Je leest:

De dood van een genie

De dood van een genie

Auteur: | 5 februari 2006

Op maandag 18 april 1955 om 01.15 uur in de morgen blies Albert Einstein zijn laatste adem uit, vlak na zijn zesenzeventigste verjaardag. Waaraan is Einstein overleden, en wat is er met zijn lichaam gebeurd? Een reconstructie van de laatste dagen voor zijn overlijden en de dagen erna.

Op 15 december 1948 werd Einstein krimpend van de buikpijn het Brooklyn Jewish Hospital binnengebracht. Aanvankelijk dacht men met een galblaasontsteking van doen te hebben, maar toen chirurg Rudolph Nissen Einstein opereerde bleek de werkelijke oorzaak “a grapefruit-sized aneurysm in the abdominal region of the aorta, a weak tissue bulge threatening to explode”. Nissen omkleedde het aneurysma met chirurgisch cellofaan om de aortawand te versterken maar waarschuwde Einstein dat die wand alsnog kon scheuren. Zeven jaar lang zou Nissens provisorische cellofaanbekleding het houden en al die tijd stond Einstein onder regelmatige medische controle. Omdat hij een vreselijke hekel had aan drukte om zijn persoon of zijn gezondheid, liet Helen Dukas (zijn secretaresse sinds 1928 die met hem mee naar Amerika was gekomen) op gezette tijden Einsteins twee oude vrienden naar New York overkomen: Rudolph Ehrmann – Einsteins huisarts uit Berlijn – en Gustav Bucky – röntgenoloog eveneens uit Berlijn die samen met Einstein in 1936 een octrooi had verworven voor een automatisch belichtingssysteem van een fotocamera (US pat. nr. 2 058 562). Zij deden dan of ze toevallig in de buurt moesten zijn en nu ze er toch waren konden ze net zo goed Einstein even onderzoeken. Einstein had het spelletje wel door en merkte ironisch op dat hij best wel in staat was om dood te gaan “zonder de hulp van de doktoren”.

Ten tijde van de operatie was Einstein al twee jaar met emeritaat – in hetzelfde jaar 1946 dat Robert Oppenheimer tot directeur van het Institute of Advanced Studies was benoemd. Einstein had echter salaris en alle privileges behouden “weil ich drohte, bei der Pensionierung Princeton zu verlassen, was man wegen meiner Popularität nicht wünschte”. De fysici die Oppenheimer naar Princeton haalde waren de quantummechanica echter met de academische paplepel ingegoten, zodat ze met Einsteins ideeën maar weinig ‘Anklang’ hadden, nauwelijks contact met hem zochten en hem beschouwden als een reliek uit vervlogen tijden – “ein wenig so, als wäre Sir Isaac Newton unter ihnen erschienen”. Begin 1950 constateerden de artsen dat het aneurysma groter was geworden, maar Einstein wimpelde alle voorstellen voor operatief ingrijpen af.

Op 18 maart 1950 ondertekende Einstein zijn testament, waarin zijn secretaresse Helen Dukas en Otto Nathan, zijn vriend en financiële raadgever, tot executeurs-testamentair werden benoemd. Na zijn dood moesten al zijn manuscripten aan de Hebreeuwse Universiteit van Jeruzalem, die hem in 1923 een eredoctoraat had verleend, worden vermaakt. Zijn lichaam moest worden gecremeerd en de as verstrooid. Eens, tijdens een bezoek aan Genève, had een hysterisch meisje geprobeerd een lok van zijn haar af te knippen en hij vreesde voor soortgelijke overspannen taferelen na zijn dood. Op de vraag wat er met zijn huis moest gebeuren, was het antwoord: “Dieses Haus wird sicherlich niemals ein Wallfahrtort werden, zu dem die Pilger kommen, um die Gebeine des Heiligen zu betrachten”. Zijn viool vermaakte hij aan zijn enige kleinzoon Bernhard Caesar (“Hardi”), de zoon van Hans Albert.

Eind 1954 moest Einstein wegens een hemolytische anemie (bloedarmoede) het bed houden, maar in februari 1955 was hij voldoende aangesterkt om weer op de been te komen. “Der Kasten läuft wieder enigermassen, nur das Gehirn ist etwas eingerostet”, berichtte hij een vriend.

