Je leest:

DDT, pest én zegen

DDT, pest én zegen

Auteur: | 30 juli 2000

DDT moet net als elf andere organische verontreinigende stoffen de wereld uit, althans als Greenpeace, WNF en de Verenigde Naties hun zin krijgen. Het insecticide verpest het milieu en is nadelig voor de gezondheid van mens en dier. Het is echter het meest voor de hand liggende bestrijdingsmiddel tegen malaria in de meeste ontwikkelingslanden.

Dr Kevin Brigden van Greenpeace is duidelijk: “DDT en zijn afbraakproducten stapelen zich op in diverse hogere organismen en zijn op lange termijn toxisch. Ze verstoren de hormonale huishouding en treffen vele diersoorten in hun voortbestaan.” Volgens Greenpeace en het WNF is het achterhaald als insecticide en zijn er voldoende alternatieven. Beide organisaties streven al jaren naar een algeheel en wereldwijd verbod op de productie en het gebruik ervan. Ze vonden een welwillend oor bij de Verenigde Naties, die tegen 2007 DDT wereldwijd wil verbieden.

Nog geen anderhalve dollar per huis Met de hoeveelheid insecticide waarmee men in 1968 een katoenveld van één km2 besprenkelde, kan men nu 5000 huizen een jaar lang malariavrij houden. Dat kost minder dan anderhalve dollar per huis.P. Raeymaekers

“Ja maar,” zeggen vierhonderd vooraanstaande wetenschappers in een verklaring die in augustus vorig jaar werd opgesteld door de Malaria Foundation International (MFI), “DDT blijft een essentieel onderdeel in de strijd tegen malaria. Het redt het leven van duizenden mensen in Afrika, Azië en Zuid-Amerika. DDT verbieden, geeft malaria vrij spel.” De verklaring werd ondermeer ondertekend door de Nobellaureaten Joshua Lederberg, Peter Doherty en Ferid Murad.

Het insecticide wordt inderdaad nog gebruikt als bestrijdingsmiddel tegen de malariamug. Binnenshuis worden muren, vloeren en zolderingen ermee besproeid. Het doodt de mug of houdt haar buiten. Het komt echter nog zelden voor dat men er grote oppervlaktes en velden mee besprenkelt.

Deze DDT-discussie is anders dan de meeste milieudebatten. Steevast staan milieu- en gezondheidsactivisten diametraal tegenover industriële lobby’s waarbij het draait om milieu en economie. In dit debat staat milieu tegenover gezondheid. Prof. Donald Roberts van de University of Health Sciences in Bethesda, Maryland, vindt het jammer dat malariawetenschappers noodgedwongen een robbertje uitvechten met milieuactivisten. Volgens hem was het insecticide tot nu toe het meest succesvolle bestrijdingsmiddel tegen de malariamug. De historische cijfers liegen er niet om: in India werd het aantal geïnfecteerden teruggedrongen van 75 miljoen tot een kleine 5 miljoen, mede dankzij DDT.

Recentere gegevens bewijzen evenzeer hoe belangrijk het insecticide blijft. Op het einde van de jaren tachtig stopte men in Belize met DDT-besproeiing en meteen steeg het aantal malariaslachtoffers spectaculair, om een hoogtepunt te bereiken in 1994. Vanaf 1995, toen het opnieuw werd toegelaten, daalde het aantal slachtoffers. Ook in Guyana, Bolivië, Paraguay en Peru verdubbelde het aantal malariagevallen sinds 1993, toen het product werd verboden. Daarentegen noteerde men in Ecuador in dezelfde periode een daling met 60%, vermoedelijk omdat men er meer van het insecticide gebruikte dan voorheen.

