Je leest:

De ene raad is de andere niet, en zeker geen Tweede Kamer

De ene raad is de andere niet, en zeker geen Tweede Kamer

Auteur: | 2 maart 2006

Voorspellen is een riskante bezigheid, zeker voor wetenschappers. Politicoloog Joop van Holsteyn durft het aan maar liefst vier voorspellingen te doen over de aankomende gemeenteraadsverkiezingen.

Op 7 maart zijn er gemeenteraadsverkiezingen. In de meeste gemeenten van Nederland kunnen de nieuwe leden van de lokale volksvertegenwoordiging worden gekozen. Wat is daarbij eigenlijk de betekenis voor de landelijke politiek?

Niets zo moeilijk en riskant als voorspellen. Wetenschappers zijn in de regel dan ook huiverig als zij worden gevraagd om te vertellen wat er in de toekomst te gebeuren staat. Terecht. Immers, voor een goede voorspelling is het nodig precies te weten hoe onderliggende mechanismen werken. En wetenschap bestaat nu eenmaal vanwege het feit dat dat niet zo is, dat we daarnaar op zoek zijn. Anders zouden we ‘klaar’ zijn – maar een wetenschapper is nooit klaar.

Eén voorspelling kan er echter wel vanaf. Die luidt dat op de avond van de raadsverkiezingen van 7 maart de landelijke politieke kopstukken letterlijk en figuurlijk het beeld zullen vullen. Het zullen de Bossen en Balkenenden van politiek Nederland zijn die ingaan op vragen over de uitslag van de verkiezingen van die dag. Waarbij – toe maar: een tweede voorspelling – het ook nog eens zo is dat zij allen op de een of andere manier blijken te hebben gewonnen of zeker niet hebben verloren die dag, welbeschouwd.

En verder? Kan er misschien ook nog een voorspelling vanaf ten aanzien van de uitkomst. Dan wordt het plots verdraaid lastig. Om verschillende redenen is het namelijk buitengewoon moeilijk om aan te geven wat er op 7 maart gaat gebeuren. En zo goed als onmogelijk is het om aan te geven wat dat dan zou betekenen in landelijke politieke en electorale termen.

Ten eerste is het zo dat het strikt genomen gaat om een heel groot aantal onafhankelijke verkiezingen, die weliswaar op dezelfde dag worden gehouden maar uiteindelijk los van elkaar staan. Ik stem als burger van gemeente A voor mijn vertegenwoordigers in een raad met x leden, terwijl een ander in gemeente B stemt in een raad met y leden. In A en B hebben tevens andere Colleges van B & W de afgelopen vier jaar de dienst uit gemaakt.

Het verschil in de lokale politieke en electorale context gaat verder. Bij Tweede-Kamerverkiezingen is het normaal gesproken zo dat alle kiesgerechtigden een keuze maken uit dezelfde set van politieke partijen. Voor iedereen is er dan hetzelfde aanbod aan partijen. Dat ligt bij raadsverkiezingen echt anders. Zo doen bijvoorbeeld niet alle partijen die in de Tweede Kamer vertegenwoordigd zijn in alle gemeenten mee. Het bestaan van allerlei lijstcombinaties en gecombineerde lijsten van gevestigde landelijke partijen compliceert dat alles nog.

Alsof dat nog niet genoeg verscheidenheid zou bieden, zijn er ten derde nog de lokale lijsten. Na een periode waarin dit soort partijen op de terugtocht leek, is er al enkele raadsverkiezingen achtereen een opleving van deze politieke verschijningsvorm te signaleren. Op de omvang van dit verschijnsel mag men zich niet verkijken: in 2002 ging bij de raadsverkiezingen ruim een kwart van alle stemmen naar een lokale partij. Geen enkele andere, landelijke partij had meer raadszetels dan de lokale partijen samen hadden! Het dagblad Trouw meldde eind januari dat er op 7 maart dit jaar meer lokale partijen mee zouden doen dan ooit tevoren, waarmee het wellicht voor nog meer kiezers mogelijk wordt om een lokale stem uit te brengen.

Joop van Holsteyn voorspelt dat op de avond van de gemeenteraadsverkiezingen de Bossen en de Balkenendes letterlijk en figuurlijk het beeld zullen vullen. Bron: Radio Nederland Wereldomroep

Ten vierde is het zo dat de opkomst bij raadsverkiezingen in de regel lager ligt dan bij met name Tweede-Kamerverkiezingen. Kiesgerechtigden brengen wat makkelijker hun stem uit als zij denken dat de keuze werkelijk ergens over gaat en serieuze gevolgen heeft. Het is begrijpelijk dat men dat idee wat vaker zal hebben bij landelijke dan bij lokale verkiezingen. En als het meer in het algemeen zo is dat de aanhang van sommige partijen uit wat trouwere stemmers bestaat dan die van andere, dan is de uitslag niet alleen maar een uitdrukking van politieke voorkeur maar ook van de neiging om de gang naar het stemlokaal te maken.

Er zijn kortom goede redenen om gemeenteraadsverkiezingen op zichzelf te beschouwen, en zeker in enige mate los van de stand van zaken en ontwikkelingen op landelijk politiek niveau. Dat laat uiteraard onverlet dat vele kiesgerechtigden hun keuze op 7 maart laten bepalen of op zijn minst kleuren door wat zij van de politiek van regering en parlement zien en vinden. Voor een groot maar onbekend deel van het electoraat zijn de raadsverkiezingen aldus verkapte landelijke verkiezingen, of iets als een megapeiling over de gang van zaken in de nationale politiek. Maar zoals gezegd zijn er nogal wat betekenisvolle verschillen tussen raads- en Tweede-Kamerverkiezingen. Dat besef zou bij landelijke politici tot de grootst mogelijke terughoudendheid en zorgvuldigheid moeten leiden. Ze zouden bescheiden moeten plaatsnemen in de schaduw van hun lokale politieke verwanten en vijanden. Hoe waarschijnlijk dat is? Vooruit, er kan nog een laatste voorspelling af: ook op 7 maart zal de politieke werkelijkheid sterker zijn dan de politicologische leer.

In Amsterdam wordt voor het eerst ook bij de gemeenteraadsverkiezingen elektronisch gestemd.

Over de auteur

Prof.dr. Joop van Holsteyn is universitair hoofddocent en bijzonder hoogleraar Kiezersonderzoek aan de Universiteit Leiden en als fellow werkzaam aan het Netherlands Institute for Advanced Study in the Humanities and Social Sciences (NIAS) te Wassenaar.

Literatuur

Wie meer wil weten over de verhoudingen tussen landelijke en lokale factoren bij gemeenteraadsverkiezingen wordt verwezen naar de volgende wat oudere maar grondige studie: M.F.J. van Tilburg, Lokaal of nationaal? Het lokale karakter van de gemeenteraadsverkiezingen in Nederlandse gemeenten (1974-1990). Den Haag, VNG, 1993.

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 02 maart 2006

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.