Je leest:

Criminele carrières van hoog-risico jongeren

Criminele carrières van hoog-risico jongeren

Auteur: | 24 augustus 2009

Een groot deel van de jongeren die behandeld zijn in een justitie-inrichting blijkt opnieuw in contact te komen met justitie. De leeftijd waarop en de regelmaat waarmee dit gebeurt, met andere woorden hun ‘criminele carrière’, hangt samen met combinaties van psychologische en achtergrondkenmerken. Zo is het hebben van meerdere psychologische problemen karakteristiek voor een late criminele start, terwijl chronische veelplegers vaker uit een omgeving komen waarin ook anderen crimineel zijn. Dat blijkt uit onderzoek van het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving.

Delinquentie is eigenlijk niet zo uitzonderlijk bij jongeren. Uit eerder onderzoek blijkt dat een aanzienlijk deel van de Nederlandse jongeren zegt wel eens een delict te hebben gepleegd. In de meeste gevallen beperkt zich dit tot baldadig gedrag in de puberteit en komt de politie hier nooit achter. Bij een klein deel van de jongeren gaat het om meer ernstige delicten vaak in combinatie met problemen thuis en op school. Opnieuw een klein deel van deze ‘hoog risico’ jongeren komt uiteindelijk in een justitie-inrichting. Hoe vergaat het deze jongeren als zij de inrichting verlaten?

Om een antwoord te geven op deze vraag hebben de onderzoekers gekeken naar de ‘criminele carrières’ van 270 justitieel behandelde jongens tussen de 12 en 32 jaar. De meeste jongeren bleken opnieuw in contact te komen met justitie. Toch waren er een aantal duidelijke verschillen.

In Nederland kan behandeling in een justitie-inrichting worden opgelegd door de kinderrechter wanneer een jongere een ernstig misdrijf heeft gepleegd, of wanneer er ernstige problemen in de thuissituatie bestaan. Niet iedereen die in een justitiële behandelinrichting zit, is dus crimineel.

Criminele carrières

Een criminele carrière kan het beste worden voorgesteld als een plaatje van hoe delinquent iemand is op verschillende leeftijden: een criminele carrière start op de leeftijd waarop het eerste delict wordt gepleegd, stijgt als het aantal delicten toeneemt, en daalt als het aantal delicten afneemt (zie figuur 1). Het hoogste punt in figuur 1 ligt op de leeftijd dat de jongeren de meeste delicten plegen. Het spreekt voor zich dat lang niet alle jongeren precies dit gemiddelde pad bewandelen: sommige jongeren plegen minder delicten, anderen beginnen later, en weer anderen stoppen op latere leeftijd.

Figuur 1. De leeftijdcriminaliteitscurve

Vijf verschillende soorten carrières

Op basis van verschillen en overeenkomsten in criminele carrières tussen de ‘hoog risico’ jongeren in het onderzoek, vonden de onderzoekers vijf verschillende groepen. In de eerste groep (een derde van het totaal) plegen jongeren alleen delicten tijdens de adolescentie. In de tweede, even grote groep (een derde van het totaal), plegen jongeren ook na de adolescentie nog wel eens een delict, maar zij stoppen uiteindelijk rond hun dertigste. In de drie kleine groepen die overblijven (samen een derde van het totaal) komen verreweg de meeste veroordelingen voor. Dit zijn chronische veelplegers (zij plegen over hun hele carrière veel delicten), late starters (zij plegen rond hun 26e de meeste delicten), en vroege piekers (na een fors aantal veroordelingen tijdens adolescentie neemt het aantal delicten af).

Opvallend is dat alle groepen uiteindelijk op 30-jarige leeftijd herstel laten zien. Zelfs in de meest delinquente groepen gaan mannen minder vaak de fout in dan ervoor. Daar staat tegenover dat er in de late starters groep ondanks die afname een lichte toename in het aantal geweldsdelicten is.

Late starters

De late starters zijn ook in ander opzicht een opvallende groep. Jongeren in deze groep hebben duidelijk andere kenmerken dan jongeren in andere groepen. Late starters hebben vaker combinaties van psychologische problemen en concentratiestoornissen in de vorm van ADHD. Veel late starters hebben weinig angst en gebruiken al op jonge leeftijd veel alcohol. Toch lijken ze het tijdens de behandeling helemaal niet slecht te doen. Een mogelijke verklaring voor hun late start is dat de begeleiding van familie of professionele hulpverleners juist na de behandeling in de justitie-inrichting op de achtergrond raakt. De combinatie van persoonlijkheidskenmerken zou verklaren waarom zij niet in staat zijn om zichzelf in de hand te houden. Of deze verklaring klopt zal in vervolgonderzoek duidelijk moeten worden.

Veel- en weinigplegers

Verder valt op dat de chronische veelplegers en vroege piekers vaker dan andere hoog-risico jongeren criminele gezinsleden, familieleden of vrienden hebben. De minder delinquente jongeren die vooral tijdens de adolescentie en soms als volwassene delicten plegen worden vooral gekenmerkt door geboortecomplicaties en ouders met psychische problemen. Maar deze jongeren worden ook gekarakteriseerd door positieve kenmerken zoals een goede omgang met leeftijdsgenoten. Zij lijken ondanks de problemen thuis wat meer bagage te hebben om hun criminele carrière te keren.

Het blijft ontzettend moeilijk om te voorspellen hoe criminele jongeren zich zullen ontwikkelen.

Typen daders

Kortom, de resultaten laten zien dat er een verband is tussen de criminele ontwikkeling van hoog-risico jongeren en combinaties van achtergrond- of persoonlijkheidskenmerken. Dit ondersteunt het idee dat er typen delinquenten bestaan die om verschillende redenen delinquent worden of juist blijven. Late starters zouden om die reden gebaat kunnen zijn bij hulp die ook na het verlaten van de jeugdinrichting wordt voortgezet. Chronische veelplegers zouden juist voordeel kunnen hebben van een behandeling die steviger inzet op verandering in de thuissituatie en de negatieve rol van ouders of vrienden.

Toch blijft het ontzettend moeilijk om te voorspellen hoe jongeren zich zullen ontwikkelen. Bovendien spelen ook andere factoren een rol, zoals het vinden van werk, trouwen, kinderen krijgen, of verslaafd raken aan drugs. De levensloop is wat dat betreft een complexe samenloop van allerlei omstandigheden, waarnaar nog veel onderzoek moet worden gedaan.

Bron:

Geest, V. van der, Blokland, A., & Bijleveld C. (2009). Delinquent Development in a Sample of High-Risk Youth: Shape, Content, and Predictors of Delinquent Trajectories from Age 12 to 32. Journal of Research in Crime and Delinquency 46: 111-143.

Lees ook:

Dit artikel is een publicatie van Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR).
© Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR), alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 24 augustus 2009

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.