Je leest:

Celstraf maakt ‘zwart’

Celstraf maakt ‘zwart’

Auteurs: en | 6 januari 2009

Nadat iemand in de gevangenis heeft gezeten of werkloos is geworden, wordt hij door anderen eerder als zwart bestempeld. Ook ziet deze groep zichzelf vaker als zwart. Dit blijkt uit onderzoek van twee Amerikaanse sociologen. Zij tonen daarmee aan dat sociale factoren ons oordeel over ras beïnvloeden.

Stel je bent interviewer van beroep. In het kader van een langlopend onderzoek bezoek je duizenden Amerikanen met verschillende achtergronden en uit verschillende lagen van de bevolking. Na afloop van elk interview word je gevraagd om het ras van de zojuist geïnterviewde in te vullen. Je kan kiezen uit ‘blank’, ‘zwart’ of ‘anders’. Het daaropvolgend jaar interview je dezelfde mensen en moet je ze weer categoriseren als blank, zwart of anders. Je denkt dat je oordeel elke keer hetzelfde zal zijn: blank is blank en zwart is zwart. Toch? Mis.

Uit het sociologisch onderzoek van Andrew Penner en Aliya Saperstein blijkt dat de sociale status van de geïnterviewde invloed heeft op het oordeel van de interviewers over zijn ras. Bij het onderzoek is gebruik gemaakt van de gegevens van een representatieve groep van 12.686 Amerikanen die voor de National Longitudinal Survey of Youth tussen 1979 en 2002 gevolgd zijn. Interviewers blijken 6% van de geïnterviewden in het daaropvolgend jaar bij een ander ras in te delen. Hoe komt dat? Volgens Penners en Sapersteins onderzoek wordt het oordeel van de interviewer beïnvloed door drie sociale factoren: celstraf, werkloosheid en armoede.

Hoe blank of zwart iemand is, staat volgens Penner niet bij de geboorte vast. Succesvolle mensen worden ‘blanker’, mensen aan de onderkant van de samenleving worden ‘zwarter’. Aan de hand van vooroordelen word je door anderen én jezelf gecategoriseerd.

Celstraf maakt zwart

Amerikanen die eerst als ‘blanken’ getypeerd zijn, maken een grotere kans om de volgende keer niet meer onder ‘blank’ te worden gerekend als zij gevangen zijn gezet, zonder werk zitten of onder de armoedegrens terecht zijn gekomen. Celstraf heeft de meeste invloed op het oordeel van de interviewers. Van de ‘blanken’ zijn er nog maar 90% ‘blank’ nadat ze een celstraf hebben gekregen (dit ten opzichte van 96% van de ondervraagden die geen celstraf hebben gekregen). Celstraf wordt door de interviewers blijkbaar gezien als iets dat mensen ‘zwarter’ maakt.

Penner en Saperstein onderzochten niet alleen het oordeel van de interviewers, maar ook het zelfbeeld van de geïnterviewden. Welke kleur hadden ze volgens zichzelf? Dit leidde tot een nog opvallender resultaat. Sommige mensen deelden zichzelf in 1979 op een andere manier in als in 2002. Opnieuw zijn de sociale factoren van werk, celstraf en armoede verantwoordelijk voor dit veranderend zelfbeeld. De factor met de meeste invloed is ook hier de celstraf. Van de ondervraagden die zichzelf in 1973 als blank typeerden doen dat in 81% van de gevallen nog nadat ze een celstraf hebben gekregen (dit ten opzichte van de 95% van de ondervraagden die geen celstraf hebben gekregen).

In de sociale wetenschappen wordt al langer benadrukt dat ras niet alleen te maken heeft met biologie, erfelijke kenmerken en DNA. Het onderzoek van Penner en Saperstein heeft dit nog eens bevestigd. Veel sociale wetenschappers gebruiken ook liever de term ‘etniciteit’, waarmee ze bedoelen dat je kleur en de identiteit die daarbij hoort, multi-interpretabel en veranderlijk is. ‘Ras’ doet te veel denken aan negentiende eeuwse wetenschappers die gewapend met meetlint en weegschaal wilden bewijzen dat het blanke ras superieur was aan het ‘negroïde’ ras.

Vooroordelen over ras

Bij welk ras je hoort, is dus geen kenmerk dat bij de geboorte vaststaat, zo blijkt uit het onderzoek. Wat het leven verder voor je in petto heeft, beïnvloedt niet alleen wat anderen van je huidskleur vinden, maar ook hoe je zelf over je ras denkt. Volgens Penner bestaan er sterke stereotypen in de Amerikaanse samenleving over wat het betekent om zwart of blank te zijn. Komt de sociale status niet overeen met de vooroordelen over ras dan wordt het ras in sommige gevallen aangepast om aan het stereotype te blijven voldoen.

Volgens Saperstein komt het onderzoek net na de verkiezing van Amerika’s eerste ‘zwarte’ president op een goed moment. Ze legt uit: “Wat ik fascinerend vind aan Obama is dat er een discussie gaande is over bij welk ras hij moet worden ingedeeld.” Als zoon van een zwarte, Keniaanse vader en een blanke Amerikaanse moeder die is opgegroeid in Indonesië en Hawaï ligt deze discussie misschien voor de hand. Het is echter maar de vraag of Obama’s ras ook ter discussie zou worden gesteld als hij community organizer in Chicago was gebleven. Saperstein: “De sociale status van Obama brengt stereotypes over ras naar voren. Het zorgt ervoor dat we ons afvragen wie blank en wie zwart is en hoe we dit bepalen.”

Bron:

Penner, Andrew en Aliya Saperstein. ‘How social status shapes race.’ Proceedings of the National Academy of Sciences nr. 50 (2008). Dr. Andrew Penner is verbonden aan de University of California, dr. Aliya Saperstein is verbonden aan de University of Oregon.

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 06 januari 2009

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.