Je leest:

De dikmakende samenleving

De dikmakende samenleving

Nederland wordt steeds dikker. Ruim één op de tien volwassenen kampt met ernstig overgewicht. De schuld van de consument? Dat is nog maar de vraag. We leven in een omgeving waarin gemak en consumptie tot hoogste norm zijn verheven. Wat zegt dat over de rol van het bedrijfsleven? Moet de overheid in actie komen? Het is van belang dat deze discussie wordt gevoerd, want de urgentie blijft groeien.

Nederland wordt steeds dikker. Ruim één op de tien volwassenen kampt met ernstig overgewicht (obesitas) en ook het aantal te dikke kinderen groeit. Volgens recente cijfers is 14 procent van de jongens en 17 procent van de meisjes onder de vijftien te dik. En de verwachting is dat deze cijfers alleen maar verder zullen toenemen. De ziekmakende gevolgen van overgewicht zoals suikerziekte, hart- en vaataandoeningen, sommige vormen van kanker, gewrichtsklachten en depressie maken het tot een van de grootste bedreigingen voor de volksgezondheid.

De aandacht voor het probleem groeit gelukkig ook. In de krant en op televisie is het probleem prominent aanwezig en de regering heeft overgewicht uitgeroepen tot een van de speerpunten van het preventiebeleid. Maar het is onduidelijk hoe we de dreigende overgewichtepidemie een halt kunnen toeroepen. Helpt een ‘vettax’ – een belasting op ongezond voedsel? Moeten we frisdrankautomaten uit school bannen? Moet voedingsreclame gericht op kinderen worden verboden? Dergelijke ‘oplossingen’ worden vaak in het debat naar voren gebracht. Maar we missen de kennis om veel te kunnen zeggen over de zin of onzin van zulke maatregelen.

Bovendien zijn de meningen verdeeld over wie nu eigenlijk precies waar verantwoordelijk voor is. Vaak wordt gesteld dat in de eerste plaats de consument zelf verantwoordelijk is voor zijn (ongezonde) eet- en leefpatroon. Hij kiest en koopt toch zelf wat hij eet? Anderen wijzen met een beschuldigende vinger naar de voedingsindustrie of vinden dat de overheid faalt.

Oorzaken van overgewicht

Hoe ontstaat overgewicht? De meest algemene verklaring is ook de meest eenvoudige: overgewicht is het resultaat van te veel eten en te weinig bewegen. Het menselijk lichaam slaat energie die het niet verbruikt op in vet. Duizenden jaren lang was dat noodzakelijk om te overleven. In tijden van voedselschaarste beschikt het lichaam dan immers over een reservevoorraad. Dit voordeel slaat in de huidige situatie van permanente overvloed echter om in een nadeel. We eten tot we erbij neervallen.

Maar waarom doen we dat? Waarom eten mensen meer dan ze nodig hebben? Hiervoor is niet één oorzaak aan te wijzen. Ons eet- en leefpatroon hangt samen met uiteenlopende factoren als culturele eetgewoonten, het voedingsaanbod in winkels, inkomen, opleiding of de tijd die we besteden aan maaltijdbereiding. Voor het ontstaan van overgewicht spelen daarnaast ook genetische aanleg en (gebrek aan) beweging een rol.

Wel begint het besef steeds meer door te dringen dat we voor de aanpak van overgewicht niet alleen naar het gedrag van de individuele consument moeten kijken. Ook de maatschappelijke omgeving waarbinnen consumenten keuzes maken, is relevant. In 2003 stelde de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) al dat we in een ‘obesogene’ omgeving leven: een omgeving die ongezonde eet- en leefpatronen bevordert en daardoor bijdraagt aan het ontstaan van overgewicht. Dat geldt overigens niet alleen voor de westerse landen, maar ook in toenemende mate voor de welvarende bevolkingsgroepen in ontwikkelingslanden. Wereldwijd lijden momenteel meer mensen aan overgewicht dan aan honger of ondervoeding.

In de documentaire Super size me formuleert de journalist Morgan Spurlock een aanklacht tegen de wijze waarop bedrijven als McDonald’s consumenten keer op keer verleiden tot het verorberen van nog dikkere hamburgers, vergezeld van een nog grotere beker cola.

