Je leest:

De geur van het witte goud

De geur van het witte goud

Auteur: | 9 mei 2003

De ene persoon omschrijft de geur als rotte kool,de ander als zwavelachtige damp of groentesoep. Maar waardoor stinkt urine na het eten van asperges?

Mensen die de geur kennen, weten waar het om gaat, maar uitleggen waar het op lijkt is veel lastiger: het aroma van asperge-urine. De vreemde lucht van de urine na het eten van asperges is een triviale observatie, maar de biochemische en genetische verklaringen zijn dat niet.

En dat is een probleem, vooral als een overtuigd stinkplasser tot zijn verbazing merkt dat iemand vol ongeloof zegt het fenomeen absoluut niet te kennen. Dat wederzijdse onbegrip is begrijpelijk, want niet iedereen blijkt namelijk de geurstoffen te kunnen produceren. Verschillende studies wijzen erop dat rond de vijfenveertig procent van de mensen deze eigenschap bezit, met duidelijke verschillen tussen bevolkingsgroepen.

Beperkte stamboomanalyse van de eigenschap wijst in de richting autosomaal dominante overerving. Er zijn zelfs gevalsbeschrijvingen gemeld van vrouwen die geregeld asperges aten, maar nooit stinkplas produceerden – totdat ze asperges aten tijdens de zwangerschap. Het ongeboren kind was vermoedelijk heterozygoot voor de eigenschap en ging de geurstoffen produceren, die via de placenta in de urine van de moeder terechtkwamen.

Kokhalzend

Maar het verhaal is ingewikkelder dan dat. Sommige studies tonen dat alle mensen de vreemde lucht kunnen ruiken. Maar andere onderzoeken laten overtuigend zien dat een groot deel van de deelnemende proefpersonen zelfs de meest sterk ruikende aspergeplas niet herkennen. Er is sprake van anosmia: het onvermogen een geur te kunnen ruiken. Drie onderzoeken suggereren een hoge frequentie van anosmia: maar liefst 75 procent van de mensen zou aspergeplas niet kunnen ruiken.

Bij aspergeplas speelt kortom een excretie- en perceptiemechanisme. De redactie van Bionieuws ging de uitdaging aan om beide theorieën en de eigen genetische constitutie te toetsen. Zowel voor als na een aspergemaaltijd (een kop aspergesoep plus 400 gram asperges) werden door vier redacteuren urinemonsters geproduceerd in luchtdichte, verzegelde urinecontainers. Om kleurherkenning uit te sluiten werden de monsters geblindeerd afgeleverd en gecodeerd. Tevens leverden twee niet betrokken personen een controleplas.

Voorafgaand aan de test werden de monsters tot 37 graden verwarmd en iedere proefpersoon moest individueel in een testruimte de containers keuren. De resultaten van de geurherkenning bleken zeer consistent tussen de proefpersonen. Alle redacteuren bleken in staat tot productie van stank en tot geurherkenning. Wel verschilt de waardering van aspergeplas, die door sommigen kokhalzend als ‘uiterst walgelijk’ werd gekwalificeerd. De conclusie luidt dat alle redacteuren in staat zijn tot zowel excretie als perceptie, maar de steekproef (n=4) is te klein om bredere conclusies te trekken.

Voor het gehele onderzoeksveld rond asperge-urine geldt dat de definitieve bewijsvoering met robuuste controles na decennia van onderzoek nog steeds ontbreekt. Er is vooral behoefte aan grote steekproeven (eventueel families) met objectieve controle van de geurstoffen door gaschromatografie; niet ruiken zou ook te maken kunnen hebben met een te lage concentratie voor detectie door de menselijke neus.

Spruitjeslucht

Aspergeplas dankt zijn geur aan zwavelverbindingen, zoveel is wel zeker. Als de lucht boven een aspergeplas met gaschromatografie wordt bemonsterd, zijn er zes stoffen aanwezig in een paar duizend maal hogere concentraties ten opzichte van gewone urine. Bovendien zijn ze nauwelijks aantoonbaar of afwezig bij mensen die geen aspergegeur kunnen produceren: methaanethiol, dimethylsulfide, dimethyldisulfide, bis (methylthio) methaan, dimethylsulfoxide en dimethylsulfon. Met deze stoffen kan kunstmatige aspergeplasgeur worden samengesteld.

De grootste stinkers zijn methaanethiol en dimethylsulfide, tevens de essentiële onderdelen van het smaakpalet van koolsoorten – spruitjeslucht! – en andere gekookte groenten. Als in die twee stoffen de zwavel geoxideerd wordt ontstaan dimethylsulfoxide en -sulfon die een zoetig aroma geven. Bis(methylthio) methaan komt ook voor in truffels en kreeft. Het wordt in de voedselindustrie gebruikt om ui -, knoflook – en asperge-aroma na te bootsen.

191811 962 1204731984585 115243 962 1091531123020 asperges
Aspergeplas ontleent zijn geur aan zes vluchtige zwavelverbindingen, die (vermoedelijk) ontstaan uit methaanethiol, na afbraak van de voor asperges unieke stof asparagusinezuur.
Bionieuws Frank Bierkenz / Arno van ’t Hoog 2003

Zwavel

Dergelijke kleine, vluchtige zwavelverbindingen zou het menselijk lichaam direct afbreken, als ze al niet vervliegen tijdens het koken. Ze moeten daarom afkomstig zijn van een voorloperstof, die stabiel genoeg is om verhitting en passage door de mens te doorstaan. Asparagusinezuur is de meest waarschijnlijke kandidaat. Als de pure stof aan proefpersonen wordt gegeven gaan ze aspergeplas produceren. Die verbinding, of een daarvan afgeleide instabiele intermediair, ontleedt vermoedelijk in de urine tot de vluchtige geurstoffen.

Asparagusinezuur is betrokken bij de afweer tegen nematoden in jonge aspergescheuten. Asperges worden al gegeten sinds de Romeinen, maar de eerste vermeldingen van aspergeplas dateren pas van het begin van de achttiende eeuw. Opmerkelijk genoeg valt dat samen met het begin van het gebruik van zwavel en sulfaat bevattende meststoffen, om de smaak van asperges te verbeteren. Mogelijk beïnvloedt de zwavel in de bodem het asparagusinezuurgehalte in de asperge.

Er zijn allerlei enzymatische en biochemische verklaringen hoe asparagusinezuur tot de vluchtige zwavelverbindingen kan worden omgezet. Maar zoals Steve Mitchell, de Britse autoriteit op dit gebied, al opmerkte is zelfs nog niet bewezen of niet-stinkplassers bepaalde enzymactiviteit missen of dat ze simpelweg het asparagusinezuur niet opnemen uit de darmen. De aspergeplas blijft voorlopig intrigeren.

Dit artikel is een publicatie van Bionieuws.
© Bionieuws, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 09 mei 2003

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.