Je leest:

De atleet als homo farmaceuticus

De atleet als homo farmaceuticus

Auteur: | 30 september 2000

Topsport is fraude. Al jarenlang. De superatletische lichamen van sprinters, kogelstoters, discuswerpers, gewichtheffers en zwemmers zijn niet alleen het eindproduct van jaren toegewijde training, maar ook van de impact van dopingmiddelen op het menselijk organisme. Aan de vooravond van de Olympische Spelen een terugblik op vijfenzestig jaar dopinggebruik.

De Britse sportarts Turner schatte tijdens de vorige Olympische Spelen dat ongeveer zestig procent van alle atletiekdeelnemers verboden middelen gebruikte. De Nederlandse ex-topsporter en ex-trainer Raymond de Vries schatte het zelfs op negentig.

In enkele weken net zoveel vooruitgang boeken met doping als cleane atleten in een jaar.

De geschiedenis van het moderne dopinggebruik begint in 1935. In dat jaar ontdekten drie onderzoeksteams, gesponsord door met elkaar wedijverende farmaceutische firma’s, een manier om het mannelijk geslachtshormoon testosteron te maken uit cholesterol. Het synthetische geslachtshormoon werd binnen korte tijd een rage. Tienduizenden mannen gebruikten het in de daaropvolgende jaren, soms om het effect van het ouder worden te compenseren, soms om sneller te herstellen van zware ziekten of ingrijpende operaties. En steeds vaker als ‘tonicum’, als een algemeen middel dat meer vitaliteit, meer gezondheid en een gespierder fysiek moet geven. Advertenties prezen het nieuwe wondermiddel aan als ‘de fontein der jeugd’, en veel huisartsen schreven met hetzelfde gemak testosteroninjecties voor als ze nu doen met multivitaminen.

Al Capone

In een paar subculturen waar mannelijkheid erg belangrijk was, groeide het gebruik van het hormoon uit tot epidemische proporties. Bepaalde legereenheden waardeerden vooral de agressie en vechtlust die het middel veroorzaakte. Iets soortgelijks was aan de hand in de Amerikaanse georganiseerde misdaad. Volgens sommige journalisten was het gebruik van hormoonpreparaten binnen de kringen rond notoire maffiosi als Lucky Luciano en Al Capone enorm. Daar zou ook de karakteristieke hese stem vandaan komen die het handelsmerk was van een groot aantal maffiosi, en die de wereld heeft leren kennen van een acteur als Marlon Brando. Een hese stem is een kenmerk van een hoog testosterongehalte.

Het duurde tientallen jaren voordat wetenschappers precies achterhaalden wat testosteron doet: het koppelt aan bepaalde receptoren in spiercellen waardoor die sneller groeien; het werkt direct in op het centraal zenuwstelsel waardoor gebruikers een gevoel van welbevinden krijgen, en het stimuleert het beenmerg om meer rode bloedcellen aan te maken, waardoor het uithoudingsvermogen toeneemt. Anderzijds zijn bepaalde kwetsbare organen, zoals de prostaat, gevoeliger voor testosteron dan spierweefsel, waardoor bij gebruikers van testosteron de kans op prostaatkanker explosief toeneemt. Onder inwerking van het enzym aromatase verandert het testosteronmolecuul in het lichaam uiteindelijk in het vrouwelijke geslachtshormoon bèta-estradiol, zodat er bij gebruikers borsten kunnen ontstaan.

Gezwollen prostaat

Na de Tweede Wereldoorlog begonnen de aanwijzingen voor de schadelijke kanten van testosteron zich op te stapelen en werden artsen terughoudender in het voorschrijven van het hormoon. Maar atleten hadden de mogelijkheden van het hormoonpreparaat al ontdekt. In de jaren vijftig kwam John Ziegler, de coach van het Amerikaanse team gewichtheffers, daar op pijnlijke wijze achter. Zijn pupillen raakten steeds verder achter bij de Russen en beten bij elk internationaal treffen in het stof. Tijdens een wedstrijdevenement merkte Ziegler dat een aantal Russische atleten niet meer gewoon kon urineren, maar eerst een katheter moest inbrengen. Een beschonken Rus legde hem uit waarom: bij de Russische atleten blokkeerde een opgezwollen prostaat de urinewegen. Het was het gevolg van dagelijkse injecties met testosteron.