Super size me

In de Verenigde Staten woedt de discussie over overgewicht al langer. Dat is niet verwonderlijk als je bedenkt dat inmiddels bijna driekwart van de bevolking te dik is. In de Verenigde Staten krijgt steeds vaker de voedingsindustrie de schuld in de schoenen geschoven. Bedrijven als McDonald’s zijn zelfs al aangeklaagd door consumenten die hen verantwoordelijk stellen voor hun zwaarlijvigheid. Hoewel deze rechtszaken totnogtoe zijn afgewezen, zijn ze wel tekenend voor de aanzwellende stroom van kritiek die in de Verenigde Staten wordt geleverd op de voedingsindustrie en de fastfoodketens.

Zo houdt de Amerikaanse voedingskundige Marion Nestle de voedingsindustrie in hoge mate verantwoordelijk voor het ontstaan van een consumptiecultuur waarin overmatige consumptie – consumeren – tot hoogste norm is verheven. In de documentaire Super size me formuleert de journalist Morgan Spurlock een soortgelijke aanklacht tegen de wijze waarop bedrijven als McDonald’s consumenten keer op keer verleiden tot het verorberen van nog dikkere hamburgers, vergezeld van een nog grotere beker cola. Daar komt bij dat de voedingsindustrie wereldwijd honderden miljoenen, zoniet miljarden uitgeeft aan voedingsreclame, waarvan het overgrote merendeel is gericht op de consumptie van energierijke tussendoortjes, snoepgoed, snacks en frisdranken.

De Amerikaanse voedingskundige Marion Nestle meent dat de voedingsindustrie in hoge mate verantwoordelijk is voor het ontstaan van een consumptiecultuur waarin consumeren de norm is geworden.

‘Het grote kwaad’ in voedingsland?

Deze aandacht voor de rol van het bedrijfsleven draagt het risico in zich dat men zich blindstaart op levensmiddelenfabrikanten en fastfoodketens als ‘het grote kwaad’ in voedingsland. Voedingsbedrijven kunnen echter moeilijk als dé grote schuldige worden aangewezen. Daarvoor is het probleem te complex en veelzijdig. In Nederland erkent het bedrijfsleven in ieder geval wel dat het medeverantwoordelijk is voor de aanpak van het probleem. Maar het blijft de vraag hoe ver de bijdrage van het bedrijfsleven kan gaan. Waarop kunnen bedrijven eigenlijk worden aangesproken?

Consument in verwarring

De rol die het bedrijfsleven speelt maakt duidelijk dat de verantwoordelijkheid voor ongezonde eet- en leefpatronen niet simpelweg op het bordje van de consument kan worden gelegd. Het vaak eenzijdige aanbod aan suiker- en vetrijke producten in snackbars, kantines en benzinestations en de wijze waarop daarvoor reclame wordt gemaakt, hebben wel degelijk invloed op consumentengedrag. De afgelopen decennia is een koop- en eetomgeving gecreëerd die consumenten voortdurend verleidt tot (te) zout, (te) zoet en (te) vet eten.

We buffelen en bunkeren als een dokwerker, zonder als een dokwerker te beulen en te zeulen. En het is maar de vraag of dat ene uurtje sport of fitness in de week voldoende tegenwicht biedt.

Ook om een tweede reden kan de individuele consument niet zomaar verantwoordelijk worden gesteld voor het probleem van overgewicht. In onze samenleving gaan we zittend door het leven. Mechanisering en automatisering hebben zware arbeid tot een uitzondering gemaakt. We gaan vaker met de auto naar ons werk, brengen met diezelfde auto even snel de kinderen naar school – het verkeer is ook veel te onveilig geworden om ze te laten fietsen – en slijten ieder jaar weer meer uren achter de televisie en computer. Terwijl onze energiebehoefte drastisch is afgenomen, zijn we niet minder gaan eten. Oftewel: we buffelen en bunkeren als een dokwerker, zonder als een dokwerker te beulen en te zeulen. En het is maar de vraag of dat ene uurtje sport of fitness in de week voldoende tegenwicht biedt.

