Je leest:

China’s Olympische droom

China’s Olympische droom

Auteur: | 23 juni 2008

‘One World, One Dream,’ zo luidt de slagzin van Beijing 2008. Ondanks de poging het kosmopolitisch ideaal van mondiale eenheid uit te drukken, verwijst de slogan toch vooral naar China’s eigen Olympische droom, die bijna even oud is als de Spelen zelf. Waarom staat het binnenhalen van de Olympische Spelen zo hoog op de agenda van de Chinese autoriteiten? En waarom krijgt de aanvraag zoveel steun van de bevolking?

Het Internationaal Olympisch Comité voerde tijdens de selectieprocedure voor de Spelen van 2008 een opiniepeiling uit die aantoonde dat 95 procent van de bevolking van Beijing de aanvraag ondersteunde – het hoogste percentage van alle mededingende steden. Toen China op 13 juli 2001 het mandaat kreeg voor de organisatie, brak in het ganse land en vooral in Beijing een ware volksgekte los. De beelden van feestende Chinezen op het Plein van de Hemelse Vrede gingen de hele wereld over. Het was een veelbetekenend moment: voor veel Chinezen was het niet alleen een droom die werkelijkheid werd, maar symboliseerde het tevens de erkenning van China als nieuwe wereldmacht.

Waarom hechtten de Chinese autoriteiten en vele inwoners van de Volksrepubliek zoveel waarde aan het organiseren van de Zomerspelen? Om dit te kunnen begrijpen, is het noodzakelijk om de historische achtergrond te schetsen van de introductie van de moderne sport in China en de nauwe samenhang daarvan met de Olympische Spelen.

Toen China op 13 juli 2001 hoorde dat het de Olympische Spelen mocht organiseren, brak in het hele land en vooral in Beijing een ware volksgekte los.

Meer dan een spelletje

Sport is meer dan een fysiek spelletje met vastgelegde regels. Het is een sociale activiteit met culturele, politieke en economische betekenis. Sport lijkt universeel, maar is niettemin sociaal en historisch specifiek. Het merendeel van de moderne Olympische sporten zijn in Europa ontwikkeld. De introductie van deze sporten in China was een neveneffect van het negentiende-eeuwse westerse imperialisme waartegen het Chinese keizerrijk onder de Qing-dynastie zich onvoldoende kon verdedigen. Pruisen, Japanse drilmeesters, de Amerikaanse Young Men’s Christian Association (YMCA) en missionarissenscholen brachten het land in aanraking met westerse sporten.

Chinese reformisten en revolutionairen moedigden als aanhangers van het sociaaldarwinisme de beoefening van moderne sport en fysieke activiteit sterk aan. De reformisten geloofden dat moderne sport China’s passiviteit zou verhelpen en de modernisering versnellen. De gedachtegang van de revolutionairen was min of meer hetzelfde. Zij meenden dat fysieke activiteit niet alleen lichaam en geest versterkten, maar ook het land als geheel.

De moderne Olympische Spelen, vormgegeven naar het antieke Griekse voorbeeld van drieduizend jaar geleden, is een sportevenement dat de oorsprong van de westerse beschaving symboliseert. De geest van de moderniteit is een belangrijk element van die beschaving, dat wordt weerspiegeld in het competitieve karakter van de Spelen.

Chinese revolutionairen meenden dat fysieke activiteit niet alleen lichaam en geest versterkten, maar ook het land als geheel.

Schaamte na 1936

De aantrekkingskracht van de Spelen buiten de grenzen van ‘het Westen’ en het reformistische streven naar een modern China leidden al in 1908 tot de wens om als gastland op te treden. Desondanks liet de daadwerkelijke deelname van China op zich wachten tot 1932 in Los Angeles. De Kwomintang, of Chinese Nationale Volkspartij, die China sinds de revolutie van 1911 regeerde, zag het belang van de Olympische Spelen voor zowel de landelijke als de internationale politiek in en vaardigde in 1936 een sterk team af naar de Spelen van Berlijn. De delegatie presteerde echter slecht en keerde gefrustreerd en vervuld van schaamte terug.

Naar verloop van tijd is sport de kracht van China en haar bevolking gaan symboliseren en heeft een duidelijke rol gekregen in de ontwikkeling van het nieuwe China en het Chinese nationalisme. Daarom was het zwakke optreden in Berlijn zo’n bittere pil: het stond voor het onvermogen van China en het hele Chinese volk. Succes op de Spelen werd een heilige noodzaak en een opdracht die de laatste decennia door de Chinese overheid keer op keer is herhaald.

Het Chinese Olympisch basketbalteam van 1936.

Sport in internationale politiek

Hoewel China tijdens de Koude Oorlog drie decennia lang niet deelnam aan de Olympische Spelen, maakten de sterke prestaties van de Sovjet-Unie en de Oost-Europese satellietstaten tijdens de Spelen van 1952 in Helsinki grote indruk. Ze leken een succesvol politiek systeem te weerspiegelen. Vanaf dat moment realiseerde Mao Zedong, die sinds 1935 de voorzitter van de Communistische Partij was, zich het belang van sport voor de nationale en internationale politiek. Hij maakte het tot een integraal onderdeel van de Chinese politieke agenda met het doel om zich als machtige moderne staat aan de wereld te kunnen presenteren. Enerzijds werd sport zo een middel om internationaal prestige en legitimiteit mee te verwerven en anderzijds versterkte het de interne samenhang en de macht van het regime, dat zich opwierp als de hoeder van het land in opkomst.

