Je leest:

Darwins triomf is Linnaeus’ failliet

Darwins triomf is Linnaeus’ failliet

Auteur: | 8 december 2001

Schudt de taxonomie op zijn grondvesten of is het scherpslijperij van theoretici? Linnaeus’ naamgeving moet op de helling voor een fylogenetisch verantwoorde naamgeving.

In 1758 publiceert Carl Linnaeus het boek Systema Natura waarin de zweedse botanicus het binomiale naamgevingsysteem (genus species, Caenorhabditis elegans) voor organismen voorstelt. Zijn praktische systeem – een tomaat heet Solanum lycopersicum in plaats van ‘appel-achtige solanum met rond, glad en gestreept fruit’ – werd de wereldstandaard, en dat is het nog steeds. Maar Amerikaanse taxonomen zagen aan de stoelpoten van het Linnaeaanse systeem.

Kevin de Querioz van het Smithsonian Institution en Jacques Gauthier van Yale University zijn de voortrekkers van een groep taxonomen die Linnaeus’ naamgeving willen vervangen door de PhyloCode. Daarin zijn families, geslachten, ordes, etc. afgeschaft en hebben soorten één naam waarvan de definitie direct gekoppeld is aan de evolutionaire afstamming van de soort.

Dr. Ronald Sluys van het Instituut voor Biodiversiteit en Ecosysteemdynamica van de UvA ziet de PhyloCode als een logische volgende stap in de opmars van het fylogenetische denken die in 1966 begon. ‘Toen publiceerde de Duitser Hennig het boek Phylogenetic systematics waarin hij voorstelde stambomen te maken volgens evolutionaire verwantschap. Voor die tijd was de taxonomie grotendeels autoriteit-gebaseerd. Iemand zei dat een vogeltje in dit geslacht hoorde, en iemand anders beweerde het tegendeel.’

Aristoteles

Sluys, die zelf onderzoek doet naar de fylogenie van platwormen, geeft aan waarom die arbitraire indeling zoveel problemen oplevert. ‘Stel dat de platworm Macrostomum rubrum toch niet onder het geslacht Macrostomum valt, maar dat hij meer verwant is aan beesten uit het geslacht Palombiella. De nieuwe naam van het dier wordt dan Palombiella rubra. Het geslacht verandert en ook de uitgang van de soortsnaam, omdat het latijn kloppend moet zijn. Maar de worm blijft hetzelfde!’

Hennig stelde voor soorten in te delen op basis van het meest recent geëvolueerde kenmerk. Als twee organismen zo’n kenmerk delen, veren bijvoorbeeld, dan zijn ze aan elkaar verwant. ‘Men ging toen werken met datamatrices waarin soorten en kenmerken stonden. De stambomen die daaruit rolden, waren na te doen’, vertelt Sluys. ‘Opeens konden zoölogen en botanici met elkaar praten, want ze gebruikten de zelfde methode om stambomen te maken en soorten te classificeren.’

Aan de basis van de indeling van soorten ligt dus sinds enkele decennia evolutionaire verwantschap, maar de naamgeving, die plaatsvindt op basis van uiterlijke kenmerken, is bedacht door Linnaeus in de achttiende eeuw. De Zweed was een creationist en ging uit van onveranderlijke soorten. Hij was geïnspireerd door Aristoteles ‘essentialistische’ theorie waarin dieren een unieke, kenmerkende ‘essentie’ hebben. Deze zette hem aan tot de binomiale naamgeving en de indeling in categoriën.

‘Deze filosofie hebben wij niet meer’, zegt Sluys droog. ‘Als je doorredeneert dan moet ook de naamgeving volgens het fylogenetische principe plaatsvinden. Maar de nomenclatuur is het meest traditionele bolwerk van taxonomen, de PhyloCode druist daar tegen in. Het is een spanningsveld.’

Afscheid van Linnaeus betekent geen binomiale namen meer, maar ook geen ordening in geslacht, familie of orde. Terecht, vindt Sluys. ‘Wat is een geslacht?’, vraagt hij retorisch. ‘Het is een arbitrair label.’

Platwormen

Sluys, die zelf onderzoek doet naar de fylogenie van platwormen, geeft aan waarom die arbitraire indeling zoveel problemen oplevert. ‘Stel dat de platworm Macrostomum rubrum toch niet onder het geslacht Macrostomum valt, maar dat hij meer verwant is aan beesten uit het geslacht Palombiella. De nieuwe naam van het dier wordt dan Palombiella rubra. Het geslacht verandert en ook de uitgang van de soortsnaam, omdat het latijn kloppend moet zijn. Maar de worm blijft hetzelfde!’

Het kan nog verwarrender. De familienaam Macrostomidae is gebaseerd op de aanwezigheid van Macrostomum-soorten. ‘De familie-naam is dus een naam die afgeleid is van de geslachtsnaam Macrostomum. Als nieuw onderzoek uitwijst dat Macrostomum in een andere groep thuishoort, dan moet ik die groep opeens de familie Macrostomidae gaan noemen. En dat alleen omdat iemand eeuwen geleden die naam heeft bedacht en je verplicht bent, volgens het prioriteits-principe, die te gebruiken! Dit soort aanpassingen is aan de orde van de dag en veroorzaakt instabiliteit.’

Verschillende manieren van indelen volgens de PhyloCode. © Frank Bierkenz klik op de afbeelding voor een grotere versie

De PhyloCode moet dat ondervangen, maar is zelf ook niet immuun voor voortschrijdend fylogenetisch inzicht. Het kan voorkomen dat een taxon (een groep van organismen) uit elkaar valt. In dat geval wordt de oude naam opgeheven en krijgen de nieuwe taxa nieuwe namen. Maar soortsnamen blijven gelijk, alleen hun definitie wordt aangepast. De PhyloCode is dus flexibeler en torst geen verouderde namen mee, die steeds een andere inhoud krijgen als het onderzoek vordert.

Is dat dan wél stabiel? Voorstanders van de PhyloCode zeggen dat namen van soorten en taxa gelijk blijven, ook als soorten in en uit een taxon gaan. Tegenstanders werpen op dat gelijke namen dan dus een wisselende inhoud hebben. Sluys: ‘Het is onduidelijk hoe stabiel de PhyloCode in de praktijk nu echt is. Dit is nog in ontwikkeling.’

En hoe gaan die nieuwe namen er eigenlijk uitzien? Een cijfercode lijkt Sluys geen goed idee. ‘Dat is niet werkbaar, want die getallen kun je niet onthouden.’ Het worden sowieso enkele namen. Sommigen maken PhyloCode-namen door simpelweg een streepje tussen het geslacht en de soort te zetten. De huismus heet dan Passer-domesticus.

Hele nieuwe namen behoren ook tot de mogelijkheden, een naam betekent dan op het eerste gezicht niets meer, je kunt niet meer zien of het om bijvoorbeeld een familie of orde gaat. ‘Het is misschien jammer dat het beetje inzicht dat een Linnaeaanse naam verschafte verdwijnt’, zegt Sluys. ‘Maar dat weegt niet op tegen de voordelen. Een naam zul je toch moeten opzoeken om te weten wat de inhoud is.’

Dit artikel is een publicatie van Bionieuws.
© Bionieuws, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 08 december 2001

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.