Laatste foto’s

Op zijn zesenzeventigste verjaardag op 14 maart 1955 voelde Einstein zich in staat – hoewel verzwakt – om met enige feestelijkheid het cadeau van zijn fysische vrienden in ontvangst nemen, waarmee op eenvoudige wijze een experimenteel bewijs van het door hem ontdekte equivalentieprincipe kon worden gedemonstreerd en, zoals hij het uitdrukte “das mich an den glücklichsten Gedanken in meinem Leben erinnerte, der mich vor einem halben Jahrhundert im Patentamt in Bern eingefallen war” (zie het kader ‘Einsteins verjaardagscadeau’). De zoals ieder jaar voor het huis verzamelde persfotografen kregen hem echter niet te zien. “No pictures today, boys”, had Helen Dukas ze laten weten, “Dr. Einstein says use last year’s pictures. He hasn’t changed since then”. ‘s Morgens echter was Benjamin Cortizano, een schilder uit New York, komen voorrijden om Einstein een geschilderd portret aan te bieden. Toen hij naar New York terug wilde rijden, deed zijn auto het niet. Cortizano vroeg aan Nicolas Archer, een fotograaf van het New Yorkse Metrotone News of hij met hem mee terug kon rijden. Bij het uitstappen overhandigde hij Archer als dank een fotorolletje: het bevatte de opnamen van Einstein tijdens de aanbieding van het portret, gemaakt met de camera van de jarige zelf. De foto’s zouden, zo zou blijken, de laatste zijn die van Einstein tijdens zijn leven waren genomen.

Einsteins verjaardagscadeau. Het in 1907 door Einstein ontdekte equivalentieprincipe zegt dat geen onderscheid gemaakt kan worden tussen het effect ten gevolge van de zwaartekracht en het effect ten gevolge van een systeem dat zich met gravitationele versnelling beweegt. Zo zal bij een vrije val de zwaartekracht ‘verdwijnen’ omdat het effect vanwege de vrije val gelijk maar tegengesteld gericht is aan dat van de zwaartekracht. Einsteins verjaardagcadeau bestaat uit een metalen bolletje dat met een draad is bevestigd aan een veer binnen een holle buis. In rust is de zwaartekracht die op het bolletje werkt (het gewicht van het bolletje) sterker dan de trekkracht van de veer, zodat het bolletje buiten de holle buis blijft hangen. Laat men echter het cadeau loodrecht naar beneden vallen (vrije val) dan wordt volgens het equivalentieprincipe de zwaartekracht ‘opgeheven’ en kan de veer het bolletje wel in de buis trekken.

Stekende pijnen

Ongeveer een maand na zijn verjaardag, op maandag 11 april 1955, ondertekende Einstein een door de Britse natuurfilosoof Bertrand Russell opgesteld internationaal appèl aan de politieke leiders voor een wereldwijde ontwapening, met name van kernwapens, het zogenaamde ‘Russell-Einstein-manifest’. Maar voordat Russell het door Einstein ondertekende manifest weer in handen kreeg, was Einstein reeds overleden. Op dinsdag, 12 april namelijk had Einstein al stekende pijnen in de maagstreek gevoeld, maar er geen aandacht aan geschonken. Hij begaf zich in de middag nog naar het instituut voor een bespreking met zijn medewerkster Bruria Kaufman. “Is everything comfortable?”, vroeg ze hem. “Yes, everything is comfortable”, antwoordde hij met een glimlach, “but I am not”. Op woensdag 13 april voelde hij een intense pijn in zijn buik en besloot hij een middagdutje te doen. Om 15.30 uur hoorde Helen Dukas hem naar de badkamer rennen waar ze hem ineengezakt aantrof. Guy Dean, Einsteins in allerijl gewaarschuwde huisarts, constateerde een te lage hartslag en een verder vergrote onderhuidse bloeding: het aneurysma was duidelijk gaan lekken en de ontstane zwelling op zijn buik pulseerde mee met iedere hartslag. Dean adviseerde ziekenhuisopname en operatie, maar Einstein verzette zich resoluut. “Ich möchte gehen, wann ich möchte. Es ist geschmacklos, das Leben künstlich zu verlängern.”

