De Februaristaking: heldendaad en fiasco

Massale staking na razzia’s in 1941

We herdenken zaterdag de Februaristaking van 1941: een van de grootste verzetsdaden van de Tweede Wereldoorlog. Maar wat was eigenlijk het resultaat ervan? De stakers hielden de bezetting niet tegen, de Jodenvervolging nam zelfs toe. De staking versterkte echter ook de solidariteit onder de Amsterdammers – joden en niet-joden.

door

Dokwerker %28amsterdam%29

De Dokwerker, monument op het Amsterdamse Jonas Daniel Meijerplein ter nagedachtenis aan de Februaristaking in 1941. Op de achtergrond de Portugese Synagoge. P.H. Louw, Wikimedia Commons, CC BY 2.5 nl

Nog elk jaar is het druk op 25 februari bij de Dokwerker op het Jonas Daniël Meijerplein in Amsterdam. Er worden bloemen en kransen gelegd en verzen voorgelezen, er klinkt kritiek op hedendaagse discriminatie. Het monument, een noeste havenarbeider met gebalde vuisten, representeert het verzet van de vele arbeiders uit Amsterdam, de Zaanstreek en elders die op 25 februari 1941 met een tweedaagse staking hun protest tegen de bezetting van Nederland kracht bijzetten. Aanleiding waren de razzia’s op 22 en 23 februari 1941, waarbij 425 joden werden opgepakt en weggevoerd naar doorgangskamp Schoorl. De Dokwerker symboliseert deze eerste grote volksopstand tegen de Duitse bezetter en zijn optreden jegens de joodse bevolking.

De staking was indrukwekkend, maar was zij ook effectief? Wisten de stakers de plannen voor de joodse Amsterdammers te dwarsbomen, zoals ze zelf wilden?

‘Blut und Tränen’

De destijds illegale Communistische Partij Nederland (CPN) nam na de razzia’s het voortouw en riep op 24 februari in manifesten op tot een arbeidersstaking. Dit als protest tegen de Duitse vijand en de Jodenvervolgingen, die zij voorstelde als een aanval op het gehele werkende volk. De spoorwegarbeiders legden als eersten hun werk neer, daarna de publieke werken, de stadsreinigingsdienst, de energiebedrijven, de fabrieks- ,metaal- en havenarbeiders, het openbaar vervoer, de woningdienst en verder nog individuele ambtenaren op andere afdelingen.

Urn gvn niod02 ip27 14 large

Oproep tot staken na Amsterdamse razzia’s op 22 en 23 februari 1941 NIOD, Publiek Domein

De Duitsers reageerden niet direct toen ze hoorden dat er een staking gaande was. Pas toen de geruchten serieus bleken, zetten ze de Ordnungspolizei in, volgden schoten, arrestaties en werden menigten uiteengedreven; om halfacht ’s avonds kwam er een avondklok. De staking transformeerde op de tweede dag in een groot volksoproer waarbij demonstranten uit alle lagen van de bevolking vernielingen aanrichtten en verwikkeld raakten in vechtpartijen.

De reactie was nu veel harder. De Duitsers hadden de ernst van de situatie aanvankelijk onderschat en waren niet goed voorbereid – zoiets was nog in geen enkel ander door hen bezet land gebeurd – maar zij lieten nu weten de staking met ‘Blut und Tränen’ te zullen breken. En dat gebeurde inderdaad, met grof geweld, intimidatie, executies en arrestaties. Er vielen negen doden en een aantal zwaargewonden.

De CPN had de greep op de zaken verloren, de stakende massa was te groot en te onstuimig. Het protest was een ware stadsoorlog geworden. Niettemin hoopte de partij een confrontatie met de Duitsers te voorkomen. De bezetter concludeerde echter overduidelijk dat naast joden nu ook de communisten, met de CPN voorop, definitief zijn vijanden waren geworden. Direct na de staking openden de Duitsers de jacht op CPN-leden en brachten zij het linkse milieu in kaart. De topstukken van de partij werden gearresteerd, evenals lagere kaderleden en ex-leden.

