Je leest:

De discussie rond ritueel slachten

De discussie rond ritueel slachten

Auteurs: en | 29 juni 2011

Het verbod op ritueel slachten komt er, zo besloot de Tweede Kamer gisteren. Een overwinning voor de dierenliefhebbers, een nederlaag voor de Joodse en islamitische gemeenschap. Maar is het verbod ook een overwinning voor de dieren? Want hoe zit het nu eigenlijk: lijden ritueel geslachte dieren nu sterker dan in de reguliere slacht? Wetenschappelijk gezien is dat moeilijk te meten. Dierenwelzijn blijft dan ook vooral een kwestie van ethiek.

Slagerij in Jeruzalem. Hier is al het vlees halal.
Wikimedia Commons

Vlees moet volgens islamitische traditie halal zijn, en volgens Joodse traditie koosjer. Bijna iedereen kent die termen, maar wat houden ze eigenlijk in?

Vlees dat halal is, is afkomstig van runderen, schapen of gevogelte die onverdoofd geslacht worden. De slachter moet daarbij volgens de voorschriften wel zorg dragen voor het comfort van het dier. Zo mag het slachtmes niet zichtbaar zijn voor het dier dat geslacht wordt en mag het mes niet in nabijheid van dat dier worden geslepen. Bovendien mogen andere dieren in het slachthuis de slacht niet zien. Ook voor koosjer vlees moeten goedgekeurde dieren (zoals herkauwers met gespleten hoeven) onverdoofd en op rituele wijze worden geslacht. Een eis daarbij is wel dat het slachtmes vlijmscherp en kaarsrecht is zodat het dier onmiddellijk dood gaat.

In de westerse wereld is dierenwelzijn de afgelopen eeuwen steeds belangrijker geworden en daarom is het in Nederland sinds het begin van de twintigste eeuw gebruikelijk om dieren te verdoven voordat ze geslacht worden. Maar voor halal en koosjer vlees wordt een uitzondering gemaakt. Regelgeving van de Europese Unie staat slachten zonder verdoving namelijk toe als een bepaalde geloofsovertuiging daartoe verplicht. En bovendien waarborgt de Nederlandse grondwet de vrijheid van godsdienst. Op die gronden is het dan ook mogelijk om ritueel te slachten in ons land.

Dierenwelzijn meten

Hoeveel dieren er jaarlijks ritueel geslacht worden is lastig te zeggen. Tot 2006 moesten alle Nederlandse slachthuizen een ontheffing aanvragen voordat zij ritueel mochten slachten, maar tegenwoordig bestaat er alleen nog maar een meldplicht voor bedrijven die voor het eerst ritueel gaan slachten en bedrijven die langer dan een jaar niet ritueel geslacht hebben. In 2004 verleende het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) ontheffing voor het ritueel slachten van 850.000 schapen en 101.000 runderen. Volgens berekeningen werden er in 2006 in totaal ongeveer twee miljoen dieren ritueel geslacht.

De Wageningen Universiteit heeft zowel in 2008 als in 2010 onderzoek gedaan naar het welzijn van ritueel geslachte dieren. Daarbij is het welzijn van ritueel geslachte dieren vergeleken met dat van regulier geslachte dieren die voor de daadwerkelijke slacht verdoofd werden. Hoe is dat dierenwelzijn te bepalen? Dat is vrij lastig, al zijn er een aantal waarden die objectief kunnen worden gemeten. Zo is de concentratie van de hormonen adrenaline en cortisol een maat voor de hoeveelheid stress dat een dier ondervindt tijdens de slacht. En kunnen metingen aan de hersenactiviteit en de hartfunctie iets zeggen over de perceptie en verwerking van signalen en het moment dat uiteindelijk de dood intreedt.

Een rund omleggen met een enkele halssnede is lastiger dan het lijkt.
Wikimedia Commons

Stress en pijn?