Naar het ziekenhuis

Donderdag 14 april kwamen verschillende verontruste vrienden en artsen uit Princeton en New York langs, waaronder uiteraard ook Ehrmann en Bucky. De artsen waren het er snel over eens dat het aneurysma was doorgebroken. De onderhuidse bloedblaar strekte zich nu uit vanaf het middenrif tot diep in de rechterflank. “The pulsations of the mass are frightening in their magnitude”, constateerde Dean. Ze smeekten Einstein zich te laten opereren. De overlevingskans was weliswaar slechts vijftig procent, maar een onbehandelde breuk van de aorta zou hem zeker het leven kosten. Doch Einstein bleef onverbiddelijk: hij wenste ‘mit Grazie zu sterben’. Helen Dukas was nachtenlang opgebleven om Einstein met een lepeltje ijsklontjes en mineraalwater te voeren, maar het werd duidelijk dat zij de verzorging niet kon volhouden. De pijn bleef toenemen, Einstein begon uitdrogingsverschijnselen te vertonen en Helen Dukas raakte uitgeput. Op vrijdag 15 april stemde hij erin toe naar het Princeton Hospital overgebracht te worden. Nauwelijks daar aangekomen vroeg hij Dukas om hem zijn bril, vulpen en de papieren waaraan hij zat te rekenen op te sturen. Pas op die vrijdag werd Einsteins oudste zoon Hans Albert, hoogleraar hydraulic engineering te Berkeley, over de toestand van zijn vader ingelicht. Met het eerste vliegtuig uit Californië kwam hij op zaterdag 16 april te Princeton aan, even later gevolgd door Otto Nathan uit New York. In het gesprek dat Hans Albert met zijn vader voerde werd over wetenschappelijke onderwerpen gepraat, totdat Otto Nathan erbij kwam waarna zich een discussie ontspon over de vraag of Duitsland zich opnieuw zou herbewapenen, zoals het na de Eerste Wereldoorlog had gedaan. “On Saturday and Sunday, I was together quite a lot with my father, who much enjoyed my company”, aldus Hans Albert.

Laatste adem

Hoewel Einstein intraveneus glucose en morfine kreeg toegediend, verzwakte hij zienderogen. Op zondag 17 april bracht Otto Nathan hem zijn dagelijks bezoek. Hij trof een alerte Einstein aan, die weer aan zijn berekeningen wilde werken. Einstein bewoog zijn hand naar zijn hart en zei dat hij het gevoel had dicht bij een succesvolle unificatietheorie te zijn. Nathan verliet Einstein weer om 20.00 uur, niet beseffend dat hij zijn vriend voor het laatst levend had gezien. Guy Dean kwam ’s avonds om 23.00 uur nog ter controle bij Einstein langs, maar trof hem slapend aan en liet hem ongestoord. Even voorbij middernacht op maandag 18 april, merkte nachtzuster Alberta Roszel dat Einstein moeilijk ademhaalde. Ze haalde een andere verpleegster erbij om Einsteins hoofd goed te leggen, waarna de andere verpleegster weer vertrok. Volgens zuster Roszel mompelde Einstein in zijn slaap nog enkele woorden in het Duits, maar die taal verstond ze niet. “Then he gave two deep breaths and expired”. Dit was op maandag 18 april 1955 om 01.15 uur in de ochtend, plaatselijke tijd.

Dean werd onmiddellijk telefonisch over Einsteins dood ingelicht en hij bracht op zijn beurt Hans Albert en Helen Dukas, die beiden in Einsteins woning op Mercer Street 112 verbleven, op de hoogte. Tegen zes uur ’s ochtend belde Dean met Thomas Harvey, de patholoog-anatoom van het Princeton Hospital om door te geven dat Hans Albert en Otto Nathan het hospitaal toestemming hadden gegeven voor een autopsie van Einsteins lichaam. De media werden pas om acht uur ’s morgens door Jack Kauffman, directeur-geneesheer van het Princeton Hospital ingelicht. Over de precieze doodsoorzaak kon hij niets mededelen voordat de patholoog-anatoom die had vastgesteld, aldus Kauffman.

Postmortaal onderzoek

Na het telefoontje van Dean maakte dokter Thomas Harvey zich meteen klaar om naar het ziekenhuis te gaan. Hij wilde de drukte vóór zijn waarvan hij wist dat die weldra in het ziekenhuis zou losbarsten, vanwege het nieuws van Einsteins dood. Tevens wilde hij de verzamelde journalisten de resultaten van het postmortaal onderzoek zo snel mogelijk kunnen mededelen.

