Je leest:

Hooggeleerd in hoofdpijn

Hooggeleerd in hoofdpijn

Auteur: | 21 maart 2003

“Hoe groot is de kans dat iemand uit deze zaal vandaag een migraineaanval krijgt?” Prof. dr. Michel Ferrari, hoogleraar Neurologie in het LUMC sprak op vrijdag 31 januari zijn inaugurele rede uit, waarbij actieve deelname van toehoorders op prijs werd gesteld. Zijn toespraak was een informatieve uiteenzetting over hoofdpijnen, vermeende uitlokkers en geneesmiddelgebruik.

“Delen van mijn gelaat en toga vallen weg. Uw nekspieren verkrampen. Mijn stem klinkt pijnlijk luid en het parfum van uw buurvrouw ruikt onaangenaam scherp. U kijkt naar de uitgang en weet wat er gaat komen. Een heftig bonkende, schele hoofdpijn, die erger wordt bij elke beweging van het hoofd. U weet dat u gaat overgeven.” Met deze woorden opende Ferrari zijn oratie op 31 januari 2003. De neuroloog ging in op het Leidse onderzoek naar hoofdpijn en gerelateerde aanvalsgewijze hersenaandoeningen en neemt daarin migraine als leidraad.

Drie dagen

Volgens een gangbare theorie hangt hoofdpijn samen met het verwijden van bloedvaten in de hersenen of hersenvliezen. Tegenwoordig kennen we meerdere vormen van hoofdpijn. In de oudheid onderscheidde men grofweg drie vormen: kortdurende, lichte hoofdpijnen – vergelijkbaar met aanvallen van spanningshoofdpijn – chronische spanningshoofdpijn en éénzijdige hoofdpijn oftewel migraine. Nu hoeft migraine niet altijd éénzijdig te zijn, maar kan het best dubbelzijdig zijn of tijdens een aanval verspringen, vertelde neuroloog Ferrari. De migraine manifesteert zich in aanvallen van één tot drie aaneengesloten dagen. In Nederland heeft meer dan 12 procent van de bevolking minimaal één migraineaanval per jaar. De helft hiervan heeft meer dan achttien aanvallen per jaar, en tweehonderdduizend Nederlanders hebben wekelijks aanvallen.

Onderzoekers van Ferrari bestuderen welke factoren aanvallen kunnen opwekken. Dit onderzoek is echter niet eenvoudig, vanwege vermeende vooroordelen: “Als je iemand achteraf vraagt naar mogelijke oorzaken van de aanval, is er altijd wel één aan te wijzen. Vrouwen denken meestal dat hun migraineaanvallen samenhangen met de menstruatie. Maar uit studies met ‘hoofdpijndagboeken’, waarin migrainepatiënten bijhouden wanneer ze hoofdpijn hebben en wat ze eten, blijkt dat de menstruatie slechts zelden aanzet tot hoofdpijn.” Ook voor artsen is dat blijkbaar nieuw: “In het verleden zijn om die reden wereldwijd talloze baarmoeders ten onrechte verwijderd”, aldus Ferrari. “Dit gebeurt nu minder vaak, dus we zijn op de goede weg.”

Trek in chocolade

Mogelijke boosdoeners zijn niet alleen hormonen. Volgens de hoogleraar kunnen chocolade, kaas, of ander voedsel migraineachtige verschijnselen geven, maar slechts in zeer uitzonderlijke gevallen. Amsterdamse diëtisten propageren nu diëten en stellen dat migraine in veel gevallen door voedselallergie wordt veroorzaakt. Onzin, meent Ferrari. Ook patiënten zelf denken te vaak dat bijvoorbeeld chocolade aanvallen kan uitlokken. Dit berust volgens de neuroloog op het omkeren van oorzaak en gevolg. “Vlak vóór een migraineaanval voelen veel patiënten zich neerslachtig of juist hyperactief worden. Veel vrouwen houden vocht vast en hebben pijnlijke gezwollen borsten. Daarnaast neemt de trek in chocolade of ander voedsel toe. Dit duidt op een ontregeling, vroeg in de aanval, van de hypothalamus, een belangrijke kern in de hersenen.”

