Je leest:

Dansen met de dood

Dansen met de dood

Geschilderde boetepreken in de late Middeleeuwen

Auteur: | 11 februari 2011

De verhouding van de middeleeuwer tot de dood was macaber, zoals blijkt uit de vele afbeeldingen van de dood als dansend skelet. Deze ‘dodendansen’ waren een genre op zich en zijn nog altijd te zien in menig kerkhof of kapel in Europa. Hun boodschap was schrik aanjagen: wie zondig leefde, wachtte eeuwige straf. Maar ze bevatten nog een andere, veel opmerkelijker boodschap: hoogwaardigheidsbekleders, met name kerkelijke, werden erop bekritiseerd door hen als zondaars af te beelden.

Fresco van een machtige dood met daaronder een dodendans. Discipelenkerk, Clusone, Bergamo, Italië.
Wikimedia

“U hebt niet beter geleefd dan de vrouw in wiens gezelschap u zich bevindt”, zegt de dood tegen de kardinaal, wijzend op de dame van lichte zeden die naast de hoge kerkdienaar staat. Wie de dood deze woorden in de mond heeft gelegd is onbekend. Het moet gebeurd zijn in het midden van de 15e eeuw, toen de Petruskapel in Macra Valle Maira met fresco’s werd versierd.

Tegenwoordig bevindt de kapel zich aan een desolate weg in een mooi, dun bevolkt bergdal ten noorden van de stad Saluzzo in Noordwest-Italië. Rond 1450 lag de kapel echter helemaal niet perifeer, maar aan een belangrijke weg die Avignon met Rome verbond. Vele reizigers zullen dan ook met de afbeeldingen zijn geconfronteerd en niet altijd tot hun genoegen. De huidige toestand van de fresco getuigt van de emoties die de vervelende boodschap bij velen losmaakte. Vroegmoderne bronnen spraken al over de talrijke moedwillige beschadigingen aan de dodendans van Macra.

De dodendans van het Valle Maira is een van de allervroegste dodendansen die we kennen. Het gaat hier om een samenhangende reeks van illustraties en korte teksten die een beeld schetst van de ontmoeting van de dood met vertegenwoordigers van verschillende standen in het laatste moment van hun leven op aarde.

Dodendansen zijn dus geen letterlijke dansen. Het zijn illustraties van een symbolische dans van de dood met de christelijke samenleving. De vroegste voorbeelden verschenen in de vorm van monumentale wandschilderingen, zoals in Parijs en Bazel op de omheiningen van kerkhoven, begin 15e eeuw. Al snel werden ze ook populair in gedrukte vorm, zoals bijvoorbeeld de beroemde dodendans van Hans Holbein de Jonge uit omstreeks 1525. Het genre van de dodendans verspreidde zich vanaf het midden van de 15e eeuw in korte tijd door heel Europa. Voor de periode tussen 1425 en 1800 zijn meer dan vijfhonderd dodendansen bekend.

Merkwaardig genoeg is het fenomeen voor de Lage Landen vrijwel onbekend. Voor Nederland en België is er geen bewijs dat op de muren van kerkhoven of kapellen ooit een dergelijke schildering te zien is geweest. Wel zijn er in Amsterdam en Antwerpen verschillende dodendanswerken in boekvorm uitgebracht. De bekendste dodendansauteur uit de Nederlanden is Salomon van Rusting (1652-1709).

NPO Doc: Medieval Lives

Hoe ging men in de Middeleeuwen om met de drie belangrijkste mijlpalen in het leven? Historica en presentatrice Helen Castor gaat vanaf 2 november op NPO Doc in het drieluik ‘Medieval Lives’ op zoek naar de tradities rondom geboorte, huwelijk en dood in Groot-Brittannië.

Memento mori

De eerste dodendansen waren in feite geschilderde boetepreken, een genre dat in de laatmiddeleeuwse steden een grote opgang maakte. In plaats van volkspredikers die met luide stem hel en verdoemenis preekten, kreeg de stedeling een soort stripverhaal met een vergelijkbare, even strenge boodschap te zien. De dodendansen verkondigden de noodzaak tot inkeer te komen, want het leven op aarde was nietig en eindig.