Consumenten blijken daarnaast vaak door de bomen het bos niet meer te zien. Het groeiende assortiment aan bewerkte voedingsmiddelen maakt het voor consumenten moeilijk de samenstelling van producten te achterhalen. Fruit is gezond, dat weet iedereen. Maar geldt dat ook voor bananenchips? En hoe zat het ook al weer met dat ‘broodje gezond’? Bovendien worden consumenten overstelpt door allerlei – vaak strijdige – dieetadviezen en voedingsweetjes. Zeker lager opgeleiden hebben in feite een structurele informatieachterstand op de voedingsindustrie. Hoe vrij en bewust kunnen zij dan nog kiezen?

Er moet een omgeving worden gecreëerd die uitnodigt tot meer beweging en gezonde keuzes makkelijker maakt. Bijvoorbeeld door de aanleg van voldoende trapveldjes.

Leven in Luilekkerland

De afgelopen decennia is een consumptiesamenleving ontstaan waarin alles lijkt te draaien om gemak en consumeren – en het liefst een combinatie van die twee. Consumenten staan voortdurend bloot aan steeds verfijndere reclame- en marketingmethoden en de verlokkingen van een overweldigend voedingsaanbod. Leven in dit Luilekkerland stelt hogere eisen aan matiging en zelfdiscipline dan ooit tevoren. Het lijkt er op dat consumenten ondersteuning nodig hebben voor het ontwikkelen van gezondere eet- en beweegroutines.

Er moet een omgeving worden gecreëerd die uitnodigt tot meer beweging en gezonde keuzes makkelijker maakt. Bijvoorbeeld door de aanleg van voldoende trapveldjes, lespakketten op school die kinderen weerbaar maken tegen de commerciële druk van reclamecampagnes of eerlijker productinformatie.

In De obesogene samenleving werpen auteurs nieuw licht op de maatschappelijke en culturele context van het probleem van overgewicht. Uiteenlopende factoren als voedingsaanbod, reclamemethoden, prijsbeleid, gezinsleven en eetculturen worden besproken. De auteurs maken duidelijk hoezeer overgewicht en obesitas verweven zijn met de hedendaagse consumptiemaatschappij. Met hun aandacht voor de maatschappelijke context bieden de essays nieuwe aanknopingspunten voor de aanpak van obesitas.

Daarvoor wordt steeds vaker richting overheid gekeken. De afgelopen jaren heeft de overheid zich afwachtend opgesteld, en vooral gewezen op de eigen verantwoordelijkheid van de consument en die van het bedrijfsleven. Dat heeft nog maar weinig vruchten afgeworpen. De roep om een actievere overheid groeit dan ook. Dat leidt echter weer tot nieuwe vragen. Waar slaat terechte aandacht van de overheid voor de gezondheid van de consument om in betuttelende bemoeizucht? Hoe groot is het gevaar dat in de strijd tegen overgewicht dikkerds worden gestigmatiseerd als de ‘leprozen van onze tijd’? Heeft voedingsvoorlichting nog wel zin? Moet de overheid de voedingsindustrie dwingen tot het maken van andere keuzes door middel van wetgeving, of is ze juist aangewezen op samenwerking met het bedrijfsleven? Deze en andere vragen zullen de discussie voorlopig nog wel blijven beheersen. Maar het is wel van belang dat die discussie wordt gevoerd. De urgentie blijft immers groeien, terwijl pasklare oplossingen verder weg lijken dan ooit.

Geert Munnichs is sociaalfilosoof en werkt bij het Rathenau Instituut. Hans Dagevos is consumptiesocioloog en werkt bij het LEI – Wageningen UR. Dit artikel is een bewerking van hun artikel ‘De omvang van overgewicht: een omgevingsperspectief’in: Hans Dagevos en Geert Munnichs (red.)De obesogene samenleving – maatschappelijke perspectieven op overgewicht, Amsterdam University Press, Amsterdam, 2007.

Meer over overgewicht:

De essaybundel De Obesogene Samenleving

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 21 december 2007

Discussieer mee

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

LEES EN DRAAG BIJ AAN DE DISCUSSIE