Je leest:

Charles Darwin en Alfred Russel Wallace, de tegenpolen

Charles Darwin en Alfred Russel Wallace, de tegenpolen

Auteur: | 30 augustus 2012

Alfred Russel Wallace kwam uit een arme familie, Charles Darwin was de zoon van een rijke arts. En terwijl Darwin zijn werk vooral deed in een zoektocht naar roem en reputatie liet Wallace zich drijven door nieuwsgierigheid. Kennislink deed een ‘fictief dubbelinterview’ met de twee tegenpolen die uiteindelijk dezelfde conclusies trokken.

Charles Darwin (1809 – 1882) wordt door velen gezien als dé grondlegger van de evolutietheorie. In 1859 publiceerde hij zijn invloedrijke boek On the origin of species, waarin hij uitlegde dat soorten ontstaan uit een gemeenschappelijke voorouder en zich door middel van natuurlijke selectie aanpassen aan hun omgeving.

Wat minder mensen weten is dat er destijds nog een Engelse natuurwetenschapper op zoek was naar antwoorden omtrent het ontstaan van soorten. Het werk van deze man, Alfred Russel Wallace (1823 – 1913), zorgde er zelfs voor dat Darwin zijn evolutietheorie onder druk moest publiceren.

Portret van Darwin, gemaakt ten tijde van zijn reis met de Beagle.

Meneer Darwin, u studeerde medicijnen aan de universiteit van Edinburgh. Waarom bent u geen arts geworden?

Dat heeft een eenvoudige reden. De operaties die ik tijdens mijn studietijd heb meegemaakt vond ik verschrikkelijk. Ik werd er soms letterlijk ziek van en dat heeft er toe geleid dat ik mijn studie ben gaan verwaarlozen. Ik sloot me aan bij verschillende studentenverenigingen die zich bezighielden met de natuur, een onderwerp waar ik altijd veel interesse in heb gehad. Zo raakte ik geboeid door de vraag hoe soorten ontstaan. En vanaf dat moment wilde ik bekend worden als de man die het mysterie achter het ontstaan van soorten heeft opgelost.

Darwin: een korte bio

1809: wordt op 12 februari geboren als zoon van Robert Waring Darwin en Susannah Wedgwood 1825: begint aan de studie medicijnen aan de universiteit van Edinburgh 1827: vertrekt uit Edinburgh en gaat theologie studeren aan de universiteit van Cambridge 1831: studeert af en gaat op reis met zeilschip de Beagle 1836: keert terug in Engeland en begint met het bestuderen van zijn verzamelde collectie 1839: trouwt met zijn nicht Emma Wedgwood 1844: schrijft voor het eerst een samenvatting van zijn evolutietheorie 1855: begint naar aanleiding van een publicatie van Wallace te schrijven aan een boek over evolutie 1859: publiceert On the origin of species 1882: sterft op 19 april. Zijn lichaam wordt begraven in Westminster Abbey

Maar waarom vertrok u dan naar Cambridge om theologie te studeren?

Voornamelijk om mijn vader tevreden te stellen. Maar uiteindelijk heeft het me ook veel opgeleverd. Samen met mijn neef William Darwin Fox begon ik met het verzamelen van kevers. William stelde mij op een gegeven moment voor aan John Stevens Henslow, keverexpert en professor in de botanie. Vanaf dat moment volgde ik tot aan mijn examen Henslows colleges over natuurhistorie.

En hoe ging dat bij u, meneer Wallace? Richtte u zich wel direct op de natuurwetenschappen?

Nee, niet echt nee. Ik kwam uit een arm gezin en werd op mijn veertiende van school gehaald omdat het geld op was. Daarna ging ik eerst aan de slag in Londen bij mijn oudere broer John die timmerman was en vervolgens bij mijn oudste broer William die werkzaam was als landmeter.

Maar hoe bent u dan in de wetenschap terecht gekomen?

