Je leest:

Controverse rond dino-krater

Controverse rond dino-krater

Auteur: | 13 november 2003

Achterhouden van een boorkern, nog nét geen fraude, twee onderzoekers vliegen elkaar in de haren. Getuigt de Chicxulub-inslagkrater in Mexico inderdaad van het uitsterven van de dinosauriërs?

Jan Smit schrikt even wanneer hij hoort dat het telefoongesprek moet leiden tot een stuk in de krant. Dat een collega ‘de zaak belazert’ en ‘stront in haar ogen heeft’ zijn geen uitspraken die je graag zwart op wit ziet staan. Voor alle duidelijkheid: de Amsterdamse geoloog heeft persoonlijk helemaal niets tegen Gerta Keller van Princeton University, en hij houdt eigenlijk wel van dit soort debatten. ‘Het dwingt me om voortdurend zorgvuldig te kijken en voorzichtig te formuleren.’

Overigens kan Keller er ook wat van. Smit zou waardevolle boormonsters langer dan nodig in zijn bezit hebben gehouden, om te voorkomen dat andere geologen zijn lievelingstheorie onderuit halen. ‘Mensen als Jan Smit zullen nooit kunnen toegeven dat ze het bij het verkeerde eind hebben,’ zegt Keller. ‘Het heeft meer met geloof te maken dan met wetenschap.’

Het draait allemaal om een van de spectaculairste onderwerpen uit de wetenschap: het plotseling uitsterven van de dinosauriërs, 65 miljoen jaar geleden. Aan het einde van het Krijt-tijdperk verdwenen talloze soorten in korte tijd van het toneel, waaronder de reuzenreptielen. Smit, verbonden aan de Vrije Universiteit in Amsterdam, was ruim twintig jaar geleden een van de eersten die deze biologische kaalslag toeschreef aan de inslag van een reuzenmeteoriet.

Een dun kleilaagje met een sterk verhoogde concentratie van buitenaards iridium, precies op de grens van Krijt en Tertiair, vormde lange tijd het belangrijkste ‘bewijsmateriaal’. Maar de opzienbarende theorie leek begin jaren negentig definitief bevestigd te worden door de ontdekking van een 180 kilometer grote inslagkrater op 800 meter diepte onder het Mexicaanse schiereiland Yucatán. Deze Chicxulub-krater heeft precies de juiste leeftijd en wordt algemeen beschouwd als het litteken van de kosmische catastrofe.

Weergave van de aardkorst op ongeveer 800 meter diepte onder Yucatan. Duidelijk waarneembaar is de inslagkrater van de meteoriet die verantwoordelijk zou zijn voor het uitsterven van de dinosaurussen. Beeld: www.allesoversterrenkunde.nl

Behalve dan door Gerta Keller. Al jarenlang probeert zij haar collega’s ervan te overtuigen dat de krater minstens 300.000 jaar ouder is dan de Krijt-Tertiairgrens. ‘Ik wil de Chicxulub-mythe doorprikken,’ zegt ze stellig. De afgelopen weken is de discussie opnieuw opgelaaid op het internetforum van het Cambridge Conference Network, dat geheel gewijd is aan kosmische catastrofes. Jan Smit is druk bezig met het formuleren van zijn volgende reactie. ‘Het is een geheel nieuwe vorm van wetenschappelijk debat,’ zegt hij.

Overigens twijfelt Keller niet aan het inslagscenario, al denkt ze dat hevige vulkanische activiteit ook een belangrijke rol heeft gespeeld. ‘Kosmische inslagen gebeuren nu eenmaal; daar kan het leven op aarde niet omheen,’ zegt ze. Maar de inslag die de dino’s de das omdeed, was volgens Keller een andere dan die de Chicxulub-krater veroorzaakte. ‘De echte killer-krater is nog niet gevonden.’

