Je leest:

De Arabische Lente bestuderen: modellen versus verhalen

De Arabische Lente bestuderen: modellen versus verhalen

Auteur: | 23 juni 2011

Hoe valt de Arabische Lente te duiden? In een overvol auditorium kregen studenten en alumni tijdens de jaarlijkse antropologendag van de Universiteit Utrecht twee wetenschappelijke gereedschapskisten aangereikt: de modellen en de verhalen. Maar een echte gedetailleerde analyse van de opstanden in het Midden-Oosten bleef jammer genoeg uit.

De paniek was van het gezicht van de organisator af te lezen. Méér koffie moest er komen! De organisatoren waren ervan uitgegaan dat een groot deel van de aanmelders toch niet op zou komen dagen (“ik dacht, ze gaan vast liever naar het strand of zo…”). Maar studenten en alumni antropologie bleken geenszins van plan om een lezingenmiddag over de Arabische Lente in te ruilen voor een dagje aan het strand. Het auditorium van het University College Utrecht barstte uit zijn voegen.

“Ik sta perplex van deze opkomst”, begon antropologiedocent en coördinator Rieke Leenders de antropologendag 2011. Elk jaar komen studenten, docenten en alumni van de Utrechtse culturele antropologie-opleiding samen om hun kennis bij te laten spijkeren. Blijkbaar is niet elk jaar zo’n succes. Misschien lag het dit keer aan het actuele onderwerp: de opstanden in de Arabische wereld. Of aan, hoe toepasselijk, de inzet van Facebook als mobilisatiemiddel. Of héél misschien ook wel aan de snode actie van een betrokken docent die het programma verplicht had gesteld (maar dat geloof ik minder graag, want ik voel me graag onderdeel van een gemeenschap die vrijwillig naar kennis dorst).

Het Tahrir-plein tijdens de protesten in Caïro.
Lilian Wagdy

Nieuwe labels

Jolle Demmers, universitair docent in Utrecht, nam de openingslezing voor haar rekening. Als medeoprichtster van het Centre for Conflict Studies merkte ze hoe groot de behoefte in Nederland is om de Arabische toestanden te duiden. “Bij het uitbreken van de protesten hingen er bij het centrum direct allerlei journalisten aan de lijn. Ze wilden vooral weten hoe ze het nu allemaal moesten noemen: revolutie, opstand, burgeroorlog, stammenstrijd? Opstandelingen, terroristen, rebellen, vrijheidsstrijders? De behoefte aan labels en categorisering was groot.”

In die zin vindt Demmers dan ook dat de Arabische opstanden al wat hebben opgebracht. "Lange tijd volstonden mediabeelden van (religieuze) fanatici om de Arabische wereld te beschrijven. Nu zijn er nieuwe plaatjes met nieuwe labels in omloop: van hoop, lente, vreedzaam protest en democratie. In het Midden-Oosten wonen niet alleen meer “moslims”, maar – moedige, zelfs humorvolle – burgers. Op het terrein van representatie en beeldvorming heeft de Arabische lente zijn werk al gedaan."

Voorspellen modellen?

Maar voor een les Westerse beeldvormingsprocessen – hoewel onlosmakelijk verbonden met “duiding” – waren we natuurlijk niet gekomen. We zouden de Arabische Lente zélf leren duiden. Daarvoor gaf Demmers twee wetenschappelijke gereedschapskisten. Kort samengevat zijn er de mensen van de modellen en de mensen van de verhalen. De wetenschappers met de modellen willen protesten verklaren, terwijl de mensen met de verhalen opstanden willen begrijpen.

De modellen-mensen zoeken met behulp van statistische software in grote databestanden naar terugkerende patronen. Zij maken lijstjes met factoren die bijdragen aan protest, en formuleren voorwaarden waaraan bij opstanden moet worden voldaan. Zo moet er volgens deze onderzoekers bijvoorbeeld sprake zijn van een sterke groepsidentiteit en moeten mensen redelijk goed georganiseerd zijn. De model-aanhangers gaan ervan uit dat menselijk gedrag verklaarbaar, wetmatig en dus ook voorspelbaar is.

