Je leest:

De foetus als bron van ziekten

De foetus als bron van ziekten

Auteur: | 20 mei 2005

*Foetale cellen kunnen decennialang overleven in het bloed van de moeder. Wellicht een bron van ziekten, maar ook een kans voor orgaandonatie.

De zwangerschap is niet afgelopen na de bevalling. Tientallen jaren nadat een vrouw haar kind op de wereld heeft gezet, zijn in haar bloed en organen nog cellen van het kind te vinden. Ongeveer één op de tienduizend cellen in het bloed bezit DNA van het kind.

Wat voor cellen zijn dat en wat doen ze daar? Spelen ze een rol bij vermeende autoimmuunziekten? Kan dit iets betekenen voor de transplantatiegeneeskunde? De vragen zijn legio, de antwoorden minimaal. Welkom in de intrigerende wereld van de microchimerie, cellen van het ene individu die overleven in een ander persoon. Het verschijnsel is al lang bekend, pas de laatste jaren verschijnen er toepassingen aan de horizon.

Kunstmatige microchimerie is bekend van bloedtransfusies en orgaantransplantaties, maar het kent dus ook een natuurlijke oorzaak. Tijdens de zwangerschap laat de placenta volledige kindercellen door. Wonderbaarlijk genoeg worden die cellen niet altijd opgeruimd door het immuunsysteem van de moeder. Hiervoor zijn drie verklaringen te bedenken.

Het eenvoudigste idee is dat de cellen in zo’n lage concentratie in de moedercirculatie terecht komen dat het immuunsysteem ze niet opmerkt. Een andere suggestie is dat de cellen zich ‘camoufleren’ door geen HLA-eiwitten aan hun oppervlak te presenteren. Deze human leukocyte antigen-eiwitten maken het immunologische verschil tussen zelf en niet-zelf. De derde mogelijkheid is dat de kindercellen het immuunsysteem van de moeder actief onderdrukken.

Immunologen weten niet zeker wat voor soort cellen verantwoordelijk zijn voor de foetale microchimerie. Waarschijnlijk gaat het onder andere om bloedvormende stamcellen die zich nestelen in het beenmerg van de moeder. Maar het onderzoek is puur gebaseerd op DNA-analyse van het moederbloed. In eerste instantie draaide het onderzoek slechts op een relatief eenvoudige PCR-reactie waarbij een stuk DNA van het (mannelijke) Y-chromosoom werd opgespoord – of niet. Zo zijn cellen van een zoon aan te tonen.

Tegenwoordig is het ook mogelijk dochtercellen aan te tonen. Dan richt de DNA-analyse zich op genen die coderen voor HLA-eiwitten, die zijn voor elk individu uniek. Het blijkt dat sommige moeders niet alleen cellen van hun kinderen maar ook van hun moederin zich dragen.

Autoimmuun

De kwestie is of microchimerie biologische effecten heeft, zij het ten goede of ten kwade. Veel correlatieve onderzoeken suggereren het laatste. Veel autoimmuunziekten die bij vrouwen voorkomen, zouden (mede) veroorzaakt worden door foetale cellen.

Vooral voor sclerodermie, waarbij de huid dik en hard wordt door collageenafzettingen en organen ontstoken raken, wijzen veel publicaties in de richting van foetale cellen als boosdoener. Bij vrouwen met deze aandoening worden veel vaker kindercellen aangetroffen, zowel in het bloed als in het aangedane weefsel, als bij gezonde controles.

Ook bij schildklierafwijkingen zouden kindercellen een rol spelen. Amerikaanse onderzoekers uit Boston troffen bijvoorbeeld in 16 van 29 ontstoken schildklieren mannelijk DNA aan, terwijl dit bij gezonde vrouwen nooit voorkwam. In sommige gevallen waren de mannelijk cellen volledig gedifferentieerd tot schildkliercellen.

Leids onderzoek heeft laten zien dat in de nieren van vrouwen die lijden aan een specifieke nierontsteking (als gevolg van SLE, een chronische ontsteking van bindweefsel) vaker dan gezonde controles mannelijke cellen te vinden zijn.