Op een gegeven moment verhuisden William en ik naar het plaatsje Neath in Wales. Daar bracht ik veel tijd door in de openbare bibliotheek waar ik van alles las over botanie, zoölogie, Latijn en algebra. Door het werk als landmeter kwam ik bovendien geregeld op het platteland, wat mijn liefde voor de natuur nog verder deed aanwakkeren. Na een aantal jaren had William geen werk meer voor mij, maar gelukkig kon ik als leraar aan de slag bij de Collegiate School in Leicester. Ook in Leicester bezocht ik regelmatig de openbare bibliotheek. En daar ontmoette ik Henry Bates, wetenschapper en keververzamelaar. We hadden dezelfde interesses en werden vrienden. Hij heeft mij min of meer de wetenschap ingetrokken.

U bent beiden op expeditie geweest met een zeilschip. Hoe ging dat, meneer Darwin?

Vrijwel direct na mijn afstuderen werd ik door de kapitein van het schip de Beagle gevraagd mee te varen met een expeditie langs de kustlijn van Zuid-Amerika. Ik vond het verschrikkelijk op die boot, omdat ik veel last had van zeeziekte. Dat had ook een voordeel, want iedere keer als het schip ergens aanlegde wist ik niet hoe snel ik aan land moest gaan om interessante planten en dieren te verzamelen. Daardoor kwam ik na vijf jaar terug met een zeer uitgebreide collectie aan soorten.

Afbeelding van het zeilschip de Beagle, gemaakt tijdens de expeditie tussen 1831 en 1836.
Wikimedia Commons

En hoe verliep uw expeditie, meneer Wallace?

Helaas een stuk minder succesvol. In 1847 kregen Henry Bates en ik het idee om op expeditie te gaan richting Brazilië. In vier jaar tijd voeren we over de rivieren de Amazone en de Negro. Ik verzamelde enorm veel soorten in deze boeiende tropische wereld. Op de terugweg naar Engeland sloeg echter het noodlot toe; er ontstond brand op het schip. Dat kostte me bijna mijn leven en alles wat ik verzameld had was weg.

Alfred Russel Wallace in zijn jonge jaren (1848).
Wikimedia Commons

Maar toch durfde u het aan om nogmaals de zee op te gaan…

Ja, dat klopt. In 1854 vertrok ik voor een lange reis van Java, via Borneo en Nieuw-Guinea, naar Bali. Onderweg verzamelde ik meer dan 80.000 soorten kevers, 8000 soorten vogels, 13.000 soorten vlinders en motten en 300 zoogdieren.

U bent sinds uw terugkeer in 1836 niet meer op reis geweest, meneer Darwin. Waar hield u zich dan mee bezig?

Ik moest alle soorten die ik verzameld had bestuderen en ordenen. Dat was zo’n hels karwei dat ik daarmee ben geholpen, onder andere door John Stevens Henslow die een groot deel van de planten voor zijn rekening nam. Ondertussen dacht ik na over het ontstaan van al die verschillende soorten. In 1844 schreef ik voor het eerst een samenvatting van mijn ideeën. Die samenvatting stuurde ik naar een van mijn beste vrienden, botanicus Joseph Dalton Hooker. Ik had toen nog niet de intentie om mijn theorie te publiceren.

Wallace: een korte bio

1823: wordt op 8 januari geboren als zoon van Thomas Vere Wallace en Mary Anne Greenell 1836: wordt wegens financiële problemen van school gehaald en verhuist naar Londen om te werken voor zijn broer John 1837: begint met werken voor zijn oudste broer William 1843: gaat aan de slag als leraar (tekenen, kaarten maken) aan de Collegiate School in Leicester 1848: vaart samen met Henry Bates uit voor een expeditie naar Brazilië 1854: gaat nogmaals op expeditie, deze keer richting Maleisië en Indonesië 1855: publiceert het artikel On the Law which has Regulated the Introduction of New Species 1858: stuurt zijn essay On the Tendency of Species to form Varieties naar Darwin 1862: keert na een lange reis terug naar Engeland 1866: trouwt met Annie Mitten 1913: sterft op 7 november

Ook niet toen meneer Wallace in 1855 een artikel publiceerde waarin hij zijn ideeën over het ontstaan van soorten uitlegde?