Begin jaren zeventig betekenden vriendschappelijke tafeltenniswedstrijden tussen de Verenigde Staten en China een doorbraak in het herstel van de bekoelde internationale relaties: de zogenaamde ‘pingpongdiplomatie’. Sport stelde de Volksrepubliek met andere woorden in staat om de banden met de internationale politiek weer aan te halen.

Deng Xiaoping volgde Mao Zedong na diens dood in 1976 op. In 1978 herstelde hij het zogenaamde opendeurbeleid, waardoor China weer handelsbetrekkingen met de rest van de wereld kon aangaan. Opnieuw speelde sport daarbij een belangrijke rol. In 1984 stuurde China andermaal een delegatie richting de Spelen in Los Angeles en nu met meer succes: de eerste gouden medailles waren een feit. Vanaf dat moment presteerde China op iedere Spelen beter en beter. In Athene (2004) stonden uiteindelijk alleen de Verenigde Staten nog boven China in het medailleklassement. Deze gestage opmars symboliseert de groeiende economische en politieke macht van China in de internationale arena.

Cover van Time Magazine op 26 april 1971. In dat jaar bezocht een Amerikaans tafeltennisteam Beijing, een doorbraak in het herstel van de bekoelde internationale relaties.

Afwijzing gunstig voor binnenlandse politiek

Het goud en zilver dat de sporters naar China brachten, volstond uiteindelijk niet meer. De ambities van de Chinese autoriteiten reikten verder: ze wilden het prestigieuze sportevenement zelf organiseren. Deze uitdrukkelijke wens werd voor het eerst verwoord in juli 1990 toen Deng Xiaoping een officieel bezoek bracht aan het sportersdorp van de Aziatische Spelen in Beijing. De interesse voor het organiseren van de Spelen viel samen met het moment dat het imago van China zwaar was aangetast door de gewelddadig neergeslagen studentendemonstraties in 1989. De Olympische Spelen moesten de geloofwaardigheid van de regering redden, de interne spanningen sussen en het beeld van China in het buitenland opkrikken. Sydney kreeg de Spelen van 2000 echter toegewezen.

Die nederlaag was opnieuw niet snel verteerd. Chinese regeringsleiders, journalisten, columnisten en zelfs academici beschuldigden de Verenigde Staten en het Westen ervan alles in het werk te hebben gesteld om China de Spelen te ontzeggen. De Chinese media plaatsten het land in een slachtofferrol en suggereerden een westers complot. Opvallend genoeg was het gevolg dat de nationalistische sentimenten extra werden aangewakkerd en dat de hoop op de organisatie van de Spelen nu ook door het brede publiek werd gedeeld. Eén ding lijkt zeker: als het nationalisme in China inderdaad uitsluitend top-down wordt opgelegd, zoals door de westerse media dikwijls wordt beweerd, dan was de massale teleurstelling nooit zo sterk geweest. De geschiedenis nam hiermee een onverwachte wending, want het verliezen van de bid bleek in het voordeel van de regering uit te pakken.


Eén van de promotievideo’s voor de Olympische Spelen in Beijing, waarin het Chinese culturele erfgoed wordt benadrukt.

Legitimatie van het Chinese bewind

Een tweede gooi naar de organisatie van de Spelen was daarom logisch en wenselijk. De autoriteiten trokken hun lessen uit de mislukte poging en verschenen in 1999 beter voorbereid opnieuw aan het appèl voor de Olympiade van 2008. Dit keer met succes, en de wereld is er getuige van geweest hoezeer de Chinezen en de Chinese regering deze overwinning hebben omarmd. De Spelen blijken een probaat middel om de legitimiteit van het bewind intern te bestendigen. Internationaal gezien grijpt China de kans aan om zichzelf op een positieve manier aan de wereld te tonen en zo iets van de weerstand weg te nemen die haar opkomst als economische supermacht oproept.

Lees hier meer over de Spelen in Beijing, en de dilemma’s die dat met zich meebrengt:

Literatuur:

Broudehoux, A. (2007) Spectacular Beijing: the conspicuous construction of an Olympic metropolis. Journal of Urban Affairs29, 4. Brownell, S. (2007) China and the Olympic Games: body culture, East and West. Amsterdam School for Social Science Research seminar. Close, P., D. Askew & X. Xin (2007) The Beijing Olympiad. The political economy of a sporting mega-event. Londen, New York: Routledge.

Dit is het eerste deel van Gladys Chongs artikel in AGORA 2/2008, een themanummer over Olympische Steden. Gladys Chong werkt aan een proefschrift over de wijze waarop de Chinese autoriteiten de Olympische Spelen gebruiken voor promotiedoeleinden. Haar onderzoek is onderdeel van het NWO project ‘Celebrations and Contestations of Chineseness: The Beijing 2008 Olympics and 21st Century Imaginations of Place, Culture and Identity.’

Zie ook:

Dit artikel is een publicatie van AGORA.
© AGORA, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 23 juni 2008

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.