Je leest:

De aardappel die écht vult

De aardappel die écht vult

Auteur: | 22 september 2010

Indiase wetenschappers hebben een nieuwe gentechaardappel gemaakt die honger moet bestrijden. De onderzoekers stopten een nieuw gen in de aardappel, dat voor een hoger eiwitgehalte zorgt. Volgens de biotechnologen kan zo’n aardappel ideaal zijn voor ontwikkelingslanden waar mensen met een eiwittekort kampen.

Subhra Chakraborty en haar collega’s van diverse Indiase universiteiten beschrijven hun nieuwe genetisch veranderde aardappel in een vroegtijdige publicatie in het blad Proceedings of the National Academy of Sciences (PNAS). Het gen dat zij in de aardappel plaatsten, komt uit een eetbaar Amerikaans kruidplantje dat Amarant heet. Hiervan was al bekend dat het eiwitten bevat die volgens de wetenschappers voedzamer zijn dan de door de Wereldvoedselorganisatie aanbevolen hoeveelheid ‘gewone’ eiwitten.

Amarant is een klein kruid waarvan je zowel de bladeren als wortels kunt eten.

Chakraborty vermoedt dat haar genetisch veranderde aardappel door consumenten makkelijker geaccepteerd wordt dan andere gentechplanten, omdat het toegevoegde gen uit een eetbare plant komt.

Desalniettemin moet je volgens veiligheidsregels in zowel Europa, de Verenigde Staten en India van elke nieuwe gentechplant kunnen bewijzen dat hij veilig is om te eten. Daarom deden Chakraborty en haar collega’s alvast een paar dierproeven. Nadat ze de genetisch veranderde pieper hadden gekweekt, voerden ze deze – geprakt en wel- aan 30 ratten en 24 muizen. De bloedwaarden en het afweersysteem van de knaagdieren reageerden niet anders op de nieuwe aardappel vergeleken bij gewone aardappels. Menselijke cellen, in een laboratorium gekweekt, ondervonden ook geen last van het aardappelextract.

Of deze tests er met honderd procent zekerheid op wijzen dat de nieuwe aardappel veilig is, kan nog niet worden gezegd. Chakraborty en haar collega’s hebben goede hoop van wel, omdat het eiwit – zoals het in de Amarant zit – wél veilig is om te eten.

Ook controleerden de wetenschappers of het eiwitrijke Amarant-gen succesvol kan gedijen onder de verschillende weersomstandigheden die je zoal in ontwikkelingslanden tegenkomt. Daarom plaatsten ze het gen in zeven verschillende aardappelrassen, elk geschikt voor een ander klimaat. Volgens Chakraborty ging dat prima – het ras dat het zwakst op het nieuwe gen reageerde, vertoonde desondanks nog dertig procent extra voedzame eiwitten ten opzichte van gewone aardappels. Het aardappelras waarin het gen het best tot zijn uiting kwam, bevatte maar liefst zestig procent extra eiwitten.

Meer biotechnologie op Ditisbiotechnologie.nl

Dit artikel is een publicatie van Ditisbiotechnologie.nl.
© Ditisbiotechnologie.nl, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 22 september 2010

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.