Toen hij de autopsiekamer betrad was daar Otto Nathan reeds aanwezig, die zwijgend maar met haviksogen al zijn bewegingen volgde. Methodisch begon Harvey het lichaam te onderzoeken en de gegevens op het standaard autopsieformulier in te vullen. Naam: Albert Einstein. Geslacht: m. Leeftijd: 76. Lengte: 176 cm. Gewicht: 81,6 kg. Jaar: 1955. Nummer (volgnummer van het aantal in dat jaar verrichte autopsies): 33. Hij noteerde ook de eeltplek op het tweede kootje van de middelvinger van de rechterhand, vanwege het vele schrijven met de vulpen, het litteken van Nissens operatie, het eelt op de voetzolen vanwege het vele lopen op blote voeten. Bij een autopsie hoorde standaard ook het onderzoek van de hersenen. Voorzichtig haalde hij de hersenen uit de hersenpan en legde ze op de weegschaal, die 1,230 kg aanwees.

“Because it was Einstein’s brain I embalmed it very carefully, so it would be in a good state to start with”, aldus Harvey. In normale toestand vormen hersenen een weke, blubberige massa omdat ze voor 80% uit water bestaan. Maar de warme balsemstof geeft de proteïnen de consistentie van een gekookt ei of van jonge kaas. Daarna legde hij de hersenen in een glazen vat, gevuld met formaldehyde, die hij verdunde met water en een zoutoplossing. Vervolgens waste hij zijn handen en vertrok met de nog steeds zwijgend toekijkende Otto Nathan naar de wachtende journalisten.

Oogarts Henry Abrams had zijn praktijk op de eerste verdieping van het Princeton Hospital. Einstein was een van zijn patiënten en in de loop der jaren had Abrams zich tot huisvriend ontwikkeld, die vaak door Einstein voor een bezoek werd uitgenodigd. “Hennery”, placht Helen Dukas dan op te bellen, “ze professor vould like you to come over and talk”. Einstein was zelfs peetvader van zijn tweede zoon Mark. Toen Abrams nietsvermoedend op zijn werk arriveerde hoorde hij van zijn assistente dat Einstein midden in de nacht was gestorven en de autopsie reeds had plaatsgevonden. Volkomen in shock begaf hij zich naar het mortuarium om persoonlijk afscheid van zijn oude vriend te nemen. In de hal van het ziekenhuis ontmoette hij directeur Kauffman, die hem vertelde dat collega Harvey inderdaad de autopsie reeds had verricht, dat die Einsteins hersenen voor verder onderzoek had geconserveerd en dat hij nu bezig was met een persconferentie. Abrams: “I said to Jack ‘The eyes are considered part of the brain, you know’ and I asked Kauffman if I could have permission to take them. And he said, ’Absolutely, Henry, you have permission to take them”.

Epilog zu Schillers Glocke

Auch manche Geister, die mit ihm gerungen, Sein gross Verdienst unwillig anerkannt, Sie fühlen sich von seiner Kraft durchdrungen, In seinem Kreise willig festgebannt: Zum Höchsten hat er sich emporgeschwungen, Mit allem, was wir schätzen, eng verwandt. So feiert Ihn ! Denn was dem Mann das Leben Nur halb erteilt, soll ganz die Nachwelt geben.

So bleibt er uns, der vor so manchen Jahren - Schon zehne sind’s ! – von uns sich weggekehrt ! Wir haben alle segenreich erfahren, Die Welt verdank ihm, was er sie gelehrt; Schon längst verbreitet sich’s in ganze Scharen, Das Eigenste, was ihm allein gehört. Er glänzt uns vor, wie ein Komet entschwindend, Unendlich Licht mit seinem Licht verbindend. _________________________________________________________________

Requiescat in pace?

Om 14.00 uur diezelfde dag werd Einsteins lijk overgebracht naar het Mather Funeral Home in Princeton. Vandaar reden anderhalf uur later de lijkwagen en drie volgauto’s, met daarin naast Hans Albert, Helen Dukas en Otto Nathan nog een tiental andere personen, naar het crematorium van het Ewing Cemetery in het nabijgelegen Trenton. Otto Nathan hield een korte toespraak en reciteerde de twee laatste coupletten van Goethe’s ‘Epilog zu Schillers Glocke’ (zie kader).

