Je leest:

Cultuur van geneesmiddelengebruik

Cultuur van geneesmiddelengebruik

De ontdekking, ontwikkeling en het gebruik van geneesmiddelen gaan terug tot de eerste dagen van de menselijke beschaving.

De ontdekking, ontwikkeling en het gebruik van geneesmiddelen gaan terug tot de eerste dagen van de menselijke beschaving. De middelen dienden niet alleen ter genezing van het lichaam, maar kwamen ook van pas bij religieuze en spirituele rituelen. Vooral wijzen en religieuze leiders dienden de middelen toe, die voornamelijk bestonden uit plantaardige producten, aangevuld met dierlijk materiaal en mineralen. Ze werden waarschijnlijk ontdekt door het observeren van de reacties van mensen en dieren als ze zulke planten hadden gegeten en soms door vallen en opstaan via experimenten. In verschillende culturen zijn door de millennia heen vergelijkbare kruiden gebruikt bij dezelfde aandoeningen. Wellicht hielpen vroege reizigers en handelaren die kennis te verspreiden.

Een oude Chinese legende verhaalt hoe de mythologische keizer Shennong telkens weer probeerde een slang dood te slaan. Tevergeefs, tot hij erachter kwam dat het dier zich na elke kloppartij terugtrok in het struikgewas en van een plant at die hem genas. Die plant, San Qi of pseudoginsengwortel, stopt interne bloedingen en is nog steeds het ingrediënt van een belangrijk middel uit de traditionele Chinese geneeskunde. Die geneeskunst stoelt op oude geschriften over geneeskrachtige kruiden, die soms hebben geleid tot westerse geneesmiddelen: zoals reserpine tegen hoge bloeddruk en psychose (inmiddels uit de handel vanwege de ernstige bijwerkingen) en efedrine ter behandeling van astma en het regelen van de bloeddruk tijdens operaties.

Deze Himba genezer in Namibië roept goede geesten op bij het genezen van malaria en hiv.

Gemalen printerkoppen

De literatuur staat vol voorbeelden uit de Oudheid, hoe Indiërs, Romeinen, Grieken en Egyptenaren mirre, castorolie, zink, sienna-geel, tijm, lijnzaad, knoflook, kaneel en kardemom inzetten tegen allerlei aandoeningen – van zweren, buikpijn en koorts tot kanker, infecties en gynaecologische klachten. Ook in recenter tijd en vandaag de dag bestaan veel voorbeelden van culturen die een deel van hun geneeskunde baseren op plantaardige en dierlijke producten en mineralen.

Zelfs een belangrijk deel van de westerse geneeskunde is gebaseerd op natuurlijke producten die chemisch zijn aangepast om hun werkzaamheid te vergroten of hun bijwerkingen te verminderen. Een bekend recent voorbeeld is het anti-tumormiddel Taxol (paclitaxel) dat is gebaseerd op een stof uit bepaalde taxusbomen en voor het eerst in de jaren 1980 werd toegepast in de kliniek.

Nog steeds verlaten grote groepen wereldburgers zich voor hun gezondheid op producten uit de natuur. Omdat ze daarin (soms terecht en soms onterecht) vertrouwen hebben, omdat ze geen geld hebben om werkzame industriële geneesmiddelen te kopen of omdat ze daar geen toegang toe hebben. Mensen hebben in het algemeen vertrouwen in wat hun omgeving hen aanraadt. Dat heeft voor een belangrijk deel te maken met hoe kennis in sociale groepen wordt geproduceerd en aan elkaar doorgegeven.

Ook in de manier waarop mensen omgaan met medicijnen komt een heel pakket aan cultureel redeneren en handelen naar voren. Waarom gaan mensen niet naar de dokter als ze ziek zijn, zoals in de Filippijnen gebeurt? Waarom geloven ze in de geneeskrachtige werkzaamheid van (allerhande) producten van een verafgelegen eiland in de Indische Oceaan (van gemalen printerkoppen tot batterijen), zoals in Oeganda? Of waarom gebruiken jongeren een laxeermiddel als anticonceptie of bij het onderbreken van zwangerschap, zoals in Ghana? Niet onverwacht blijken daarbij sociale en culturele aspecten belangrijker dan wetenschappelijke kennis.

