Je leest:

Darwin verklaart ook taalverandering

Darwin verklaart ook taalverandering

Auteur: | 3 september 2009

De survival of the fittest blijkt ook te gelden voor taal. Bewust of onbewust gemaakte variaties in taal hebben meer kans om te beklijven als zij voordelig zijn voor de taalgebruiker. Dit voordeel kan bijvoorbeeld liggen op sociaal vlak (‘erbij horen’), economisch vlak (kost minder moeite) of op communicatief vlak (duidelijker).

Darwins evolutietheorie en taal lijken op het eerste gezicht niks met elkaar te maken te hebben. De principes van de evolutietheorie verklaren de constante veranderingen in de levende soorten op aarde. En taal is een communicatiesysteem van mensen. Taal is echter ook constant aan verandering onderhevig. Frank Landsbergen laat deze week in zijn proefschrift zien dat je Darwins principes ook prima kunt gebruiken om taalveranderingen te verklaren.

Landsbergen laat zien dat menselijke taal verschillende overeenkomsten heeft met de planten- en dierenwereld. “Evolutie vindt plaats als er variatie in kenmerken is, als deze kenmerken worden overgedragen van individu op individu en als er verschil bestaat in de kans op de overdracht van de varianten”, aldus de onderzoeker in zijn proefschrift. De variatie in taal is zowel aanwezig binnen als tussen taalgebruikers, in bijvoorbeeld uitspraak, betekenis en woordkeuze. Overdracht vindt voortdurend plaats als we met elkaar spreken. Als kind leer je een taal, maar ook op latere leeftijd kan je taalkennis nog best veranderen. Tenslotte zal niet elke variatie een taalverandering teweegbrengen. De kans hierop is het grootst als de nieuwe variant de taalgebruiker voordeel biedt op sociaal (‘erbij horen’), economisch (makkelijker uit te spreken) of communicatief (helderdere boodschap) vlak.

Agenten bootsen taal na

Landsbergen ontwikkelde voor zijn promotieonderzoek diverse computermodellen om dit proces van taalverandering na te bootsen. De mensen die een taal spreken worden in zo’n model gespeeld door ‘agenten’ en de betekenis van een woord wordt uitgebeeld door een getal tussen 0 en 1. De agenten hebben niet allemaal precies dezelfde betekenis van het woord waarvoor het model is ontwikkeld. Als de agenten met elkaar communiceren, stellen de ontvangers van de boodschap steeds de betekenis van het woord een beetje bij. Op deze manier is de ontwikkeling van de betekenis van het woord te volgen.

Met een dergelijk model kon de onderzoeker bijvoorbeeld de verschuiving van het woord ‘richting’ van zelfstandig naamwoord naar voorzetsel verklaren. Steeds vaker hoor je mensen zeggen “Hij liep richting het station” in plaats van “Hij liep in de richting van het station”. De frequentie waarmee deze variant voorkomt, blijkt een grote rol te spelen bij de taalverandering: hoe vaker je iemand ‘richting’ als voorzetsel hoort gebruiken, hoe groter de kans is dat je het zelf ook zo zult toepassen.

Van actief ‘krijgen’ naar passief ‘krijgen’

Maar hoe kan zo’n variant ontstaan? “Iemand moet hier, bewust of onbewust, mee beginnen”, aldus Landsbergen. “Dat kan zijn door iets nieuws te benoemen met een bestaand woord. Dat woord krijgt er dan een extra betekenis bij.” Maar een variant kan ook goed om economische redenen ontstaan. “Je kunt bijvoorbeeld een woord minder duidelijk uitspreken, omdat je toch wel weet dat degene met wie je praat het zal verstaan. Of je kunt een woord in een context gebruiken die misschien niet eerder zo is gebruikt en daarom misschien fout is, maar waarmee je boodschap wel duidelijk overkomt.”

Varianten kunnen ook op een andere manier in een taal sluipen. “Betekenis wordt in feite niet direct overgedragen van de spreker op de hoorder. Als ik jou iets zeg, dan vertel ik je er niet bij wat dat betekent. De betekenis moet je dus zelf afleiden. Het kan daarbij best zijn dat de betekenis die de hoorder oppikt, niet honderd procent gelijk is aan de bedoelde betekenis van de spreker. Dan ontstaat er in het hoofd van de hoorder ook mogelijk een nieuwe variant.” De promovendus illustreert dit in zijn proefschrift aan de hand van het werkwoord ‘krijgen’. Rond 1400 betekende dit nog ‘strijden’ en was de ontvanger dus actief betrokken. In de loop der tijd is deze betekenis verschoven en tegenwoordig kan de ontvanger ook passief zijn. Als je een pen krijgt, hoef je daar meestal niet zoveel voor te doen.

Voorspellingen

Net als in de natuur is ook bij taal niet te voorspellen welke veranderingen er in de toekomst nog zullen plaatsvinden. “Hiervoor spelen teveel factoren een rol, en je weet niet van elke factor hoe groot die rol zal zijn”, legt Landsbergen uit. De kennis over het verleden kunnen we wel gebruiken om verschijnselen die nu spelen te verklaren. “Vroeger bestond ‘u’ alleen als meewerkend of lijdend voorwerp en gebruikte men ‘gij’ als onderwerp. Het huidige gebruik van ‘u’ als onderwerp was vroeger dus fout. Tegenwoordig hebben veel mensen moeite met ‘hun hebben’, maar daarin gebeurt eigenlijk iets vergelijkbaars als met ‘u’ destijds. Het is dus helemaal niet zo’n vreemde ontwikkeling.” De evolutie van taal gaat nu eenmaal door.

Frank Landsbergen zal 8 september om 16:15u zijn proefschrift ‘Cultural evolutionary modeling of patterns in language change. Exercises in evolutionary linguistics’ verdedigen aan de Universiteit Leiden.

Lees verder:

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 03 september 2009

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.