Dit laatste – het besef van de menselijke sterfelijkheid – werd het publiek ingeprent door in ontelbare herhalingen aandacht voor de dood op te eisen. “Memento mori” (gedenk te sterven), luidde het allesoverheersende devies. In beeld en tekst stond voorop dat iedereen, van hoog tot laag en van jong tot oud, voor de dood gelijk was. De stichtelijke boodschap luidde dat alleen het leven hierna telde en dat degenen die geen materiële bezittingen hadden, het minst voor de dood te vrezen hadden.

Een dodendans. Mensen uit verschillende standen en beroepen worden door de dood opgehaald. Detail van het hierboven afgebeelde fresco.

In die zin boden dodendansen de mensen troost. De angst om niet in de hemel te komen was namelijk zeer groot. Een grote rol hierbij speelde de verandering in de christelijke heilsleer, waarbij de kerk vastlegde dat mensen meteen na hun dood en niet meer aan het einde van de mensheid op hun daden werden afgerekend. Dit maakte de mensen bang. Wat als ze door de dood verrast zouden worden en er niet genoeg tijd overbleef voor inkeer, een laatste biecht en absolutie?

De populariteit van de dodendansen houdt dus zeker verband met de vrees plotseling en dus onvoorbereid te sterven. Maar dat was niet het enige. Vanaf het begin bedoelden de makers en opdrachtgevers de macabere werken ook als kritiek op wantoestanden in kerk en maatschappij.

Een hervormingsgezind auteurschap

Lange tijd is gedacht dat het genre van de dodendans onbewust was ontstaan als artistieke reflectie op de Zwarte Dood die in de 14e eeuw miljoenen slachtoffers maakte. Van groter belang lijkt echter het verband tussen het ontstaan van de vroege dodendansen en de kerkelijke hervormingstromingen die in de late Middeleeuwen opkwamen.

Met name franciscanen en dominicanen bemoeiden zich in de 15e eeuw met het nieuwe kunstgenre. De aanleiding hiervoor was de grote verdeeldheid in de katholieke kerk. Het grote schisma dat de pausen in Avignon had doen belanden en waardoor er twee pausen tegelijkertijd waren, was met het Concilie van Konstanz (1414-1418) officieel voorbij.

Maar verschillende hervormingsgezinde stromingen bleven zeer kritisch. Daartoe behoorden onder andere de conciliaristen en de bedelmonniken die zich streng aan de oorspronkelijke orderegels van armoede en geloofstoewijding wilden houden en afwijzend stonden tegenover de rijkdom en wereldsheid van de kerk. Er heerste een vijandige sfeer tussen de hervormers die pleitten voor een zuivering van de kerk en de conservatieven die wensten vast te houden aan hun maatschappelijke status en macht.

Fresco van een dodendans (detail) in de heilige Mariakerk in Beram, Kroatië. Behalve een boer en een vrouw, staat ook een kerkelijke hoogwaardigheidsbekleder afgebeeld.

Als we inhoud, vorm en stijl van dodendansen nauwkeuriger onderzoeken, wordt duidelijk dat de hervormers verantwoordelijk waren voor de ontwikkeling van de dodendans. Zij bestookten een breed publiek met het stichtelijke “memento mori” dat tegelijkertijd geladen was met hun visie op geloof, autoriteit en samenleving.

Catalogus van zonden

De dodendansen van de 15e en de 16e eeuw hielden de toeschouwer een regelrechte zondecatalogus voor. Luiheid, wellust, vraatzucht en hoogmoed in al zijn vormen, zoals ijdelheid, werden aan de kaak gesteld. De auteurs bedienden zich hierbij van stevige taal. Opvallend was dat hun morele verwijten niet evenredig over alle standen en groepen waren verdeeld. Kerkelijke hoogwaardigheidsbekleders kwamen in de dodendansen als ergste zondaars naar voren. Zij hadden hun roeping en het geloof verraden. Zo zei de dood tegen de abt in de dodendans van Parijs (1425):

Abt komt snel, u vlucht! Kijkt u niet zo verschrikt. Nu moet u de dood achteraan. Hoe u ook ten opzichte van God staat, Draag over de abdij die u vet en vadsig heeft gemaakt. Vergaan zult u, gauw en onherroepelijk, De vetste vergaat het snelst!