Wel of niet naar de dokter

In Nederland gaan mensen naar de dokter als ze ziek zijn en ze verwachten vervolgens meestal een recept voor een geneesmiddel. In 2012 deed bijna driekwart van de Nederlandse bevolking dat minstens één keer. Kinderen onder de 4 jaar en ouderen gaan nog vaker en ook vrouwen bezoeken de dokter meer dan mannen. Bijna evenveel (11,5 miljoen) mensen kreeg in 2012 inderdaad minstens één geneesmiddel op recept. Overigens is 2 procent van de Nederlanders verantwoordelijk voor bijna 47 procent van het totaal van 4,1 miljard euro dat in 2012 aan geneesmiddelen werd uitgegeven.

Het aantal mensen dat de laatste veertien dagen een zelfzorgmiddel (medicijn dat zonder recept verkrijgbaar is, zoals pijnstillers) heeft gebruikt, is ongeveer even groot als het aantal dat een geneesmiddel op recept nam, namelijk 40 procent. Daarnaast is er een onbekend, maar zeer groot aantal Nederlanders dat voedingssupplementen, kruiden en drankjes neemt om (opkomende) ziekten de baas te blijven. Dikwijls als aanvulling op de eerder genoemde (zelfzorg) medicijnen.

De meeste mensen gaan minstens één keer per jaar naar de huisarts.

In veel landen echter, gaan mensen zelden of nooit naar de dokter. Omdat dit voor hen te duur is, zoals in veel ontwikkelingslanden, omdat men meer waarde hecht aan zelfzorgmiddelen of omdat er meer medicijnen zonder recept verkrijgbaar zijn dan in bijvoorbeeld Nederland. Patiënten gaan naar plekken waar pillen en poeders los verkrijgbaar zijn (zoals op de markt). Kleine buurtwinkeltjes verkopen naast rijst, koffie en zout vaak ook pillen, zoals pijnstillers en antibiotica. Die worden los verkocht, zonder verdere informatie, ook als ze alleen op artsenvoorschrift verkocht mogen worden.

Het gebrek aan controle op de medicijnvoorziening maakt dat in veel landen jongeren op grote schaal zware pijnstillers en psychofarmaca gebruiken om high te worden. Zulke pillen hebben de voorkeur boven illegale middelen, die kunnen leiden tot zware gevangenisstraffen. Drugsbeleid richt zich nog steeds bij uitstek op het bestrijden van heroïne en amfetamines, terwijl de legale middelen inmiddels een groter probleem zijn.

Kuur niet afmaken

Mensen slikken vaak vitamine C, drinken cranberrysap en nemen allerlei middeltjes om gezond te blijven. Alleen als de zelfmedicatie echt niet helpt, gaan ze naar de dokter. Overigens gebeurt dat ook veel in Nederland, gezien het feit dat het aantal ingenomen zelfzorgmiddelen ongeveer gelijk is aan de farmaceutica op recept. Hebben patiënten wel een recept van hun dokter gekregen, dan is dat zeker geen garantie dat de middelen ook worden ingenomen. Vaak worden voorgeschreven medicijnen niet of niet goed genomen.

In de Filippijnen bijvoorbeeld is het gebruikelijk om aan de hand van een recept voor een stuk of wat verschillende medicijnen met de apotheker te bespreken welke middelen voor het beperkt beschikbare geld aangeschaft zullen worden: een paar antibioticapillen en wat pijnstillers. Daarmee gaan ze voorbij aan het gevaar dat een tekortschietende antibioticumkuur leidt tot resistentie van bacteriën en parasieten. De therapietrouw is er dus niet hoog.

In arme landen gaan mensen zelden naar de dokter.

Vooral middelen die preventief werken, laten mensen snel staan. Ze veroorzaken immers wel bijwerkingen, zoals misselijkheid en spierpijn, maar hun effect is niet zichtbaar. Het concept dat je iets probeert te voorkomen waarvan je geen last hebt, is lastig. Antibiotica nemen mensen aanvankelijk wel in volgens het regiem en die blijken effectief omdat de koorts en ontsteking verminderen. Maar de kuur wordt vaak niet afgemaakt als de patiënt zich weer beter voelt. Dan moet je ook maar weten dat dit het risico op het ontstaan van resistente bacteriën verhoogt. Ook in Nederland is de therapietrouw niet bijzonder goed. Die wordt geschat op zo’n 60 procent, dus meer dan een derde deel van de patiënten neemt de geneesmiddelen niet volgens de voorschriften.

