Je leest:

De drijfkracht van zwempakken

De drijfkracht van zwempakken

Auteur: | 14 januari 2009

Het ene na het ander zwemrecord viel op het EK kortebaanzwemmen in Kroatië, maar zwemmers en coaches baalden. Het komt vooral door de nieuwste zwempakken. Deze zouden de zwemmers extra drijfvermogen geven, zodat degene met het beste zwempak automatisch wint. Onzin, zeggen onderzoekers. Zwemtechniek zou nog steeds belangrijker zijn dan de kwaliteit van het zwempak.

“Zo wordt zwemmen een soort Formule 1, waarbij alles van de techniek afhangt”, zegt Martin Truijens, coach bij het Nationaal Zweminstituut in Amsterdam. Hij en andere coaches hebben de internationale zwembond FINA met klem om duidelijke regels gevraagd. Officieel mogen pakken van de FINA geen drijfvermogen geven, maar toegestane pakken als de LZR Racer van Speedo LZR hebben dat wel, zegt Truijens. “Je ziet mensen hoger in het water liggen. Mensen trekken meerdere pakken over elkaar aan.”

Zwemmers en coaches balen van de nieuwe Speedo LZR zwempakken. Het extra drijfvermogen zou zwemmen veranderen in een puur technische sport, zoals Formule 1 racen.

Paar millimeter

“De LZR geeft geen extra drijfvermogen”, stelt woordvoerder Coen Stoker van Speedo Nederland beslist. Het pak werkt vooral door de lage wrijvingsweerstand van de stof in het water, en doordat het de zwemmer strak samenperst, zegt hij. Daardoor wordt de zwemmersromp stijver, wat goed is voor de zwemtechniek. “En doordat de zwemmer gecomprimeerd wordt, heeft hij ook minder oppervlak, dus ook minder wrijving.”

“Geen drijfvermogen? Ja dag…”, zegt ook Huub Toussaint, onderzoeker aan de VU, die al in 1989 zwempakken wetenschappelijk onderzocht. Alleen helpt het drijfvermogen nauwelijks om een zwemmer hoger in het water te laten liggen, zoals iedereen beweert te zien. Hooguit een paar millimeter, valt ook gemakkelijk uit te rekenen.

Het drijfvermogen van een zwempak en de wrijvingsweerstand met het water maken nauwelijks verschil voor de snelheid van een zwemmer. Een goede techniek is de sleutel tot een snelle tijd: door weinig golven te maken houdt de zwemmer energie over. Die energie kan hij gebruiken om zichzelf sneller voort te bewegen.

Trillende borsten

“De sporttechnologie is een kwestie van een hoop geloof, hoop en liefde”, zegt Toussaint. Ook de wrijving tussen water en stof, vaak benadrukt door fabrikanten, scheelt maar fracties van een procent op de totale weerstand die een topzwemmer moet overwinnen. Veel belangrijker zijn de golven die een zwemmer maakt: alle energie die daarin gaat zitten, gaat niet naar de voortstuwing van de zwemmer zelf. Een vergelijkbare bijdrage van bijna vijftig procent van de weerstand levert het drukverschil tussen de voor- en achterkant van de zwemmer.

En in dat laatste zit hem ook het voordeel van de zwempakdrijfkracht, stelt Toussaint. Een zwemmer wordt naar beneden getrokken door de zwaartekracht en naar boven geduwd door drijfvermogen, gelijk aan het gewicht van het verplaatste water. Maar de opwaartse drijfkracht grijpt hoger aan dan de neerwaartse zwaartekracht, want de longen geven extra drijfvermogen. Dus zinken de zwemmersbenen.

Goede techniek voorkomt dit, maar een pak met drijfvermogen helpt ook. De zwemmer ligt per saldo niet hoger, maar wel vlakker in het water, zodat hij een minder diep spoor door het water hoeft te trekken, zegt Toussaint, en minder drukverschil hoeft te overwinnen. En nog zoiets: het samendrukken van de zwemmer maakt hem of haar niet echt kleiner, maar helpt wel om weke delen als borsten of vetrollen minder te laten lillen. “Op video-opnamen van zwemsters zonder pak zie je de trillingen door de borsten heen golven”, zegt hij, “dat geeft ook extra weerstand.”

Zie ook:

Dit artikel is een publicatie van Intermediair.
© Intermediair, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 14 januari 2009

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.