0ppctz

Afscheidsbrief van Willem Kraan, gevangengenomen stakingsleider (Februaristaking 1941)en CPN-lid. Hij schreef de brief aan zijn familie, de dag voor zijn terdoodbrenging op 20 november 1942 Stadsarchief Amsterdam

Van de 110 CPN’ers die op 25 en 26 februari zijn gearresteerd, zijn er uiteindelijk tweeëntwintig vervolgd. Hun straffen varieerden van concentratiekamp tot tuchthuis, gevangenis en terechtstelling. Op 13 maart 1941 werden drie CPN-leden die tot de staking zouden hebben opgeroepen, op de Waalsdorpervlakte bij Scheveningen gefusilleerd, samen met 15 andere verzetsmensen die al eerder opgepakt waren. (Stakingsleider Willem Kraan werd later dat jaar opgepakt. In 2017 kwam zijn afscheidsbrief boven water, Red.)

Zuivering

De Duitsers stelden behalve de communisten ook het Amsterdamse gemeentebestuur verantwoordelijk voor de gebeurtenissen. Dit ondanks de kennisgeving die burgemeester Willem de Vlugt op 26 februari had verspreid en de radiotoespraak die hij had gehouden waarin hij de staking probeerde te stoppen en de arbeiders sommeerde het werk te hervatten.

De Amsterdamse politie kon in theorie samenscholingen en demonstraties verhinderen en voorkomen dat de menigte zich mobiliseerde, maar ze had het niet voor elkaar gekregen om de mensen naar hun werk te drijven; ze miste de juiste wapens, voertuigen en een actieve, doeltreffende houding. De Ordnungspolizei pakte dat anders aan: zij deed invallen op werkplaatsen en Hanns Rauter, de hoogste SS- en politieleider, dreigde met de doodstraf voor wie de volgende dag niet aan het werk zou gaan.

Proclamatie van christiansen

Proclamatie van Friedrich Christiansen, bevelhebber van de Wehrmacht, betreffende het overnemen van de uitvoerende macht in Noord-Holland. Dit naar aanleiding van de Februari-staking in 1941. NIOD, Publiek Domein

Hoewel in de ochtend van 27 februari 1941 in heel Amsterdam het werk leek te zijn hervat, besloten Hans Böhmcker, vertegenwoordiger van rijkscommissaris Arthur Seyss-Inquart, en de zijnen toch om het Amsterdamse gemeenteapparaat te zuiveren en te verjongen.

Seyss-Inquart verleende zichzelf de bevoegdheid om onder meer de gemeenteraad en het College van Burgemeester en Wethouders te ontbinden en te vervangen door NSB’ers en pro-Duitse ambtenaren. Ook De Vlugt moest weg. Het Amsterdamse gemeenteapparaat was volledig ontwricht. Daarnaast kreeg de stad een boete van vijftien miljoen gulden en werd een sterkere Duitse militaire mobilisering in alle steden van Nederland doorgevoerd.

Namen doorgeven

Ook de werkgevers werden aangesproken op het gedrag van hun werknemers, al zeiden ze alles gedaan te hebben wat in hun macht lag om de staking te breken. Begin maart werd aan ambtenaren en werklieden een bekendmaking gestuurd, waarin gewaarschuwd werd voor ‘strenge straffen’, zoals loonkorting, boetes, schorsingen en ontslagen. Hogere ambtenaren kregen zwaardere straffen. Er kwam een onderzoek waarbij namenlijsten werden aangelegd met initiatiefnemers en opruiers werkzaam bij de gemeentelijke diensten en bedrijven; vele stakers werden verhoord en directeuren moesten namen doorgeven van hun eigen werknemers.

