Je leest:

Carpe diem in de regenwouden van Brazilië

Carpe diem in de regenwouden van Brazilië

Auteur: | 11 mei 2006

Volgens de taalkundige Noam Chomsky worden alle mensen geboren met een aantal universele taalkenmerken. De taal van het Pirahãvolk in Brazilië druist in tegen een belangrijke aanname van de universele grammatica, die van de recursiviteit: deze taal kent geen bijzinnen.

Kennislink bestaat 10 jaar! Onze redactie blikt elke dag even terug op 10 jaar nieuws en achtergronden uit de wetenschap.
NEMO Kennislink

Bijen hebben hun eigen dans, vogels praten door te zingen, en bultrugwalvissen beschikken zelfs over een grammatica. En toch is mensentaal uniek. Wat maakt mensentaal uniek?

Volgens de beroemde taalkundige Noam Chomsky worden alle mensen geboren met een universele grammatica. Deze grammatica bestaat uit een aantal vaste regels die kinderen in staat stelt om woorden te combineren tot zinnen. Toch lijkt er een taal te bestaan, in de regenwouden van Brazilië, die zich niks aantrekt van universele regels. De etnoloog Dan Everett verbleef 7 jaar onder het Pirahãvolk en deed een aantal opmerkelijke ontdekkingen.

Niet zo gastvrij

Het is niet makkelijk om je als onderzoeker van de ene op de andere dag op te dringen aan een kleine stam als de Pirahã, die zo’n 350 mensen telt. Dan Everett werd niet bepaald gastvrij ontvangen bij zijn eerste bezoek aan dit volk: sterker nog, de Pirahã wantrouwden de vreemdeling in eerste instantie en beraamden een plan om hem te vermoorden. Gelukkig voor Everett begreep hij iets van de taal en wist hij de aanslag op zijn leven te voorkomen. Hij sloot zelfs vriendschap met het volk en woonde vanaf 1977 zeven jaar bij de Pirahã om hun taal te bestuderen.

Geen getallen, geen kleuren, geen tijd

Pirahãtaal telt weinig woorden. Zo zijn er slechts drie persoonlijk voornaamwoorden, die ook nog eens ontleend zijn aan buurtalen. Er bestaan geen woorden om tijd mee uit te drukken of verleden tijdsvormen van werkwoorden. Ook begrippen voor kleuren zijn de Pirahã vreemd.

Opmerkelijk is het ook dat de Pirahã niet kunnen tellen in hun taal. Het telwoord hói kan het getal één uitdrukken maar kan ook “een klein aantal” betekenen. De discussie over het ontbreken van telwoorden in Pirahãtaal brak los nadat de psycholinguïst Peter Gordon een bezoek had gebracht aan dit volk om ze te testen op mathematische vaardigheden. Ook Everett probeerde de Pirahã het tellen bij te brengen, maar na 8 maanden waren ze nog niet in staat om tot 10 te tellen.

Het telexperiment van Peter Gordon werd herhaald door Dan Everett: na 8 maanden waren de Pirahã nog niet in staat om tot 10 te tellen.

Carpe diem-cultuur

De bevindingen wierpen nieuw licht op de Sapir-Whorfhypothese uit 1914, die stelt dat ons denken bepaald wordt door de taal waarmee we zijn opgegroeid. Everett draait het om: het is de cultuur die de taal vormt. De levenswijze van de Pirahã is helemaal gericht op het hier en nu, hun collectief geheugen gaat niet verder terug dan twee generaties: daarom beschikken ze ook niet over verledentijdsvormen of überhaupt woorden die naar tijd verwijzen. Everett spreekt in dit verband van een carpe diem-cultuur: Pluk de dag! is het levensmotto van de Pirahã.

Ondergeschikte zinnen

Als we de universele grammatica van Chomsky als uitgangspunt nemen, is er nog iets vreemds aan de hand met de Pirahãtaal: deze moet het stellen zonder ondergeschikte zinnen of bijzinnen. Het bestaan van bijzinnen, die ingebed zijn in zogenaamde hoofdzinnen, is cruciaal voor het recursiviteitsprincipe dat een belangrijk kenmerk is van de universele grammatica. Recursiviteit betekent dat een structuur zichzelf eindeloos kan herhalen. Zo is het in principe mogelijk om aan een willekeurige zin een oneindig aantal bijzinnen toe te voegen.

Noam Chomsky: het brein achter de universele grammatica.

Recursiviteit

Bijzinnen vormen dus een belangrijk bewijs voor recursie in taal. Het ontbreken van bijzinnen in Pirahãtaal druist daarmee tegen alle voorspellingen in. Toch laten de meeste Chomskyanen zich niet uit het veld slaan door dit onderzoek. Volgens Jan-Wouter Zwart, universitair hoofddocent aan de Rijksuniversiteit van Groningen, is Everetts opvatting van recursiviteit achterhaald: “Everett heeft te lang gewacht met het publiceren van zijn resultaten: 20 jaar geleden stond de definitie van recursie dichter bij hoe hij het opvat. In de theorie van Chomsky is de definitie veel ruimer. Er is al sprake van recursie wanneer er een woordgroep in een woordgroep voorkomt. Dit betekent in feite dat alles in taal recursie is, of omgekeerd, dat recursie het enige is dat mensentaal van dierentaal onderscheidt.”

Bovendien meent Zwart dat het ontbreken van recursie in de Pirahãtaal geen werkelijk probleem vormt voor de theorie van Chomsky : “Het zou wel merkwaardig zijn, maar geen bedreiging voor het idee dat recursie het cruciale kenmerk is van mensentaal. Veel problematischer zou het zijn wanneer dierentaal ook gekenmerkt zou blijken te zijn door recursie.”

Een echte bedreiging vormt de Pirahãtaal dus niet voor taalkundigen, maar de ontdekkingen die Everett deed zijn op z’n minst uitzonderlijk. Een nieuwe groep taalkundigen maakt zich daarom klaar om de jungle in te trekken en de geheimen van de Pirahã te ontmaskeren, onder het motto carpe diem.

Bron:

Spiegel Online: Living without Numbers or Time

zie ook:

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 11 mei 2006

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.