Papajapillen voor gezonde darmflora

Om zich gezond te houden, kunnen mensen – in plaats van pillen nemen – ook speciale theetjes drinken, goed eten, sporten en steeds meer producten gebruiken met een ‘gezondheidsstatus’, zoals Becel met omega-3. Dat gebeurt ook op grote schaal. De laatste decennia is er sprake van een commodification of health. Daarbij worden gezondheidsbevorderende voedingsmiddelen en kruiden verwerkt tot medicatie: papaja in pillen voor een gezonde darmflora en gezonde cellen of Jamukruiden uit de traditionele Indonesische geneeskunde gemaakt in de fabriek. Deze ‘reformulering’ in pilvorm werkt sneller, beter en is schoner en moderner dan in thee of een zelf gebrouwen drankje, is daarbij de gedachte.

Het geloof in de effectiviteit van geneesmiddelen is groter dan je op grond van de statistieken zou mogen verwachten. Dat komt omdat veel geneesmiddelen werken op symptomen, zoals hoofdpijn, hoest, ontstekingsverschijnselen, terwijl de bijwerkingen vaak pas op de langere termijn blijken. Ook gaan veel (acute) ziekten ook vanzelf over, dus lijkt het of een middel helpt. Nog afgezien van het placebo-effect. Soms worden de bijwerkingen, zoals jeuk of een bittere smaak, aangevoerd als een teken dat het middel iets doet.

Toenemend wantrouwen

In het algemeen hebben mensen grote verwachtingen van medicijnen. Dat blijkt uit onderzoek naar medicijnen tegen hoest, verkoudheid en diaree in een aantal tropische landen. Kritische consumenten echter, hebben juist een groot wantrouwen tegen alles wat uit de farmaceutische fabriek komt en benadrukken vooral de bijwerkingen van die zogenaamde geneesmiddelen. Die verschillen lijken vooral een culturele oorsprong te hebben en verweven te zijn met het leven van alledag.

Dat wordt sterk beïnvloed door gewoonten: zoals men het vroeger thuis deed. In veel Derde Wereldlanden is er bijvoorbeeld sterk wantrouwen tegen de anticonceptiepil. Die zou de vruchtbaarheid van vrouwen negatief beïnvloeden en vruchtbaarheid is voor hen een belangrijke voorwaarde om een man aan zich te binden. Wie zwanger is, neemt liever een abortusmiddel. Daarmee is de eigen vruchtbaarheid in elk geval bewezen.

Cultuur bepaalt hoe mensen aankijken tegen ziekte, gezondheid, medicijnen en artsen.

Uit antropologisch onderzoek blijkt dat het vertrouwen in geneesmiddelen en de verwachting van een medicijn diep in de cultuur van een samenleving of bevolkingsgroep zijn ingebed, maar ze kunnen ook in korte tijd veranderen. Zo groeide het wantrouwen tegen geneesmiddelen in de geïndustrialiseerde wereld sterk in de jaren ’70 van de vorige eeuw. Dat resulteerde in verzet en therapie-ontrouw. Dat vertrouwen is vandaag de dag nog niet hersteld.

Dat is niet louter een kwestie van een grotere welvarendheid, waardoor consumenten veeleisender en kritischer ten opzichte van de geneeskunst staan. Ook in niet-westerse landen beschouwen consumenten de westerse geneesmiddelen soms als schadelijk, te krachtig, agressief en in strijd met de lokale concepten van gezondheid en genezing. Het uiten van scepsis ten aanzien van farmaceutica kan een uiting zijn van de behoefte aan tegenstelling: de Ayurveda traditie tegenover het westerse modernisme of individuele keuze ten opzichte van medische autoriteit. Zelfs: burgers tegen het internationale kapitalisme. Geneesmiddelen kunnen daarbij strategisch worden ingezet. Ze maken zowel deel uit van het (individuele) leven van alledag als van de nationale en internationale economie.

Dit artikel is een publicatie van Stichting Biowetenschappen en Maatschappij.
© Stichting Biowetenschappen en Maatschappij, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 24 december 2013

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.