Je leest:

Cocaïne

Cocaïne

en andere stimulerende middelen

Auteur: | 1 januari 2007

Cocaïne en amfetamine worden opwekkende of stimulerende middelen genoemd. Ze hebben een totaal andere werking dan verdovende middelen zoals heroïne. Zij veroorzaken geen roes, maar geven juist een heldere, scherpere waarneming. Vermoeidheid verdwijnt, en de gebruiker lijkt veel meer te kunnen dan normaal. Net als de opiaten worden ze ook toegepast als geneesmiddel. Cocaïne werd vroeger gebruikt als middel voor plaatselijke verdoving, bijvoorbeeld door tandartsen. Amfetamine werd, omdat het de eetlust onderdrukt, ook toegepast in vermageringsmiddelen.

Cocaïne uit de bladeren van de coca-struik is al eeuwenlang bekend. De Inca’s in Zuid-Amerika kenden het al lang voordat de invasie van Europeanen 500 jaar geleden plaatsvond. Zij kauwden op bosjes coca-bladeren en verbaasden de Spanjaarden door de kracht en het uithoudingsvermogen die dit veroorzaakte. Nog steeds wordt in Peru en Bolivia erg veel coca gekauwd: men schat dat vrijwel de gehele Indiaanse bevolking hieraan meedoet. Doordat deze bevolkingsgroep zwaar werk moet doen, zoals in de mijnen en in tinfabrieken, en daarbij zeer slecht betaald wordt, is coca-gebruik bijna de enige manier om te overleven.

Drugwerk

Dit artikel is afkomstig uit het hoofdstuk ‘Drugwerk’ uit de VU-uitgave ‘De kleur van chemie’, een bundeling van informatieve brochures voor havo/vwo scholieren.

In Europa werd het drinken van een coca-extract het eind vorige eeuw erg populair. De uitvinder van een cocaïnehoudende wijn kreeg bijvoorbeeld een medaille van de Paus voor z’n verdiensten. Ook de grote psychiater Freud was erg enthousiast over het gebruik van cocaïne. Geïnspireerd door dit succes bereidde een Amerikaanse apotheker een cocaïne-houdend medicinaal drankje dat hij Coca-Cola noemde. Tegenwoordig bevat Coca-Cola geen cocaïne meer.

De problemen met coca begonnen pas goed toen het lukte om de zuivere stof cocaïne uit de cocabladeren te extraheren en sommige mensen een oplossing van de stof gingen inspuiten. De werking wordt daardoor veel sterker, begint sneller maar is ook sneller uitgewerkt. Daarna volgt altijd een zware depressie, die alleen goed bestreden kan worden met een nieuwe dosis cocaïne. Steeds grotere doses zijn nodig, en na enige tijd blijkt dat de gebruiker volslagen afhankelijk wordt. Langdurig gebruik leidt daarna vaak tot krankzinnigheid.

Een van de eersten die het gevaar van cocaïne inzag en er voor waarschuwde was de Duitse arts Albrecht Erlenmeyer (overigens niet degene die het gelijknamige handige stukje laboratoriumglaswerk bedacht).

Amfetamine

Amfetamine hoort in dezelfde groep stoffen thuis als cocaïne. Ook amfetamine is een stimulerend middel, met een uitwerking op het lichaam die erg veel op die van cocaïne lijkt. Amfetamine komt niet in de natuur voor, maar werd in het begin van deze eeuw als geneesmiddel ontwikkeld.

Al voor de tweede wereldoorlog was algemeen bekend dat het middel als bijwerking een plezierige ‘oppeppende’ werking had. Tot in de zestiger jaren was het middel vrij verkrijgbaar en werd veel gebruikt, bijvoorbeeld door studenten die voor een tentamen zaten. De vermoeidheid verdween na inname ervan en je kon veel helderder nadenken, kortom, dezelfde eigenschappen als van cocaïne.

Ook het leger had dit al snel in de gaten: er zijn in de tweede wereldoorlog enorme hoeveelheden amfetamine- pillen uitgedeeld aan Duitse, Engelse en Japanse soldaten. Onder invloed van amfetamine kon je beter vechten en kreeg je een groter uithoudingsvermogen. Jammer genoeg gold dit ook voor de tegenstander.

