‘Burgers accepteren het gezag van justitie niet zomaar’

Het gezag van justitie is niet meer vanzelfsprekend. Haast iedere dag schrijven de media over onenigheid over vonnissen van de strafrechter, de gebrekkige controle door Tbs-klinieken en andere aanvaringen tussen burger en justitie. Afgaande op deze berichten, lijkt het erop dat de gemiddelde Nederlander het gezag regelmatig betwist. Of dat echt zo is, hebben rechtssociologen Heleen Weyers en Marc Hertogh van de Rijksuniversiteit Groningen (RUG), in opdracht van het ministerie van Justitie, in kaart gebracht. Hertogh: “Je kan onze onderzoeksresultaten het best samenvatten met een citaat van minister Van Agt uit 1972: ‘het recht is geen rustig bezit meer’.


“We waren vooral benieuwd naar de burgermening over de legitimiteit van het justitieoptreden”, vertelt Weyers. “Dat perspectief is tot dusver onderbelicht”. Hertogh: “Je kan legitimiteit grofweg beschrijven als de bereidheid van de burger om het woord van het gezag te slikken. Er zijn genoeg rapporten over legitimiteit vanuit het perspectief van juristen en rechtsfilosofen. Maar wat het volk er zelf van denkt komt nauwelijks aan bod.” Weyers en Hertogh hebben talloze rapporten en enquêtes onder de loep genomen. Het woord ‘legitimiteit’ wordt daarin zelden gebruikt. Zij hebben dat opgelost door drie aspecten van legitimiteit te onderscheiden: vertrouwen in het Justitieoptreden, tevredenheid erover en acceptatie ervan.

Opleiding is de belangrijkste voorspeller voor vertrouwen in justitie. Hoger opgeleiden hebben veel meer vertrouwen in het rechtssysteem dan lager opgeleiden.

Vertrouwen

Weyers: “Over vertrouwen vonden we de meeste informatie. Ongeveer zestig procent van de Nederlanders heeft vertrouwen in de rechtspraak. Op de lange termijn lijkt er in ons land echter sprake van een afnemend vertrouwen. Een ander bijzonder detail is dat veel Nederlanders het gevoel hebben dat bij de rechter niet iedereen gelijk wordt behandeld.” Het vertrouwen in het rechtssysteem blijkt samen te hangen met het vertrouwen in andere instituties zoals de politie. Opleiding is de belangrijkste voorspeller voor vertrouwen. Hoger opgeleiden hebben veel meer vertrouwen in het rechtssysteem dan lager opgeleiden.

Niet tevreden

“Veel mensen blijken redelijk tevreden te zijn over de werking van justitie, politie en de instituten die daarbij horen”, vertelt Hertogh. “Toch is daar een interessante trend. Het valt op dat wanneer mensen in aanraking komen met bijvoorbeeld rechters of politieagenten, hun tevredenheid meteen daalt. En daarmee ook het vertrouwen. Kennelijk gebeurt er iets waar mensen niet tevreden over zijn. Waarschijnlijk verwachten burgers andere dingen van deze gezagsdragers. Een andere oorzaak is dat burgers te weinig weten over de procedures waarin deze gezagsdragers zijn betrokken”. Het advies van Weyers en Hertogh is dan ook: licht de burger meer voor over de gang van zaken en vraag naar hun perspectief. “Zo kun je al enige teleurstelling voorkomen”, zegt Hertogh. “Maar dat neemt niet weg dat sommige verwachtingen losstaan van kennis. Burgers kunnen namelijk ook gewoon vinden dat rechtspraak anders moet. In dat geval zou je voor verbetering ook naar de gezagsdragers kunnen kijken. Zij zouden wellicht kunnen proberen om meer aan die wensen tegemoet te komen.”

‘Het valt op dat wanneer mensen in aanraking komen met bijvoorbeeld rechters of politieagenten, hun tevredenheid meteen daalt.’

Acceptatie

“Uit de rapporten die we tegenkwamen blijkt dat burgers uitspraken van rechters of van politiemensen niet zomaar accepteren,” vertelt Weyers. “Er wordt vaak openlijk aan getwijfeld, of ze worden gewoon niet opgevolgd”. Hertogh: “Je ziet bijvoorbeeld dat mensen sommige vonnissen niet accepteren. En dat hoeft niet eens hun eigen vonnis te zijn. Kijk bijvoorbeeld naar de grote protesten tegen de vonnissen in de Deventer moordzaak of de zaak Lucia de B.”

Twee kanten

De onderzoekers stellen met hun rapport vast dat burgers legitimiteit van justitie vaak betwisten. “Hoe dat verschilt met vroeger weten we niet echt”, zegt Weyers. "Meer onderzoek zou zich vooral op acceptatie moeten richten. En bovendien veel meer op microniveau dan op algemeenheden uit grote bevolkingsenquêtes. Verder adviseren Weyers en Hertogh justitie om scherp te letten op verwachtingen van burgers en het beeld dat ze van gezagsdragers hebben. “Je kan je richten op zowel burgers als gezagsdragers”, zegt Hertogh. “Niet dat gezagsdragers hun werk altijd verkeerd doen, maar kleine wrijvingen tussen hen en de burger beïnvloeden uiteindelijk wel het totaalbeeld van gezag.”

Heleen Weyers (1952) en Marc Hertogh (1968) zijn respectievelijk docent en hoogleraar rechtssociologie aan de Faculteit Rechtsgeleerdheid van de RUG. Het rapport heet ‘Legitimiteit betwist: een verkennend literatuuronderzoek naar de ervaren legitimiteit van het justitieoptreden’.