Je leest:

Dág water

Dág water

Auteur: | 3 juni 2009

Biobrandstof en –elektriciteit uit landbouwplanten als maïs en suikerbieten kost een boel water. Nederlandse wetenschappers berekenden per plantensoort hoeveel water verloren gaat bij het maken van bio-energie. Het voordeligste gewas: de suikerbiet.

Daar gaat het water. Miljoenen liters ervan verdwijnen in landbouwgewassen voor bio-energie.

Zijn biobrandstoffen en bio-elektriciteit uit landbouwplanten nu wel of niet goed? Dat is moeilijk te zeggen en verschilt per plant en land. Gezien de huidige voedselcrisis lijkt bio-energie een onhandig idee: op land waar voedsel kan groeien, groeit nu soms een plant voor elektriciteit of biobrandstof. Maar omdat door klimaatverandering en het terugdringen van CO2-uitstoot de behoefte naar bio-energie blijft bestaan, moeten overheden toch beslissen waar boeren het best gewassen voor bio-energie kunnen verbouwen. En of dat überhaupt een puik plan is.

Het is bij deze beslissingen handig om rekening te houden met het wereldwijde watertekort. Want bio-energieplanten verspillen niet alleen voedsel, maar ook water. Drink- of grondwater. Vervelend, want het tekort aan water is minstens net zo’n groot probleem als het voedseltekort. Hoeveel water per soort bio-energieplant verspild wordt, hebben onderzoekers van de Universiteit Twente (UT) nu voor het eerst uitgezocht. Ze berekenden een overzicht van de zogenaamde watervoetafdruk en plaatsten de resultaten in het tijdschrift Proceedings of the National Academy of Sciences (PNAS).

Water kan best terugkomen als regenbui, maar de garantie dat het weer terugkomt op vruchtbare landbouwgrond heb je niet. Daarom moeten we er zuinig op zijn.

De suikerbiet blijkt voor zowel elektriciteit als biobrandstof het meest ideale gewas te zijn – de watervoetafdruk hiervan is minimaal. Dan nóg zijn de liters water die je kwijtraakt niet mis. Voor één liter bio-ethanol uit de suikerbiet, verlies je 1400 liter water. Of stel dat je suikerbieten gebruikt voor de elektriciteit van één Nederlands huishouden, dan dit kost volgens de cijfers van het onderzoek gemiddeld ruim een half miljoen liter water per jaar. Dat is weinig vergeleken bij andere gewassen. Zou je het huis bijvoorbeeld op koolzaad laten draaien, dan verdwijnt er 4,6 miljoen liter water per jaar.

Maar de watervoetafdruk is, zoals bij wetenschappelijke berekeningen wel vaker het geval is, geen vaststaand getal. Voor een en dezelfde plant kan de afdruk enorm verschillen, afhankelijk van de groeiplek. Zo is de schijtnoot – als biobrandstof voor vliegtuigen – uit Brazilië veel watervriendelijker dan uit India.

Volgens de bedenker van de watervoetafdruk, UT-onderzoeker Arjen Hoekstra, ligt de absolute hoeveelheid water die verspild wordt, een stuk hoger dan in het onderzoek staat:“We hebben het water dat vervuild wordt niet meegeteld. We schatten dat de echte waterverspilling zo’n twintig procent hoger ligt dan nu in onze berekeningen staat.”

Zie ook

Meer biotechnologie op Ditisbiotechnologie.nl

Dit artikel is een publicatie van Ditisbiotechnologie.nl.
© Ditisbiotechnologie.nl, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 03 juni 2009

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.