Je leest:

De evolutie van klontjes

De evolutie van klontjes

Gastcolumn door microbioloog Jack Pronk

Auteur: | 27 april 2010

Elke twee weken verschijnt op Kennislink een gastcolumn. De columnist is steeds een andere onderzoeker, die vanuit zijn of haar vakgebied schrijft over het leven in de wetenschap of de wetenschap achter ons dagelijks leven. Deze week: de Delftse microbioloog Jack Pronk over onverwachte wendingen in het lab, het leed van de promovendus en de professor als blij kind.

Prof. dr. Jack Pronk in het lab.
Hans van den Bogaard

Een paar weken geleden kwam Bart, een gedreven promovendus uit mijn vakgroep, met een bedrukt gezicht mijn kamer binnen. Bart leed zichtbaar onder een ongewenste ontdekking. Willen wetenschappers dan niet juist het onbekende ontdekken? Dat ligt aanzienlijk genuanceerder. Promovendi verleggen door hun onderzoek het front van de wetenschap. Over de resultaten schrijven ze prachtige proefschriften – en die moeten na vier jaar onderzoek klaar zijn. Ze worden niet altijd vrolijk van onverwachte wendingen: vier jaar is zo voorbij.

Bart probeert om evolutie van bakkersgist – het favoriete huisdier van onze microbiologische onderzoeksgroep – te sturen. Dit klinkt tergend traag, maar dat valt reuze mee. Bakkersgist deelt zich elke paar uur en in een paar maanden kan je net zoveel generaties bakkersgist bestuderen als het aantal dat ons scheidt van de laatste levende Neanderthaler. Barts onderzoek liep net lekker toen het noodlot toesloeg. Zijn ongeplande bijdrage aan de wetenschap: klontjes. Of eigenlijk: evolutie van klontjes.

In tegenstelling tot promovendi hebben hoogleraren een vaste aanstelling en zijn ze als een kind zo blij als een promovendus een onverwachte waarneming meldt. Onderzoeksaanvragen, beoordelingsformulieren en financiële rapporten worden van tafel geveegd (“dat kan vanavond wel”) en ze gaan er eens goed voor zitten. Barts beginnende depressie toverde meteen een grijns op mijn gezicht.

De korreltjes bakkersgist die door Pronk en zijn promovendi worden doorgekweekt tot de vreemdste variaties.

Om een supersnelle gist te selecteren kweekt Bart miljarden gistcellen in een kweekvat van ongeveer een liter. De gistcellen groeien op een oplossing van suikers en wat andere voedingsstoffen. Zodra de gistcellen de suiker hebben opgegeten, pompt Bart de kweek bijna leeg en vult hem weer met verse voedingsoplossing. Als je dit maandenlang doet, wordt de kweek vanzelf overgenomen door toevallige, sneller groeiende gistmutanten. Dat was althans de bedoeling, maar een slimme gistmutant doorkruiste Barts plannen. In plaats van sneller te groeien, vormde de mutant klontjes: de cellen lieten elkaar na de celdeling niet los, maar bleven aan elkaar plakken. De klontjes zakten vervolgens als een steen naar de bodem en bleven daar liggen als Bart het kweekvat leegpompte – terwijl hun niet-klonterende collega’s netjes werden weggepompt. Dat gaf een enorm evolutionair voordeel. Gevolg: in een paar weken tijd nam de klontmutant Barts cultuur over.

Ik vond dit een prachtig voorbeeld van evolutionaire wendbaarheid en samen bedachten we de meest fantastische vervolgexperimenten, genoeg om Bart nog jaren aan de slag te houden. Om de voortgang in Barts promotietraject en Barts geestelijke gezondheid niet teveel onder druk te zetten, hebben we vervolgens toch maar besloten een slimmer systeem te bedenken voor het leegpompen van de gistkweek. Een afstudeerder gaat verder met het klontjesproject. Nu maar weer wachten met wat voor verrassingen die mijn kamer komt binnenvallen.

Geïnspireerd door de gistklontjes? Op 27 mei organiseren studenten van Life Science and Technology een eendaags symposium over Evolution and Development.

Dit artikel is een publicatie van Kennislink (gastcolumnist).
© Kennislink (gastcolumnist), alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 27 april 2010

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.