Computer zoekt auteur van het Wilhelmus

Van wie is het Wilhelmus? Die vraag staat centraal in het gelijknamige boek van onderzoekers Mike Kestemont, Els Stronks, Martine de Bruin en Tim de Winkel. Zij laten zien dat moderne computeranalyses ons een heel nieuwe richting opsturen in het onderzoek naar de herkomst van het huidige Nederlandse volkslied. De kandidaat die volgens de computer de beste papieren in huis heeft is Petrus Datheen (1531-1588), die in de achttiende eeuw nog spottend ‘dichter met de ezelsoren’ werd genoemd.

door

Wie dacht dat Filips van Marnix van Sint-Aldegonde (1538-1598) de onomstreden auteur van het Wilhelmus was, heeft het mis. Hoewel de orthodox-gereformeerden dit met veel succes hebben geclaimd, zijn er altijd meerdere kandidaten in omloop geweest voor het auteurschap. En ook andere vragen over het Wilhelmus bleven onbeantwoord: niet alleen wie schreef het Wilhelmus, maar ook waar, wanneer en waarom? Het zijn vragen die allemaal met elkaar in verband staan.

Coverwilhelmus

Van wie is het Wilhelmus? van Mike Kestemont, Els Stronks, Martine de Bruin en Tim de Winkel, is in 2017 verschenen in de reeks Meertens Nieuwjaarsuitgaven. AUP

De oudst overgeleverde versie komt uit 1573 en is Duitstalig; de oudst overgeleverde Nederlandstalige versie komt uit het Geuzenliedboek van 1576. Hoe verhouden die teksten zich tot elkaar? Is de Nederlandse tekst wellicht een vertaling van de Duitse tekst? Al met al kleven aan het volkslied genoeg vragen om de gemoederen eeuwenlang bezig te houden.

De computer is objectief

Het Wilhelmus begon als geuzenlied dat tijdens de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648) de vijandige gevoelens tegen de Spanjaarden vertolkte. Wat de maatschappelijke betekenis was van het Wilhelmus in de eeuwen erna, laten de onderzoekers van dit boek mooi zien aan de hand van computeranalyses van historische krantenarchieven. Op die manier reflecteren ze op de uitkomsten van het stylometrische Wilhelmus-onderzoek dat ze presenteren.

Stylometrie is een vrij nieuw onderzoeksveld waarbij de schrijfstijl van auteurs met de computer wordt geanalyseerd. Om de auteur van het Wilhelmus te achterhalen, zochten onderzoekers ook in het verleden al naar tekstuele overeenkomsten met andere teksten. Men keek bijvoorbeeld naar metrum, woordpatroon en stijl. Maar om dergelijk vergelijkend onderzoek objectief uit te voeren, moet je onnoemelijk veel teksten bestuderen. Omdat dat onbegonnen werk is werd vaak naar gelijkenissen tussen teksten gezocht vanuit bepaalde aannames. Het grote voordeel van computationele auteursverificatie is dat het wél objectief is, doordat willekeurig teksten en dichters in de analyses worden opgenomen.

Schijnbaar betekenisloos

De teksten die werden gebruikt voor de analyses waren vooral afkomstig uit de Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren (DBNL), waarin de belangrijkste teksten uit de Nederlandse literatuur zijn opgenomen. Ook werden teksten meegenomen uit de Liederenbank van het Meertens Instituut. De onderzoekers betrokken in hun analyses zowel bekende als minder bekende auteurs, om niet dezelfde weg te bewandelen als onderzoekers van voor het computertijdperk.

Om teksten met elkaar te vergelijken kijkt de computer naar schijnbaar betekenisloze woorden in de tekst: zogenaamde functiewoorden, grammaticale woordjes zoals lidwoorden en voorzetsels. Uit onderzoek blijkt dat functiewoorden ideaal zijn voor auteursherkenning, juist omdat mensen zich er bijna niet bewust van zijn. Je leest er gemakkelijk overheen. Een voorbeeld zijn de persoonlijk voornaamwoorden gij en u waarmee de dichter van het Wilhelmus God aanspreekt. Die pleitten tegen Marnix als auteur, aangezien hij in zijn teksten God altijd aanspreekt met du en dy.

Dichter met ezelsoren

Uit de verschillende analyses, die voor een deel zijn gevisualiseerd in dit boek, komt één duidelijke winnaar naar voren. De computer verkiest Petrus Datheen boven alle andere auteurskandidaten. Een opmerkelijke uitkomst, aldus de auteurs, omdat Datheen nooit eerder kandidaat is geweest voor het auteurschap van het Wilhelmus. Hoewel zijn psalmberijming uit 1566 heel populair was, was Datheen vooral het onderwerp van spot in prenten als de ‘dichter met ezelsoren’. De metrische onvolkomenheden in zijn liederen stuitte menig literator tegen de borst.

Datheen

Petrus Datheen (1531-1588) Ruys,Th., Amsterdam 1919

Maar wat weten we verder van Petrus Datheen? Hij werd rond 1531 geboren in Kassel in Frans-Vlaanderen, nu Frankrijk. Al op jonge leeftijd bekeerde hij zich tot het protestantisme, waardoor hij moest vluchten voor de katholieke Spanjaarden. Hij vluchtte eerst naar Engeland, daarna naar Duitsland en zwierf nog jarenlang heen en weer tussen Duitsland en de Nederlanden.

Vluchteling in Duitsland

In de tijd dat het Wilhelmus geschreven werd, leefde Datheen als vluchteling in Duitsland. In 1572 werd hij door Willem van Oranje verzocht om naar de Nederlanden terug te keren, om hem te steunen in de strijd tegen de Spanjaarden. In die tijd ontstond echter een conflict tussen beide heren, omdat Oranje koos voor een verzoening met de katholieke Spanjaarden, iets wat Datheen als overtuigd gereformeerde onaanvaardbaar vond. Juist daarom lijkt het op het eerste gezicht niet aannemelijk dat Datheen een loflied zou hebben geschreven op Willem van Oranje.

Maar er zijn meer bewijsstukken voor Datheen als auteur van het Wilhelmus, aldus de auteurs, zoals de melodie. De melodie van het Wilhelmus komt namelijk overeen met een melodie van een Frans lied uit 1568: O la folle entreprise du Prince de Condé. En omdat Datheen deelnam aan het in dit lied bezongen beleg van Chartres, is het goed mogelijk dat hij de melodie in die omgeving heeft opgevangen. Tot slot is er het Christlich Klaglied, dat sterke gelijkenis vertoont met het Wilhelmus, geschreven voor de Duitse vorst Johann Casimir, bij wie Datheen in dienst was als hofpredikant.

Louis Grijp, de vorig jaar overleden hoogleraar Nederlandse liedcultuur en onderzoeker van het Meertens Instituut, vermoedde in 2005 al dat het Wilhelmus zijn oorsprong had in Duitsland. Het computationele onderzoek, zoals beschreven in dit boek, versterkt het idee dat het Nederlandse volkslied ‘multicultureel’ van aard is: een lied op een Franse melodie, geschreven door een Vlaams-Franse vluchteling in Duitsland.

Bronnen:

  • Ter nagedachtenis aan Louis Grijp wordt jaarlijks de Louis Peter Grijp-lezing georganiseerd. De eerste Louis Peter Grijp-lezing Wilhelmus, Wilhelmi: met de computer op zoek naar de auteur van het Nederlandse volkslied, verzorgd door onderzoeker Mike Kestemont, vond plaats op 10 mei 2016 en is terug te zien op Vimeo.