Kortom, de aanval lokt het eten van chocolade uit en niet omgekeerd. Naast voedsel en wijn noemen patiënten vaak “stress” als mogelijke veroorzaker van hun migraineaanval. Volgens Ferrari ook een misverstand. “Klinisch onderzoek suggereert eerder een beschermende werking van stress, terwijl juist het wegvallen van stress aanvallen geeft.” Denk bijvoorbeeld aan de weekendmigraine. “Over het algemeen kun je zeggen dat bepaalde stoffen onder bepaalde omstandigheden wel eens een aanval uitlokken. Het is echter een grote fout om bevindingen bij een paar patiënten toe te passen op elke migrainepatiënt.”

Proefpersonen

Bekend is dat bepaalde chemische stoffen aanvallen kunnen uitlokken. Uit recent onderzoek is gebleken dat de stof sildenafil, aanleiding kan geven tot migraineaanvallen, zonder verwijding van bloedvaten in de hersenen. Dit is een interessant gegeven, omdat zoals gezegd het verwijden van bloedvaten een rol speelt bij hoofdpijn. “Er is nu een methode ontwikkeld om het effect van sildenafil op bloedvaten in de hersenvliezen te bestuderen. U kunt zich nog aanmelden als proefpersoon voor een klinische studie met sildenafil”, zei Ferrari. Sildenafil is beter bekend als Viagra.

In 1996 is het eerste gen voor Familiaire Hemiplegische Migraine (FHM) ontdekt. Deze zeldzame, erfelijke ernstige vorm van migraine uit zich door urenlange, soms dagelijkse halfzijdige verlammingen. Ferrari legde uit dat het FHM-gen codeert voor calciumkanalen op zenuwcellen. “Dit zijn openingen in het celmembraan waardoor calcium de cel instroomt. Dit mechanisme reguleert onder andere de afgifte van boodschapperstoffen die signalen overdragen van de ene zenuwcel naar de andere. Bij patiënten met FHM zijn er mutaties in het calciumkanaalgen waardoor een verstoring ontstaat in de afgifte van bepaalde boodschapperstoffen.” Het FHM calciumkanaal blijkt ook een rol te spelen bij gewone migraine. Hoe het precies zit, wordt onderzocht in een groot Europees onderzoek.

Migrainemuizen

Als proefdier voor genetisch onderzoek worden vaak muizen gebruikt. Muis en mens blijken beiden 35 duizend genen te hebben, waarvan er slechts tweehonderd verschillen. Ferrari: “Onlangs zijn twee menselijke FHM mutaties in het genoom van muizen geïntroduceerd. Deze migrainemuizen bieden de mogelijkheid om de gevolgen van veranderingen in het calciumkanaal te bestuderen. De eerste studies suggereren een overdreven sterke afgifte van boodschapperstoffen, zowel continu, als in reactie op prikkels.” Opvallend is dat mutaties in het calciumkanaalgen behalve halfzijdige migraine ook leiden tot andere ‘aanvalsgewijze’ hersenziekten, zoals epilepsie en ataxie, een verstoring van de coördinatie.

Vorige maand werd een tweede gen voor deze familiaire migraine bekend gemaakt door Italiaanse onderzoekers. Dit gen codeert voor een natrium/kaliumpomp, een eiwit dat natrium de cel inpompt, en tegelijk kalium uit de cel verwijdert. Mutaties in dit gen geven een toename van natrium in zenuwcellen en kalium rondom de zenuwcellen. “Dit verlaagt de drempel voor cortical spreading depression, een complexe verstoring van de hersenschors, leidend tot migraineaura’s. Toename van natrium in zenuwcellen leidt, via toename van het calcium, tot versterkte afgifte van boodschapperstoffen. Een situatie die sterk lijkt op die bij afwijkingen in het calciumkanaalgen”, redeneerde Ferrari.

Grote familie

“Naast FHM genen is er nog een aantal andere genen waarvan wij de rol bij migraine bestuderen”. Een van Ferrari’s promovendi onderzoekt, samen met andere wetenschappers, de ziekte CADASIL die veroorzaakt wordt door mutaties in het Notch3 gen. Deze hebben ernstige afwijkingen van de kleine bloedvaten, met herseninfarcten, dementie en vaak ook migraine tot gevolg. Andere onderzoekers proberen het ziektegen te vinden bij een grote familie in Noord-Holland met ernstige afwijkingen van de bloedvaten. De meeste familieleden hebben behalve bloedvatafwijkingen in het netvlies ook migraine.