Een belangrijke voorbereiding voor het daadwerkelijke slachtmoment is de fixatie. Tijdens de fixatie wordt de bewegingsvrijheid van een dier dusdanig beperkt dat het snel en doeltreffend verdoofd en/of gedood kan worden.

Bij runderen is het mogelijk om staand te fixeren of te kantelen, waarbij het dier op zijn rug komt te liggen. Kantelen heeft bij ritueel slachten de voorkeur omdat het dan veel makkelijker is om in een keer een goede halssnede aan te brengen waardoor het dier snel doodbloedt. Maar de rapporten uit Wageningen wijzen erop dat dieren die op hun rug liggen bij het aanbrengen van de halssnede bloed in hun longen kunnen krijgen. En bovendien zorgt kantelen waarschijnlijk voor meer stress dan staand fixeren. Uit onderzoek is gebleken dat de cortisolwaarden bij runderen na het kantelen verdrievoudigen in vergelijking met staande fixatie.

Na de fixatie volgt onherroepelijk het moment van de slacht: de halssnede. Bij die halssnede worden aders en slagaders, maar ook de luchtpijp, slokdarm en spieren en zenuwen in de nek doorgesneden. Daardoor daalt de bloeddruk scherp en valt de bloedtoevoer naar de hersenen uit. Het dier verliest snel zijn bewustzijn. Tenminste dat is de bedoeling.

Bij runderen is één halssnede over het algemeen echter niet voldoende om het dier compleet buiten bewustzijn te krijgen. Dat komt doordat er bij runderen – in tegenstelling tot schapen en gevogelte – nog een extra bloedvat vanuit de rug richting de hersenen stroomt. En als de halssnede niet goed wordt uitgevoerd, bestaat het risico dat de halswond zich weer gedeeltelijk sluit of dat gestold bloed uit omliggend weefsel de doorgesneden aderen en slagaderen weer dichtdrukt. Ook in dat geval blijft een rund langer bij bewustzijn.

Maar hoe erg is dat? Doet een halssnede echt pijn? Daarover zijn de meningen verdeeld. Sommige wetenschappers menen dat een goed uitgevoerde halssnede bij een rustig dier (dus een dier dat goed gefixeerd is) geen pijn hoeft te doen. Zij leiden dit af uit het feit dat de dieren geen spastische bewegingen meer maken met de kop of met de benen zodra de halssnede is toegebracht. Maar andere wetenschappers stellen dat de halssnede wel pijn moet doen omdat er juist in het nekgebied ontzettend veel pijnreceptoren zitten.

Dierenwelzijn is een mensending

Of ritueel slachten wetenschappelijk gezien veel meer dierenleed oplevert, is dus moeilijk te zeggen. Maar zelfs als we een onfeilbare pijn- en stressmeter in een koe zouden kunnen steken, dan blijft de vraag welke conclusies we daar als samenleving aan willen verbinden. Hoeveel dierenleed vinden we acceptabel voor ons eigen gemak? Maakt het uit of een dier lijdt voor een biefstukje, een bontjas, een medicijn, een traditie, gezelligheid of vermaak? Dit zijn ethische kwesties die niet zo makkelijk door wetenschappelijk onderzoek beantwoord kunnen worden.

“Dierenwelzijn is geen wetenschappelijk concept,” schrijft de Utrechtse hoogleraar Dierwelzijn en proefdierkunde Frauke Ohl dan ook. “De biologische feiten rond dieren worden door de bril van menselijke waarden en normen gefilterd. Dierenwelzijn is de weerslag van een maatschappelijk waardesysteem waarmee mensen uiting geven aan hun zorg over hoe er met dieren wordt omgegaan.”

Dieren hebben rechten, maar mensen nog meer

Dat maatschappelijk waardesysteem is – zoals dat bij waarden nou eenmaal altijd het geval is – nogal veranderlijk. Per plaats, cultuur, religie en tijd verschillen onze ideeën over wat je een koe of konijn aan mag doen.