Milieuschade relativeren

Dr. Hans Verhoef, entomoloog en epidemioloog aan de Wageningen Universiteit onderschreef de MFI-brief omdat men de milieuschade die malariabestrijding met DDT aanricht, moet relativeren: “Als je het middel binnenshuis gebruikt, komt er nauwelijks wat vrij in het milieu. Het leeuwendeel van de DDT die we nu in het milieu terugvinden, is een overblijfsel van de landbouw van tientallen jaren geleden. De hoeveelheid die er bijkomt door de huidige malariabestrijding is marginaal en het milieuprobleem wordt daardoor niet of nauwelijks beïnvloed. Regionaal blijft DDT van groot belang voor het terugdringen van sterfte en ziekte als gevolg van malaria”.

Chemische alternatieven te duur

Roberts onderbouwt de stelling van Verhoeven met cijfers. Volgens hem gebruikte men in 1993 op het gehele Amerikaanse continent 1,2 miljoen kilogram DDT voor malariabestrijding. Het lijkt een enorme hoeveelheid; toch is het minder dan zes procent van wat Amerikaanse boeren in 1968 gebruikten in de landbouw. Met de hoeveelheid insecticide waarmee men toen een katoenveld van één vierkante kilometer besprenkelde, kan men nu 5000 huizen een jaar lang malariavrij houden. Dat kost minder dan anderhalve dollar per huis.

Precies daar knelt de schoen. Er bestaan chemische alternatieven voor het gewraakte insectenbestrijdingsmiddel, daar zijn beide kampen het over eens. Helaas zijn ze veel duurder, te duur voor de meeste ontwikkelingslanden. Meteen de reden waarom dr Martine Vercammen van het Pasteur Instituut in Brussel de petitie ondertekende. Volgens haar moet DDT zo snel mogelijk worden verboden, maar alleen als er een betaalbaar alternatief bestaat om de malariamug te bestrijden.

“We zijn niet verliefd op DDT,” besluit Amir Attaran van MFI en medeopsteller van de brief, “maar als de Westerse landen het milieuvoordeel willen krijgen door deze stof wereldwijd te verbieden, dan moeten ze ook maar bijdragen in de kostprijs om malaria in te dammen. Noch Afrika, noch Azië, noch Zuid-Amerika hebben de technologie en het geld om op grote schaal alternatieven voor DDT te implementeren.”

DDT

Dichloordifenyltrichloor-ethaan (DDT) is een kleurloos, chemisch insecticide dat behoort tot de gechloreerde koolwaterstoffen. Het wordt beschouwd als het historisch meest succesvolle insectenverdelgingsmiddel. Helaas is het ook één van de meest gevaarlijke voor de natuur.

De Zwitserse Nobelprijswinnaar Paul MŸller erkende het potentieel van de stof als krachtig zenuwgif voor insecten. Het werd vanaf de jaren veertig in enorme hoeveelheden geproduceerd en gebruikt, zowel in Europa en de Verenigde Staten, als in ontwikkelingslanden. Het doodt alle mogelijke insecten waar de mens last van heeft, van de muggen die de gele koorts, malaria en knokkelkoorts veroorzaken, over hoofd-, schaam- en typhusluizen tot katoen- en aardappelkevers.

In 1962 publiceerde de biologe Rachel Carson het boek Silent Spring, een regelrechte aanklacht tegen het insecticide. Het wordt nauwelijks afgebroken en raakt via de voedselketen opgestapeld in weefsels van dieren en mensen. Op lange termijn is het toxisch, zodat vele Amerikaanse vogelsoorten zich nog nauwelijks konden voortplanten en in minder dan twee decennia tijd werden bedreigd met uitsterven. Vanaf de jaren 1970 werd het insecticide bij de mens geassocieerd met sommige vormen van kanker en hormoonstoornissen.

Nadat meer dan één miljard kilogram DDT werd verspreid over de Amerikaanse velden, verbood de Verenigde Staten het gebruik ervan in 1973. Europa en Japan volgden kort daarna. Tegen 2007 wil de Verenigde Naties niet alleen DDT, maar ook nog tien andere persistente organische vervuilers, POP’s genaamd, uit de wereld helpen.

Dit artikel is een publicatie van Natuurwetenschap & Techniek.
© Natuurwetenschap & Techniek, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 30 juli 2000

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.