Opvallend is dat de kerk als instituut – en de paus als belichaming ervan – niet direct werd aangevallen. Alleen het slechte functioneren van de overige kerkdienaren werd geportretteerd.

Scherpe kritiek ondervonden evenzeer de edellieden, die voornamelijk afgerekend werden op hun trots, roemzucht en wellust. Net als de clerici functioneerden zij slecht in de hun toegedachte maatschappelijke rol. Daarom werd bijvoorbeeld de hertog in de dodendans van Bazel (ca 1435) erop gewezen dat hij nu moest boeten omdat hij bij leven ‘het te frivool had gemaakt met de vrouwen’. Anders dan bij de clerici is de op deze groep geuite kritiek niet zozeer gezagsondermijnend als wel corrigerend ten aanzien van uitwassen.

Ook geleerden – waartoe rechters en medici gerekend kunnen worden – ontkwamen niet aan spot, al viel hen een ambivalente waardering ten deel. Aan de ene kant veroordeelden de dodendansauteurs de geleerden vanwege hun ijdelheid die eruit bestond dat ze dachten te begrijpen hoe de wereld in elkaar zat. Aan de andere kant valt er tussen de regels instemming te proeven wanneer de auteurs bijvoorbeeld sommige medische ‘successen’ niet onbenoemd lieten.

In dodendansen worden boeren vaak positief afgebeeld. De vrome boer die zich schikt naar harde arbeid en tegenspoed, mag rekenen op een mild oordeel. Op dit veertiende-eeuwse fresco wordt een boer, terwijl hij nog aan het werk lijkt te zijn,opgehaald door de dood. Fresco uit de veertiende eeuw, Nørre Alslevkerk, Guldborgsund, Denemarken.

Ook de minder geprivilegieerden werden niet ontzien door de kritiek van de dood. In de vroegste dodendansen waren nog maar weinig scènes gewijd aan de laagste standen van de maatschappij. Daarbij valt op dat bijvoorbeeld de boer, ondanks dat hij als bekrompen onbenul wordt geschetst, ten opzichte van zijn religieuze inborst als een soort ideaal werd gepresenteerd. In veel dodendansen ontmoeten we de vrome boer die alleen harde arbeid en tegenspoed kent, en daarom op een mild oordelende dood kan rekenen. Zo zegt de dood op joviale toon tegen de boer in de dodendans van Bazel: “Kom hier, boertje, met je sjofele schoenen, je zult lof krijgen!”

Dergelijke waarschuwingen en veroordelingen waren al bekend uit andere bronnen zoals preken en zondespiegels. De vraag is daarom in hoeverre dodendansen zich van die oudere genres onderscheiden. Er moet iets zijn dat kan verklaren waarom de dodendans zo snel een zelfstandig genre kon worden.

Schandpaal voor de elite

Het succes ligt kort gezegd in het feit dat de dodendans een genre was dat gelegenheid gaf om maatschappelijke autoriteiten ten overstaan van een breed publiek te bekritiseren. Het wangedrag van de kerkelijke en wereldlijke elite kon open en bloot worden getoond. Dergelijk openlijk commentaar was zeer ongewoon en kwam door een vrij ingewikkeld samenspel van bewuste strategische en stilistische keuzes van de auteurs tot stand.

Iedereen is gelijk voor de dood. Ook keizers en pausen kunnen niet aan hem ontsnappen. Een houtsnede naar ontwerp van Hans Holbein de Jongere, afkomstig uit een dodendansserie getiteld ‘Der Kaiser’, ca. 1525.

Dat de maatschappij überhaupt een thema kon zijn, hield verband met het feit dat de dodendansen een traditioneel stijlelement, de opsomming van alle standen, ook wel genoemd de ‘standenrij’, gebruikten om te illustreren dat werkelijk alle mensen gelijk waren voor de dood.

In de standenrij waren de geprivilegieerde standen sterk oververtegenwoordigd. Dit had tot gevolg dat dodendansen relatief veel meer kritiek leverden op de elite dan op wie zich onder aan de maatschappelijke ladder bevond.