Toen hij het geheim van de Russische sportieve overmacht had achterhaald, wendde Ziegler zich tot chemici binnen het farmaceutisch concern Ciba. Konden zij niet iets maken wat het spierweefsel net zo hard liet groeien als testosteron, maar wat minder bijwerkingen had? Dat konden ze. Eind jaren vijftig lanceerde het bedrijf ‘Dianabol’, ofwel methandrostenolone, de eerste effectieve anabole steroïde. Door een alkylgroep aan het testosteronmolecuul te plakken hadden de onderzoekers een testosteronvariant gemaakt die je in pilvorm kon innemen. Beduidend comfortabeler dan het klassieke testosteron, dat je in principe dagelijks moest injecteren.

Tot de eerste gebruikers behoorden Zieglers gewichtheffers. Die waren verrukt over de glimmende blauwe pilletjes die Ziegler ze gaf. Ze konden in enkele weken net zoveel vooruitgang boeken als cleane atleten in een jaar. En net zo enthousiast waren de bodybuilders, die hetzelfde krachthonk gebruikten als Zieglers gewichtheffers. Via hen waaierde het gebruik van de ‘wonderpil’ uit over de gehele Westelijke wereld.

Slikken of injecteren

Farmaceutische ondernemingen die dachten dat ze nu hormoonpreparaten konden maken die wel de gewenste eigenschappen hadden van testosteron maar niet de slechte, ontwikkelden in de jaren zestig en zeventig tientallen varianten van testosteron. Soms kon je ze slikken, soms moest je ze injecteren. Eerst waren het vooral bodybuilders, gewichtheffers en acteurs die ze gebruikten. Binnen enkele jaren was het gebruik gemeengoed in alle takken van sport waar fysieke kracht van belang was: zwemmen, sprinten en andere atletiekonderdelen. Zonder dat ze het idee hadden dat ze iets verkeerds deden, schreven artsen de nieuwe medicijnen voor. De anabole steroïden waren aan hun opmars begonnen.

Pas in de jaren zestig verschenen er, naar aanleiding van ongelukken in de wielersport, artikelen over doping in de media. Hoewel wielrenners vaker stimulerende middelen zoals amfetaminen gebruikten dan geslachtshormonen, kwam er in het kielzog van die berichten ook meer aandacht voor steroïden. Toch duurde het tot midden jaren tachtig voordat op Olympische sportevenementen dopingjagers ook controleerden op anabolen.

Waarschijnlijk hebben wetenschappers nergens zo intensief gespeurd naar de mogelijkheden van anabole steroïden als in Oost-Duitsland. In de jaren zeventig en de vroege jaren tachtig waren studenten in bepaalde studierichtingen min of meer verplicht om de effecten van hormonen op sporters te onderzoeken. Soortgelijke programma’s draaiden in andere Oostbloklanden, maar die waren niet zo grondig en grootschalig opgezet als het Oost-Duitse project. Die programma’s waren succesvol. Onderzoekers ontdekten hoe diverse soorten anabolen elkaars werking versterkten of hoe ze de bijwerkingen met weer andere middelen konden onderdrukken. Zo ontwikkelden de Oost-Duitsers bijvoorbeeld een spray met een stof die door het lichaam werd omgezet in testosteron. Vooral zwemmers gebruikten het, vlak voor de wedstrijd. De verhoogde hormoonspiegels verbeterden de prestaties, niet in de laatste plaats doordat de sporters agressiever werden. In de jaren negentig hebben Amerikaanse ondernemers de stof herontdekt, en als supplement op de markt gebracht. De stof heet Androstenedione en is in veel Europese landen verboden. Het was in 1998 het best verkochte voedingssupplement in de VS.

Hoge prijs

Door de inbreng van scheikundigen en farmacologen domineerden Oostbloksporters de atletiek van de jaren zeventig en tachtig. Achteraf bleek dat sommige van die sporters daar een hoge prijs voor moesten betalen. Vrouwelijke sporters ontwikkelden mannelijke beharingspatronen of werden onvruchtbaar. Atleten van beide geslachten kregen ernstige blessures, kapotte gewrichten, leverstoornissen en soms zelfs kanker. Nadat de communistische machthebbers hadden plaatsgemaakt voor democratisch gekozen bestuurders, sleepten sommige voormalige elite-atleten hun oude trainers voor de rechter.

Eind jaren tachtig had de medische stand zich wereldwijd inmiddels grotendeels uit de doping teruggetrokken. De belangrijkste reden daarvoor was dat het gebruik van hormonen, zeker in doseringen die sportieve prestaties verbeteren, grote medische risico’s met zich bleek mee te brengen. Omdat er ook in de medische wetenschap steeds minder toepassingen voor anabolen waren, stopte de ene na de andere farmaceutische onderneming met de productie. Maar het was al te laat. Rondom de anabole steroïden had zich een internationale underground-cultuur ontwikkeld waarin alles draaide om het opvoeren van menselijke prestaties. Bodybuilders die zich tot deze wereld hadden bekeerd, grepen naar alle mogelijke middelen om zo groot en gespierd mogelijk te worden. Traditionele sporters probeerden records te breken. De middelen die ze daarvoor gebruikten, kwamen niet langer van artsen en steeds minder vaak van gerespecteerde farmaceutische ondernemingen. Centraal in de anabolencultuur stonden de dopinggoeroes en de handelaren, die vanaf de jaren tachtig hun middelen steeds vaker van criminele organisaties moesten kopen.

