Je leest:

De bodem onder stadslandbouw

De bodem onder stadslandbouw

Auteur: | 6 oktober 2016

Al is de stad niet de eerste plek waar je aan denkt als het gaat om vruchtbare grond, toch wordt er wel degelijk voedsel verbouwd in de stad. ‘Stadslandbouw’ – het verbouwen van voedsel in of rondom de stad – mag je zelfs ronduit ‘hip’ noemen.

‘Stadslandbouw’ is een breed begrip, dat zowel buurttuinen van enkele tientallen vierkante meters omvat, als boerderijen dicht bij de stad, die zich richten op stedelijke consumenten en recreanten. Waar het belang van een vruchtbare bodem voor boerderijen rondom de stad evident is, roept stadslandbouw in haar meer stedelijke – en daardoor vaak kleinschalige en hobbymatige – vorm misschien niet direct associaties met grondgebondenheid op. Toch is een vruchtbare bodem ook hier belangrijk. De volkstuinder heeft graag een goede oogst, en ook vrijwilligers in een buurttuin zijn blij wanneer ze resultaat van hun inspanningen zien.

In kleinschalige, binnenstedelijke projecten houden de beheerders de bodem meestal vruchtbaar met biologische of ‘natuurlijke’ productiemethoden, dus zonder gebruik van kunstmest en chemische bestrijdingsmiddelen. Hoewel dat vooral in de meer traditionele volkstuinen niet altijd vanzelfsprekend is, wordt het wel steeds gebruikelijker. In buurttuinen zijn die natuurlijke methoden bijna de standaard. Dat heeft grotendeels te maken met hun ligging. Midden in de stad, waar kinderen spelen en mensen direct toegang hebben tot het land, is men huiverig voor het gebruik van niet-natuurlijke productiemethoden die geassocieerd worden met gifstoffen.

Vieze bodem geen groot probleem

Veel stadslandbouwprojecten hebben met vervuilde gronden te maken, bijvoorbeeld omdat ze gelegen zijn op terreinen die vroeger als industriegebied dienst deden. Toch blijkt de vruchtbaarheid van de grond voor veel projecten niet een al te groot probleem. Uit onderzoek bij 29 stadslandbouwprojecten, voornamelijk in Nederland, bleek dat veel deelnemers van hobbymatige stadslandbouwprojecten een slechte bodemvruchtbaarheid of een vervuilde bodem niet als een onoverkomelijk probleem ervaren. De initiatiefnemers laten de bodem bijvoorbeeld saneren (soms gefinancierd door de gemeente), leggen teeltbedden van schone aarde op de vervuilde bodem aan, of plaatsen bakken om in te telen.

Sociale problemen, zoals een gebrek aan draagvlak in de buurt, wegen voor de meeste projecten veel zwaarder dan eventuele bodemproblemen, omdat daar vaak geen pasklare en makkelijk uitvoerbare oplossingen voor zijn. Ook een eventuele tijdelijke beschikbaarheid van grond kan problematisch zijn, omdat voor veel projecten wel eerst geïnvesteerd moet worden. Overigens is een echt onvruchtbare bodem voor de meer commerciële projecten natuurlijk wel een probleem, omdat de gevolgen daarvan direct in het bedrijfsresultaat terug te zien zijn.

Op het dak van een Rotterdams kantorencomplex worden groenten en bloemen geteeld op ‘De Dakakker’.
R. Buiter, Heemstede

Grond op het dak

Een bijzondere vorm van stadslandbouw is de daktuin: het verbouwen van voedsel boven op gebouwen. Platte daken worden wel gezien als ‘het vergeten deel van de stad’. In de strijd om ruimte in de urbane drukte is het logisch om deze plekken – mits geschikt – ook voor landbouw te gebruiken. Van verbouwen in de volle grond is op daken per definitie geen sprake. Er kan hooguit een bescheiden laag grond op het dak worden aangebracht. Een bijkomend voordeel voor het gebouw is dat het in de zomer koeler blijft en dat het dak langer meegaat, zolang het natuurlijk niet wordt overbelast. Voordeel voor de stad is bovendien dat een daktuin regenwater opneemt, dat daardoor niet in het overbelaste riool terechtkomt.

Brooklyn Grange in New York is één van de bekendste daktuinen ter wereld. De tuin is 4.000 vierkante meter groot en biedt een schitterend uitzicht over de stad, waardoor het niet alleen een plek is om groente te verbouwen, maar ook geschikt is voor feesten en andere bijeenkomsten. De hoogte is behalve een pluspunt voor het uitzicht ook een probleem: de wind is hier sterker dan op de grond. En omdat niet in de volle grond wordt geteeld, is het moeilijk de bodem in de beperkte laag vruchtbaar te houden.

Goede grond is dus wel degelijk belangrijk voor een daktuin, al was het maar omdat de symbolische waarde groot is. Het verbouwen van voedsel is voor veel mensen immers nog steeds verbonden met het wroeten in de aarde en vuil onder de vingernagels.

Bodemloze stadslandbouw

Niet alle stadslandbouw is afhankelijk van grond. Niet-grondgebondenheid maakt het zelfs mogelijk ín gebouwen te telen, eventueel op meerdere verdiepingen. Dergelijk ’vertical farming’ kan een oplossing zijn voor het gebrek aan ruimte en goede gronden. Elders in dit cahier wordt ook gesproken over telen zonder grond. Aquaponics, dat wil zeggen: het kweken van vissen gecombineerd met het verbouwen van planten, is daarvan een goed voorbeeld dat ook in de stad kan plaatsvinden. En hoewel het in de praktijk nog weinig voorkomt, kunnen planten ook onder LED-licht worden verbouwd, eventueel op water, in een systeem waarbij voedingsstoffen zo efficiënt mogelijk worden toegediend.

Ook het gebruik van reststromen uit stedelijk afval leent zich goed voor de stad. Zo gebruikt het project ‘Rotterzwam’ koffiedik van de lokale horeca voor het verbouwen van dertig tot vijftig kilo oesterzwammen per week, die weer aan lokale horecaondernemers worden geleverd. Een goede bodem in de traditionele zin van het woord kan in de stad dus ook prima worden vervangen door iets anders.

Dit artikel is een publicatie van Stichting Biowetenschappen en Maatschappij.
© Stichting Biowetenschappen en Maatschappij, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 06 oktober 2016

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.