijke rechtszaak achter tralies of werden zelfs naar kampen in Rusland gestuurd.

Na een jaar of twee kwam er een omslag en besloten de communisten dat het beter was om een duidelijk onderscheid te maken: de grote Nazi-misdadigers zouden nog steeds worden vervolgd, maar de ‘kleine Nazi’s’ mochten weer meedoen in de maatschappij: ze konden hun werk terugkrijgen, ze mochten in veel gevallen weer stemmen en in 1948 werd er zelfs een partij opgericht die als doel had om deze mensen aan zich te binden. (Deze partij werd achter de schermen wel gecontroleerd door de communisten, want een echt meerpartijenstelsel bestond er in de oostelijke zone niet.) De communistische partij werd toen ook wel ‘der große Freund der kleinen Nazis’ genoemd.

Antifascistische ideologie

Hoe konden de communisten deze omslag verantwoorden? Wel, zij hadden om te beginnen een verhaal, waarin een groot deel van de mensen zich kon vinden. Het stelde de meelopers in staat gewoon door te leven zonder over hun eigen schuld na te hoeven denken. Je kunt je voorstellen dat velen hier behoefte aan hadden na de zware oorlogsjaren en de teleurstelling die de Duitse nederlaag voor hen betekende. In ruil voor berusting in het nieuwe systeem of zelfs steun aan de nieuwe machthebbers werden mensen die lid waren geweest van de NSDAP met rust gelaten. De ideologie van het antifascisme leverde voor deze omslag de uitleg.

Wat hield deze ideologie nu in? Om te beginnen zegt het woord ‘antifascisme’ al dat de Duitse communisten tegen Hitler waren (Hitlers nationaal-socialisme wordt tot de politieke stroming van het fascisme gerekend.). Maar daarnaast staan de communisten erom bekend dat ze ook tegen het kapitalisme zijn. De communisten zien de geschiedenis als een wetmatigheid: deze verloopt volgens een vast patroon. In dit patroon behalen de communisten altijd een overwinning op het kapitalistische systeem. De arbeidersklasse neemt de macht over van de bezittende klasse, die de arbeiders onderdrukt, en alle bezittingen komen in handen van de staat (de industrieën, het land, kortom: de productiemiddelen). De handelingen van een individu hebben hierin een ondergeschikte rol, ook deze volgen immers het vastliggende patroon.

Communistische kunst in Leipzig

Schuldvraag

Natuurlijk wilden de communisten wraak op al die Nazi’s die Hitlers ideeën hadden uitgevoerd: zij die als rechter ervoor zorgden dat onschuldige mensen opgesloten en gemarteld werden, die in de bezette gebieden joden naar concentratiekampen afvoerden, die daar als bewaker werkten of die vanachter hun bureau beslisten over het lot van miljoenen mensen. Maar de grote schuldvraag beantwoordden de communisten toch vanuit het vaste patroon van de geschiedenis: de klassenstrijd en de uiteindelijke overwinning van de arbeidersklasse. In hun ogen was de bezittende klasse de grote schuldige aan de opkomst van Hitler. Tot die klasse rekenden zij bijvoorbeeld de industriëlen, de fabrieksbezitters en de (vaak adellijke) grootgrondbezitters – de kapitalisten dus. Met hun hulp en geld had Hitler zijn oorlog kunnen voeren. Om het fascisme uit te roeien wilden de communisten hen uitschakelen. Dit deden ze door de bezittende klasse haar bezittingen te ontnemen.

Als de grote Nazi’s, de industriëlen en de grootgrondbezitters de eigenlijke schuldigen waren aan de Tweede Wereldoorlog, welke rol speelden dan al die mensen die Hitler hadden toegejuicht en lid waren geworden van zijn partij? Eigenlijk waren zij ook slachtoffer, vonden de communisten. Zij waren misleid door Hitler, misleid en onderdrukt door de bezittende klasse en zij zagen pas laat in welke wending de geschiedenis zou nemen. Zoals de communisten zeiden: “Sommigen hebben al vroeg, anderen pas later ingezien wat de arbeidersklasse voor de ontwikkeling van de natie betekent. Bij velen gebeurde dit pas na 1945, na de verschrikkelijke ervaringen tijdens de ondergang van de Republiek van Weimar [1918-1933] en Hitlers heerschappij.” Hoewel deze mensen hun kans om zich tegen Hitler te verzetten verspeeld hadden, konden ze dit goed maken door een bijdrage te leveren aan de opbouw van een antifascistisch Duitsland. Zo konden ze zich alsnog als goede antifascisten bewijzen.

De ideologie van het antifascisme werkte als een bindmiddel. Zij bood de voormalige tegenstanders van de communisten de kans om een nieuw leven te beginnen, als antifascist. Bovendien hoefden zij geen lastige vragen over hun eigen schuld te beantwoorden, omdat de communisten de schuld bij de bezittende klasse hadden neergelegd. In ruil daarvoor kregen de communisten voor elkaar dat een groot deel van de bevolking bereid was hen te accepteren, ook al waren velen het niet eens met hun beleid. De mensen die zich openlijk bleven verzetten tegen de nieuwe machthebbers verdwenen al snel achter slot en grendel.

Isoleren of integreren

Zoals je ziet vertoont de machtswisseling in Oost-Duitsland van 1945 overeenkomsten met die in Irak. Hoewel er veel verschillen zijn, kampen de nieuwe machthebbers in beide gevallen met de vraag: wat doen we met onze oude tegenstanders – isoleren of integreren? Ook bij andere politieke overgangen komt deze vraag op. Je kunt recent bijvoorbeeld denken aan Bosnië en Kosovo, maar ook verder terug in het verleden speelden soortgelijke problemen een rol. De politieke spelers veranderen, de machtswisselingen vinden plaats in verschillende landen en op verschillende tijdstippen, maar toch zijn er bepaalde mechanismen die elke keer weer opduiken. Voor politici kan het best nuttig zijn eens te kijken hoe hun voorgangers deze kwestie aanpakten, al was het in veel gevallen alleen maar om erachter te komen hoe ze het beter niét kunnen doen.

Literatuur

Over de DDR: Willem Melching, Van het socialisme, de dingen die voorbijgaan. Een geschiedenis van de DDR 1945-2000(Amsterdam 2004). Over communisme: Erik van Ree, Wereldrevolutie: De communistische beweging van Marx tot Kim Jong Il (Amsterdam 2005). Over machtswisselingen: Ido de Haan, Politieke reconstructie. Een nieuw begin in de politieke geschiedenis (Utrecht 2004). [voor gevorderden]

Meer lezen over de Duitse geschiedenis:

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 12 september 2006

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.