Zwanger zijn. ‘De foetus is het ideale transplantaat’, zegt transplantatiedeskundige Claas van het LUMC. Gedurende negen maanden lang handhaaft een parasitair, voor de helft lichaamsvreemd organisme zich in de buik van een vrouw. Een immunologisch wonder. Maar een zwangerschap verloopt lang niet altijd zonder complicaties. Spontane abortus en zwangerschapsvergiftiging (pre-eclampsie) zijn bekende voorbeelden. Claas en collega’s proberen er achter te komen of fouten in de immuunregulatie een rol spelen bij zwangerschapscomplicaties. De Leidenaren kijken in placenta’s naar het type aanwezige cellen, hun oorsprong en immuunreacties op andere cellen. Zo hebben Claas en collega’s bijvoorbeeld in de placenta bindweefselvormende stamcellen gevonden van zowel moeder als kind die allebei een afweeronderdrukkende werking hebben. ‘Alsof beide systemen elkaar eerst moeten herkennen als vreemd, en pas dan kunnen besluiten geen afweerreactie in gang te zetten.’ Dat immuunonderdrukking belangrijk is, blijkt ook uit het gegeven dat in dertig procent van de zwangerschappen de moeder antistoffen aanmaakt tegen de foetus. Ook bij muizen die zwanger zijn van jongen met een afwijkend HLA-type zitten er regulatoire T-cellen in de placenta die de afweer onderdrukken. Muizen die zwanger zijn van HLA-identieke jongen kunnen het af zonder die T-cellen. Claas: ‘Het lijkt erop dat zwangerschap toch een actief immunologisch proces is.’

Belofte

Maar microchimerie is niet alleen maar slecht nieuws. Het lijkt de transplantatiegeneeskunde goede diensten te gaan bewijzen, vertelt prof. dr. Frans Claas. Hij is hoogleraar transplantatie-immunologie aan het Leids Universitair Medisch Centrum. ‘Het is een belofte voor de komende jaren.’

De belofte zit in het immunologisch matchen van donororganen en ontvangers. Om afstoting van een donororgaan of ernstige complicaties na beenmergtransplantatie te voorkomen moet de donor het juiste HLA-type hebben, bij familieleden is die kans het grootst. Maar de complexiteit van het HLA-systeem, met miljoenen verschillende HLA-types, maakt die eis vaak slecht haalbaar.

‘Iedereen springt er nu op vanwege de gunstige klinische resultaten die ermee behaald zijn’, vertelt Claas. ‘In Japan hebben ze goede resultaten bereikt bij het matchen van beenmergdonoren en ontvangers die wat betreft hun HLA eigenlijk niet pasten. Als er sprake was van microchimerisme tussen de donor en ontvanger, dan bleek de immuunreactie van het donorbeenmerg tegen de patiënt veel en veel zwakker te zijn dan de verwachte, dodelijke reactie. Momenteel wordt van hele families bepaald wie chimeer is van wie om zo beenmergtransplantaties zonder complete HLA-matching mogelijk te maken.’

In het verlengde hiervan gaan transplantatiedeskundigen al over tot het creëren van kunstmatige chimeren. In het beenmerg van een toekomstige donornier-ontvanger wordt tien procent van de cellen vervangen door donor-beenmergcellen. In het beenmerg ontwikkelen zich dan witte bloedcellen van donor en ontvanger. Als die elkaar niet aanvallen, duidt dit op tolerantie. Zo’n chimere patiënt is ook relatief tolerant voor een nier van dezelfde donor. ‘Inductie van dit zogenaamd gemengd chimerisme is een aantrekkelijk alternatief voor het vervangen van het hele beenmerg, wat een zelfde gunstig effect heeft voor een donornier maar een nogal drastische ingreep met zich meebrengt.’

Claas: ‘Via de inductie van chimerie is het immuunsysteem zodanig te manipuleren dat we zware afstotingsreacties kunnen vermijden. Uiteindelijk willen we bij transplantaties natuurlijk zoveel mogelijk af van de immuunonderdrukkende medicijnen, zoals cyclosporine, met hun ernstige bijwerkingen.’

Dit artikel is een publicatie van Bionieuws.
© Bionieuws, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 20 mei 2005

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.