Keller baseert zich op zandsteenafzettingen in Midden-Amerika, in de directe omgeving van de Chicxulub-krater. Daarin komen verschillende laagjes van glasachtige bolletjes voor. Die sferulen zijn gesmolten en weer gestolde druppels gesteente die bij zware kosmische inslagen weggeslingerd worden. Al die sferulen bevinden zich enkele meters dieper dan de iridium-kleilaag die in verband gebracht wordt met het verdwijnen van de dino’s. Ergo: de Chicxulub-krater is veel ouder.

Artist’s impression van een inslag op aarde. Beeld: www.allesoversterrenkunde.nl

Maar Smit wil er niets van weten. ‘Geen van haar argumenten snijdt hout,’ zegt hij. ‘Zelfs een van haar eigen studenten is tot de conclusie gekomen dat haar verhaal niet klopt.’ Volgens Smit is het zandsteenpakket in de Golf van Mexico niet geleidelijk afgezet in 300.000 jaar, zoals Keller beweert, maar binnen een paar dagen. Super-vloedgolven hebben het materiaal in de omgeving van de krater volledig ‘door elkaar geklutst,’ zegt hij. Dat de iridiumlaag bovenop ligt, komt doordat iridium alleen in heel kleine deeltjes voorkomt, die veel langzamer naar de zeebodem zakken.

Anderhalf jaar geleden werd een anderhalve kilometer lange boorkern uit de bodem onder Chicxulub omhoog gehaald. Smit was verantwoordelijk voor het verdelen van de boormonsters onder geïnteresseerde geologen over de hele wereld, waaronder Keller. ‘Heel gemeen misschien,’ zegt hij, ‘maar ik had de monsters opzettelijk in drieën gedeeld. Eén deel ging naar Keller, één deel hield ik zelf, en het derde deel ging naar een onderzoeksgroep in Zaragoza in Spanje.’ Het idee was dat de resultaten van de ene groep getoetst zouden kunnen worden door de andere twee.

Op een groot geologisch congres in Nice, afgelopen voorjaar, organiseerde Smit een speciaal symposium over de onderzoeksresultaten. ‘Nu beweert Keller dat ik haar onderzoek bewust heb willen vertragen door die boormonsters niet snel genoeg te versturen. Volslagen belachelijk. Ik had er geen enkel belang bij om Kellers resultaten te vertragen.’

Keller ziet in de boormonsters een nieuwe bevestiging van haar theorie. In afzettingen die jonger zijn dan de Chicxulub-krater vindt ze fossiele foraminiferen – micro-organismen die aan het eind van het Krijt-tijdperk ook allemaal zijn uitgestorven. Dat Smit en zijn collega’s in Zaragoza die microfossielen in precies dezelfde monsters níet aantreffen, deert haar kennelijk niet, zegt de Amsterdamse geoloog. ‘Wat zij ziet zijn helemaal geen microfossielen, maar anorganische overkorstingen van dolomiet. Dit is nog net geen wetenschappelijke fraude.’

Smit voelt zich ‘behoorlijk beledigd’ door de beschuldigingen van Keller. Dat ze ooit overtuigd zal kunnen worden van haar ongelijk, lijkt hem onwaarschijnlijk. ‘Dit is iemand die een diep gevoelde behoefte heeft om altijd het tegenovergestelde te beweren van wat anderen zeggen.’ Keller op haar beurt verwacht absoluut niet dat Smit ooit toegeeft dat hij fout zit. ‘Mensen als Smit hebben hun hele reputatie op die Chicxulub-krater gebouwd.’

De controverse duurt voorlopig dus nog voort, en waarschijnlijk komt er nooit echt een eind aan. Hoewel, Gerta Keller heeft stille hoop dat de ‘echte’ krater van de dino-inslag ooit gevonden zal worden. Met precies de juiste leeftijd, en – zo verwacht ze – veel en veel groter dan de Chicxulub-krater in Yucatán. ‘Als we die vinden, roep ik halleluja.’

Dit artikel verscheen op 8 november 2003 in de Volkskrant.

Dit artikel is een publicatie van Allesoversterrenkunde.nl.
© Allesoversterrenkunde.nl, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 13 november 2003

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.