Groeihormonen

Met het vertrek van de medische stand uit de dopingwereld veranderden bepaalde sintelbanen en sportscholen in ‘wilde laboratoria’, waar dopinggoeroes en atleten steeds extremere experimenten uitvoerden, op zoek naar nieuwe combinaties van middelen en technieken die de grenzen konden verleggen. Omdat er al zoveel sporters anabolen gebruikten, was er groeiende behoefte aan iets nieuws, dat nog meer voordeel gaf dan anabolen. In de wilde laboratoria van de dopingunderground vonden dopinggoeroes al snel een oplossing: de combinatie van menselijk groeihormoon en anabole steroïden.

Bij gezonde mensen maakt de hypofyse groeihormoon of STH aan, tijdens de slaap of na zware lichamelijke inspanning. Bij dwerggroei gebeurt dat niet, en bij reuzengroei juist extreem veel. In het dopingcircuit werd ontdekt dat groeihormoon ervoor zorgt dat spiercellen meer voedingsstoffen binnenkrijgen. Ook verbranden spiercellen door groeihormoon meer vet, en blijven er meer suikers en eiwitten over om weefsels op te bouwen. De combinatie is zo krachtig, dat bodybuilders in een periode van enkele maanden tien kilo spierweefsel konden opbouwen.

De eerste experimenten met groeihormoon in de sport begonnen al in de late jaren zeventig. Aanvankelijk bleef het gebruik beperkt tot een handjevol Olympische sporters en bodybuilders. Dat kwam omdat het middel verschrikkelijk duur was. Niet vreemd, want de aanvoer van het middel was zeer beperkt. Het hormoon werd gewonnen uit de hersenen van recent overledenen.

Groeihormoon werd hot. ‘De champagne van de verboden middelen’, noemden journalisten het wel eens. Als je de verhalen mocht geloven, was dit hét middel dat kampioenen maakte. Atleten wrongen zich dan ook in alle bochten om het magische hormoon in handen te krijgen. Langs de sintelbanen en in de sportscholen werden verhalen verteld over ‘apenkuren’, waarin atleten zichzelf injecteerden met groeihormonen van apen.

Halverwege de jaren tachtig ontwikkelden moleculaire wetenschappers een methode om micro-organismen groeihormoon te laten maken. Die ontdekking betekende dat de prijs kon gaan zakken en het middel binnen bereik kwam van een brede groep sporters.

Zoektocht, ondanks taboe

Ondertussen is het taboe op doping volkomen. Artsen en bekende ondernemingen, atleten en sportorganisaties hebben zich er officieel van afgekeerd. Maar in het laboratorium in het wild, in de dopingunderground, gaat de zoektocht ongehinderd verder. In de vroege jaren negentig vond bijvoorbeeld het gebruik van insuline ingang in de sport. Insuline, van levensbelang voor suikerpatiënten, beschermt een aantal enzymen in het lichaam die de werking van groeihormoon versterken. Recent circuleerden er verhalen over het gebruik van PGF2alfa, een veterinaire prosta-glandine met een nog onbegrepen spierversterkende werking.

Als de Olympische Spelen straks weer beginnen, zullen honderden miljoenen wereldburgers zich vergapen aan formidabele sportieve prestaties, neergezet door atleten met lichamen waarvoor de Olympische goden zich niet hoeven te schamen. Ongetwijfeld vallen enkele onvoorzichtige gebruikers ten prooi aan de dopingjagers. Natuurlijk zal de internationale sportorganisatie schermen met het grote aantal dopingcontroles, en de indruk willen wekken dat het gebruik van verboden middelen nauwelijks voorkwam. Dat er nog geen tests bestaan voor groeihormoon en insuline, zal zorgvuldig worden verzwegen. Dat sporters die anabolen gebruiken, ongeschonden door de tests komen als ze bijtijds stoppen of niet teveel gebruiken, eveneens. Toch zullen ook de cynische ingewijden met plezier hun tv aanzetten. Om te genieten van de Farmaceutische Spelen van 2000.

Dit artikel is een publicatie van Natuurwetenschap & Techniek.
© Natuurwetenschap & Techniek, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 30 september 2000

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.