Directeuren en leidinggevenden probeerden een enkele keer de straffen van hun personeel te verminderen of herziening te vragen door zich te beroepen op sociale omstandigheden, de onmisbaarheid van hun werknemers en de overmachtssituatie. Maar ter voorkoming van de overname van het gemeenteapparaat of uit angst voor het verlies van hun bedrijf en hun positie, kortom om te ‘overleven’, vonden de directeuren en leidinggevenden het maar beter de Duitse orders te gehoorzamen en hun medewerking te verlenen.

Represailles tegen de joden

Had de Februaristaking invloed op de Jodenvervolging? Voor Böhmcker was er in elk geval een duidelijk verband: hij meende dat de joden de staking hadden uitgelokt, ondanks bezweringen van De Vlugt dat zij erbuiten stonden. Op de eerste stakingsdag had Rauter te kennen gegeven dat er driehonderd joden gearresteerd zouden worden en er nieuwe razzia’s kwamen als de staking zich nog één dag zou voortzetten. Omdat zij al snel werd beëindigd, zei Rauter van verdere jacht op joden af te zien.

Razzia feb41 amsterdam

Geknielde Joden worden onder schot gehouden op het Jonas Daniël Meijerplein in Amsterdam. In totaal werden 425 joodse mannen op 22 en 23 februari 1941 opgepakt. Nationaal Archief, Publiek Domein

Hij hield echter niet lang woord: al op donderdag 27 februari werden 379 van de 425 joden die in doorgangskamp Schoorl zaten, op transport gesteld naar de concentratiekampen Buchenwald en Mauthausen. Niemand van hen keerde terug. Voor deze mensen is de relatie tussen staking en vervolging helder.

Historici zoals Jacques Presser en Ben Sijes zien nog een nauwer verband, omdat de Duitsers in de nasleep van de staking met hun nazificatiepolitiek kwamen, waardoor joden uit het openbare leven werden geweerd, gesegregeerd en uiteindelijk gedeporteerd. Zo kondigde Seyss-Inquart in zijn redevoering op 12 maart 1941 aan, hoewel hij zei het karakter van de staking te begrijpen, het onderscheid tussen joodse en niet-joodse Nederlanders nog sterker te accentueren. ‘De Joden worden door ons niet beschouwd als bestanddeel van het Nederlandse volk. Wij zullen de Joden raken, waar wij hen aantreffen en wie met hen meegaat, heeft de gevolgen te dragen,’ waarschuwde hij.

Bundesarchiv bild 121 1976  arthur sey%c3%9f inquart

Seyss-Inquart spreekt de Ordnungspolizei toe in Den Haag (1940) Wikimedia Commons, Bundesarchiv, Bild 121-1976 / CC-BY-SA 3.0

Het is niet zo dat de staking de houding van de bezetter jegens de joden daadwerkelijk heeft veranderd. Vervolging en deportatie zouden op den duur onherroepelijk volgen. De staking heeft dit proces wellicht versneld. Seyss-Inquart moet de Februaristaking als een klap in het gezicht gevoeld hebben, ‘een klap, hem toegebracht door de Nederlanders ter wille van hun Joodse medeburgers’, concludeerde Loe de Jong in zijn boek Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog. Seyss-Inquart had immers gehoopt dat het nationaalsocialisme hier zonder veel moeite ingang kon vinden. De Februaristaking, zei een medewerker en vriend van hem later, ‘heeft Seyss-Inquart zeer ontmoedigd, omdat hij dit volstrekt niet verwacht had (…) en het heeft hem harder gemaakt’.

Machtigste ervaring

De Februaristaking had niet het gehoopte effect. De Duitsers sloegen hard terug. De terreurmaatregelen, de arrestaties, de executies en de overige straffen intimideerden de bevolking in hoge mate. De communisten kwamen definitief als vijanden in het vizier van de Duitsers. Werknemers verloren hun baan, werkgevers en leidinggevenden vreesden voor hun positie. De zuivering en verjonging van het Amsterdamse gemeenteapparaat en het ontslag van burgemeester De Vlugt waren een voorproef van de nabije toekomst, waarin de bezetter de scepter zou zwaaien. Bovenal verhardde het klimaat jegens de joden.