De kleur van chemie / VU

Veel varianten

Ook bij amfetamine begon de ellende pas echt, toen in de hippietijd de gewoonte opkwam om het middel rechtstreeks te injecteren in plaats van te slikken. Inmiddels zijn veel varianten op amfetamine in de handel, allemaal met vergelijkbare werking. Speed of doping is de verzamelnaam geworden voor al dit soort stoffen. Dat deze stoffen bij sport misbruikt kunnen worden is algemeen bekend; er is een voortdurende wedloop tussen laboratoria die dit soort stimulerende middelen maken en laboratoria die deze middelen daarna moeten kunnen aantonen.

Nicotine in tabak en cafeïne in koffie behoren ook tot deze groep van de stimulerende middelen, maarondanks hun meer of minder verslavende werking, zijn ze niet verboden. Toch maakt nicotine (en teer) in tabak véél meer dodelijke slachtoffers dan alle andere drugs bij elkaar.

Drie groepen drugs

Al eeuwenlang wordt de mens gefascineerd door stoffen die invloed hebben op de geest. Tegenwoordig noemen we dat soort stoffen drugs, en daarmee hebben we het gewone Engelse woord voor medicijn een heel andere betekenis gegeven. We kunnen de stoffen die we in Nederland drugs noemen indelen in drie sterk verschillende groepen: de verdovende middelen, de opwekkende middelen en de bewustzijnsveranderende middelen.

Al ver vóór de Griekse en Romeinse tijd werd het melksap van papavers gebruikt als slaapmiddel en als bestanddeel van allerlei geneeskrachtige mengsels. Er was vrijwel geen geneesmiddel waarin opium ontbrak en geen ziekte waartegen het niet hielp. De uit opium geïsoleerde morfine wordt – als zuivere stof – ook nu nog steeds gebruikt als pijnstiller. In feite is morfine zo’n goede pijnstiller dat 20 eeuwen onderzoek door een leger alchemisten, medici en (farmaco)chemici nog steeds geen betere pijnstiller heeft opgeleverd. Tegenwoordig zijn opium en opiumachtige stoffen (de opiaten) veel bekender als gevaarlijke verslavende middelen. Bij regelmatig gebruik van dit soort pijnstillers gaan namelijk ook de plezierige, rustgevende en sterk verslavende eigenschappen een rol spelen.

  • Daarnaast zijn er opwekkende of stimulerende middelen met een werking die eigenlijk precies tegengesteld is aan die van de opium-achtige stoffen. De bekendste voorbeelden zijn hier cocaïne en amfetamine (beschreven in dit artikel). Deze stoffen geven schijnbaar een enorme energie en een scherper concentratie- en waarnemingsvermogen. Als het middel is uitgewerkt komt er een extreme vermoeidheid voor in de plaats.

Kennislink

zijn wel voorbeelden te vinden van het gebruik van planten en paddestoelen met een bewustzijnsveranderende werking. Ook de softdrugs hasj en marihuana en de vooral op house-parties populaire feestdrug XTC kunnen tot deze groep gerekend worden. Een ander voorbeeld is het psychedelische tripmiddel LSD. Dit heeft een zeer sterke invloed op de verwerking van de waarnemingen: alles wat je ziet of hoort, lijkt plotseling heel onbekend en anders. Omdat de synthese van LSD nogal lastig is, is het gebruik ervan vrijwel helemaal verdrongen door het veel gemakkelijker te maken XTC.

  • (Eigenlijk hoort er nog een vierde groep stoffen bij, die we hier buiten beschouwing laten. Dat zijn de tranquilizers zoals valium, librium en rohypnol. Door drugsgebruikers worden deze middelen vaak ‘downers’ genoemd, en ze worden toegepast om bijwerkingen van drugs tegen te gaan.)

Vrije Universiteit Amsterdam

Het boek ‘De kleur van chemie’ werd in 2007 uitgegeven door de Faculteit der Exacte Wetenschappen van de Vrije Universiteit Amsterdam (Afdeling Scheikunde en Farmaceutische Wetenschappen). Het is een geactualiseerde bundeling van informatieve brochures voor havo/vwo scholieren. Ze belichten de rol van de scheikunde op tal van gebieden.

Andere Kennislinkartikelen uit het hoofdstuk ‘Drugwerk’:

Dit artikel is een publicatie van VU Amsterdam, Faculteit der Exacte Wetenschappen.
© VU Amsterdam, Faculteit der Exacte Wetenschappen, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 01 januari 2007

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.