Omstreeks 16.00 uur werd Einsteins lijk gecremeerd en de as op een geheime plaats verstrooid, om pelgrimages te voorkomen. Het gerucht verspreidde zich echter dat de urn in een nabij het crematorium gelegen riviertje was leeggegoten, en weldra zag men mensen flessen vullen met water uit de rivier en er slokjes van drinken.

Pas de volgende dag, op 19 april, lazen Helen Dukas en Einsteins familie onthutst en ook vol afschuw het volgende bericht in de New York Times: “The body was cremated without ceremony at 4:30 p.m. at Ewing Cemetery in Trenton after the removal, for scientific study, of vital organs among them the brain that had worked out the theory of relativity and made possible the development of nuclear fission”. Harvey verdedigde zich met het feit dat hij voor de autopsie de toestemming had van Hans Albert, en dat het uitnemen van de hersenen en soms het bewaren ervan daar standaard bij hoorde. “It was the brain of a genius. I would have felt ashamed if I had left it.” Post hoc gaf Otto Nathan alsnog zijn schriftelijke toestemming, onder voorwaarde dat resultaten van het hersenonderzoek uitsluitend in wetenschappelijke vakbladen zouden worden gepubliceerd. Wat Nathan hoopte was dat ook uit het hersenonderzoek zou blijken dat zijn vriend Einstein geniaal was.

Harvey was niet bekend met de wereld van hersendiagnostiek en neuro-anatomie en was niet in staat – en ook geenszins van plan – om het onderzoek zelf uit te voeren. Hij sneed Einsteins hersenen in 240 kleine stukjes die hij zeer secuur nummerde, en vervolgens stuurde hij sommige preparaten naar verschillende neuro-anatomen – die er weinig of niets mee deden. Na Harveys vertrek uit Princeton omstreeks 1960 raakten Einsteins hersenen volledig uit het zicht, totdat vijftien jaar later een journalist Harvey in Kansas opspoorde. Het nieuws ervan was aanleiding voor een Japanse Einstein-fanaat, Kenji Sugimoto, hoogleraar wiskunde aan de Kinki Universiteit, en bezitter van meer dan duizend Einstein-artefacten (foto’s, boeken, postzegels, munten, T-shirts, kopjes en bordjes, enzovoort) om heel Amerika door te reizen om Harvey te smeken hem een stukje van Einsteins hersenen te geven (hij heeft dit uiteindelijk gekregen). De eerste wetenschappelijke publicatie over Einsteins hersenen verscheen pas dertig jaar na zijn dood: Marian C. Diamond, Arnold B. Scheibel, Greer M. Murphy, Thomas Harvey, ‘On the brain of a scientist: Albert Einstein’, Experimental Neurology 8-1 (april 1985). De meest recente zijn: Sandra F. Witelson, Debra L. Kigar, Thomas Harvey, ‘The Exceptional Brain of Albert Einstein", The Lancet 353 (19 juni 1995), en F.E. Lepore, ’Dissecting Genius: Einstein’s Brain and the Search for the Neural Basis of Intellect’, Cerebrum 3- 1 (2001).

In 1996 schonk Harvey, inmiddels 84 jaar oud, de hersenen van Einstein – of wat er nog van over was, namelijk twee glazen stopflessen en vier dozen met in elk honderd microscooppreparaten – terug aan dr. Elliot Krauss, zijn opvolger patholoog-anatoom aan het Princeton Hospital – waar ze zich nu nog bevinden.

Einsteins ogen zijn nog steeds het bezit van dr. Henry Adams, Einsteins voormalige oogarts maar nu met pensioen. Het gerucht ging dat Abrams de ogen te koop had aangeboden voor vijf miljoen dollar en dat popzanger Michael Jackson interesse zou hebben getoond. Maar het gerucht werd door Abrams verontwaardigd ontkend.

Eens, toen hij was overvallen door een horde handtekeningjagers, maakte Einstein de opmerking dat de jacht op handtekeningen de moderne vorm was van kannibalisme. “People used to eat people, but now they seek symbolic pieces of them instead”.

Bezoek de website van het Nederlands Tijdschrift voor Natuurkunde

Dit artikel is een publicatie van Nederlands Tijdschrift voor Natuurkunde.
© Nederlands Tijdschrift voor Natuurkunde, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 05 februari 2006

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.