“Maar de Arabische Lente heeft laten zien dat deze modellen niet opgaan voor de opstanden in het Midden-Oosten”, zegt Jolle Demmers. “Egypte, bijvoorbeeld, voldeed helemaal niet aan de grote-kans-op-opstand-voorwaarden. De mensen op het Tahrir-plein delen niet één sterke groepsidentiteit, zij behoren tot allemaal verschillende groepen. Bovendien waren zij ook niet goed georganiseerd.”

“Dat wil niet zeggen dat we niks aan de modellen hebben natuurlijk: ze geven een kader waarbinnen we over het onderwerp na kunnen denken. Wellicht zijn de bestaande analyses te conservatief en moeten ze opnieuw gedefinieerd worden: in plaats van organisaties met een leider, een kantoor en een telefoonnummer blijken mensen nu ook door Facebook en blogs georganiseerd te kunnen worden. Ook de rol van de diaspora en steun uit het buitenland is nog niet in de modellen opgenomen.”

Tunesische demonstranten met een zelfgemaakt portret van Mohamed Bouazizi.

Wat vertellen verhalen?

De tweede stroming voorspelt niet, maar wil protesten achteraf begrijpen, van binnenuit. Demmers lijkt er een voorkeur voor te hebben. “Deze onderzoekers luisteren naar de betekenissen die betrokkenen zelf aan gebeurtenissen toekennen. Ze zoeken naar verhalen en frames. Wat wordt verteld over recht en onrecht? Hoe ontstaan beelden van helden en schurken? Welke interpretatie van de werkelijkheid wint het, op welk moment, en waarom?” De mensen-van-de-verhalen laten hierbij de statistiek voor wat ‘ie is en kijken zorgvuldig naar hoe een gebeurtenis zich ontwikkeld (een zogenoemde micro-analyse van ’event-making’).

Een van de belangrijkste ‘verhalen’ is die van Mohammed Bouazizi, de Tunesische fruitverkoper die zichzelf in brand stak in protest tegen corruptie, werkloosheid, armoede en ongelijkheid. Met alle (online) steunbetuigingen na zijn dood, kwam de Tunesische revolutie op gang. “Maar waarom werd juist het lot van Bouazizi gezien als volstrekt onacceptabel?”, vraagt Demmers. “Er waren al eerder van dit soort acties; waarom werd nu precies deze jongen, op dit moment, een ‘vader van de revolutie’?” Ze weet het nog niet, maar sociale wetenschappers zullen zich er de komende tijd ongetwijfeld over gaan buigen.

Geen verhalen maar mensen

Na Demmers lezing kregen drie andere wetenschappers de kans om kort het onderwerp van hun workshop – onderdeel van het namiddagprogramma van de antropologendag – toe te lichten. Historica Liesbeth van der Grift (“Ik ben nou zo’n eurocentrische geschiedkundige waar antropologen altijd over klagen”) vertelde met enthousiasme over regimeverandering. Antropologe Corien Hoek sprak over de rol van stamverbanden in het Midden-Oosten. En de workshop van Arabist Gert Borg ging over het West-Europese perspectief op de Arabische revoluties.

De studenten die zich van tevoren voor de workshop van Borg hadden ingeschreven, stond vast een spannende workshop te wachten. Want de Arabist liet blijken dat zijn liefde voor de antropologie niet zo heel groot was. “Ik sprak laatst op een congres over het leven en werk van een Arabisch-Spaanse dichter. Na afloop kwamen er antropologen naar me toe, die het zo interessant hadden gevonden. Dat verbaasde me niets. Want inmiddels heb ik het idee dat de letterkunde meer over mensen gaat dan de antropologie. Die gaat tegenwoordig vooral over discourse, frames, verhalen en constructies. In de antropologie is de mens een beetje uit het zicht geraakt.” In het hol van de leeuw kreeg Borg er een klein maar overtuigend applaus voor.

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 23 juni 2011

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.