Tegenwoordig onderscheiden we preventieve behandelingen, gericht op het voorkómen van aanvallen, en behandeling tijdens een aanval om verschijnselen te onderdrukken. Ferrari: “Preventie van aanvallen door uitlokkende factoren te vermijden blijkt in de praktijk teleurstellend. Het innemen van geneesmiddelen ter voorkoming van een aanval geeft meer resultaat. Het probleem is echter dat geen van de huidige geneesmiddelen specifiek gericht is tegen migraine.” Hierdoor zijn weinig hoofdpijnlijders gebaat bij geneesmiddelgebruik, terwijl de kans op bijwerkingen groot is. “Het ontwikkelen van specifieke geneesmiddelen is een van de belangrijke doelstellingen van het Leidse onderzoek”, aldus Ferrari. Samenwerking met de farmaceutische industrie is hierbij essentieel, vindt hij: “Zij maken de vertaalslag van drug target naar een medicijn.”

Triptaan of pijnstiller

Wereldwijd beschouwen de meeste hoofdpijndeskundigen en patiënten triptanen als de meest effectieve anti-migrainemiddelen, weet Ferrari. In de jaren tachtig werd de farmacologie van de vaatvernauwende stof ergotamine en de boodschapperstof serotonine ontrafeld. Beide stoffen werken op een groot aantal receptoren. Dit zijn structuren op zenuwcellen die zorgdragen voor het doorgeven van signalen. “Stimulatie van serotonine type-1 receptoren is voldoende om een migraineaanval te stoppen”, legt de hoogleraar uit. Stimulatie van andere receptoren geeft alleen maar bijwerkingen en is dus ongunstig.

Enkele Nederlandse artsen vragen zich af of triptanen eigenlijk wel beter zijn dan goedkope pijnstillers zoals aspirine. “De pijnstiller aspirine is goedkoop en kan goed werken bij lichtere vormen van migraine”, beaamt Ferrari. “Daarnaast is dit geneesmiddel zonder recept verkrijgbaar bij de drogist.” Veel patiënten proberen eerst pijnstillers. “Bij onvoldoende baat gaan patiënten naar een arts voor betere medicatie. Sommige artsen schrijven dan wederom eerst gewone pijnstillers voor, omdat deze goedkoper zijn en omdat er geen formeel bewijs is dat triptanen effectiever zijn dan gewone pijnstillers.” Ferrari verwacht echter dat patiënten met ernstiger vormen van migraine meestal triptanen nodig hebben. Binnenkort gaan in Leiden twee studies van start, waarin een triptaan en een gewone pijnstiller met elkaar worden vergeleken.

Afkicken

Overmatig gebruik van pijnstillers of cafeïnehoudende dranken kan bij sommige patiënten leiden tot toename van hoofdpijnen. In de loop der jaren krijgen ze vaker last van hoofdpijn waardoor ze steeds meer pijnstillers en/of cafeïne gebruiken. “Er ontstaat een vicieuze verslavingscirkel, leidend tot dagelijkse hoofdpijnen en veel gebruik van hoofdpijnstillers en/of veel cafeïne. Met name ergotamine en pijnstillers in combinatie met cafeïne zijn berucht, maar ook alleen te veel cafeïne kan dit veroorzaken.” Afkicken is de enige remedie, zegt Ferrari. “Na een korte periode van verergering nemen de hoofdpijnklachten sterk af.”

Na dit betoog ging Ferrari in op verdere verbeteringen van bestaande geneesmiddelen tegen hoofdpijnen. “Triptanen zijn geen wondermiddelen. Belangrijk is om een beter begrip te krijgen van de verschillende werkingsmechanismen van deze stoffen.” De neuroloog denkt dat samenwerking met de farmaceutische industrie noodzakelijk is om vooruitgang te boeken in de strijd tegen hoofdpijnen. Industrie en academie vullen elkaar aan. Dat de belangen soms tegenstrijdig zijn ziet hij als een uitdaging en niet als een argument om dan maar niet samen te werken.

Dit artikel is een publicatie van Cicero (LUMC).
© Cicero (LUMC), alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 21 maart 2003

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.