Je leest:

Bunkeren om je beter te voelen

Bunkeren om je beter te voelen

Auteur: | 15 december 2007

Een hele zak chips, twee rollen koekjes, een pak ijs en een zak drop. Wie zich wekelijks op zo’n manier te buiten gaat aan eten, lijdt aan binge eating disorder (BED). In goed Nederlands: eetbuistoornis. Kenmerkend voor BED is dat de eetbui komt als iemand alleen is. “Mensen schamen zich er vaak erg voor en voelen zich zwak en schuldig”, vertelt Alexandra Dingemans, die werkzaam is bij Centrum Eetstoornissen Ursula en promotieonderzoek doet naar BED.

Een eetbui stopt vaak pas als iemand zich helemaal misselijk heeft gegeten, bij het eten gestoord wordt of als het eten op is. BED lijkt daarmee sterk op een andere eetstoornis, boulimia nervosa. Ook patiënten met boulimia nervosa verstouwen periodiek grote hoeveelheden voedsel. “Mensen met BED compenseren de inname van calorieën niet. Dat zie je wel bij boulimiapatiënten, die proberen al het eten weer uit te braken, vasten en sporten een periode zeer intensief of gebruiken laxeermiddelen”, legt Dingemans het verschil uit.

Negatieve emoties

Het laat zich raden dat een eetbuistoornis vaak leidt tot gewichtstoename. “Iemand die BED nog niet zo lang heeft, lijdt niet altijd aan overgewicht. Maar hoe langer iemand het heeft, hoe groter de kans op zwaarlijvigheid. Dat is een bijkomend probleem voor mensen.” Dat vrouwen hun gewicht meestal belangrijker vinden dan mannen, kan er de oorzaak van zijn dat er veel meer vrouwen met BED lijken te zijn. “Uit buitenlands onderzoek blijkt dat de verhouding vrouw-man bij BED drie staat tot twee is. Maar vrouwen zie je veel vaker terug in de hulpverlening.”

De populaire opvatting dat lijnen eetbuien veroorzaakt bij BED-patiënten, klopt niet, zo blijkt uit steeds meer onderzoek. De aanleiding voor een schranspartij ligt meestal in de emotionele sfeer. Dingemans: “Er gebeurt iets wat negatieve emoties oproept en dan volgt de ontlading in een eetbui. Daardoor voelt iemand zich somber en dat vergroot weer de kans op eetbuien. Die cirkel moet doorbroken worden.” De standaardbehandeling bij BED is cognitieve gedragstherapie, waarbij iemand leert om anders met problemen om te gaan. “Meestal moeten mensen met BED eerst hun eetpatroon normaliseren door op normale tijden te eten en geen maaltijden over te slaan. Zij missen vaak op meerdere gebieden structuur in hun leven. Verder reiken we ze handvatten aan waarmee zij eetbuien kunnen voorkomen. Bijvoorbeeld door afl eiding te zoeken als je er één voelt aankomen.”

Stressmanagement

Dingemans onderzocht welke factoren bepalen of cognitieve gedragstherapie aanslaat bij mensen met een eetbuistoornis. Mensen die zich aanmeldden voor behandeling werden daartoe in twee groepen verdeeld. De ene groep werd op een wachtlijst geplaatst, de andere kreeg cognitieve gedragstherapie. De patiënten leerden weer normaal eten en kregen les in stressmanagement. “Zij moeten op een andere manier met problemen leren omgaan. Voorheen reageerden ze met eten, maar dat vermindert de stress slechts voor korte duur.”

Zeventig procent van de behandelgroep was eetbuivrij na afl oop van de behandeling. De wachtlijstgroep kreeg na twintig weken alsnog cognitieve gedragstherapie. Bij 20 procent van hen waren de eetbuien overigens al spontaan verdwenen. “Een jaar na de behandeling was 80 procent vrij van eetbuien”, aldus Dingemans. “Anderen hadden ze nog wel, maar minder vaak. De frequentie was bijvoorbeeld omlaag gegaan van drie à vier eetbuien per week naar één.” Dit resultaat gold voor beide groepen, zo is te lezen in het novembernummer van Behaviour Research & Therapy; het bijna vijf maanden op een wachtlijst staan had dus geen nadelige gevolgen voor de genezing.

Genotmiddelen

Een factor die samenhing met herstel was de copingstijl (de manier waarop mensen op problemen reageren). “Personen die bij tegenslagen gauw naar genotmiddelen als sigaretten, drank of eten grijpen, bleken minder van de behandeling te profi teren. Zij vielen eerder terug. Ook mensen die veel negatieve emoties uiten en bijvoorbeeld verongelijkt of boos zijn op de buitenwereld, bleken meer kans te hebben om terug te vallen.”

Dingemans is inmiddels een volgend experiment begonnen in samenwerking met de Universiteit van Maastricht. “We kijken naar de invloed van negatieve emoties op eetbuien. Daarbij maken we de stemming van BED-patiënten somberder door ze naar een droevig filmfragment te laten kijken en ondertussen laten we de ene helft van de groep hun emoties onderdrukken en de andere helft niet. Daarna krijgen ze eten aangeboden. We willen weten of de groep die negatieve emoties probeert te onderdrukken meer gaat eten.”

Dit artikel is een publicatie van Cicero (LUMC).
© Cicero (LUMC), alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 15 december 2007
NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.