Je leest:

Weefseltype telt, maar niet alleen

Weefseltype telt, maar niet alleen

Auteur: | 8 maart 2002

Er heerst al jaren een nijpend tekort aan donornieren en andere organen. Dat betekent dat hoge eisen worden gesteld aan het systeem waarmee deze organen over de patiënten op de wachtlijst verdeeld worden. Jacqueline Smits onderzocht diverse aspecten van de orgaantransplantatie; haar proefschrift sluit goed aan bij een actuele discussie over Eurotransplant, de organisatie die de verdeling van donororganen regelt.

“Eurotransplant doet alles wat mogelijk is om de toewijzing van donororganen rechtvaardig te laten verlopen, zodat patiënten op de wachtlijst optimaal kunnen profiteren van de weinige beschikbare donororganen. Het is dan ook onterecht dat er gedaan wordt alsof Eurotransplant alleen maar kijkt naar weefselkenmerken. Wel blijkt overduidelijk uit diverse studies dat rekening houden met weefselkenmerken een belangrijke bijdrage levert aan de overleving van het transplantaat”, zegt Jacqueline Smits in een toelichting op haar proefschrift.

Kritiek op matchen

Onlangs verscheen in het tijdschrift Medisch Contact een artikel waarin gesuggereerd werd dat Eurotransplant juist bijdraagt aan de lange wachtlijsten voor patiënten die op een nier wachten. Gezondheidswetenschapper Michiel van Dorp, die via archiefonderzoek de geschiedenis van Eurotransplant bestudeerd had, uitte met name kritiek op een belangrijk criterium dat gebruikt wordt bij de toewijzing van donornieren, het zogeheten matchen op weefselkenmerken. Dit houdt in dat men probeert bij elke beschikbare nier een ontvanger te vinden, wiens weefsels het meeste lijken op die van de donor. Matchen verkleint de kans op afstoting; de getransplanteerde nier blijft daardoor langer functioneren.

Van Dorp vatte zijn bevindingen echter als volgt samen: “Het systeem van matching op weefselkenmerken dat Eurotransplant sinds haar oprichting in 1967 hanteert bij de orgaanverdeling blijkt geen spectaculaire effecten te hebben op het risico van afstoting; wel moeten patiënten vaak (te) lang op een geschikte nier wachten.” Dr. Guido Persijn, medisch directeur van Eurotransplant en copromotor van Smits, veegde in een reactie in de Volkskrant de vloer aan met het onderzoek van Van Dorp: “Het onderzoeken van een archief is echt wat anders dan het vergelijken van weefselkenmerken van een donornier”.

Mede aan de hand van deze modellen werd in 1996 een nieuw systeem voor de toewijzing van donornieren ingevoerd. Matchen op weefselkenmerken blijft daarbij een belangrijke factor, maar ook andere aspecten worden meegewogen. Zo krijgen kinderen jonger dan zestien jaar een beetje voorrang op de wachtlijst en wordt rekening gehouden met de afstand tussen donor en ontvanger. Dit laatste is van belang omdat de periode dat een nier onderweg is, van invloed is op de kwaliteit ervan. Een eerste evaluatie van dit nieuwe systeem laat zien, dat de rekenmodellen goede voorspellingen hebben geleverd. De overleving van de getransplanteerde nieren deed niet onder voor die in het verleden. Smits wijst er echter op dat bij het huidige tekort aan donornieren geen enkel systeem ideaal is.

Jonger dan zestien

Het proefschrift van Smits behandelt verschillende aspecten van de transplantatieproblematiek. Centraal daarbij staan statistische modellen waarmee voorspeld kan worden wat de overlevingskansen zijn van een getransplanteerd orgaan, dan wel het risico dat een patiënt op de wachtlijst komt te overlijden. Toetsing van deze modellen aan de hand van de wachtlijstgegevens uit het verleden laat vervolgens zien of het model ook werkt. Daarbij bleek dat diverse factoren die de kans op een transplantatie vergroten, nauwelijks nog van invloed zijn als iemand langer dan vijf jaar op de wachtlijst staat.

Als men bij een overledene meerdere organen tegelijk verwijdert, zou dit volgens sommigen ten koste gaan van de kwaliteit van de uitgenomen organen. Bevestiging van dat vermoeden zou leiden tot een nog groter tekort aan donororganen, omdat men dan alleen bijvoorbeeld de nieren zou mogen uitnemen. Smits zocht het uit en kwam tot een tegenovergestelde conclusie: de kwaliteit van de organen bleek zelfs hoger te zijn bij zogeheten multi-orgaandonoren. Deze opmerkelijke bevinding verklaart zij uit de extra zorg die besteed wordt rond de uitname van meerdere organen. Als dat waar is, kan er dus nog wat verbeterd worden aan de procedure van orgaanuitname bij overleden donoren.

Tolerantie voor moeder

Er bestaan zoveel verschillende weefselkenmerken (HLA-typen), dat voor sommige patiënten het vinden van een identieke donor geen haalbare kaart is. De vraag is, welke afwijkingen (mismatches) nog acceptabel zijn en wanneer het risico op afstoting te sterk toeneemt. Smits richtte zich daarbij op een bijzonder soort mismatches, de zogeheten NIMA’s (non-inherited maternal antigens). Dat zijn weefselkenmerken van de moeder van de patiënt, die hij of zij niet geërfd heeft. Maar door de blootstelling aan deze ‘vreemde’ weefselkenmerken gedurende zwangerschap, bevalling en borstvoeding ontstaat vaak wel een zekere tolerantie. Het lichaam herkent deze weefselkenmerken dan niet als vreemd en er ontstaat geen afstoting. Deze theorie bleek in de praktijk te kloppen: de kans op afstoting neemt af als men bij de ‘mismatch’ rekening houdt met de NIMA’s.

De voornaamste conclusie van Smit’s proefschrift ‘Modeling strategies and their clinical relevance in the analysis of organ transplant data’, waarin overigens ook nog andere studies beschreven staan, is dat rekenmodellen kunnen bijdragen aan het succes van de transplantatiegeneeskunde. Hoewel de problemen door een tekort aan donororganen er niet mee kunnen worden opgelost, leveren zij wel een bijdrage aan een eerlijke verdeling van de beschikbare organen. Smits, die zelf werkzaam is bij Eurotransplant, promoveerde op 12 december vorig jaar bij prof. dr. Hans van Houwelingen (Medische Statistiek) en prof. dr. Frans Claas (Immunohematologie).

Dit artikel is een publicatie van Cicero (LUMC).
© Cicero (LUMC), alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 08 maart 2002

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.