Het nettoresultaat was negatief, zo lijkt de balans: de staking was een fiasco. Toch was er ook een positief gevolg: zij stimuleerde het solidariteits- en gemeenschapsgevoel onder de burgers. Massaal was het protest tegen het antisemitisme en de beperking van vrijheden en rechten. De bevolking was opgestaan tegen de machtige vijand. Presser schreef in zijn boek Ondergang (1965) over de ‘vervolging en verdelging van het Nederlandse jodendom 1940-1945’, zoals de ondertitel luidt, dat de Februaristaking ‘voor zeer vele Joden een van de machtigste ervaringen van hun leven tijdens de bezetting heeft betekend’, omdat zij zich gesteund voelden door de wetenschap dat hun stadsgenoten voor hen ‘offers in goed en bloed’ brachten. Voor het eerst voelden zij dat hun medeburgers met hen en hun lot waren begaan en hen niet in de steek lieten. De Dokwerker op zijn voetstuk in de voormalige Jodenbuurt herinnert daar nog altijd aan.

Het begon allemaal met de dood van Koot

De NSB voelde zich na de Duitse inval buitenspel gezet. Anton Mussert en zijn partijgenoten mochten niet meebesturen en besloten hun macht dan maar te laten zien: door zingen en marcheren op straat. Regelmatig leidde dit in de tweede helft van 1940 tot opstootjes en vechtpartijen.

In Amsterdam kregen de provocaties een antisemitisch karakter. NSB’ers, vaak beschermd door Duitse soldaten, vernederden bewoners van de ‘Jodenhoek’ (de buurt rond het Waterlooplein) en richtten vernielingen aan. Joden verzetten zich en vormden knokploegen, geholpen door solidaire bewoners uit andere buurten. Bij een van de rellen raakte op 11 februari 1941 de NSB’er Hendrik Koot zo zwaar gewond dat hij later overleed. Dit was voor de Duitsers aanleiding om de Jodenhoek af te sluiten. Zij verordonneerden de oprichting van een Joodse Raad als aanspreekpunt voor de Duitsers; als eerste moest de raad wapens inzamelen bij de joden.

Ddd 011190025 mpeg21 p001 image

NSB-er Hendrik Koot kwam om na gevechten met bewoners van de Amsterdamse Jodenbuurt, waar NSB’ers vernielingen aanrichtten. Delpher, Publiek Domein

De afzetting werd opgeheven, maar het bleef onrustig. Op 19 februari was er een gevecht tussen de Grüne Polizei en een joodse knokploeg, geholpen door buurtbewoners, in ijssalon Koco in de Van Woustraat in Amsterdam-Zuid, een buurt waar ook veel joden woonden. De rapportage van beide gevallen naar Berlijn was sterk antisemitisch van toon; het gevolg waren de razzia’s op het Waterlooplein en omgeving van 22 en 23 februari als het enige juiste antwoord op deze ‘joodse provocaties’.

Hierop volgde enkele dagen later de Februaristaking in Amsterdam, die oversloeg naar de Zaanstreek, Haarlem, Weesp, Hilversum en Utrecht. Het is het enige massale en openlijke protest tegen de Jodenvervolging in bezet Europa geweest.

Bronnen

Dit artikel is verschenen in Geschiedenis Magazine, nummer 1, 2014. De auteur is Pleun de Kort. Zij studeerde Holocaust- en Genocidestudies aan de Universiteit van Amsterdam en was daar in 2014 werkzaam als onderzoeksassistent geschiedenis.

Het Stadsarchief Amsterdam laat in de tentoonstelling Stad in oorlog, Amsterdam 1940-1945 onder andere de hartverscheurende brief zien van stratenmaker en CPN-lid Willem Kraan vanuit de gevangenis. Kraan was één van de leiders van de Februari-staking en werd hierom op 20 november 1942 gefusilleerd door de Duitsers.