Je leest:

Complementaire karakters

Complementaire karakters

Je persoonlijkheid bepaalt hoe succesvol je bent, in overleving en voortplanting. De persoonlijkheid is voor een groot deel erfelijk en beïnvloedt ook de partnerkeuze. Twee biologen van het Nederlands Instituut voor Ecologie (NIOO-KNAW) onderzochten dit bij koolmezen. Binnenkort promoveren ze allebei in Utrecht. Het onderzoeksprogramma om te begrijpen hoe de evolutie van persoonlijkheden verloopt, wordt afgesloten op 10 november.

Waarom verschillen we allemaal in persoonlijkheid? Zelfs als we in dezelfde omgeving wonen verschillen we. En hoe blijft die variatie behouden? Dit zijn de vragen waarmee promovendi Kees van Oers en Niels Dingemanse van het NIOO samen met collega’s aan de slag gingen. Een dier – van aap tot octopus – reageert steeds hetzelfde op een bepaalde stressvolle situatie. De persoonlijkheid ligt dus vast, net als je lichaamsgrootte bijvoorbeeld. De twee extremen zijn: snel en agressief tegenover langzaam en voorzichtig. Uit eerder onderzoek van het instituut bleek dat ongeveer 50 % van het gedragstype, of de persoonlijkheid, erfelijk is. Modelsoort is de koolmees.

Kees van Oers: “Persoonlijkheid heeft duidelijk een genetische achtergrond – dus heeft evolutie er grip op. Het vaststellen van de manier van overerving van persoonlijkheid vormt een onmisbaar vertrekpunt voor het onderzoek naar de evolutie ervan.” Zonder die informatie kun je niet puur op grond van de ouders voorspellen wat voor persoonlijkheid koolmeeskuikens hebben. Van Oers testte koolmeesfamilies op verschillende eigenschappen. Hij concludeerde dat verschillende karaktertrekken grotendeels op dezelfde genen berusten, je erft ze samen. Kortom: je krijgt een ‘persoonlijkheidspakket’. Verder bleek het gedrag van de nakomeling geen simpele optelsom van vader en moeder, want sommige onderdelen (genen) domineren. Iets minder maar ook belangrijk is het ‘moedereffect’: jongen lijken wat meer op hun moeder dan op hun vader. Van Oers: “Dit alles zit in onze modellen en daardoor kunnen we toch de persoonlijkheid van nakomelingen voorspellen. Dat is essentieel voor onderzoek in het veld.” Hij promoveerde op 3 november.

Door het werk van Van Oers konden Niels Dingemanse en post-doc Christiaan Both conclusies trekken over persoonlijkheden in de natuur. Dingemanse nam het veldwerk met natuurlijke populaties voor zijn rekening. Hij testte 1342 wilde koolmezen op hun karakter. Daarna onderzocht hij voor deze vogels wat de gevolgen waren voor overlevings- en voortplantingskansen. Zijn conclusie: “Opposites should attract!”

Als je kijkt naar de hoogste overleving en de hoogste voortplanting – de fitness – over meer jaren, dan komen de ‘gemiddelde types’ het beste uit de bus. Dus niet de extreem snelle of langzame dieren. Dat komt waarschijnlijk doordat gemiddelde types minder grote variaties kennen in overlevingskans en ze uiteindelijk langer leven. Ook hebben ze de beste kansen in beukennoot-arme winters, en dat zijn de algemeenste winters. Dingemanse: “Ze hebben misschien niet de meeste kinderen, maar uiteindelijk wel de meeste achterkleinkinderen denk ik.” En hoe krijg je ‘gemiddelde dieren’: doordat snelle mannetjes met langzame vrouwtjes paren, en omgekeerd. “Dit lijkt een bewuste partnerkeuze,” zegt Dingemanse, die op 10 november promoveert.

Persoonlijkheid heeft belangrijke gevolgen voor je kansen in het wild, maar de omgeving van dat moment bepaalt de winnaars. In jaren met weinig voedsel in de winter (beukennoten!) hebben snelle vrouwtjes, langzame mannetjes en jongen van gemiddelde ouders meer kans. Maar een voedselrijke winter laat een heel ander beeld zien. De vetste kuikens komen uit paren snel x snel en langzaam x langzaam, maar dit levert alleen wat op in beukennotenjaren. Niet ieder jaar, en niet op iedere plek, is dus dezelfde partner de beste keus. Dingemanse: “Door de wisselende kansen voor de verschillende persoonlijkheden blijven de types naast elkaar bestaan.”

Een ander gevolg is dat jonge snelle, agressieve dieren niet goed aarden in het sociale leven op hun geboortegrond. Ze staan helemaal onder aan de ladder, kunnen niet goed omgaan met die stress en vliegen weg om op een nieuwe plek hun geluk te beproeven.

De Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) ondersteunde het onderzoeksprogramma. In totaal bestond het programma uit drie promoties en één postdoctoraal project. Dit is het eerste persoonlijkheidsonderzoek dat de genetische structuur en de gevolgen voor de overleving opheldert. De resultaten van Van Oers en Dingemanse sluiten erg goed op elkaar aan. (Komt dat door een geslaagde combinatie van persoonlijkheden?)

Dit artikel is een publicatie van Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO).
© Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO), alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 05 november 2003

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.