Duitse dieren zijn juridisch gezien goed af: hun rechten zijn in de Grondwet opgenomen.
Böhringer

De juriste Eugénie de Bordes promoveerde vorig jaar op onderzoek naar dierenrechten, en hoe deze in de loop van de tijd veranderd zijn. In Nederland werd mishandeling van dieren in 1886 voor het eerst strafbaar gesteld. Bijna honderd jaar later, in 1981, kreeg het dier zelf rechten: in de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren staat dat “het dier onafhankelijk van de mens een eigen waarde wordt toegekend en dat de belangen van het dier niet meer automatisch ondergeschikt zijn aan de belangen van de mens.”

In tegenstelling tot wat veel mensen denken, hebben dieren in het Nederlandse rechtssysteem dus wel degelijk rechten. De crux zit hem alleen in dat ‘niet meer automatisch’. Dieren mogen namelijk wel volgens diezelfde wet in hun welzijn worden benadeeld met een ‘redelijk doel’. Wat dat redelijk doel dan precies inhoudt (en wanneer dierenbelang dus ondergeschikt is aan mensenbelang), is nu al dertig jaar onderwerp van politiek en juridisch gesteggel.

Palingenleed

Dit is niet de eerste keer dat ideeën over dierenwelzijn tegenover de traditie van een minderheid is komen te staan. In 1886 vond in Amsterdam het beroemde Palingoproer plaats. De overheid (bestaande uit de gegoede burgerij) wilde het Jordanese volksvermaak van palingtrekken verbieden. Tijdens dit spel werd een levende paling aan een touw boven de gracht gehangen. Spelers moesten de kronkelende paling vervolgens vanaf hun gammele bootjes vast proberen te pakken. Deze traditie ging tegen de moraal van de dominante groep in, net als halal en koosjer slachten nu.

Het verbod op palingtrekken was onderdeel van een veel breder ‘beschavingsoffensief’ waarin de burgerij het volk wilde opvoeden (regelmatig wassen en minder drinken waren daar ook onderdeel van). Tijdens de rellen kwamen 25 mensen om (vooral ook dankzij falende crowd control, een dronken menigte en spanningen tussen politie en socialisten). Wat dat betreft zijn de huidige politieke parlementaire debatten tussen de verdedigers van dierenrechten en de verdedigers van mensentradities een succes: ze laten zien hoe beschaafd we met zijn allen inmiddels geworden zijn. Tegen elkaar dan, tegenover de dieren zouden we nog wel een beetje beschaving kunnen gebruiken.

Ethiek

De huidige discussie over ritueel slachten is een goed voorbeeld van het politieke gesteggel over botsende en prevalerende rechten. In de strijd tussen dierenwelzijn en recht op godsdienstvrijheid, lijken de dierenliefhebbers deze keer te hebben gewonnen (al moet het wetsvoorstel van de Tweede Kamer natuurlijk nog wel langs de Eerste Kamer).

Wetenschappelijk onderzoek werd door beide partijen ingezet om tegenstanders mee om de oren te slaan. Joodse organisaties spanden zelfs een kort geding aan om meer te weten te komen over de validiteit en methode van het Wageningse onderzoek. Hoewel de christelijke partijen de stemming wilden uitstellen totdat meer bekend was over de waarde van het Wageningse onderzoek, wilde de Kamermeerderheid toch doorgaan met de geplande stemming. Dat is illustratief: wetenschap is in dit geval uiteindelijk ondergeschikt aan ethiek, moraal en politiek.

Update

14 december 2011 – Het verbod op ritueel slachten komt er toch niet, bepaalde de Eerste Kamer dinsdagnacht. Volgens de partijen is nog onvoldoende duidelijk of de beperking van het dierenleed dat zo’n verbod met zich meebrengt de beperking van godsdienstvrijheid wel rechtvaardigt.

Zie ook:

Verdedigers van dierenrechten:

Verdedigers van godsdienstvrijheid:

(Kritiek op) het debat:

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 29 juni 2011

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.