De politieke lading van deze overvloedige kritiek werd vooral duidelijk door haar openbare karakter. De keuze van de auteurs hun dodendansen voor een breed publiek toegankelijk te maken was in hun tijd zeer ongewoon.

Dit gebeurde ten eerste in materiële zin. De stijlbepalende, vroege werken verschenen geschilderd op de muren van centrale, publiekelijk toegankelijk plaatsen zoals kerkhoven.

Ten tweede kozen de auteurs ervoor om beeld en tekst te combineren, en de korte teksten met eenvoudige woorden in de volkstaal op rijm te zetten. Daarmee was het vrij simpel om de boodschap te begrijpen, te onthouden en door te vertellen.

Een andere belangrijke succesfactor van de dodendans was dat niet een mens maar de gepersonifieerde dood de kritiek uitsprak. De dood was in de 15e en 16e eeuw een figuur van buitengewone betekenis. Hij was een bijna alwetende, goddelijke figuur die deel uitmaakte van de wereldse en de hemelse sfeer. De dood stond niet alleen boven de mens, hij was vooral ver verheven boven de machtigen der aarde.

Ten slotte werd de kritiek in dodendansen verrijkt door stijlelementen die tot de cultuur van het carnaval behoorden, zoals omkering van hoog en laag en dans. Carnaval was onder andere de periode van sociaal-culturele vrijheid waarin de normaal geldende wetten en normen overtreden of omgedraaid konden worden. Dansen – symbool van de gekkigheid – was onlosmakelijk verbonden met carnaval, de tijd van de wereldsheid. Traditioneel werd tijdens carnaval ook de spot gedreven met de autoriteiten en gebruiken van het dagelijkse leven, vaak met serieuze ondertoon.

De dodendans was carnaval in het klein, een in de praktijk compleet onmogelijke dans, omdat deze gezamenlijke dans van de verschillende standen de geldende sociale grenzen radicaal negeerde, en waarin de elite aan de schandpaal stond. De carnavalsymboliek van de dodendans maakte het publiek duidelijk dat het de stichtelijke boodschap ook in haar relevantie voor het wereldse samenleven moest begrijpen.

De dodendans, zo kunnen we concluderend zeggen, verkondigde niet alleen een stichtelijke boodschap, maar was tevens een veelzijdig, politiek geladen commentaar op het functioneren van de maatschappij. Deze unieke karakteristiek bepaalde inhoud, vormgeving en gebruik van dodendansen tot op de dag van vandaag.

Er worden immers nog steeds dodendansen vervaardigd in kerken, en het thema is in een meer seculiere vorm letterlijk springlevend in kunst, literatuur, film en muziek. Denk aan Johann Wolfgang Goethes literaire Totentanz van 1815, Ingmar Bergmans filmklassieker Het Zevende Zegel uit 1957 maar ook het muziekalbum Dance of Death van Iron Maiden uit 2003. Allemaal eren ze het dodendansthema en de waarheid dat uiteindelijk niemand deze dans ontspringt.

Rolf Paul Dreier studeerde geschiedenis in Bazel, Groningen en Leiden en promoveerde in april 2010 aan de Erasmus Universiteit Rotterdam op de ontwikkeling van de dodendans tussen de vijftiende en midden zeventiende eeuw. Momenteel werkt hij als projectleider bij een adviesbureau in Rotterdam.

Verder lezen:

  • Fuido Derksen, Martin van Mousch en Jop Mijwaard, Geïllustreerde atlas van het hiernamaals. Een cultuurgeschiedenis van de dood. (Nieuw Amsterdam, 2010)
  • Rolf Paul Dreier, Der Totentanz – ein Motiv der kirchlicher Kunst als Projektionsfläche für profane Botschaften(1425-1650) met samenvatting in het Nederlands en cdrom (Brill, 2010)
  • Alberto Tenenti, Humana Fragilas. The themes of death in Europe from the 13th century to the 18th century. (Clusone, 2002)
Dit artikel is een publicatie van Geschiedenis Magazine.
© Geschiedenis Magazine, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 11 februari 2011

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.