Nee, ik zag die publicatie niet als een bedreiging. Meneer Wallace stelde weliswaar dat nieuwe soorten ontstaan door aanpassingen in bestaande soorten, maar hij schreef niets over het mechanisme waarmee soorten in elkaar konden overgaan. Ik had in 1844 ook al nagedacht over het mechanisme achter evolutie en besloot dus rustig verder te gaan met het vervolmaken van mijn theorie.

Drie jaar later kwam u toch met een verklarend mechanisme, meneer Wallace. Hoe bent u daarop gekomen?

Ik liep tijdens mijn reis malaria op en kon daardoor weinig doen. Ik dacht tijdens mijn ziekte veel na over mijn theorie en bedacht een mechanisme dat sterk lijkt op wat Darwin later ‘natuurlijke selectie’ zou noemen. In het voorjaar van 1858 stuurde ik hem een brief om mijn ideeën voor te leggen.

En wat gebeurde er toen, meneer Darwin?

Ik schrok wel even van die brief en de bijbehorende uitgewerkte theorie van Wallace. Ik stuurde het werk door naar Joseph Hooker om te kijken wat hij ervan dacht. Hij stelde voor om mijn theorie en het werk van Wallace gezamenlijk te presenteren tijdens de eerstvolgende bijeenkomst van de Linnean Society. Dat gebeurde en in 1859 publiceerde ik mijn complete evolutietheorie in On the origin of species. De publicatie van dat boek trok veel meer aandacht dan de presentatie bij de Linnean Society. Vandaar dat de evolutietheorie voornamelijk aan mij wordt toegeschreven en de bijdrage van Wallace een beetje is vergeten.

Titelblad van Darwins beroemde boek On the origin of species.
Wikimedia Commons

Vond u dat niet vervelend, meneer Wallace?

Nee hoor. Ik had groot respect voor Darwin. Ik stuurde hem niet voor niks mijn ideeën toe. Ik was benieuwd wat een groot wetenschapper als hij ervan zou vinden. In mijn latere publicaties schreef ik zelfs over de evolutietheorie van Darwin. Darwin liet mij toen weten dat ik niet hoefde te spreken over zijn theorie, omdat hij net zoveel van mij was als van hem.

Wat een merkwaardige uitspraak, meneer Darwin. Sommige mensen verdenken u ervan dat u een aantal ideeën van meneer Wallace heeft gestolen. Zit daar soms een kern van waarheid in?

Oh, is dat zo? Nee hoor, ik heb niks gestolen. Ik heb misschien alleen een klein beetje gelogen over de dag dat ik die belangrijke brief van Wallace ontving. Ik heb altijd volgehouden die brief niet eerder te hebben gehad dan op 18 juni. Maar op de dag dat Wallace die brief verzond, verstuurde hij nog een andere brief. En die kwam al op 3 juni in Engeland aan. Die twee weken gaven mij de tijd om Joseph Hooker op de hoogte te stellen van het feit dat ik mijn theorie compleet had voordat hij het werk van Wallace onder ogen zou krijgen.

Bronnen:

  • Bernard Lightman The many lives of Charles Darwin: early biographies and the definitive evolutionist Notes and records of the royal society 64 (339 – 358), juni 2010
  • David Lloyd e.a. Alfred Russel Wallace deserves better Journal of Biosciences 35:3 (339 – 349), september 2010

Dit artikel is onderdeel van de serie Briljante Biologen op de Borrel waarbij tien beroemde biologen ‘fictief geïnterviewd’ worden. Bekijk hier de andere artikelen.

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 30 augustus 2012

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.