Je leest:

Dagboek Kytalyk: klimaatonderzoek in de praktijk

Dagboek Kytalyk: klimaatonderzoek in de praktijk

Auteur: | 29 september 2015

Onderzoeker Daan Blok deed metingen aan de dooilaag in een toendralandschap in Noordoost Siberië. In een dagboek beschrijft hij hoe dit soort onderzoek in zijn werk gaat.

Donderdag 26 juni, 06.00

Samen met co-promotor Monique Heijmans en VU-collega’s promovendus Frans-Jan Parmentier, universitair hoofddocent Ko van Huissteden en technicus Ron Lootens vliegen we vanaf Düsseldorf via Moskou richting Jakoetsk, hoofdstad van de Russische deelrepubliek Yakutië in Noordoost Siberië: de koudste stad op Aarde. Tijdens de vlucht over de Siberische toendra zien we nog wat sneeuwresten en deels bevroren meren als herinnering aan de lange koude winter in dit machtige toendralandschap.

Zaterdag 28 juni

Het jaarlijkse midzomerfestival in Jakoetsk, waarbij de lokale bevolking in traditionele kostuums het einde van de lange winter viert. Het festivalterrein ligt op een enorme grasvlakte in het meandergebied van de brede rivier de Lena, gelegen aan de voet van het taigawoud. Het is zonnig en erg warm vandaag, 34 graden Celsius. Hoezo, koud in Siberië!? Professor Trofim Maximov, onze locale onderzoekspartner in Jakoetsk, serveert gefermenteerde paardenmelk met gegrilde paardenmaag, een ‘acquired taste’!

Zondag 29 juni

Inkopen voor een maand veldwerk in de toendra. Onze apparatuur staat nog vast staat op het vliegveld in Jakoetsk en moet eerst worden vrijgegeven door de douane voordat het op transport kan richting Chokurdakh. Het vervoer daarvan is nog onzeker, aangezien er net bericht is gekomen dat het wekelijkse vrachtvliegtuig van zaterdag is geannuleerd.

Maandag 30 juni

Naar Chokurdakh met een antiek Antonov An-24 toestel; dachten we. Vlak voor vertrek wordt aangekondigd dat de vlucht wordt geannuleerd wegens slecht zicht in Chokurdakh. Het kleine vliegveld heeft geen radar waardoor er op zicht gevlogen moet worden. Morgen gaan we opnieuw proberen om ons einddoel, het Kytalyk reservaat, te bereiken.

Biowetenschappen en maatschappij

Dinsdag 1 juli

Alsnog naar Chokurdakh. Ons gezelschap vormt ongeveer de helft van het aantal passagiers. Helder weer geeft ons een fantastisch uitzicht over de taiga, met veel meertjes, bergketens met besneeuwde dalen en uiteindelijk zien we ook de markante polygoon-toendra verschijnen. In Chokurdakh aangekomen blijken de weersomstandigheden flink anders dan in tropisch Jakoetsk. Harde wind, gecombineerd met temperaturen rond het vriespunt, dwingen ons in winterkleding. Het sneeuwt zelfs licht terwijl het inmiddels al juli is! Ex-politiechef Sergej Ilitsj, tegenwoordig werkzaam als parkopzichter in het Kytalyk reservaat namens de lokale tak van het Wereld Natuur Fonds, geeft ons een warm onthaal. Hij serveert ons rendierschotel en een selectie van de beste lokale vis, natuurlijk vergezeld van enkele glazen wodka.

Donderdag 3 juli

De locale afdeling van politie en leger heeft ons een vergunning gegeven voor toegang tot het Kytalyk reservaat, waardoor we vandaag met kleine speedboats verder mogen reizen naar ons onderzoeksgebied. Na een koude tocht van ruim twee uur in de open bootjes komen we dan eindelijk aan in het Kytalyk reservaat. Het water in de rivier staat enorm hoog dit jaar, ruim een meter hoger dan normaal. Dat is zeer uitzonderlijk volgens onze lokale assistenten. Dit heeft als voordeel dat we vlak bij de huisjes van het onderzoekskamp kunnen aanmeren en niet ver met onze bagage hoeven te sjouwen.

Collega-promovendus Frans-Jan heeft echter pech: zijn proefvelden in het rivierterras staan nu compleet onder water. Nog geen uur na aankomst worden we verwelkomd door drie overvliegende Siberische witte kraanvogels, in de locale Sacha-taal Kytalyk genoemd. De Siberische kraanvogel wordt hier beschouwd als een heilig dier en het zien ervan brengt geluk voor het leven zo zegt men. In ieder geval is het fantastisch om deze prachtige en sterk bedreigde vogel in zijn broedgebied te zien. Naar schatting zijn er wereldwijd slechts 3.000 individuen over.

Vrijdag 4 juli

Ruim een week na vertrek uit Wageningen kan dan eindelijk het echte veldwerk beginnen. Het is met temperaturen onder de 5 graden nog behoorlijk koud, wat als geweldig voordeel heeft dat er geen muggen zijn. Het wordt spannend om te meten hoe de dooilaag zich heeft ontwikkeld in het struikverwijderingsexperiment dat we vorige zomer hebben opgezet. Samen met co-promotor Monique heb ik vandaag de diepte van de dooilaag gemeten in de permafrost op de toendra, die het hele jaar bevroren is tot honderden meters diep. Alleen de rijke toplaag waar de planten in wortelen en waar microbiologische processen in plaatsvinden ontdooit gedurende de korte Arctische zomer.

Onze eerste metingen laten zien dat deze actieve dooilaag iets dikker is in de proefvelden zonder struiken. Dit resultaat bevestigt onze hypothese dat toendrastruiken via beschaduwing de bodem kunnen koelen in de zomer, maar het verschil is nog heel klein zo vroeg in het groeiseizoen. We verwachten dat de verschillen nog zullen oplopen wanneer de temperatuur zal stijgen. Aan het einde van de dag hebben we ook temperatuurloggers geïnstalleerd die het temperatuurverloop in de bodem gedurende het hele jaar zullen meten, wat ons ook informatie geeft over de effecten van struikbedekking op de thermische eigenschappen van de bodem buiten het groeiseizoen. Ten slotte hebben we de vegetatiebedekking gemeten in de eerste paar proefvelden. Geen slecht resultaat voor een eerste veldwerkdag!

Dit artikel is een publicatie van Stichting Biowetenschappen en Maatschappij.
© Stichting Biowetenschappen en Maatschappij, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 29 september 2015

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.